Grote Nood.

Waarin (i)

Tiktok. Tiktok. Tiktok. – Al en Bing konden ma de trap horen af sidderen tussen haar krukken met rubbernoppen, maar als ze niet in éen ruk van boven tot beneden viel ging het altijd buitengewoon langzaam en meestal hadden ze hun hard gekookte eitjes op voor ze de keukendeur open kon duwen. Maar Bing had nu ook al pa’s superbloedworst half op, ma’s amandelkoek lag klaar voor na pa’s worst en die werd zo snel korter dat het Al vervulde van grote geestelijke onrust. Maar ma was al beneden.

‘Morning boys.’bing-eet-worst-oi-inkt-frame-ii.jpg

‘Morning ma.’

‘Morning Al.’

‘Morning ma.’

‘Morning Bing.’

Bing at.

‘MORNING BING!’

Bing had het te druk. Ma ademde goed in, haalde uit met éen kruk en trof Al krachtig op z’n hoofd.

‘OW! Bot Oy did sigh good morning, ma!’

‘Oh.’

Al wou niet verontwaardigd klinken, maar waarom kreeg hij altijd mot? Waarom kon ma hem en Bing na meer dan zeventig jaar nog altijd niet uit elkaar houden? Waarom waren hij en Bing een tweeling? Het leven was onrechtvaardig.

‘Sorry,’ zei ze.

Ze keek goed, haalde weer uit en trof Bing.

‘OW!’

1.

wegwijzer-naar-beneden-grijs-50-percent-frame.jpg

Scrollen, mensen! Niet meteen rechts op 02 klikken, want dan zit je zo in hoofdstuk 2 en mis je al die pagina’s van hoofdstuk 1 hieronder en zou dat even zonde zijn!

al-krijgt-klap-van-ma-oi-inkt-frame-ii.jpgEr sprong ook een buil op op Bings kop en hij kronkelde van de pijn. Ma ging tevreden zitten. Te oordelen naar het gedruis, zat pa zat in het salon al enthoesiast een bom geld zoek te maken met Omar’s Super Morning Bets, maar het zonnetje scheen, het aanrecht glom, wat kon ze meer wensen?

‘Al!’

‘Ma?’

‘Whot’s that on your plite?’

‘Weetabix, ma.’

– Jongens! Hij kreeg er excema van. Ze wou weten wat haar amandelkoek deed op Bings bord! Maar Al ging haar niet meer corrigeren. Zinloos. Honderddertig. Harde schijf vol, het verschil tussen Al en Bing kon er niet meer bij, en wat wil je, hij en Bing zagen er ook krek hetzelfde uit.

‘Al!’

Ma keek nu Bing aan. Goed zo, ze had al de juiste zoon. Ze zag er overigens goed uit. In de badkamer een uur met gatenvuller en rouge gewerkt en behoorlijk return. Alleen ruïneerde ergernis het effect.

‘That’s moy kike, Al!’

‘Yeah.’

Nog een kwart worst. Bing vrat blij.

‘Then whoy is it on your plite?’

‘Fock, because Oy loikes it, ma!’

‘Wotch your mouth, Al.’

2.

 

‘A lot better than Weetabix.’

Bing keek Al uitdagend aan, maar Al wist beter. Weetabix. Zo tastbaar in een wereld van zo pijnlijk weinig echts. Hij glimlachte, en wou Bing gevat van antwoord dienen, maar ma leunde al over de tafel naar Bing en gilde.

‘Al!’

Bing kauwde.

‘Al!’

Al hoorde iets kraken en Bing verschoof vijf centimer naar links door de kracht van ma’s kruk.

‘Ow!’

Er vlogen een enkele beten worst door de lucht en Bing keek verontwaardigd op maar de kruk vond alweer z’n oor.

‘Ow! Ma!’

Het oor hing scheef. Het gaf Al grote voldoening.

‘Ow!’ Al ving een klap van ma’s andere kruk. ‘Bot Oy‘s done nothing, ma!’

‘Oh? You hasn’t?’

‘Ow! No, it’s him!’

‘Ah. Well, you’s both,’ en bij ‘both’ begon ze weer op Bing in te hakken, ‘been a bother for years!’

‘Ow! Easy, ma!’ riep Bing, ‘don’t drop dead!’

‘How motch longer is this gonna go on?’

‘Moind your blood pressure!’

‘Spongers! When is you foinolly gonna leave our house?’

‘Ma, please! We has no source of income of our own!’

‘Foind one!’

3.

 

‘Ow. It isn’t easy, ma.’

‘Two promising youngsters of seventy? Robbish!’

‘Ow! Ow! Oooow!’ – Bing leed vreselijk maar Al wou er niet aan tillen. Hij voelde het niet zelf en ach wat, dit generatieconflict woedde in miljoenen Brosselse gezinnen. Opgroeiende zeventigers tegenover krasse ouders van honderd en zoveel. Jaren binnen gebleven jongeren met vliegangst. En tegenover ze Extreemrijpe Kakkers die eindelijk eens gezellig met z’n tweetjes liefde wilden zien. Of rust. Al begreep ze. Vijftig, zestig jaar kinderen alsmaar lelijker zien worden, alsmaar meer op jezelf zien lijken, wat een beproeving, zeker als je met Al en Bing twee keer lelijk zag. Daar wou je nog vandaag vanaf.

‘Ow! We’s been looking around so hard, ma,’ zei Bing, ‘for years! Bot there is no jobs nomore! Nowhere! Nowhere in the world!’

‘Troipe.’

‘Everything’s automatic now, ma! Ow!’

‘Poppycock. They’s ollwhys gonna need mens and wimmens for stoff machines can’t do.’

‘Loike whot?’

‘Loike, eh, special stoff.’

‘Special stoff? Loike whot?’

‘Loike.’

– Ma liet haar krukken rusten en deed haar ogen wilskrachtig dicht. Minuten gingen voorbij maar dan gingen haar ogen weer open en ze keek Bing vergenoegd aan. ‘Loike love,’ zei ze.

Al en Bing zwegen. Mmmm. Klonk goed, en ma’s ogen glommen van genoegen bij wat ze kennelijk zomaar vanzelf gezegd had. Als ze goed gedurfd had was ze misschien wel gaan huilen, want ze hield van hard huilen. Sentimenteel. A la Omar en Angela. Typisch voor de leeftijd. Dacht dat aan wat anders? Maar was het ook wàar buiten de bongalow? Al wist het helaas niet. Hij kwam al jaren bijna nooit buiten, en zeker nooit verder dan de supermarkt, maar Bing wist het weer beter. Hij lachte hartelijk.

4.

 

‘Love?’ zei ie, ‘even love is automatic now, ma!’

Bluf. Hij was helemaal niet zeker van z’n stuk, want hij zocht nu bevestiging met een steelse blik naar Al maar wat wist Al van de liefde? Van Weetabix, àlles, maar van de liefde? Bing keek dan maar het salon in en riep: ‘Roight, pa?’

pas-wandelfauteuil-oi-frama.jpgHet bleef er doodstil. Logisch. Wat wist pa van werk? Van liefde? Hij wist nergens nog wat van. Ma was gelukkig gestopt met meppen en ze staarden gedrieën naar de rug van pa’s wandelfauteuil.

Pa zei niets, maar hij zàt erin. Z’n dunne witte kuif beefde erbovenuit. En z’n vervanglongen piepten terwijl ie de snel oplopende cijfers contempleerde van Omars Super Morning Bet. Ze pulseerden in een miljoen kleuren. Onder in beeld glimlachte de king-soize lezer voor je kredietkaart pa oh zo menselijk aan met de belofte van oh zoveel geluk, en toen leunde Omar ook nog uit de spanningsregulator met z’n grote neus, snor en gitaar en hij zong warm en speciaal voor pa:

Of course, pa, of course.
Love and lock is yours.
Sure you’s gonna win.
Jost bring your money in!

 

Omar, ’s werelds Master of Ceremonies nummer éen, de meest geliefde man van het heelal! Eensklaps hield ie op met gitaar spelen en keek ernstig (ii): ‘Bets now, pa!’

‘Shhh, Omar.’

‘Now!’

‘Not so loud, idiot, ma’s listening!’

5.

 

Precies, want bij ma werd er in geen geval geld ingezet op de spanningsregulator. Het was gelijk op als pa inzette. Hoeveel keer had ze hem dat al verteld en hoeveel keer had ie niet geluisterd? Ze hief bevend haar kruk om hem gepast te behandelen. Pa bleef rustig zitten kijken, zich van geen kwaad bewust, maar Al wel. Hij was altijd bang, maar nu werd ie vreselijk bang. Orde en rust konden in het ouderlijke huis over tien minuten weer voor tijden om zeep zijn. En hij was erg voor maaltijden op regelmatige tijdstippen. En tegen maanden lang slaande deuren. Hij wist wel wat leukers dan kijken naar dit oude ritueel. Misschien kon ie de schade nog beperken als ie snel handelde. Hij vond z’n stok en trok zich onopvallend terug in de gang. Ma’s nieuwste kredietkaart zat weer tussen de aronskelken in de porseleinen zwaan op de vensterbank en terwijl het geluidsniveau achter hem in het salon hup omhoog ging, rende hij er de bongalow mee uit. Pincode had ie al. Had ma achter de kapstok op het behang genoteerd. Hij wou Droid Fruits Street in naar de Smart Socker Mart op de hoek. Om bloedworst en amandelkoek in zo’n groot volume te kopen dat Bing het niet allemaal op kon en pa en ma het zo lang druk zouden hebben met wat over bleef dat ze geen tijd meer hadden voor handtastelijkheden. Nou, hij kon ook paprikachips meebrengen. At ma graag, pa en hijzelf ook, net als Bing. Hij ging de huiselijke oorlog verdrinken in eetwaar! De vrede snel herstellen met niknaks! Hij liep het hekje uit en het trottoir op – en viel stil met een schok. De DS!

Toegegeven, voorbijgangers vielen altijd stil als ze Bings DS voor de bongalow zagen staan. Terecht. Hij was reusachtig, schaal 6/5de, het antieke lakwerk gloeide aandoenlijk van de ijver waarmee Bing het elke avond opblonk en de opaque geworden ruiten maakten hem alleen maar charmanter, maar daar viel Al niet van stil. Er zat iemand achter het stuur, en niet Bing! Iemand morrelde onder het instrumentenbord, iemand zat de DS te stelen, op klaarlichte dag!

Het kostte veel moeite, maar tenslotte liep Al op flanellen benen naar de DS. Hij keek naar binnen. Er zat een mannetje met een bocheltje op Bings stoel. Hij keurde wat er uit het dashboard puilde en keek bedenkelijk, of ze niet veel zaaks waren, die draadjes. Al deed enkele passen achteruit tot op veilige afstand en riep zo luid mogelijk: ‘No!’ De dief moest nu ontzettend schrikken, uit de wagen springen en wegrennen, maar hij bleef ijverig zitten knutselen. Al schreeuwde nog harder ‘No!’ en ‘Oy can’t believe moy oyes!’,

6.

 

maar zelfs dat laatste bracht geen aarde aan de dijk. Vooruit dan maar.

Hij liep met grote tegenzin bevend tot bij de DS, bonsde met z’n stok op de ruit van de DS en riep dreigend: ‘Hey, you!’

Het mannetje keek op. Al staarde hem streng aan maar hij bleef onbekommerd grijnzen. Krachtig gebit. Grote hoektanden. Al werd nog banger (iii) maar hij liet het niet merken.

al-fear-oi-frame-ii.jpg‘Get out!’ riep ie. ‘Get out!’

‘Haha!’

‘Get out or Oy brikes your neck!’

‘Haha! Tell os, man, how does we start this car?’

Al legde z’n hand tegen z’n voorhoofd. Hij voelde zich ernstig onwel. Hij had ook weer pijn in z’n knie. En z’n heup. En z’n rug. En hij wist het niet meer. Hij kreeg die kerel niet vreedzaam uit de DS! En in geweld had ie echt geen zin. Hij rende de bongalow weer in. ‘Bing?’

Bings bord stond nog op de tafel, maar Bing, bloedworst en koek waren weg. Al rende naar de slaapkamer.

‘Bing!’

Bing lag gelukzalig na te genieten van z’n ontbijt op bed in z’n mooie onderbroek met magnolia’s.

‘Bing!’

Bing wou z’n ogen niet open doen.

‘Bing, they’s nicking your DS!’

Bing schoot overeind.

‘The DS?’

‘Yes. There’s a goy insoide.’

7.

 

‘No!’

De DS, die kon Bing niet missen. Al was het maar een replica die op een stickje liep, al waren er zakken geld nodig om hem rijklaar te houden. Bing had ze zonder aarzeling uitgegeven (iv), want waarmee kon je anders indruk maken op de meiden? Hij veerde op van z’n bed, rukte de kleerkast open, worstelde met broeken, want met welke stond ie het beste, en keek intussen geërgerd om.

‘Al, fock, still here? Go on! Hold on to the car!’

‘No. You hold on to it! It’s your car.’

‘It’s our car. Go on, hold on to the goy!’

‘No, you hold on to him!’

‘Big, is he?’

‘No.’

‘Whot is you still standing here for then? Go get him!’

‘Eh. He looks a bit, eh.’

‘Dodgy?’

‘Yeah.’

‘Professional. The phone! Horry! Horry!’

Al rende naar de badkamer, roerde in de la met haarborstels, tilde er de roze uit waarmee ma tegenwoordig telefoneerde (v) was, rende weer naar de slaapkamer en gooide hem naar Bing. Bing tikte wat in, drukte, en floep, daar waren ze, de PP’s (vi), in volgorde, wie het meeste betaald had eerst. Weer drukken en tuterutuu, contact.

‘PP Teddy Bears. We ollwhys cares. Kim speaking. Can Oy help you?’

‘Kim, they’s nicking moy car roight now!’

‘Oh dear. Chopchop assistence?’

‘Yeah! Droid Fruits Street 79.871 Whammle.’

8.

 

‘Credit card nomber.’

‘Credit card? Fock!’ – Maar Bing hoefde helemaal niet te wanhopen, want Al had ma’s kaart nog in z’n hand. Bing tikte het nummer in en even was het stil.

‘One agent one hour,’ zei Kim, ‘690.000 BB (vii). Please py now.’

‘690.000 bolls?’ Bing kreunde. ‘It’s cheaper to have moy car stolen then, Kim!’

‘No sir. Double proice for legally dubious requests.’

‘Sorry,’ zei een mannenstem. ‘Insufficient credit. Teddy Bears thanks you.’

‘White!’ Bing liep naar de foto van hem en Al als biby’s, riep ‘Al, don’t look!’, trok pa’s laatste kredietkaart eruit (dàar had de schurk ze dus verborgen!), wou het nummer intikken, maar hoorde al ‘klik’.

‘Aw you mean beasts!’ – Hij belde Eagle Oye PP.

‘Credit card nomber please.’

Bing tikte pa’s nummer in. Stilte. En klik. Meteen klik. Zelfs geen uitleg! Bing ging van ergernis op bed liggen kronkelen tot Al smekend bij hem neerzonk.

‘Bing! They’s nicking your car roight now!’

‘Yeah, shoite, they is.’

Bing zat wilskrachtig recht, belde Total Confidence, Total Confidence PP deelde hem mee dat z’n telefoonnummer op de lijst van onvermogenden stond en wenste hem nog een fijne dag. En klik.

‘Fock fock fock!’

‘So,’ zei Al, ‘we has to do it ourselves.’

Ze liepen weer naar buiten. Recht naar het mannetje. Ze staarden recht in z’n ogen. ‘Umm,’ zei Al, ‘is you real?’

Het mannetje moest lachen.

‘Or an automat?’

9.

 

‘Al,’ riep Bing van bij de motorkap, ‘kot the smoll tock! Pull the little toike out of the car! Give him a good hoiding so he never nicks our car no more!’

Daar moest het mannetje nog harder om lachen, maar Al ging zich niet laten weglachen. Niet door een automaat. Als ie dat was. Even testen. Voor ie nadacht, voelde hij de neus van de dief tussen duim en wijsvinger. Organisch? Gelijk herinnerde hij zich het gebit, liet de neus snel los en wachtte in spanning, maar het mannetje bleef standaard grijnzen en zei: ‘Oy’s Jack from Collecting Igency Johnnie.’ Z’n knikkerogen fonkelden.

‘Oh. Johnnie?’

‘Yup.’ – Jack keek Al in de ogen, en woemmm, de merknaam ‘Johnnie’ gloeide met zoveel schittering op in z’n pupillen, dat Al ervan achteruit deinsde. Geweldige marketing.

‘Johnnie,’ zei Jack. ‘Ollwhys gets your money. Grite to do business.’

‘Business?’

‘Roight. Whot’s that?’

Jack wees. Voor de DS, achter Bing, stond een bot monster op wielen met een enorme haak. Al wist het niet.

‘That’s a brike-down lorry to tike it awhy.’

‘Tike whot awhy?’

‘Your car.’

‘Whot? Moy car?’ riep Bing.

‘This car.’

‘No!’

‘Sure.’

‘Bot whoy?’

‘Non-pied repairs.’

10.

 

‘Oh fock!’ riep Bing.

‘Oh no!’ riep Al.

Ze keken elkaar aan. Het daagde ze. ‘Oh shoite!’

‘Yup. You pies now or car’s gone.’

Bing begon binnensmonds te jammeren, misschien in de hoop op mildheid, maar Jack keek Al aan met een blik van ‘dat kennen we, eh?’, duwde op het gaspedaal zodat de motor begon te gieren en hoe krachtig Bing de motorkap ook vasthield, de DS schoof dichter bij de haak van de takelwagen. ‘White! Jack, white!’ Bing liet de neus van de DS los, rende tot bij het raampje en duwde Al opzij. ‘How motch?’

‘457.000 BB.’

‘457.000 bolls? No! Never!’

Zoveel lawaai trok productondersteuning. Sito presto hing er een portemonnee bij ze die Bing wou helpen beseffen hoe heerlijk sparen kon uitvallen, en een theezak ter grootte van een vaatwasser. Total Tea, vanillethee voor ouwe kakkers. Er knipperden duizenden sterretjes aan en uit om hem heen en een koortje kleine zakjes zong zoetjes in close harmony ‘Ooh-aah, ooh-aah’.

‘How is we todie?’ zei de theezak opgewekt.

‘Piss off!’ riep Bing. ‘Jack, please, let’s be friends! Don’t ask me 457.000 bolls!’

Jack duwde op het gaspedaal.

‘White! White!’ Bing haalde pa’s kredietkaart tevoorschijn en aarzelde. Die kaart ging niet helpen. Pa had z’n maandelijkse toelage al onmiddellijk weer helemaal besteed aan Omar. Maar de nood was hoog. Bing keek Al aan. ‘Ma’s card?’

‘There isn’t enough on it oither, is there?’

Haar voorlaatste kaart dan? Bing rende de bongalow in. Al ook. ‘Where? Where?’ Ze rommelden koortsachtig door ma’s handtassen, maar nergens een kaart. ‘Where else could it be?’

‘In the forbidden zone,’ zei Bing. ‘Bra.’

11.

 

‘Roight.’

Ma zat nu in de keuken, een reuze-concentratie aan suikerwafel met slagroom voor zich als vervangontbijt. Pa was weg. Z’n fauteuil had hem wel naar het salon gewandeld. Zolang ze maar niet te dicht bij elkaar moesten zitten. ‘Ma! Ma!’

Ze konden natuurlijk niet in ma’s beha zitten vissen zoals in haar handtassen.

‘Yes, Bing?’

‘We needs money!’

‘Oh really, dockie? That’s new!’

‘Ma, please!’

Ma at met smaak.

‘Ma! Oy has to have it roight now or we loses the car! Please! Give os your card! Jost for a moment! Come on! Please ma!’

Ma zuchtte, hield op met lepelen, knoopte haar peignoir open, schermde haar canyon zedig af en terwijl Bing en Al zich verbeten, tastte ze uitvoerig rond in de diepte. Als in een buffetkast.

‘Fock, whot is this?’ mompelde Al. Het ging te gemakkelijk. Anders kreeg je nooit een kaart, maar Al kon niet ontkennen: haar hand kwam weer omhoog met, jà, de kredietkaart! Bing veerde op en greep ernaar, maar hup, ma trok ze zo weer buiten z’n bereik. Ze was plotsklaps onbegrijpelijk vief.

‘Fliming fock!’ riep Bing. ‘Ma! Please!’

‘Whot did Oy sigh, Al? Wotch your mouth! Has you had a look at the carpet?’

‘No. Whoy?’ zei Bing.

‘It could do with a good vacuum cleaning.’

‘Of course, ma.’

‘Downstairs.’

12.

 

‘Sure.”The stairs themselves.”Ah, certainly.”And opstairs.”Goes without sying!”Agreed?”Agreed, ma!’

Ma gaf Bing de kaart en hij ermee naar buiten. Al wou hem na, maar zwiep, ma schoof met stoel en al tussen hem en de deur, trok de kast open en duwde de stofzuiger in z’n handen.

‘Ma!’

‘Whot?’

‘Oy’s Al.’

‘So whot?’

Bing was gonna vac. He promised. Bing has your card.’

‘Sweetie, you’s twins.’

Al kreunde. Heel het huis stofzuigen! Werd ie zo moe van. En vernederend. Hij hoopte dat niemand hem bezig zou zien.

‘Whot is it, chappie?’

‘Boy an automat, ma. Or a cleaning dog. They vacs as well as house-woives nowadies. Even better.’

‘And where’s the money?’

‘On your card!’

‘Moy card? There’s nothing on it! As soon as any money arroives, pa throws it out of the window, or you does! And as long as you goys does, Oy can’t boy a cleaning dog! When is you foinolly gonna foind jobs and set op your own households? You can’t

13.

 

keep eating the stoff in our fridge forever, can you?’

Het onderwerp was delicaat.

‘Can you?’

Al had al het honderdduizend keer gehoord.

‘Can you?’

‘No, ma.’

Ma deed tevreden met haar overwinning haar ogen dicht en viel zoals elke morgen na het ontbijt in een lichte coma. Al baalde. Hij had zin om de stofzuiger tegen de muur te gooien en het huis voor altijd te verlaten. Altijd weer de kastanjes uit het vuur te moeten halen voor Bing, hij was het beu. Beu met een hoofdletter.

‘Sort it out for yourself then, mite!’ riep ie.

Maar, viel hem binnen, hij had de DS zeker zo hard nodig als Bing. Hoopte hij niet even vurig, nee nog vuriger, ooit, ooit te scoren bij een leuk meisje? En hoe kon dat zonder speciale auto? Een diepe treurigheid beving hem, en uiteindelijk trok ie de stofzuiger helemaal uit de kast en begon woest het tapijt te stofzuigen.

Bing kwam weer binnenwandelen, zo uitermate tevreden met zichzelf dat Al niet kon zwijgen.

‘Did you manage, Bing?’

‘Oy’s even miking a profit!’

Hij keek triomfantelijk, contempleerde even ma die nog altijd met een zalige uitdrukking buiten westen op haar stoel zat, keek naar de kaart in z’n hand, en stak ze kordaat in z’n zak.

‘Don’t tell her, bot there was still enough money on this card. She most loikely forgot. There’s still two hondred thousand on it now. After pying Jack.’

Hij grijnsde, en weg was ie. Al stofzuigde.

‘You doesn’t look happy, Al,’ zei de theezak en Al schrok. De theezak hing nu naast hem in de kamer en de gloed van de duizenden sterretjes deed ma’s gezicht meeflikkeren maar ze gaf geen krimp.

14.

 

‘No.”You’s lonely, eh?”Yeah.”Bitter.”Yeah.”Well, Total TEA mikes you …”Happy!’ zong het theezakjeskoor. Al voelde zich zo beter. Wat moest een mens aan zonder productondersteuning?

***

‘A satelloite wotches your car,’ zei Bing, ‘linked to a supercomputer.’ In de computer hoofden. Vanboven bekeken. Hoofden die de eigenaar opgegeven heeft en naar je wagen mogen. Stel een pipo loopt naar je DS en de computer concludeert ‘foute kop’, dan lanceert er binnen de vijf kilometer een installatie een raketje zo groot als je pink. Het wil er onschuldig uitzien, dus je ziet ontbijtkoek vliegen, een scheerapparaat, een kerstbal, of waarom niet, een pink, maar binnen de vijf seconden geeft het dat verkeerde hoofd bij je wagen een knal van 50.000 volt. Meedogenloos maar beschaafd. ‘Your moscles goes slack, you topples over, toing!’

Bing keek Al naast hem op de voorbank voldaan aan, maar Al bleef dof voor zich uit kijken. ‘Toing!’

‘Pff.’

‘A troiumph of technology.’

‘Pff.’

‘Pff?’

Bing was verbaasd. Wat kregen we nou? De zon ging fraai esthetisch onder achter de Japanse kerselaars, de rest van de mensheid zat voor de regulitor en vrat wat rattigs uit de magnetron, de productondersteuning was op, de geredde DS geurde exquis, Bing probeert z’n tweelingbroer te onderhouden met nieuws uit de wereld van wetenschap en techniek, maar Al speelt keihard Mr Sip!

‘Al. Al! Whot is it?’

15.

 

Al kijkt zwaar misnoegd naar de zon.’Al, whoy is you so moody, so bloddy bovoine?’Stilte.’Come on, tell os!’Stilte.’Is we brothers or isn’t we?”Bing, Oy’s done op.’

‘Fock, Al, that’s todie. Tomorrow you’s gonna be chirpy agine. Chirpy as a beer roight out of the fridge!’

‘Man, fock off! Oy’s fagged out. Oy’s vacced the whole house!’

‘Noice.’

‘Indeed.’

‘We values it moightily.’

‘Oh you does? Wasn’t you gonna vac? Hadn’t you promised ma?’

‘Me? When? Whot Oy knows, Al, is you has sived os agine, vaccing the house. So you has jost as motch roight to enjoy these foine leather seats in this unique automobile as me, old boy! So relax, man, and enjoy!’

‘Oh. Can I have the DS tonoight?’

Bing keek weg.

‘Bing? Hollo?’

Bing klom snel uit de DS.

‘Bing!’

***

‘How about it?’ zei Al. Hij en Bing lagen met hun armen achter hun hoofd in het donker op hun bedden en Bing keek krachtig naar het plafond, maar vluchten kon niet meer.

16.

 

‘Does Oy get the DS tonoight or whot?”Umm.”Bing?”Uh.”Bing?”Most onfortunate, Al, bot Oy’s got plans moyself for tonoight.’

Al droeg pak nummer twee met das en daar vloekte hij nooit in, maar hij was écht rrrazend. Hij staarde naar de foto aan de muur. Al en Bing als biby’s. Op de sofa, armpjes om elkaar, fopspeen in de bekkies, je kon ze trouwens horen: zup zup zup, en zodra Al kleine Al op de foto aankeek mompelde kleine Al over z’n speen heen klaarblijkelijk met grote tegenzin: ‘Oy loves you, ma!’ En Bing: ‘Me too, ma’. En kleine Bing keek naar kleine Al: ‘Oy loves you so motch, Al’, en Al: ‘Me too, Bing.’ En alles begon opnieuw. Het soort sentimentele foto met chip dat er zestig, zeventig jaar geleden bij moeders in ging als koek en waar fotografen miljonair van geworden waren.

Al keek met een ruk weg van de foto en de biby’s zwegen. Je hoorde alleen nog zup zup zup. Al zou het nooit toegeven, maar had het van hem afgehangen, dan had ie nooit een tweelingbroer gehad. Wat was in hemelsnaam het nut van een tweelingbroer? Wie kocht nu twee identieke auto’s, ijskasten, dassen? Als je toch twee stuks nam, konden ze elkaar dan niet beter àanvullen? – En waarom had ma zich zo lang geleden twée kinders aangeschaft? Wou ze beroemd worden? Wou ze op de regulitor? Twee, het was zo zeldzaam. Zelfs eén was het al.

Weer een schok. Net stoorde hem dat ma identieke biby’s wou en nu ontstelde hem hoe hij en Bing karakterieel water en vuur waren. Om eerlijk te zijn, hij vroeg zich al jaren af of ma en pa hem en Bing stiekem genetisch hadden laten manipuleren. Het Geheim. Hoe konden hij en Bing anders zo anders zijn? Alleen als er een massief pakket verschillend dna-materiaal was binnengespritst bij ze. Van diverse pa’s, zodat hij en Bing geen echte broers waren!

‘Bing?’

‘Eh?’

‘Oy jost wonders.’

17.

 

‘Whot?”Is we really brothers?’

Bing richtte zich op in z’n smakeloze Hawaiihemdje en keek Al warm aan. De charmeur. Daar had ie verstand van. Had ie alleszins niet van pa!

‘Of course we is. We’s twins! Oidentical twins! And Oy loves you, Al. Oy even feels oll you feels!’

Ma zat in de keuken op een stoel haar dagelijkse pannenkoek te bakken. Ze was deze keer bij het bakken zelfs bij bewustzijn want ze neuriede en Al kon haar van op z’n bed moeizaam zien wippen met de pan.

‘Ask her!’

Hij durfde niet. Hij wou niet horen dat ie niet helemaal echt was. Maar het leven bleef een grap. Terwijl echte identieke tweelingen samen hoorden als theemuts en pot, mocht Al niet eens met de DS rijden! Die hij nota bene voor de helft betaald had! (viii)

Waarom wou ma zo lang geleden meer dan hem alleen? ‘Whoy did ma wont twins?’

Omdat een tweeling biezonder was, dacht Bing. Kon je mee uitpakken. Iedereen bleef verrukt stil staan op straat en boog er overheen. En ma kon twee keer haar goed hart tonen. Ze wou wat om voor te zorgen. Ze wou zo zeer dat ze er twee gelijk bestelde. ‘Two exceptionally beautiful bibies please.’ Ze was hoopvol. Ze had een goed hart.

‘A good heart? She’d loike os to get out of the house todie!’

‘Al. Troy to onderstand. She’s bin looking at os for seventy years. She’s soffering from déjà voo.’

Ai. Het klonk zo verschrikkelijk redelijk dat Al geen antwoord vond. Hij wou niet hardvochtig lijken en hij lag Bing en z’n handigheid dus een kwartier in stilte hartsgrondig te haten, maar toen kon hij zich niet meer intomen en hij mompelde, ‘Twins is twoice trouble.’

‘No. They’s twoice fon.’

‘Well, the fon is over. Oy’s never gonna vac for you agine!’

18.

 

Bing zuchtte.’Never!’Bing keek mild.’You needs a job, Al.”You needs a job.’

‘No, you needs one. You wonts to keep the DS, roight? Man, you wonts to droive around and haul in birds, plenty of birds, doesn’t you? Al?’

Tegen zoveel luciditeit kon Al niet op. Hij stond op, trok z’n pak uit, hing het netjes op een kapstok, controleerde of de vouw in de broek nog scherp zat, en hing alles zorgvuldig in z’n kleerkast. Hij klom in bed en lag nog uren met z’n rug naar Bing krachtig te mokken. Bing lag al lang te maffen met z’n grote mond open, toen Al voor ie zelf in slaap viel besloot morgen op zoek te gaan naar een job – voor Bing.

***

Hij moest die dag grote afstanden overbruggen, dus Al stond welbewust op voor dag en dauw, douchte, schoor zich, gorgelde met Divoine Breath, bracht Natural Neo Deo aan onder oksel en scrotum, legde een kaarsrechte scheiding en ging terug naar de slaapkamer. Bing sliep met z’n rechterbeen uit bed. Al vond proper ondergoed, hemd met streepje, grijze das en pak éen, zwarte sokken en assembleerde alles tot een schitterend geheel.

Hij at z’n Weetabix op in de keuken, dronk vanillethee, stak een suikerwafel in een plastic doos in z’n aktetas, voegde er kam, zakdoek en z’n lijstje met adressen bij, poetste z’n schoenen, stapte erin, greep z’n wandelstok, en klaar was kees.

Of toch niet. Hij sloop de slaapkamer in, doorzocht de zakken van alle rondslingerende Hawaihemdjes en broeken van Bing, maar hij kon helaas de contactsleutel van de DS niet vinden. Wel nog een van ma’s kaarten. Hij stak ze dankbaar op zak, maar toen ie weg wou, schoot Bings been uit en trof z’n gat. Puur reflex.

‘Ow!’

‘Uh?’ zei Bing in z’n slaap.

‘Nothing man.’

19.

 

‘Oy loikes you.”Sure. Oy loikes you too.”So could you lend me foive thousand?’Puur reflex.’No.’

***

Al trok de voordeur dicht en het gesnor viel over hem heen van de miljoenen sloicers (ix) in de verte die Brossels City probeerden binnen te dringen. Er floot een merel en op de DS schitterde dauw. Op heel Geriniumpot trouwens. De wijk was een veld vol diamant. Hoe mooi, maar hij moest verder. Al was trots op Geriniumpot met z’n 3.000.000 van alarmknoppen voorziene bongalows in 1930-stijl, bijna evenveel dames erin die nooit drukke blouses droegen en iets minder mannen die cardigans van ze aan moesten, 1.600.000 are rotstuintjes met vetplantjes en vogelhokjes, 4.400.000 Japanse kerselaars en pseudo-gleditsia’s, 7.000.000 snelheidsremmers,

15.700.000 borden met in grote letters: ‘Max speed 8 km!’ en 29.300.000 stuks hondenkak per week. Hij keek dus goed uit waar ie liep. Net als de hond hier die baasje uitliet en een knorrige 120-jarige in een karretje daar, op weg voor een pond pillen bij éen van de 650.000 apotheken. Boven het karretje pulseerde gepersonalizeerde productondersteuning voor een fraaie been-prothese in kunststof en boven Al een luxe-badkuip met deurtje, maar hij had er helaas geen tijd voor. Hij zette grote stappen.

Twee uur later liep ie in de dichte rook en narigheid van de beschaving en hij begon zich beklemd te voelen, en nog een half uur later stond ie midden in het bos kantoorwolkenkrabbers in het diepste hart van BC waar hij succes hoopte te halen. Uit respect voor de natuurliefhebber mochten ze maar 1125 verdiepingen hoog zijn, maar aan de voet ervan zocht ie evengoed z’n weg in het dichtste duister. Boven en beneden hem schoten sloicers als scholen sardines over bruggen, in tunnelpijpen en door de lucht, enkel hier en daar goed gehinderd door dubbel zo dikke conservatieve klassieke auto’s of replica’s. De drie miljoen sloicer-taxi’s van de hoofdstad die wanhopig op zoek waren naar cliënteel, vertraagden elk op hun beurt suggestief tot stapvoets naast Al en veroorzaakten reuze-opstoppingen. Gegil van vrouwen. Illegale hokjes waar je lekker onhygiënisch bereide alikruiken kon slikken. Loslopend pluimvee. Rond-waaiend plastic. In karton verpakte omvergevallen purperen dronkaards. De nog blatende kop van een net gedood schaap. Clubjes dreigend kijkende jonge Kevins met ditto honden zo groot als zijzelf die het trottoir versperden.

20.

 

Al beet op z’n tanden.

‘Hey toff, how about a thousand bolls?’

Al sloeg onmiddellijk links af en vond een parallelle weg waarop een heer met bloeddoorlopen ogen hem helaas vijf meter verder al de weg versperde en in een moeizame mélange van minachting en vertwijfeling toesprak: ‘Bweuh.’

‘Whot?’

‘Beuk.’

Een lid van de Rolls? Een voorstel tot gelijkgeslachtelijke seks? Of gewoon een vraag om wat hartelijkheid? Gelukkig had Al nog Zeer Dode Talen gestudeerd. Duits, Frans, Aantwaarps, maar hij kon de boodschap niet thuisbrengen. Hij was even in paniek, maar hij was een verstandig mens, sloeg links af en vond opnieuw een parallelle straat. Hij transpireerde nu serieus. Het was drukkend, vochtig en woensdag, de laatste werkdag van de week en aangezien in het Brosselse rijk (x) alles geautomatizeerd was en vanzelf ging, verstopte een vloed automatiseringsdeskundigen de verkeersaders omdat ze voor een goede gang van zaken op het laatste nippertje de automaten het werk van de week (xi) nog moesten zien te doen klaren. Het was zo’n dag waarop het loonde honderdzestig miljoen sloicer-chauffeurs met saturatie-productondersteuning kennis te geven van hun geheimste verlangens. Dikke wolken PO filterden het zonlicht. Heel Brossels City moest vandaag beseffen hoe lekker Brossels Bullets waren en duizenden Jost Loike Home frikandelbollen in bruine saus sierden al ‘Yes please!’ roepend de hemel boven de stromen sloicers. Vanzelfsprekend hing er een grote frikandel bij Al, maar vooralsnog hadden hij en zij alleen oogcontact in een niet al te opdringerige hoffelijke verstandhouding die Al kon appreciëren (xii). Hij keek er met sympathie naar maar had helaas geen tijd, want hij stond voor het eerste adres van z’n lijstje. De adressen had Al van het internet. Adressen die Bing misschien een leuke job konden opleveren die rekening hield met z’n belangstelling. Bings interessen had ie ook genoteerd.

1. Chatting op wimmens.
2. Sleeping
3. Wotching the tension regulitor.

21.

 

4. Borrowing money and never ever giving it back.
5. Droiving huge flashy cars.

Slapen had Al al geschrapt. In acht nemende het karakter van de gemiddelde Brosselaar waren alle jobs die slapen en geld verdienen combineerden al bezet. Maar misschien kon Al een slag slaan door 1 en 3 te combineren. Hij keek nu omhoog tegen de massa glas en steen van A & O Worldwoide. Van op de ragfijne elektronische huid van de wolkenkrabber bood Angela hem verantwoord naakt zeventig meter mond. Ze schoof lokkend weg, Omar in toxedo reikte teder naar haar gat en zwiep, hij stond ook al in z’n blote flikker, ze gingen zoenen, haar armen kwamen omhoog zodat haar interessante delen elk ogenblik in het gezicht moesten komen en de sloicers beneden voor het gebouw vertraagden in de hoop ze te mogen zien, maar gepast gespreid verscheen daar nu jammer genoeg de titel van hun nieuwe speelfilm:

 

Proide and Redemption!

‘An ‘oncommonly ‘dramatic” love drama!’

”A ‘very foine’ man’ meets ‘a ‘very foine’ woman’!’

‘A ‘must-see’ with Angela and Omar!’

‘A unique, ‘extremely refoined’, filmic masterpiece!’

 

Een heel fijne film. Ter hoogte van Angela’s bikini loine stopten de loftuitingen uit de pers maar daar rees voorzien van machtige neo-Egyptische ornamenten veertig meter hoog de poort op die toegang verleende tot de wereld die deze roerende scenes vol authentieke liefde produceerde. En een korte dikke privé politieman met electrische pook en hoge bloeddruk. Onbegrijpelijk, maar hij had al een pik op Al.

‘Hey, John,’ riep ie, ‘move! Move, man!’ Of ie ruzie zocht. Al wou eerst dan ook ook snel weglopen, maar hij slaagde erin om rustig ter plaatse te blijven staan en beleefd te zijn.

22.

 

‘Eh, umm, Oy’s looking for a job, sir.’De politieman keek verbaasd.’A job? A JOB?”For Bing,’ zei Al snel, ‘moy brother.”Oh. For Bing?”Yes sir.”Bing. Bing. Whot koinda fancy nime is that? Actor?”No.”Good. We needs no pervs. Whoy on earth does that Bing wont a job here?”He loikes wimmens.”Oh.”And movies.”Oh.”Stoff, you knows.”Mmm. Stoddies?”Marketing.”Oh.”Oh?’

‘Everybody’s done marketing. Go awhy.’

‘Awhy?’

‘Yes. Or else Oy’s gonna have to help you go awhy.’

‘No. Please. Please let me in, Mr Policeman.’

‘Stan.’

23.

 

Please, Stan!”We needs no one, John.”If Oy could jost see someone at Human Resources. Foive minutes!”No one at oll.”Please.”Whoy does you think they’s put me here in front of the door?”Uh. Well. To help me foind a job for Bing?”No, you brinedead animal! To keep oll of you awhy!’

Stan achtervolgde Al een kilometer langs de voet van het gebouw op. Hij werd langzaam bietrood, maar Al liep vlugger met z’n jeugdige benen en eindelijk was Stan niet meer te zien. Al stond stil. Hij hijgde. Hij knoopte z’n das en boord los. Z’n knie deed ook weer pijn. En z’n nek. Even recupereren. En de teleurstelling te boven komen. Maar succes, wist ie, was een zaak van volharden. Stan of geen Stan, A & O ging Bing werk bezorgen, werk dat hem lag, met een menigte meiden die bereid waren tot àlles. Bing ging Al nog dankbaar zijn, en Al ging mee de vruchten plukken van z’n succes. Hij moest dan wel eerst voorbij Stan. Hij keek rond.

Hij stond nu in een achterbuurt, maar nog altijd aan de voet van de A & O wolkenkrabber. Voorbijgangers in gedemodeerde schoenen keken hem scheef aan. De praal van daarnet was hier ver zoek. De voet van de toren zat nu vol bedenkelijke winkeltjes. Als een dood beest vol mades. Zo’n reus moest renderen. Dus het kleinste hokje erin werd verhuurd aan hardnekkigen die per sé plastic kerstbomen wilden verhandelen, methylvodka, voodoo, monstertjes op sterk water, moambe, acupunctuur, gelakte eend en (een geur trof Al en hij wankelde) gebakken kak? Maar terzake: wie zo’n winkeltje in ging, stond weer in de wolkenkrabber en kon Al dan via het achterkeukentje van zo’n zaakje niet doordringen tot bij A & O Worldwoide zelf?

Een trapje daalde af naar Vintage Models, gespecializeerd, ‘as seen on the regulitor’, in het showen van handen, benen, steunkousen, volslank en kike biking. Niks voor Bing, maar Al wou de wolkenkrabber in en hij liep naar binnen.

24.

 

 

***

Een kieskeurig kijkende meneer van negentig met foulard en vals gebit maakte zich los uit het donker. Hij schoof elegant nader in z’n zimmerfrime.

‘Yesh?’

Al liep langs de muren en zocht naarstig naar deuren, maar er hingen alleen verkleurde foto’s van extreemrijpe dames in prachtige pozes.

‘Can Oy help you?’ Waarom niet? Hij kon het evengoed hier vragen. ‘Oy’s looking for a job.’

‘A job? You?’

‘Yes.’

‘Young man, we’sh a sherious bushiness.’

‘For moy brother.’

‘Yesh. They alwhys shighs so.’

‘He’s a very noice boy!’

‘We only tikes on lidies over noinety. Ish your brother over noinety? And a lidy?’

‘No.’

Mr Vintage schuifelde naar de buitendeur.

‘Bot he could become one!’

Zodra hij het uit z’n mond hoorde vallen, wist Al dat ie onredelijk was, en hij schaamde zich, maar om Bing een job te bezorgen, wou ie om het éven wat zeggen. Het baatte niet. Mr Vintage trok de buitendeur open en glom hardvochtig.

‘Yeah,’ zei ie. ‘Me too. Good die!’

Maar op dat ogenblik ging er éen foto aan de muur open, een ampele mevrouw, ook negentig maar met beter geverfd haar, leunde beverig de winkel binnen en zei: ‘Maurice darling?’

25.

 

‘Paula?”Could you?’

Dus toch een deur. Al dook in het gat en rende zo hard als ie kon door donkere schaars van neonbuizen voorziene pijpen. Ze mondden uit in een eindeloze met duur hout beklede gang met stemmig mauve tapijt. Een opmarket superfunerarium? Hij rukte aan de deurknoppen, maar alle deuren waren op slot. Beslissingen worden altijd hoog in wolkenkrabbers genomen, dus hij kon best ergens een lift nemen tot de twaalfhonderdste verdieping, maar hij vond er geen. En al waren hier duizenden mensen in de weer met het dramatizeren van het bestaan voor het scherm, hij zag geen levende ziel. Wel hier en daar pijlen. Ze wezen in maar eén richting, met als gevolg dat ie finaal in een uitgestrekte marmeren hal in taterata-stijl stond, de hal achter die geweldige neo-Egyptische hoofdingang! Hij was binnen! Op het uiteind een balie met receptioniste. Pas nabij herkende hij de peervorm.

‘Paula’!

‘You!’

Ze keek aardig, op z’n receptionistisch.

‘Yes.’

‘Has you got an appointment?’

‘No.’

‘Interesting.’ Ze drukte op een knopje en dertig seconden later gooiden Stan en een collega Al buiten met z’n hoofd tegen de keien. Al streepte het adres door. Hij had nog meer adressen, maar z’n hoofd deed zo’n pijn dat ie geen trek meer had in systematiek.

Weet je wat, hij ging gewoon de volgende zaak binnen! Hij bleef even liggen bijkomen, stond dan op, vond z’n stok, schikte z’n kleren, liep uitputtend lang – tot bij een smaakvolle etalage. Glazen deur. Hij duwde ze open en stond in het hoofdkwartier van Royalise, de beroemde mayonise. Alom grote gouden potten mayonise, alom culinaire prijzen.

‘How many pots?’ zei de mevrouw in de overgrote pot als de weerga, trots als ze was. Royalise was dan ook zo bijzonder, herkenbaar en authentiek (xiii), zo warmhartig, zo bon chic, dé smaakmaker van de Brosselse gastronomische traditie in de wereld, een mayonise die met respect omging met mensheid, natuur en filosofische diepte

26.

 

van het bestaan. Ze stond een koelkast te vullen met grote potten.

‘Oh. Isn’t this the Royalise headquarters?’

‘It is. Bot if we can sell pots, we does. You doesn’t look happy. You didn’t boy a bad pot, did you?’

‘No. Oy’s looking for a job.’

‘Interesting. How many pots?’

‘Wouldn’t it be noice if somebody invented a new mayonise for Royalise?’

‘Very.’

‘Let’s coll it Sauce Tartare. It conquers the world and mikes Royalise twoice as big a business!’

‘Most interesting.’

Al glom. Waw, dat ging hier goed! Hij kreeg er zin in. Hij voelde z’n zelfverzekerdheid groeien. En hij vond dit allemaal uit terwijl hij er bij stond! Hij kon al bijna even goed mensen omlullen als Bing zelf. Als Bing hier nu ook nog die sauce Tartare echt uitvond was z’n broodje bij Royalise gebakken. Hij keek nu overtuigend in de ogen van mevrouw en slikte. Het was weer mevrouw Paula.

Ze reikte onder de toonbank en dertig seconden later gooiden Stan en z’n collega Al weer op de keien. Hij bleef liggen. Het was vermoeiend.

‘Poor chappie,’ zei iemand. ‘So lost.’

Al keek op.

‘So lonesome,’ zei de frikandel boven hem met veel sympathie. ‘You could do with a pair of extra large Brossels Bullets. So consoling in toimes of sorrow. And they can be here in a minute boy taxi.’

‘Boy taxi?’

‘Yes. No sweat. Taxi company’s roight here.’

‘Where?’

‘There!’

27.

 

Al liep de taxicentrale binnen. Als er ergens altijd werk te rapen en met auto’s te rijden viel, dan daar. En de staff only deur stond open. Moest waarschijnlijk open, want de hitte sloeg hem in het gezicht. Niemand. Eén grote console vol lichtjes, knopjes, bekertjes koffie, schermen en schimmelpizza – aaah, de romantiek van een ruige mannenwereld. Een wirwar van verre stemmen en op een héel groot scherm een wolk rondflitsende gele puntjes voor de drie miljoen sloicer-taxi’s in Brossels. Midden in de console een stoel waar net een massief vrouwmens op neer streek. Ze greep een microfoon en begon te mompelen. Ze had wat elegant potvisachtigs. Al begreep de indeling van de ruimte. Het moest zo om haar erin te krijgen. Hoe ironisch, de dispatcher kon nooit in een taxi. Al kon er wel een taxi in haar.

‘Excuse me, ma’m.’

Ze draaide naar hem en hij kreeg een toeval.

‘Mrs Paula!’

‘Yes.’

‘Agine! Oy’s going mad. Is you everywhere?’

Mevrouw Paula keek goedmoedig. Met een zwakke weerloze man te maken hebben leek haar te ontdooien.

‘Yeah,’ zei ze, ‘bot Oy’s got to, if Oy wonts to mike a living. Oy does the whole building. Heating, Coke automats, Royalise desk, reception, dispatching for BTC taxis, and once in a whoile a wee modelling session for Mrs Maurice. Yeah, it’s a bit motch.’

Ze drukte op een knopje en Al zag beelden van de balie, de grote mayonisepot-toonbank en talloze andere plekken in de wolkenkrabber waartussen mevrouw Paula heen en weer moest rennen. Ze keek nu droevig voor zich uit.

‘Very toiring for a lidy with varices loike me. Oy’d rather sit at home and eat oice-cream loike you, you knows.’

‘Bot isn’t there anybody else?’

‘No.’

‘How about them goys miking tension regulitor stoff opstairs?’

28.

 

‘Outsourced.”Bot whot’s insoide oll them offices then?’Paula duwde op nog een knopje en Al zag rijen snorrende computers.’Whot is they op to?”Marketing.”Poor Mrs Paula. How Oy pities you.’

Al hoorde zichzelf met verbazing en genoegen. Waar had ie eensklaps zo goed leren slijmen? En mevrouw Paula draaide met een ruk in z’n richting.

‘Does you?’

Hij knikte.

Ze brak open in een nog bredere smoile.

‘And very interesting,’ zei ie voorzichtig maar optimistisch want hij zag de toekomst stralen, ‘Oy knows somebody whot would gladly do your job instead.’

Paula zuchtte.

‘Thanks. Very koind, bot Oy’s got to mike money. Bockets. Oy can’t do without plenty of frills.’

‘You could remine at home and eat oice-cream whoile somebody else slives awhy for you here. Onofficially.’

‘No.’

‘You moight onderpie him.’

‘No.’

‘Heavily.’

‘No.’

‘You moight have him vac your house.’

‘No.’

29.

 

‘Onpide!’

‘No no no! The mine stockholder of oll them businesses in here wouldn’t agree.’

‘He wouldn’t? Whoy not?’

‘He’s got to mike a living too.’

‘You knows him?’

‘Yes. And its a she. It’s me.’

‘Ah.’

Al deed van ontzag z’n mond dicht. Soms heb je te maken met wat een normaal mens lijkt. Iemand met een lelijke neus. Met roos. Iemand die te veel eet en er zich niet van bewust is, iemand die niet weet wat asperges zijn, iemand die hooguit de afwas zou kunnen doen. En met een klap openbaart zo iemand zich als een zwaargewicht. Als éen van de angst inboezemende heersers dezer aarde.

Op de honderden onbeantwoorde oproepen van taxi’s in Brossels na was het nu doodstil in het dispatching centrum. Tenslotte zei Al nederig: ‘How about jobs elsewhere?’

Mevrouw Paula lachte.

‘Sime everywhere. Look.’

Ze drukte op weer een ander knopje en Al stond met haar als het ware boven op de A & O wolkenkrabber, duizelingwekkend hoog op de top van de wereld. De camera draaide, het bos wolkenkrabbers van BC zwaaide om Al in het ijle en de zon werd in de zee van zilveren ballen (xiv) zo’n vloed van licht dat Al ervan wiebelde.

‘Noine thousand seven hondred thirty skoyscripers.’

Paula wees met haar pink.

‘Six import-export, one supermarket, two elemental services, four technology, four couriers, foive proivate police, fifteen proivate bureaucracies, foive proivate banking, stock market and insurance.’

‘Oy knows somebody whot’s fantastic with money.’

‘Banking’s completely automatic now. Seven proivate intelligence.’

‘And somebody whot’s so intelligent, Paula.’

30.

 

‘They’s bought oll intelligence in the world ollready. Two media, a hondred sixty six outsourcing, sixty foive office snacks, a hondred noinety automition, a hondred sixty foive automition repair, a thousand two hondred fifty marketing, fifty foive marketing marketing, and seven thousand seven hondred seventy noine legal advoice.’

‘Waw. Whot a lot! Jobs galore!’

‘No. It’s loike here. One chap in each skoyscriper.’

‘Jost one?’

De moed zonk Al in de schoenen. Maar hij wou niet opgeven.

‘How about legal advoice? Innumerable skoyscripers doing it!’

‘Love, it’s jost one firm, CRMFJPSJ. They jost needs so motch spice.’

‘And thousands of goys!’

‘No.’

Paula kreunde welwillend om zoveel naïviteit.

‘No!’

‘Bot how does they do oll them phone colls then? When your debt doesn’t get pide. Colls oll die long. And oll noight. From thousands of mean keen suits, giving you hell, invoiting you to pie op or loie down and doie.’

‘No. It’ jost one goy too. And his machines. Look, if you knew they was jost machines, you wouldn’t pie op, would you?’

‘No.’

‘There you is. So they’s not gonna let you look insoide, discover the whole trick and even pie you for doing so. No. Oy’s very sorry, young man, bot Oy does not sees no job for you in Brossels.’

Al liet z’n hoofd zakken.

‘Onless,’ zei Paula en Al keek hoopvol op.

‘Onless?’

‘Onless you’s an automatition repair man. Is you?’

31.

 

‘No.”Forget it then.”No.”Forget it!”Oy can’t tike no for an answer, Paula.”Tike it or leave it, pet.’

Paula greep de microfoon en begon als een razende taxi’s instructies te geven. Die tête à tête met Al had intussen honderdduizenden taxi’s en passagiers van elkaar vervreemd, maar na een kwartier roepen was alles weer binnen de perken en Paula keek verbaasd opzij.

‘Hey, whot’s this?’

‘Uh?’

‘Still here?’

‘Yup.’

Paula keek hem onbegrijpend aan.

‘Oy’s jost gonna sit here ontil we foinds a better answer, Paula.’

‘Interesting.’

Paula reikte naar het oranje oplichtend knopje op de console en twee minuten later ging Al buiten met z’n kop tegen de keien.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

32.

Eén reactie to “01”


  1. …Check this out…

    […]you made running a blog glance[…]…

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s