Fillford.

Waarin …

De honden mochten de rest van de Unie in hun greep hebben, de posttoren, de belangrijkste distributeur van papier in de wereld, ooit toch, hadden ze met rust gelaten. Met rust, nee, ja, nee, enfin, vanbinnen toch. Geen enkele hond was er komen kijken. Onbegrijpelijk! Maar misschien was de verovering ervan maar een zaak van uren.

Het personeel bleef inderwijl hartstochtelijk trouw aan z’n oude motto (xlv) en het was dus opnieuw druk: banden zoefden en medewerkers keken spanningsregulator. Dat deden ze al honderden jaren en het had hen altijd door moeilijke momenten geholpen. Buiten flikkerde de lucht boven de donkere stad als er geschut in actie kwam. Raketten huilden voorbij en wanneer ze explodeerden, rammelde de toren en vielen er weer tonnen glas uit z’n flanken te pletter op Coocleburgh. Daarna waaide de wind weer harder door de toren. Soms kon je hier, hoe hoog ook, zelfs kreten horen van mensen beneden. Er gebeurden buiten ontzettende dingen en de wereld stond waarschijnlijk op het punt te vergaan, maar geen van deze duizenden postmedewerkers keek er van op. Doordoen! Dàt was de sterkte van de Post! Niemand had dan ook gepiept toen meneer Fred en z’n redders van de mensheid hun commandokamer op deze verdieping gevestigd hadden. De sorteerders niet. Meneer Mulch niet. De raad van bestuur niet. Die zei éen keer per maand ja tegen alle punten die mevrouw de secretaresse van meneer Mulch op de agenda zette en hopelijk had ze tijd om dit punt volgende keer erop te zetten, maar nu was ze nog met vakantie. Of werkte ze maar 3/5de? In elk geval, als ze er niet was, was het gebruikelijk dat de werkelijkheid ad hoc verder deed en had het huis groot vertrouwen in het systeem waarbij de feiten zichzelf regelden.

Misschien hadden precies daardoor meneer Fred en z’n vrienden zo erg de smoor in. Want ondanks het natuurlijke gezag van meneer Fred was het op dit ogenblik wel knudde

in de commandokamer! Níks regelde er zich vanzelf! Op meer dan duizend verdiepingen maakten brieven gezellig rondjes of ze nog gedistribueerd gingen worden en fijn dat men intussen weer op de spanningsregulator kon volgen hoe

204.

 

Omar zich van kant ging maken, maar de telefoon wou niet werken, hoe Al er ook naar keek en Frank er ook mee sloeg. Internet en intranet marsjeerden niet. Verkeer per satelliet evenmin. Frank had alle apparatuur deskundig uit elkaar gehaald, hij was ten slotte specialist loodgieterij en dit was praktisch hetzelfde, en nu lag alles mooi maar weerloos (alles van waarde is weerloos) en dood in draden, moederborden en harde schijven ontleed over de vloer door de zaal gespreid. Naar de kloten.

‘Thanks, Frank.’

‘Oh Oy’s gonna put it oll together agine.’

‘Yeah.’

‘When Oy’s got toime.’

‘Yeah.’

Hoe kon je zo commanderen? Een sterke strakke organisatie uitbouwen? Alle postbodes van dit continent op éen lijn krijgen? Krachtig verzet bieden? De mensheid redden?

‘Grite!’ zei Art.

‘Grite?’ Marcel was verontwaardigd.

‘Yeah, grite. Oll informition has to go boy mile agine now. Goys, the Post Office is agine essential! We should throw black out bombs ourselves. My be the Post Office’s gonna do well onder the dogs after oll. Let’s mike a deal with them. We’s moight even get more work!’

‘More work?’

Dat had ie iets te luid gezegd. En dat voor een vooraanstaand lid van de Social Clob. Hij knipoogde nog om duidelijk te maken dat ie maar stond te gekscheren om de leiders van het verzet op te monteren. Meneer Fred (jajaja, hij!) die met z’n vuist in z’n wang in een hoekje de pest in zat te hebben, uitgeput en door al die electronische crashes gefrustreerd in z’n élan om de wereld te redden. Al die nu door het raam richting Whammle tuurde en zuchten slaakte, want hoe ver zat hij van Gerrie en hoe dichtbij zat Bing? Marcel die publiek het vuil vantussen z’n tenen wreef terwijl

205.

 

ie anders altijd zo op z’n voorkomen lette. Maar misschien probeerde hij door aandacht voor het kleine niet wanhopig te worden over het grote. Het was niettemin even goed een ontluisterend gezicht, al die uitgetrokken sokken, al die blote voeten, al die technische rommel, en Art wou gewoon weerwerk bieden aan deze beelden van vertwijfeling, maar een mens, en zeker iemand die de solidariteit met de werkende massa’s voorstaat, kan beter oppassen met humor, want kijk, er ontstond al commotie in de zaal.

‘Whot? More work?’

De jongens vergaten spanningsregulator te kijken. Sprongen ongerust op. Een bank ging omver. Wie er op zat te slapen werd wakker en keek ontzet. En uiteindelijk stond iedereen overeind. ‘More work?’

Arts glimlach verstarde.

‘That’s aginest the rules, Art,’ fluisterde Marcel.

Laten we wel wezen: niemand bij de post was tegen meer werk. Meer werk? Graag! In principe. Iedere, maar dan ook iedere postbode omhelsde de arbeidsethiek die Brossels groot had gemaakt – maar als er iets de post nu al honderden jaren deed stand houden terwijl eromheen firma’s bij honderden onder gingen in de woeste zee van de concurrentie, dan was het die heden zo zeldzame gezonde anti-commerciële instelling, die geest van samen: samen drinken, samen zingen, en ja, waarom niet, samen werken! Andere tijden? Niet op letten! De werkelijkheid riep om aanpassing? De werkelijkheid maakte je toch zelf! Of wie was er de baas? De werkelijkheid was een zaak van wilskracht en de post was er ultiem niet voor die brieven, de post was er voor de postbodes!

‘Well,’ zei Art.

Marcel wou hem afschermen, maar een golf ontdane sorteerders drong hen achteruit. Art wankelde. Op de lagere verdiepingen klonken geroffel en geschreeuw. Nieuws ging hier snel. Ook om Art heen hield het geroep niet op.

‘Keep the Post Office as it is!’

‘We works hard enough, man.’

206.

 

‘So you wonna mike a deal with the dogs?’

‘You wonna sell os?’

‘No, Oy – ‘

‘More work?’ zei Marcel. ‘Can’t believe moy ears. Did you sigh that, Art?’

‘If we heard that koind of baloney in the good old dies,’ zei Frank, ‘we’d stroike!’ Hij wou van woede dit of dat uit elkaar rukken, maar alles lag helaas al uit elkaar.

‘Stroike?’ zei iemand. ‘Good oidea!’

En voor Art het wist, zat iedereen in z’n stofjas met z’n armen over elkaar mee- dogenloos naar de sorteer- band te kijken waarop de brieven rondjes bleven draaien.

Had men niet gehoord dat de post al afgeschaft was en dat staken dus geen zin had? Wel, verstand is niet alles. Art deed z’n mond wijselijk weer dicht en zag dat het goed was. Alles goed overwogen was hij hier dé voorvechter van een verbetering van het lot van de postbode, en dat ie net zelf actie daartoe had uitgelokt kon ie alleen maar waarderen, ook al was het niet met opzet gebeurd, maar het kon nu beter ophouden.

‘No!’ zei ie, en hij liep met heel de stoet in z’n zog naar de ijskast, trok ze open

art-trekt-ijskast-open-grijswaarde-frame-70.jpg

– en deelde flessen uit.

207.

 

‘Oh no!’ zei ie, plechtig flessend uitdelend, ‘no no nonono!’

‘No?’

‘No. Of course we isn’t gonna mike deals with the dogs! And of course we isn’t gonna do more work!’

‘No. Nobody is!’ zei meneer Fred luid.

De stoet zwaaide rond en keek omhoog. Daar stond ie te gloeien boven op de sorteertafel als een radioactief standbeeld.

Zo kenden ze hem wel. Helemaal meneer Fred en hoe langer hij sprak hoe meer hij gloeide en groeide, en hoe overtuigender en luider hij klonk.

‘Nobody is, for we’s gonna keep the Post Office as it is,’ zei ie. ‘A postman’s Post Office in a postman’s world! That’s whot the world needs. That’s whot we’s gonna convince the peoples of the world to join os for. That’s whot we’s gonna foight hard for then, we, postmen and peoples of the world together, and together we’s gonna win!’

Prachtig.

Zelfs Art kon er niet tegen zijn. Applaus. Gejuich. Meneer Fred keek tevreden.

‘You bet we is!’ zei meneer Mulch.

‘Eh?’

De groep draaide zich om en staarde naar de voorzitter die door de zaal drentelde. Van een scene stelen gesproken. Meneer Fred beet ontevreden op z’n lip. Meneer Mulch? Was die al niet vertrokken? Ze hadden hem in al het gewoel niet zien zitten. Meneer Mulch schuifelde nu naar de deur.

‘Whot’s he doing here?’ zei Art.

‘And whoy isn’t he asleep?’ zei meneer Fred. ‘How come he moves so fast? Where’s he going?’

‘To Fillford,’ zei meneer Mulch.

208.

 

‘Fillford?’

‘The tension regulitor studios.’

‘Tee Ar?’ Meneer Fred kreeg ogen als hard gekookte eitjes. ‘Whot is this about?’

‘Oy’s gonna convince the peoples of the world.’

‘Convince the peoples of the world? To do whot?’

‘Ah. To foight, Fred.’

‘You?’

‘Yup. Oy’s chairman of the board, isn’t Oy? Oy’s gonna address them on the tension regulitor and cleverly tock them into resisting. Can’t have dogs tike over if they has no respect for the Post Office, can we?’

‘No.’

‘Well then.We wonts a postman’s Post Office in a postman’s world, doesn’t we?’

‘Yeah. Bot. Bot didn’t you think we’d lost the war in advance?’

‘Oh, no longer, Freddie. You’s convinced me we’s gonna win in the end.’

Meneer Mulch trok de deur open en weg was ie.

‘Oy doesn’t loike it.’

Meneer Fred zat zo breed mogelijk in de kantoorstoel van meneer Mulch. Hij had een tête à tête met Al en Art een verdieping hoger in het uitgestrekte kantoor van de voorzitter. Hij trok een la van het bureau open, bestudeerde de inhoud en keek somber.

‘My be,’ zei Art, ‘he can indeed tock the masses into solidarity.’

‘No.’ Meneer Fred gooide de la weer dicht. ‘He can’t.’

‘Whoy not?’

‘He looks too dead ollready.’

209.

 

‘So whot? Who doesn’t?’

‘You can’t look dead on the tension regulitor.’

‘He didn’t look dead todie,’ zei Al.

‘He still isn’t gonna work.’

‘Whoy?’

‘Too silly.’

‘Bot that’s whot works on the tension regulitor, Mr Fred. Silly! They oll is silly on the tension regulitor! They has to! Some of them torns out not to be silly after oll? Out they goes! It’s in their contracts! That’s the secret of soccess! They is jost loike their audience. That’s precoisely whot works. Didn’t you know?’

‘Uh. Ummm. Yeah. My be, yes, oll roight.’

Meneer Fred frunnikte in z’n oor maar dan leunde hij ver vooruit, keek serieus en zei: ‘Oll roight, Art, he’s silly enough, bot he’s too motch of a defeatist.’

‘Defeatist?’

‘Yeah. He asks the people to foight back, doesn’t he?’

‘He does.’

‘To tike back the world?’

‘Yeah.’

‘To tike back the Post Office?’

‘Yup.

‘Bot that means he’s admitting poblicly that you boys lost it, doesn’t it?’

‘Uh?’

‘Yeah, he’s sighing you boys lost the Post Office! He can’t do that! He can’t sigh the Post Office is a bonch of losers, can he?’

210.

 

‘No!’

‘No indeed, for the Post Office is an enormous soccess.’

‘Is it?’

‘Sure. Ollwhys has been.’

‘Really?’

‘Whot is Oy telling you? Soccess ollwhys starts with sighing something’s a soccess. Perception!’

‘Perception?’

‘Yep, everything’s perception! If you doesn’t sigh it, it certainly’s never gonna be! Bot sigh it, and you moves in the roight direction. Sigh it often, sigh it enough and sigh it loud! For nothing socceeds like soccess. And voice versa.’

Meneer Fred zonk tevreden op z’n stoel, maar deze krachttoer om zo snel met zoveel logische argumenten voor de dag te komen had hem uitgeput. Hij lag een poos roerloos achterover.

Ten slotte zei Al: ‘So whot would you do, Mr Fred?’

‘Umm.’ Er kwam een lichte blos over meneer Fred. ‘Oy thinks Oy’d better address the populition moyself.’

‘Oh you does?’

Ze draaiden zich met een ruk om. Meneer Mulch schuifelde tegen hoge snelheid naar z’n bureau. Hij glimlachte veronschuldigend. ‘Forgot moy pills. Oy feels a bit frantic todie. No, Mr Fred, you isn’t gonna go on the tension regulitor!’

Mr Fred bloosde nu hevig.

‘Bot Oy would expline it oll so well, Mr Mulch!’

‘Sure.’

‘Oy would be at least as silly on the tension regulitor as you, sir.’

211.

 

‘Sure.’

‘Oy wouldn’t sound defeatist at oll!’

‘No. Bot who’s -‘ Mr Mulch rommelde in z’n lade, kwam omhoog met een mooi assortiment pillen in z’n hand en keek meneer Fred aan, ‘the chairman? You or me, Freddie?’

Meneer Fred keek zurig.

Meneer Mulch vond een stoel, ging zitten, trok een ander luik open in het bureau, vond een flesje Spa, stak z’n tong uit, legde er bevend pilletjes op, haalde z’n tong naar binnen, spoelde door, en na enkele minuten begon ie te verstillen en verdoffen.

‘He’s torning into his usual self agine! About to foll asleep agine!’ fluisterde meneer Fred geestdriftig. Maar nee, daar trok meneer Mulch de telefoon naar zich toe.

‘Phone doesn’t work, Mr Mulch,’ zei meneer Fred met enig heimelijk genoegen. Ach, de voorzitter tikte evengoed een nummer in, luisterde en kreeg gehoor want dit was een speciale telefoon-voor-de-elite op een gereserveerd kanaal en dat was alweer in de lucht.

‘Dolores?’

‘Yes Mr Mulch.’

‘Gimme Pee Jee.’

‘Pee Jee?’ zei Al.

‘Tee Ar top suit.’

Helaas. Pee Jee was er niet. Alleen Mel.

‘Brilliant!’ zei Mel. ‘You addressing half a billion old sheep on the tension regulitor? Oh, brilliant, Mr Mulch! Bot some other toime.’

‘This is orgent, Mel!’

‘Of course. Bot not now. Or is this Sports?’

‘No. Oy -‘

212.

 

‘Mike-over?’

‘No, bot -‘

‘Animal Show?’

‘No, Mel, bot -‘

‘Sorry Oy’s got another loine. Thanks for colling, Mr Mulch!’

Meneer Mulch fronste naar de telefoon en meneer Fred grijnsmuilde naar z’n compagnons want dit was een afgang van hier tot daar, maar de pilletjes werkten zo te zien te goed, want niets kon meneer Mulch nog uit z’n evenwicht halen. Hij stond recht en keek het gezelschap onaangedaan aan.

‘Personal contact,’ zei ie. ‘There’s nothing loike personal contact!’

Hij schuifelde naar de deur.

‘Personal contact?’ Art, Al en meneer Fred keken elkaar vragend aan.

‘And a hearty drink,’ zei meneer Mulch en hij was weg. Ze hoorden hem op de brandtrap en daar liep ie een verdieping lager al de sorteerzaal-met-commandokamer in, zag Al door de glazen vloer.

‘Come on, goys,’ zei ie. ‘To Fillford! Let’s tock to the people, and then let’s have a drink. On the house. Oll of os. There’s nothing loike a hearty drink.’

Het zal waar geweest zijn. Meneer Mulch was oud en hij had veel ervaring. De jongens konden vanzelfsprekend evenzeer Hoog uit hun eigen ijskast drinken, maar het ging om het gebaar. Samen op stap, samen een hele avond zuipen op andermans kosten, het geeft een apart gevoel. Er steeg in de sorteerzaal luid gejuich op en de heren sorteerders stroomden als éen lichaam achter meneer Mulch aan de zaal uit terwijl ze enthoesiast het bekende strijdlied van de post zongen:

Whot lasses loikes most

Is boys from the post.

Boys from the post!

213.

 

Whot they loves without file

Is goys with hot mile.

Goys with hot mile!

For whot, dear madam

was ever better

Than that sweet letter

from your own Adam?

From your own Adam!

Madam, still better is

your grite letterbox

full of postal cocks!

Full of boys from the post!

No we does not boast

Bot there’s no service.

No service no service.

Loike service from

boys from the post!

Cocks? – In the box!

Cocks? – In the box!’

Een eeuwenoud traditioneel maar vrij cru postlied, en Al voelde enige gêne, maar nu hij de jongens met zoveel verve en in alle onschuld hoorde zingen, was ie bereid de song te beschouwen als een oprecht en waardevol volkslied. In éen twee drie was de zaal leeg, de zangers onzichtbaar en het gezang nam snel af in geluidssterkte

214.

 

terwijl meneer Mulch en vrienden met de lift afdaalden naar de parkeergarage. Hoge pieten bij de post konden via een tunnel discreet hun dienstvoertuig vanuit de garage direct de files van het Brosselse snelwegennet insturen en er zich in vastrijden, maar in z’n huidige scheikundige faze zou niets meneer Mulch kunnen tegenhouden om toch naar de sr-studio’s in Fillford te rijden. Niets.

Daar zaten ze. In dat dure kantoor van Mulch. Net genoeg volk om kaart te spelen. Al dacht dat ie natte hond rook, in elk geval iets mistroostigs. Maar het was gewoon meneer Fred. Die wist nu duidelijk van geen hout meer pijlen te snijden, maar wou zichtbaar het beeld van Sterke Man Freddie in stand houden en hij lei z’n handen manhaftig links en rechts op de leuningen van z’n stoel en zei krachtig: ‘We jost keeps going!’

Iedereen zat bewegingsloos.

‘Whoy on earth,’ zei ie dan maar, ‘does he tike them pills?’

Niemand antwoordde.

‘Oy loikes him a lot more when he sleeps.’

Niemand zei wat.

‘Does the old fogey imagine twenty tweedledoms singing behoind him is more convincing? He’s gonna fock op the post office’s image for ever! For good!’

Meneer Fred had nu onverwacht tranen in z’n ogen.

‘They can’t sing songs loike that on the tension regulitor! Whot’s folks gonna think we is? Sex miniacs?’

Marcel besefte zichtbaar de ernst van de situatie, haalde de kam uit z’n haar en zei voorzichtig: ‘My be.’

‘My be?’

‘My be you should troy to keep him from doing harm. Go with him. To steer him. Sobtly. Or to tike over. If necessary. To tock to the populition in stead of him.’

‘Yeah.’

215.

 

Dat klonk maar mat. Meneer Fred had deze suggestie met beide handen moeten aangrijpen. Had ie net niet zelf hemel en aarde bewogen om op de spanningsregulator te komen? En nu zat ie daar als op de electrische stoel. Het was gatverdamme altijd hetzelfde. Mr Mood Swing.

‘Horry and you can still hitch a roide with him in his car, Mr Fred!’

‘Yeah.’ Meneer Fred keek of ie in z’n broek gekakt had. ‘Bot this is his grite chance.’

‘Grite chance?’

‘To be fimous for half an hour. It’s now or never for him. Tomorrow he’s gonna be senoile. Or dead. He’s gotta hit the screen todie. He’s not gonna loike me if Oy tikes that awhy. Oh no. He’s gonna mess me op froightfully for a long long toime. Can’t work that into moy career planning.’

Wat een kronkelaar. En dat ie dat durfde bekennen. Maar wat wil je, hij had zich net ook serieus bevoorraad uit de ijskast. De sfeer was nu echt bedrukt, maar hee! Al had een inval!

Oy could go with him!’ riep ie. ‘Oy could help steer him!’

Meneer Freds gezicht verhelderde. Meneer Mulch die geen held kon uithangen op de spanningsregulator en iemand anders dan meneer Fred die hij er later voor klootte?

‘Yeah, good idea! You thought so too?’

Al knikte.

‘Congratulitions. You better horry! Shoite, get going, boy!’

Hoe kon Al godallemachtig meneer Mulch behoeden voor onzin als ie de mensheid toesprak? Hem subtiel bijsturen? Uit volle borst zingende sorteerders diplomatiek uit beeld houden? Zo nodig onopvollend overnemen van meneer Mulch en wat ging ie dan zelf de bevolking vertellen? Al wist het helemaal niet. Hij begreep dat ie overmoedig geweest was., maar hij kon niet meer terug. Misschien hadden ze het plan beter moeten doornemen, maar er was geen tijd. Hij rende het kantoor van meneer Mulch uit, schoot in de lift naar beneden tot in de kelderverdieping en raasde de lift uit de parkeergarage in. Hij keek hijgend rond of er in de menigte

216.

 

geblutste rode postautootjes nog een uitgerekte zwarte slee stond met getint glas en op de flanken batterijen rubberen rolletjes om zich met zo weinig mogelijk wrijving een weg door kolkende massa sloicers te banen – maar hij zag niets. Hij hoorde wel groot kabaal bij de lift achter zich. Hij keek om.

‘Frank!’

Frank grijnsde wijds. ‘Op to something interesting?’

Zoals portieren uitbreken? Dan kon Al hem geweldig goed missen, maar hij had nu geen tijd voor discussies.

‘Yeah,’ zei ie lijdzaam.

‘Oy’s going with you then. Oy needs a bit of action. Something to do with siving the Post Office, eh?’

‘Yeah, somehow, bot Mr Mulch’s car seems to have gone ollready.’

Maar dan hoorde hij gedempt stemmig gezang en hij herademde.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

217.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s