Geluk geluk geluk.

Waarin …

Terwijl ze door de nacht stapten, haalde meneer Fred wat uit z’n zak, hield het tegen z’n oor en begon erin te schreeuwen. Marcel en Al keken elkaar bevreemd aan.

‘Whot’s that, Mr Fred?’ zei Marcel.

Meneer Fred hoorde hem niet.

‘Is that a phone, Mr Fred?’

Meneer Fred keek verveeld opzij.

‘Need knows no law!’ zei ie streng en hij ging verder met luide stem te telefoneren. Met luide stem, want hij moest de kanonnen overstemmen die onafgebroken bulderden in de verte. En de ambulances. Ze passeerden met gillende sirenes via het busvak, maar geen passant keek om. Niemand leek te willen weten dat er zich een tragedie voordeed.

Meneer Fred kampte intussen met vertwijfeling. Hij transpireerde onsmakelijk. Z’n oksels zagen eruit als weerkaarten. Hij probeerde kennelijk privé politie te mobilizeren.

‘Has Oy got still another credit card?’ riep ie. ‘No!’

Hij toonde z’n tanden.

‘Oh really?’

Hij lachte smalend.

‘Not enough money to pie for this koind of proivate police action, has Oy? Action over hondreds of square kilometers? Not even in an emergency? A worldwoide emergency? So you wonts the world to go onder? Hollo? Hollo?’

Hij keek woedend naar z’n telefoon.

‘Whoy,’ zei Al, ‘doesn’t we have them pie os?’

189.

 

‘Pie os? Who?’

‘Some big big firm. For exceptional exposure of its brand. On our postmen’s backs. Whoile we brively tikes on the dogs. Whot an opportunity!’

Meneer Fred keek verrast. Al was overigens zelf ook verbaasd van wat ie bedacht had. Meneer Fred grijnsde als een tuinhek. ‘Indeed! Al, that’s the gritest oidea Oy had todie!’

Hij wou bellen. Maar naar wie?

‘Moike,’ zei Al.

‘Moike!’

Natuurlijk. Meneer Fred belde de reus die de wereld voorzag van blitse duikbootvormige schoenen die grotendeels uit lucht bestonden, maar na een halve minuut zeuren lei ie z’n hand op het toestel en keek bedrukt.

‘They sighs it isn’t gonna sell more shoes.’

‘Of course it is!’

‘They ollready sells every shoe in the world.’

They’s got to minetine brand consciousness, mr Fred!’

‘And the postmen’s image is too time.’

Wat? Postbodes waren te tam? Nu ging ie te ver! De collega’s bewonderden meneer Fred. Uiterst autoritair in het postkantoor maar nu meegaand, zelfs kinderachtig meegaand met commercanten, want hij moest post en wereld redden. Akkoord, maar klakkeloos accepteren dat z’n eigen postbodes tam waren! Nee, meneer Fred! Ze keken zo bangelijk boos dat ie haastig weer naar z’n telefoon boog, maar enig gepraat en geknik later keek ie alweer sip op.

‘They wonts Moike on every dog too.’

‘Whot?’ Nog meer ergernis in de wagen.

‘Bot how is we gonna do that?’ zei Marcel.

190.

 

Onmogelijke conditie. Werd er hier met opzet met hun voeten gespeeld? Wou Moike wel een afspraak? Er stonk hier iets, maar meneer Fred vermande zich, zei ‘that’s oll roight’ in de telefoon en ‘yes yes yes thanks boye,’ deed z’n telefoon dicht en keek tevreden.

‘Gosh, Mr Fred,’ zei Marcel, ‘did you agree to Moike on every dog?’

‘Yes.’

‘Bot we’s never gonna get Moike on every one of them!’

‘Worries for liter, goys. Whot we needs now is sponsorship. They’s gonna tell os over a week.’

‘A week? We has to know now!’

‘A week’s very fast.’

‘Too lite. Let’s phone Toiger!’

Meneer Fred belde. Toiger overspoelde de wereld met te grote maar indrukwekkende broeken, jacks en zweetbanden, enorm geschikt om in te zingen en extreem gevaarlijke sport te bedrijven, dus iedere lul die dacht dat ie jong was liep erin rond.

‘Oy represents,’ zei meneer Fred onmiddellijk tegen Toiger, ‘vehemently young dog biters in spivvy blue.’ Hij kende nu de taal van het wereldje, haha, maar hij kreeg even onmiddellijk het deksel op z’n neus. Toiger was al ‘involved with a more promising party.’ Klik.

‘A more promising party? Golly, that means they sponsors the dogs!’ riep Al.

‘Of course,’ zei Marcel, ‘CWC is a Ltd.’

‘A whot?’ zei Frank.

‘A firm. So is Toiger. Firms isn’t gonna mike loife difficolt for one another! They’s oll in it for the money!’

‘And the dogs has probably ollready got hold of oll Toiger bonds,’ zei Art.

Precies. Dàarom wou Moike niet in zee met ze! Trokken ze nu al achter de schermen

191.

 

overal aan de touwtjes, de honden? Om bang van te worden.

Meneer Fred was nu ten prooi aan diepe zuchten die als het ware van zelf uit hem opstegen.

‘Mr Fred, please! Calm down! Whot is it? Whot’s the problem?’

‘Oh Oy hites this,’ zei ie, ‘bot oy sees no other why out then. Let’s phone WBC.’

‘No!’ riepen ze met z’n allen, want WBC was tyfus en cholera gelijk. Ja toch? Akkoord, er liet bij WBC (xliii) wel eens een knul je tegen de regels van de koerier in meeliften als ie je uitgeput zag rondschuifelen met je topzware posttas, maar WBC haalde wel uitermate nadrukkelijk en principieel z’n neus op voor postbodes. En waarom wel? WBC heette ‘snel en net’ maar was, wist iedere postbode, in feite pet. De stakkers wisten niet eens wat gezellig was! Zaten vol electronica. Moesten hun kak ophouden. Liepen dus extreem gespannen. Hadden nooit tijd om gebrekkigen de straat over te helpen. En die opschepperig geschilderde bestelwagens. Zeer aan je ogen. Kortom WBC de post laten sponsoren was de ultieme vernedering. ‘No no no!’

Meneer Fred belde toch met WBC.

‘Oy’s so ashimed!’ hoorden ze Art zeggen. Die begon dus op zijn beurt ook weer z’n normale zelf te worden.

‘Boh. Nobody sees this,’ zei meneer Fred. ‘Everybody’s wotching Omar and Angela at home now.’ Z’n gezicht verhelderde, want hij kreeg contact, en ze luisterden met z’n allen mee.

‘Foive hondred and sixty seven collers before you,’ zei WBC lief.

Daar konden ze jammer genoeg niet op wachten terwijl de honden de wereld overnamen.

‘NT,’ zei Marcel.

Geen slecht idee. NT (xliv) had ook een enorme vloot glimmende bestelwagens, maar in een rustiger kleur, en de service was er niet kwaad, al liep het ook daar vol van ijdele minkukels.

‘Not a bad oidea?’ zei Art. ‘Has we gone commercial? Whot koind of image of the Post

192.

 

Office is we offering? Whot’s people gonna think?’

‘Nothing,’ zei Frank, ‘since the Post Office’s been abolished.’

De bruut. Je kon hem beter wastafels laten uitbreken. Of beter nog, verstopte wc’s. Het kwam wrang aan. En hij ging nog lachen ook om duidelijk te maken dat het een kwinkslag was, maar de rest van het gezelschap zweeg teneergeslagen.

‘No,’ zei Al, ‘the Post Office has not been abolished. Hell no! It exists! And it’s gonna exist, as long as it exists for os!’

‘Indeed,’ zei meneer Fred, ‘as Oy said: it exists and it’s gonna exist as long as it exists for os!’

Bij NT wachtten er tweehonderd bellers, dus meneer Fred belde BOT. Maar ook daar blokkeerden menigten pakjesverstuurders de telefoon. Midden in de nacht. Je kon je afvragen wat die in Gods naam nu allemaal per sé versturen moesten, maar intussen liep het wel lelijk fout met de wereld! Consumenten denken klaarblijkelijk alleen aan zichzelf. Het zij zo. Meneer Fred zette een moedig gezicht op.

‘And yet,’ zei ie, ‘we goes on!’

Hij borg z’n telefoon op, zette ‘Whot we loikes most’ in, ze vielen met z’n allen meerstemmig in en marsjeerden verder naar het wenkende hoofdkwartier.

‘Tike your unique Pow Pow stirring stick,’ zei Angela, ‘and stir.’

‘Ontil it stiffens.’

‘Roight. Tike the Kike Bike King doughnut shiped superform in your left hand and with your roight one you -‘

Angela pauzeerde om het spannend te maken. Het was een verschrikkelijk nieuw concept voor choco kike en ma boog nog verder vooruit om niets te missen, maar net toen Angela zei wat ze nu deed, klonk buiten in Droid Fruits Street weer triomfantelijk hondengehuil op, zo luid dat ma Angela niet hoorde.

‘Oh no! Shot op you! Stop it!’ riep ma.

‘Eh?’ zei Angela, ‘doesn’t you loike the kike, ma?’

193.

 

‘Oy does. Very motch. No, it’s them impudent dogs. They’s been miking noise for an hour now! Whot in heaven is they op to?’

‘Well, It’s your street, ma, not moine.’

‘Roight. Pa?’

Pa lag vredevol uitgestrekt in de fauteuil naast haar. Zijn borstkast ging lichtjes op en neer. Hij was dus helemaal niet dood. ‘Pa?’

Pa bleef z’n ogen dichtknijpen.

‘Pa, go and ask them!’

Ma greep de leuning van z’n wandelfauteuil vast en schudde heftig maar pa bleef doen of ie sliep. Ma trok geërgerd het gordijn opzij, duwde het raam open en leunde zelf naar buiten. Meer buren hadden hun hoofd naar buiten gestoken.

‘Manifestition?’ vroeg meneer Sauceboat links.

‘Stroike.’

Mevrouw Morbific-Matter rechts wist altijd alles. Ze staarden met heel de straat naar de driehonderd honden die zes dik dus vijftig rijen achter elkaar krachtig van het krantenwinkeltje aan het ene eind van de straat naar de bakker aan het andere marsjeerden, allemaal hun linkerpoot gelijk vooruit en een grijs mutsje met kwastje net even scheef op hun hoofd, achter een tien rijen dik bos wit-zwarte vlaggen op hoge pieken aan. Erg geslaagd effect. Intussen huilden ze alle driehonderd in close harmony. Bangelijk.

‘Any firms gone smash?’ vroeg meneer Sauceboat.

‘Onrest in sosoiety in general,’ zei mevrouw Morbific-Matter.

‘Oh dear,’ zei ma, ‘Oy bets it’s bad for moy pension.’

‘It ollwhys is.’

‘Oh dear, oh dear.’

Meneer Sauceboat, ma en zelfs mevrouw Morbific-Matter keken angstig. Ging hun

194.

 

pensioen nog uitbetaald worden? Weduwe Worrleknobs van nog een bongalow verder had mevrouw Morbific-Matter gehoord en had zichtbaar zin om hysterisch te worden en nu het peloton honden om de hoek van de bakker verdwenen was, vormde zich op de stoep een dichte opstopping van ouden van dagen die mee bang werden, want de mens kan niet bestaan zonder pensioen. Ze gingen toch niet allemaal op hetzelfde ogenblik samen hysterisch worden en brokken maken?

‘Ma!’ riep pa. Net op tijd. Ma trok met plezier haar hoofd terug en het gordijn goed dicht. Pa had z’n ogen nu goed open maar ze was hem dankbaar want een Loive Romance Moment onderbrak juist de choco kike show op de spanningsregulator.

Is Omar gonna mike it in bed?

zei een vette-jus basstem met galm.

Or is Angela gonna domp him?

Een camera kliefde door paarlemoeren zonnelicht naar een reuze-doos voor roomkaas. Het oude BE parlement. Het beeld was onvast en korrelig en iedereen thuis wist dus: dit was echt! Dit was nu!

And does he jomp off the roof?

zei de bas,

loive and exclusive!

De camera vond nu Omar. Hij stond duizelingwekkend hoog. Gevaarlijk hoog. Wat was er met hem aan de hand? Wat had hem hierheen gevoerd? Zo onverwacht. Was dat wanhoop in z’n donkere oog? Was het dan al zo vreselijk fout gegaan in bed? En hoe precies? Details a.u.b.! Miljoenen ouwe dozen grepen op dit ogenblik angstig naar petit beurre, theepot, pil of alle drie samen bij het beeld van deze mooie man die voorgoed te pletter ging storten. De wind rukte al aan hem en links boven in beeld verscheen nu de onmogelijke glimlach van de vrouw die hem tot zulke marketingmatig interessante en pensioenhysterieverdrijvende wanhoop bracht. Ze stond net nog chocosponskoek te bakken, en over haar borsten ontrolde zich haar motto:

195.

 

In Love Oy is more Honter than Prey.

Wreed, maar roerend. Misschien had de helicopter beter eerst ingezoemd op het bed met Angela en Omar, maar wie weet kwam hun waarschijnlijk mislukte aandokken nog. Emo voor ma, wedden voor pa. De hoofden die nog naar buiten staken in Droid Fruits Street verdwenen in snel tempo. Er was al geen mens meer op straat te zien.

Keekee beet onder de canapé in Gerries salon op z’n namaakbeen en mediteerde toen z’n mobieltje ging. Eentje dat geluidloos trilde zodat Gerrie zich geen vragen hoefde te stellen over honden met een telefoon. Keekee duwde met z’n neus de ontvangstknop in.

‘Keekee?’

‘Edgar?’

‘Heard the news?’

Hij klonk buitengewoon welgezind. Uitgelaten zelfs. Stout.

‘Whot news?’

‘Kee, we’s jost tiken over the Brossels Union!’

Hij schreeuwde het in triomf en Keekee sprong bij wijze van dramatisch gebaar met z’n kop tegen de zit van de canapé, maar Gerrie merkte niks. Ze zat zich al anderhalf uur wilskrachtig te verplaatsen in haar personages. Personages? Ja, dacht ze, de dieet- en levenslessen van haar script werden best gediend met hier en daar aantrekkelijke gepersonalizeerde geënsceneerde passages. Geënsceneerd, maar zéer authentiek graag! Het begin van de scene waar ze nu al zo lang mee worstelde lukte prima. Dat ging van:

SHE

(vurig) Oh Jonathan, tike me tike me tike me!

Maar hem kon ze maar niet verder krijgen dan:

HE

(moeizaam) Oh sweetie, Oy –

196.

 

 

De hark. Ze kon het maar niet uit z’n bek krijgen. Dat pietsie tederheid. Dat allerkléinste beetje! Ze had hem al zo dikwijls anders ingevuld, maar hij wou nooit echt open gaan. Ach, ze kon er in uiterste nood nog altijd een superlesbo van maken, ja toch?

‘Keekee?’ zei Edgar, ‘Keekee? Is you still there? Sigh something! Whot’s happened, little doggie? Oy heard a bomp. Did you hort yourself?’

‘Yes.’ Keekee kronkelde van de pijn. Gelijk was ie weer verwonderd dat je in een huishouden zonder spanningsregulator en gewijd aan het hogere niet wist wat voor grootse dingen er in de wereld konden gebeuren. ‘Bot it doesn’t matter. Oy’s so happy.’

‘So is Oy.’

‘Incredible. It’s happened!’

‘It has!’

‘Where is you?’

‘Outsoide your door.’

Keekee rende zo vlug als ie kon door het salon heen de hal in en hij hoorde het nu. Het triomfantelijke getoeter van trompetten en gebons op trommen van de voorbijmarsjerende hondse harmonieën, het gulle geblaf van de massa lokale honden op het trottoir.

‘Hear ‘em,’ dacht ie geroerd, ‘oll dogs of the world,’ hij wipte omhoog, trof de schakelaar en de deur sprong open, ‘unoited in bliss.’

Daar stond ie, Edgar. Ze keken elkaar aan. Keekees ogen werden vochtig.

‘Foinally!’

‘Foinally!’

‘We’s ollwhys been superior. We’s ollwhys deserved the world. And now it’s ours.’

197.

 

‘Ours.’

De wereld was van hen! Edgar grinnikte. Hij glom zo mooi zwart.

‘Oy feels so motch droive.’

Ze stonden in de hal.

‘So motch optimism.’

Ze stonden in het salon. Hij was prachtig vandaag. Zo naakt. Geen spatje vet. Spieren. Volle elegante ballen waar het moeilijk afblijven was.

‘We’s got a brilliant future ahead of os.’

‘Ed!’

‘Kee!’

Ze lichtten allebei op van geluk geluk geluk, ze moesten die toekomst onverbiddelijk vieren en hup, voor Keekee het merkte stak Edgar z’n neus in Keekees gat en snoof. Z’n proboscis was zo vochtig, zo delicaat, zo koel en zo teder dat Keekee er dra van opgewonden stond.

‘Ed!’

‘Snowie!’

‘Big beast!’

Keekee stond weer onder de sofa. Hij kon niet verder achteruit. Maar hij had ook zin. Schroomvol zin wel. Hij wou Gerrie niet schokken.

Gelukkig was zij net éen en al concentratie.

‘Oh Jonathan!’ mompelde ze weer, ‘Tike me!’

Dan zei ze: ‘Sweetie! Oy – ‘

Ze keek kritisch.

Kee bood Ed een blik van verstandhouding, ging hem voor onder de tafel en alleen

198.

 

Gerries orthopedisch verantwoorde houten slippers waren er getuige van hoe Ed z’n knul deskundig in Keekees werkstuk duwde en geluidloos heen en weer zoefde. Hoe Keekee van passie zijn pikkie tegen Gerries been duwde en ook begon te wippen. Hoe zij niks merkte. Hoe Kee en Ed discreet hun liefde in het bijzonder en de zegetocht van het hondse ras in het algemeen beleefden onder een tafel waarbovenop op dit ogenblik een groots script ontstond. Hoe ze het uit eerbied voor de kunst bij een vluggertje hielden, seks doggie style. Pief! Climax nummer éen. Poef! Nummer twee. En paf! Daar gingen ze nog eens allebei samen, zoals het hoort bij echte liefde. En Gerrie voelde niks kleverigs aan haar been, want Keekee had net op tijd in de lucht geschoten. Er hingen alleen een paar stalactieten meer onder de tafel.

Ze hadden blaren op hun voeten, ze waren bekaf, maar ze hadden het gemaakt. Niet reglementair, want ze hadden meneer Fred de laatste kilometer moeten dragen omdat ie gedurig door z’n knieën zakte, en hij was veel zwaarder dan het toegestane maximum voor een postzak, maar niettemin.

De rest van Brossels mocht onder de knoet leven van de honden, hier vonden ze, na een moeizame tocht door vijandig gebied, toch hun eigen kleine kranige verzetshaard in de enorme sorteerzaal, hoog boven de stad, in het hoofdkwartier van de post.

De zaal trilde van ingehouden opwinding. Het sorteren was stilgevallen en honderden sorteerders zaten nu op de houten banken bij de ijskast in hun grijze stofjassen met bewondering en een dorstwerend middel in de hand te kijken hoe hun helden hun voeten zaten te weken in teilen heet zout water. Heet zout water is zo goed voor blaren! Als ervaren postbodes wisten Frank, Al, Marcel en Art even goed dat Hoog het beste dorst weert en ze dronken dus solidair mee met hun sorteercollega’s.

Deze weliswaar enorme en geenszins met die van Whammle te vergelijken sorteerzaal bevatte zoals elk lokaal in een postkantoor de gebruikelijke spanningsregulator ter verstrooiing van de medewerkers, maar hij was nu bovendien met uit andere delen van de wolkenkrabber aangesleepte apparatuur omgevormd tot een waarachtige commandopost. Het stond er nu vol tafels met telefoons, PC’s en ingewikkelde stekkerdozen om alles handig met éen greep te verbinden, wat dus niet gelukt was. Aan de muur zaten enorme schermen, bedoeld om de verspreiding van poststukken van heinde en ver door de Brosselse Unie heen

199.

 

glorieus met rode lichtjes te demonstreren voor domme bezoekers, maar nu pijnlijk geschikt om te zien hoever de honden diezelfde BU al veroverd hadden.

‘They’s everywhere!’ riep meneer Fred.

Er kwam gekreun uit al z’n openingen. Hij probeerde het stilletjes te verwerken terwijl ie in z’n lichtblauwe boxershort z’n knieën kneedde. Hij voelde groot lichamelijk en geestelijk leed en zo te zien leed de ouwe meneer Mulch naast hem even erg, hoewel zonder z’n knieën te kneden.

‘Everywhere?’ zei de voorzitter. Hij deed z’n ogen open en zuchtte. ‘They should keep out of here. Oy loikes it so motch here. So noice here. Cosy. Loike home, eh, Al?

‘It is, Mr Mulch.’

‘Oy spends oll moy toime here. Moy holidies. Oy’s got a bed in moy office.’

‘Really.’

‘Yeah. Would you loike to see it?’

‘No.’

‘Well, Oy ollwhys feels so good when Oy sees postmen sorting stoff here.’ Hij keek Al tragisch aan. ‘Bot we’s never gonna distribute mile agine, is we?’

Frank werd boos.

‘Of course we is!’

‘No, never.’

‘We is, as soon as we’s shown them dogs their plice!’

Maar als om Frank voor schut te zetten volgde er een onmetelijk luide knal die alle oogballen en tandvullingen in de zaal leek te doen springen. Frank, Marcel, Art en Al vielen uit hun teiltjes, de sorteerders gingen heen en weer met hun houten banken, hun bier spatte weg, alle electronica viel uit, gekis, vonken, gekletter van glas, PC’s, de gewone spanningsregulator, het internet, het licht, de twee hoorapparaten van Mr Mulch, heel de commandokamer met z’n reuze schermen,

200.

 

alle telefoons: het was allemaal out.

Het tochtte. Het rook naar smeulend rubber en poep. Was er iemand te hard geschrokken? Al trok zich recht, schudde het glas van zich af, stapte tussen de beekjes wit bier door en keek naar buiten. Brossels was aardedonker, op een half dozijn flikkerende vuurhaarden aan de horizon na. Achter hem klom het gezelschap dat her en der tussen de meubelstukken verspreid lag, moeizaam weer recht en probeerde dekking te zoeken achter de gelukkig vrij grote koelkast.

‘Whot was that?’

Marcel voelde onzeker aan z’n hoofd. Z’n haar stond omhoog als een cumuluswolk. ‘Did they shoot at os?’

‘Black out bomb.’ Als bijklusloodgieter had Frank verstand van vernietigende technologie. ‘You throws them on power stitions. It showers them with graphoite filaments, shortcircuits power grids and puts out oll loights.’

‘And it mikes me weep,’ zei meneer Mulch. Hij klom bevend vanonder een omgevallen tafel.

‘Black out bombs?’

‘This mess. Beer on the floor. Barefoot goys. Civiloisition’s gone onder. This is worse than the foll of Rome.’

‘Whot is, Mr Mulch?’

‘Than the foll of Napoleon, than the foll of the Brossels empoire. This is the worst of oll.’

‘Whot is?’

‘This is, the foll of the Post Office.’

Wat een mossel. Wat een loser. Hoe was die Mulch ooit voorzitter kunnen worden? Van het contrast werd meneer Fred automatisch weer wilskrachtig.

‘Whot a whoiner!’ zei ie vanachter z’n hand, ‘whot a bad apple. He’s gonna spoil the boys.’

201.

 

Te laat. De zaal zoemde al van gedisillusioneerde medewerkers.

‘The Post Office is done for!’

‘We’s going to the dogs!’

‘Oh not really!’ riep Al.

‘Oh not at oll!’ Meneer Fred sprong snel weer in z’n broek om voldoende gezag te kunnen uitoefenen.

‘Oh yes!’

‘Oh no!’

‘Oh yes!’

Gelukkig voor meneer Fred floepte de spanningsregulator weer aan in de zaal met close-ops van een diep verscheurde Omar afgewisseld met ditto’s van Angela’s gelukkig nog erg hele borsten. Ook de sorteertafels gonsden weer ijverig. Misschien was het toch geen black out bomb. Omar had het niet kunnen waar maken in bed, zo bleek uit de slechte punten die Angela hem nu gaf. Hij was er zo teneergeslagen van dat ie nog altijd van het parlement wou springen en idereen keek al sorterend weer gretig naar het scherm. Er gaat niks boven een man die in spetters valt om je zorgen te vergeten. Er was weer geruststellend, warm, écht, huiselijk drama.

Ma hield haar adem in en staarde met heel Brossels naar Omar in de dakgoot.

‘No, Omar,’ zei ze, ‘don’t! It’s too scary! Don’t jomp! Oy’d rather have pa jomp.’

Maar pa sprong niet. Hij lag trouwens niet te suffen in z’n wandelfauteuil naast ma. Hij keek helemaal qui-vive in de keuken in de reservewandelfauteuil naar het andere scherm boven het fornuis.

‘Come on, jomp!’ zei ie hoffelijk.

Maar Omar klampte zich vast en keek pa aan met een moeilijk te ontcijferen duistere blik. Was ie wel wanhopig genoeg? Of was dit een laatste dwingende zet in de liefde? Z’n haar sidderde. De wind huilde om hem heen. Nee, de turbulentie van de diverse zwarte helicopters met camera’s. Ze hingen als wespen om interessante

202.

 

zoetigheid.

‘Come on, old man!’ zei pa.

‘Is he gonna jomp or isn’t he?’ zei een stem die verschrikkelijk op die van Omar zelf leek. ‘Well, we’s gonna know soon! Put your bet in now!’

Een gigantisch bedrag flitste majestatisch aan en uit, maar het hoefde niet meer, want pa had al alles ingezet en hij had alle reden om Omar te overreden.

‘No, Omar, Oy loves you!’ riep ma in de woonkamer.

‘Oy knows, ma.’ Z’n koolzwarte ogen fixeerden haar. ‘Bot thanks anyhow. It so good to hear it from you. Oy loves you.’

‘Oy loves you too, Omar.’

En toen werd het beeld gestoord.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

203.


Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s