Diepe wanhoop.

Waarin …

Topdog klom uit z’n wagen en schreed door het poortje het klinkerpad op naar de Bongalow die Al zo lief was. Nog meer auto’s stopten links en rechts, portieren klapperden en een troep honden-dignitarissen haastte zich het pad op om Topdog op de voet te volgen. De voordeur van de Bongalow stond zoals bijna altijd op een kier en Topdog liep de gang in en stapte in de lift. Alles leek voor hem gereed te staan. De liftdeur sloeg dicht voor het gevolg dat dan maar de trap op rende, en de lift ging omhoog, eerste verdieping, tweede, derde – stop.

En terwijl Gerrie en mevrouw Romy met haar grote neusgaten uit hun flats gelokt door zoveel commotie op de overloop verbijsterd vanop de trap toekeken, liep Topdog wilskrachtig van de lift naar een bijzondere deur, en hij klopte aan. Tok. Tok. Tok. Hij kon trouwens niet aan de bel.

Grendels werden eén voor eén weggehaald, de deur ging zo ver open als de ketting reikte en mevrouw Vinnie keek verbaasd door de spleet de gang in. Eerst zag ze niemand, maar dan viel haar blik op Topdog, en ze keek nog verbaasder.

Topdog keek plechtig.

‘Who for is it?’ zei mevrouw Vinnie weigerachtig, ‘the bloind?’

Vanuit het gevolg op de trap steeg afkeurend gemompel op. Nee, mevrouw Vinnie was niet klaar voor Topdog en voor de glorie, en Topdog zelf keek nu ook enigermate gegeneerd, maar daar stond Keekee plotsklaps als de wiedeweerga met veel savoir-faire voor haar. Waar kwam hij vandaan? Uit haar flat?

‘Sir,’ zei ie, ‘allow me. On behalf of Mrs Vinnie Pott, the House and moyself as curitor of the House Oy welcomes you in the Imperial Doctor Pott Museum.’

Hij zei het beschaafd. Niet nadrukkelijk toeterig. Sec. Zoals het hoort. Hij zag er ook goed uit met z’n strikje. Al, die hem samen met kolonel Georges te midden van het pakket dignitarissen op de trap gadesloeg, kon niet anders dan waarderend brommen.

262.

 

‘This why, sir.’

De deur zwaaide helemaal open en Keekee ging Topdog voor, voorbij mevrouw Vinnie die een hand voor haar mond sloeg, door het halletje en de woonkamer naar de vroegere werkkamer van haar man. Maar voor ze daar waren versteef Topdog. td-verstijft-frame.jpgZ’n oog zag de foto van de dokter op het boudoir.

Topdog en de dokter keken elkaar aan.td-ontroerd-frame.jpg

‘Hey man!’ zei de dokter joviaal. Foto gewoon geprogrammeerd, maar het ontroerde Topdog zo heftig dat ie er van ging stotteren. Of kuchen. Ook de dokter begon te hoesten.

‘Asthma?’ zei Al. ‘Has they both got asthma?’

‘They’s tocking Doggish,’ zei de kolonel.

Terwijl mevrouw Vinnie vanuit het halletje en het gevolg met Al en kolonel Georges vanop de trap reikhalzend toekeken, converseerden Topdog en Doc Pott onverstaanbaar (li) maar zichtbaar getroffen. Twee grote persoonlijkheden die elkaar ooit moesten vinden hadden dat nu bij de buffetkast van mevrouw Vinnie gedaan. Mooi, zo drong langzamerhand door bij alle toeschouwers.

En toen zei er iemand: ‘Al!’

Al draaide zich om.

‘Whot is you doing here?’

‘Gerrie!’

Ze keek hem stuurs aan. ‘Who let you in?’

‘Shhht!’ riep Keekee.

“Oh, Oy dreaeaeams,’ zei dokter Pott nu en alle honden luisterden ootmoedig. Topdogs blik had een andere foto van de dokter tot actie gebracht.

‘Oy dreams’ zei de dokter bibberig, in een karretje gezeten, vervaald en vervaagd,

263.

 

en hij keek Topdog schaamteloos recht in de ogen, en Keekee, en iedere hond op de trap, en ze kregen er allemaal kippenvel van, ‘of dogs knowing whot they wonts.’

Goedkeurend gemummel op de trap.

‘Of dogs looking op to who they wonts to look op to.’

Luider gemompel.

‘Of dogs looking after who they wonts to look after.’

‘Yeah yeah yeah.’

‘Dogs looking after themselves first.’

Yeah!’

‘Dogs that are free!’

‘YEAH!’

‘Of ooooooll dogs being free.’

‘OLL DOGS FREE. YEAH! INDEED!’

‘To pee wherever they wonts to pee. Oy dreams – ‘ Krak.

De foto was stilgevallen. Ze was al tientallen jaren oud, helaas zo vermaledijd oud dat het electrische circuit erin vaak uitviel, en even was het huis stil van teleurstelling, maartd-grijpt-nr-zn-hart-kleur-frame.jpg oh, dokter Pott had genoeg gezegd om Topdog helemaal uit z’n bol te laten gaan, en toen Keekee als klap op de vuurpijl nog de deur naar de werkkamer van de dokter openduwde, de deur zelf dus van het Imperial Doctor Pott Museum, wankelde hij. Hij greep naar z’n hart. Het pakte hem. Het pakte hem zo hard. Hard hard hard. Z’n donkere mopskop stond ervan vervormd als een voetbal die maar half is opgepompt. Maar dan had hij zich weer in de hand en hij zette eerbiedig éen poot in het heiligdom. Een geur van linoleum en zure sokken woei hem tegemoet en maakte hem dronken. Ampele vlokken pluis stegen op van de luchtverplaatsing.

264.

 

Hij keek rond. Z’n ogen werden nat. In dit kippenhok, het Museum waarvan Keekee al jaren zonder dat mevrouw Vinnie er de ballen van wist conservator was, op deze plek had dokter Pott dus voor het eerst aan het nut gedacht van non-canoine DNA voor honden?

‘Yes sir.’

Hier was het allemaal in de grootste eenzaamheid opengebloeid bij dokter Pott! Z’n liefde voor de hond. Z’n drang naar een wereld die draaide zoals hij het wou. Z’n droom dat honden ooit zouden uitmunten.

‘He loiked os so motch,’ prevelde Keekee.

‘Bot whoy?’ zei Topdog. ‘Whoy?’

Dat wist Keekee niet.

‘How come he loiked os so motch?’

‘How come?’ Keekee zuchtte. Want hoeveel praktische details over en interessante anecdotes uit het leven van dokter Pott hij ook in z’n zwarte boekje genoteerd had, in laatste instantie bleef de dokter een mens. Een raadsel.

‘He was inscrutable.’

‘Inscrutable, grandad?’ zei Gerrie vrolijk vanop de trap.

td-kijkt-haar-recht-in-de-ogen-kleur-frame.jpgTopdog draaide zich met een zwiep om, staarde in haar richting en liep tik-tik-tik-tik over het parket de woonkamer en het halletje door, als door haar aangezogen, tot bij de trap, waar het gezelschap voor hem zwijgend opzij week? Hij stopte voor Gerrie. Gelukkig stond ie een aantal tredes hoger zodat hij haar recht in de ogen kon kijken zonder pijn in z’n nek te krijgen.

‘So you,’ zei ie met een krop in de keel, ‘youyou is doctor Pott’s grandchoild?’

Iedereen hield z’n adem in.

‘Yes. And that’s mom and granny over there, and they knew doctor Pott for years as

265.

 

a hosband, daddy and grandad. Not as Mr Inscrutable!’Hoorde Topdog Gerrie wel? Hij had alleen ogen voor haar.’So. So. So you’s his granddaughter?’

‘Yes.’

‘You deserves oll our admoirition.’

‘Doctor Pott!’ zei Keekee luid. Hij was geen jaren onbaatzuchtig curitor geweest van het museum om nu Gerrie alle aandacht te laten! ‘Doctor Pott deserves oll our attention as the siviour of doghood.’

‘The sisiviour of doghood’s granddaughter,’ mummelde Topdog, ‘whowhot’s your nime, young lidy?’

‘Gerrie.’

‘Gerrie!’

Topdog deed z’n ogen dicht en mijmerde. Iedereen mijmerde. Zo lang dat Al er pijn van in z’n benen kreeg. Misschien kon ie onbewust niet verteren hoeveel belangstelling Topdog had voor Gerrie. Hoe dan ook, hij ging discreet de trap af en de flat van mevrouw Romy in. De deur stond nog open. Hij ging zitten op de eerste de beste stoel, deed z’n eigen ogen dicht en hoorde alleen nog de vertrouwenwekkende tik van de Big Ben van mevrouw Romy. Verder was de Bongalow nu doodstil. Maar dan schrok Al op van gekletter. Hij veerde recht, keek het keukentje van mevrouw Romy in en zag Keekee razend rondspringen. Nog iemand die discreet de trap was afgekomen. Meneer stond een pannenlap te verscheuren. Hij schudde hem heen en weer of ie er de nek van moest breken, siste, beet en beet, maar zodra hij Als aanwezigheid voelde, hield ie op en keek Al aan met een blik of ie nu Al op zijn beurt een stuk uit z’n keel wou scheuren zodat ie dood bloedde.

‘Exercoising?’ zei Al zo schappelijk mogelijk.

Keekee bleef Al aankijken met ogen als spijkers.

‘So,’ zei Al, ‘you’s the curitor here.’

Keekee liet de pannenlap vallen. Al ging veiligheidshalve een stapje achteruit.

266.

 

Keekee had al in z’n gat gebeten. Maar hij bleef zo aardig mogelijk kijken en zei: ‘It was a unique experience.’

‘Whot was?’

‘Having a curitor boite me.’

Keekee gromde en Al ging vlug nog een stap achteruit, maar Keekee hield het gelukkig bij die ene grom.

‘Silly boy,’ zei ie, ‘ you needed a lesson. Dog territory is dog territory and you did not respect it. So Oy bit you. Out of love.’

‘Love?’

‘Yeah, love. Dogs has given the world so motch love and they expects love in retorn. Dogs deserves love! That’s Doc Pott’s message! Whot they’s been foighting for. Whot we’s gonna teach humans with a thousand diligent lessons. As Oy taught you. And here’s another message: Gerrie is moine!’

‘Gerrie is yours?’

‘Yeah. Moine. Oy owns her! Not voice versa. And as her owner, Oy tells you: sty awhy from her! And woipe that smoile off your effing fice!’

‘Sorry?’

Maar Keekees haren stonden overeind in pieken en hij beet naar Als broek en Al maakte dat ie de flat uit was.

Al deed de deur van mevrouw Romy zorgvuldig dicht en drong ‘sorry sorry’ brommend door het publiek voorzichtig de trap op tot ie met de rest van het gezelschap de flat van mevrouw Vinnie weer kon inkijken.

‘Dear, oh dear,’ fluisterde iemand naast hem en die woorden drukten de houding van ongeveer al de andere aanwezigen prima uit. Ze keken toe in een gewijde stilte, die plotseling overging in massaal gesteun van vervoering, want dit was een piekervaring om je je leven lang te herinneren: Topdog weer in het Museum, huilend, ondanks al z’n macht, openlijk, ongeremd, onbeschaamd ontroerd. Was

267.

 

hier, zag je hem denken, het hondendom geen uitverkoren volk geworden? Bedacht dokter Pott hier niet dat honden méer konden zijn dan poetshond, troetelhond, kijkhond, aandraaghond, snuffelhond en waakhond? Dat ze meer aan konden dan al die mensen? Ontdekte hij hier niet dat honden het centrum van het heelal waren? Dat ze gedreven werden door liefde en liefde waard waren?

Liefde?

Al dacht aan Gerrie. Wàar was ze getverderrie? Hij kamde het publiek nauwgezet uit met z’n ogen maar vond haar niet. Hij kon niet bedenken hoe ze zich had kunnen onttrekken aan Topdogs aandacht, maar ze was verdwenen!

‘Sorry! Sorry!’ Hij waadde op tenen trappend door het volk heen weer moeizaam naar beneden. Waar was ze?

De flat van mevrouw Romy durfde Al niet meer binnen, maar dat hoefde ook niet, want de logica was dat Gerrie in haar eigen flat te vinden was. Haar deur was evenmin op slot.

‘Gerrie? Gerrie?’

Geen Gerrie in het salon. Hij trok een deur open. Een provisiekast, maar gevuld met stenen en kristallen. Deur dicht. Hij liep langs het boudoir, en daar zag ie haar. Op een fotootje toch. Het stond er vol kiekjes van mevrouw Romy, mevrouw Vinnie, diverse glimlachende onbekende kromme ouwe knakkers – en van Gerrie zelf. Hij kon zich niet bedwingen. Hij moest het kiekje pakken en haar goed aankijken, en intussen glimlachte zij hem aan.

‘Oy loves you,’ zei ze, zo luid dat Al schrok. De kiek viel uit z’n handen.

‘Granny. Oy loves you, granny,’ zei ze, en ze bleef hem aankijken. Geprogrammeerd. Hij raapte de foto op, draaide ze om en Gerrie zweeg. Oogcontact verbroken. Maar hij hoorde haar graag. De lieverd. Hij draaide de foto weer om.

‘Oy loves you,’ zei ze, zo lief, fris en gemeend, of ze het nog nooit gezegd had. En voor ze ‘Granny’ kon toevoegen, draaide hij de foto om en ze zweeg. Ze hield nu van hem! Ze had het zelf gezegd! Affijn, dat mocht ie hopen!

‘Me too,’ zei hij. Wat was ie weemoedig. Maar hij moest voort. Hij keek goed rond,

268.

 

vond nog altijd geen Gerrie in levenden lijve, stopte de foto in z’n hemd, liep het halletje in, trok de deur open – en daar stond Topdog met z’n natte bolle oogjes en heel z’n stoet aanhangers op de mat. Allemaal even gespannen, even eerbiedig. Topdogs voorpoot zat in de lucht. Baasje wou net aankloppen. Topdog staarde Al niet-begrijpend aan. Heel de stoet trouwens. Al was even onder de indruk en hij zei wat ie altijd zei als ie zich geen raad wist:

‘Oh.’

Hij bedacht ie dat ie best beleefd kon zijn.

‘Sir?’ zei ie.

‘Gerrie!’ zei Topdog, als in een droom.

‘No, Oy’s not Gerrie.’

‘Oy wonts to see Gerrie.’

‘She isn’t in.’

Maar Topdog was in trance. Z’n dikke zwarte koppie stond er weer eens lelijk van verwrongen en het lekte. Hij hoorde Al niet en schreed, als door een tunnel, gevolgd door z’n hofhouding, of ie alweer op bedevaart was, plechtstatig het salon in, rondkijkend en diep getroffen telkens hij een getuigenis waarnam van Gerries bestaan: Gerries canapé!

‘Aaaah!’ kreunde hij.

‘Ooooooooooh!’ kreunde z’n gevolg.

Gerries buffet.

‘Aaaah!’

‘Ooooooooooh!’

Gerries Perzisch tapijt.

‘Aaaah!’

269.

 

‘Ooooooooooh!’

Het salon bulkte van getuigenissen. Oh de rijkdom aan ervaringen! En dan liep ie de keuken in met Gerries magnetron, Gerries koelkast, Gerries kruimeldief en Gerries kaasplank. Ze werden allemaal onthaald op enthoesiast gekreun, maar nog altijd geen Gerrie zelf. De beproeving! Volgelingen trokken gedienstig de deuren van bad- en slaapkamer, toilet, boudoir, kleer- en keukenkasten open, maar nog altijd geen Gerrie. Topdog leed. Maar toen iemand de enige nog niet opgetrokken deur opentrok, met name die van het borstelhok in de keuken, zat Gerrie daar op een krukje tussen de borstels!

Wou ze geen Topdog zien? Geen drukte? Eventjes bijkomen? Ze deed in elk geval of ze het gewoon was daar te zitten met haar ellebogen op haar knieën en haar hoofd in haar handen. Met plotsklaps dertig honden op hun achterste poten in haar keukentje die haar samen aankeken. Ze glimlachte en zei zo normaal mogelijk:

‘Look who’s here!’

Eenvoudige zin, maar perfect uitgebouwd en -gesproken, met diezelfde welgezinde luchtigheid als ‘Oy loves you, granny’ en Al was erg aangegrepen.

Topdog waarempel ook.

‘Yeah,’ zei ie, en dan had ie het moeilijk met z’n zieleroerselen, want hij zweeg keihard. Een halve minuut later ging z’n bek weer open en hij zei: ‘Yeah. It’s – me.’

Hij keek Gerrie aan. En auw! Al voelde zich de keel toegewrongen. Hij begreep Keekee. Z’n groene afgunst. Zag ie wat er te gebeuren stond? Ja, hij zag het!

‘Gerrie,’ zei Topdog bijna onhoorbaar.

‘Mr Topdog?’

‘Oy.’

‘Yes?’

‘Oy. Oy thinks Oy is … ‘

Topdog viel met een bons omver. Bewusteloos. Coup de foudre effect. Er ging een

270.

 

zucht van ontroering door de menigte die goed begreep wat er aan de hand was en Gerrie maakte per abuis een grimas. Ze probeerde er snel een glimlach van te maken. Gevoelens waren uitstekend. Ook bij een hond. En ze uitdrukken nog beter. Wie geestelijk wil groeien, moet ermee leren omgaan. Maar ze zat evengoed heftig verveeld met Topdogs ongevraagde publieke manifestatie ervan. Anderzijds voelde ze zich ook licht, vrolijk en gevleid en ze wierp, heel even, vanuit het borstelhok een medeplichtige blik naar Al bij de deur. Ook al had ze nooit gezocht naar succes bij een mops, Al was er toch maar mooi mee getuige van. Want wat is succes zonder getuigen? Maar Al wou alleen maar vergaan van verbijstering.

Topdog was hevig verliefd. Op Gerrie.

Ondraaglijke wetenschap. En onverantwoorde drukte in haar flat. Al kon het niet meer aan. Hij moest weg en rende al de nu lege trap op. Hij hoorde stemmen in de flat van mevrouw Romy, en aangezien alles beter was dan alleen zijn, aangezien Keekee in het keukentje van mevrouw Romy allicht nog pannenlappen stond te molesteren en Al hem nu met de nodige bitterheid gelijk kon geven, aangezien de deur toch niet op slot was, ging ie er weer naar binnen.

Niemand. Geen mevrouw Romy. Die was met mevrouw Vinnie in de flat van mevrouw Vinnie alles weer op z’n plaats aan het zetten na de ravage. Zoveel honden hadden nog even een en ander willen aanraken dat dokter Pott ook ooit had aangeraakt en nu lag alles er onderste boven. Keekee was er evenmin. Niet in woonkamer, keuken of mevrouw Romy d’r eigen bezemhok. De pannenlap was evenmin nog te vinden. Maar Omar en Angela waren wel op de spanningsregulator. Hij blauwe blazer. Zij transparante chemisier. En allebei naar de kapper geweest. Was deze Omar met z’n perfect witte tanden pas nog oorlogscorrespondent? Onvoorstelbaar. Net als dat er serieuze relationele spanningen tussen ze geweest waren. Dat Omar boven op de Caprice in de wind had gestaan om zich te pletter te storten. Want het ging over fondue en hoe vermijden dat ie niet opspat.

‘Never stir the hot oil with your finger.’ Angela keek Al ernstig aan. ‘OK?’

‘OK, Angela, bot listen! Please tell me. Can one really foll in love after one short glance?’

‘Of course!’ Angela straalde. ‘Look at os! Love is a miracle! Isn’t it, Omar?’

271.

 

Omar knikte.’Hasn’t you had that experience, Al?’ zei Angela.’Can dogs feel real love?’

‘Dogs?’ Angela fronste. Veel te moeilijke vraag voor op de spanningsregulator. Ze glimlachte welwillend en zocht met haar ogen naar Omar in de hoop dat hij raad wist. Maar op dat ogenblik zwaaide gelukkig de deur van de slaapkamer van mevrouw Romy open en Keekee kwam naar buiten. Hij had blijkbaar z’n psychische problemen proberen op te lossen met een dutje op z’n honds op mevrouw Romy’s bed of door te proberen na de pannenlap ook de bedsprei om te brengen want die lag nu zieltogend op de vloer. Ze zag eruit als een wervelkolk van losgekomen kapok.

‘Keekee?’

Keekee keek Al donker aan. Waar was dat nu goed voor? Al wou hem feitelijk dezelfde vragen stellen als Angela maar voor ie het wist deed ie wat anders en riep ie, ‘Topdog’s in love with Gerrie!’

Keekee zweeg.

‘Well?’

Keekee bleef zwijgen.

‘You loikes it? As Gerrie’s owner? Is you gonna let this pass? How about teaching Topdog a lesson? Boy killing him. KILL HIM!’

Dat laatste ontglipte hem. En hij gruwelde van zoveel bloeddorst. Foei. Maar Keekee roerde niet. Hield hij niet van bloed? Al bleef hem aankijken en per slot van rekening ging z’n bekkie toch open.

‘He’s tocked to me.’

‘So?’

Keekee zuchtte onhoorbaar. Beschaamd?

‘So?’

272.

 

‘He’s asked me to become the imperial curitor of the Imperial Doctor Pott Museum.’

Jahoor. Dat zei ie. Hij staarde voor zich uit. Het was er uit. De kamer om ze heen bleef onbeweeglijk. De lucht wemelde van miljoenen spikkeltjes stom stof, zoals waarschijnlijk het hele heelal. Al leefde met hem mee. Eigenlijk moesten ze nu collegiaal kamerbreed kotsen. Keekee. De arme kakker. Het drama van elk leven. Als hond dan wel als wat anders. Het leven is hopeloos. Het bestaat uit onmogelijke keuzes. Het gaat over liefde die altijd weer verloren gaat. Omdat het leven over macht gaat. En het leven is dan pakken wat je kunt pakken.

Gerries salon was in vredige schemer gehuld. Af en toe drong geluid van een op straat voorbijschietende sloicer naar binnen en de sofa rook heerlijk aromatherapeutisch. Keekee staarde in z’n leeggedronken kopje thee tussen de twee stapels Feeling op het tafeltje. Gerrie keek hem nieuwsgierig aan.

‘Sorry, Gerrie, if Oy ollwhys looked loike Oy could not tock.’

‘Oh, Oy loikes goys whot doesn’t tock a lot.’

Keekee glimlachte wat star, en met haar vrouwelijke vermogen tot aanvoelen wist Gerrie: deze hond zit met een ei. Een enorm ei. Dit beest is binnenin verscheurd.

‘Bot,’ zei ze meevoelend, ‘you hasn’t come to shot op, has you?’

‘Uh, eh, Oy kime jost as a good nighbour.’

‘Really?’

‘Yes.’

‘Still, you could tell me stoff, couldn’t you?’

‘Yes. No. Gerrie!’

‘Yes?’

‘Gerrie, can Oy inquoire discreetly about your disposition?’

‘Disposition?’

‘Towards Topdog. Has you got any feelings for him? Is you somehow positively

273.

 

incloined towards him? No! Don’t get mad! Don’t sigh nothing yet! You’s thinking: ‘You snooty coot, moy sentiments is moine and no man’s gonna tell a modern woman loike me whot Oy’s got to feel for him! They’s none of your business!’ Bot they is! As a good nighbour Oy knows things would torn out most fivorably for you, me and the whole world, if you did have feelings for Toppie. So please, don’t sigh ‘Let him go to hell!’ Jost white. You moight still develop them. Jost keep quoiet now.’

Gerrie zweeg dan maar.

‘He’s a dear, isn’t he?’

Gerrie zweeg.

‘He’s sweet, roight?’

Gerrie zweeg.

‘Oy could easily foll in love with him moyself.’

Hij glimlachte van links naar rechts, maar kon ie dit menen? Een estheet zijnde? Verliefd worden op pukkie met z’n gebombeerde kop, pop-op oogjes en nek vol vet? Gerrie keek Keekee aan. Hij was bekaf. Opgevreten. Maagzuur. Z’n papillon hing scheef. Ze had de indruk dat ie op het punt stond in huilen uit te barsten. Wist zij veel dat zij van hem was en niet omgekeerd. Dat ie nu hier – hoe tragisch – op de sofa geduldig tegen z’n intiemste neigingen in zwaar moest zitten werken om haar, als ie succes had, voorgoed te verliezen. En dat ie na een droog gesprekje net onder vier ogen met Topdog voor z’n leven vreesde! Of toch voor z’n positie als curitor van het Imperial Doctor Pott Museum. En hij was nog maar pas imperial curitor! Oh, wat een hond lijden kan.

Gerrie wist het niet maar ze had evengoed met hem te doen.

‘So,’ zei ze, ‘is this – a proposal? A round-about proposal, bot still, a proposal?’

‘Somehow, in a why, yes.’

‘From a big cheese whot can mike the world torn the other why bot can’t pop in, sit on his knees and put it to me himself, is it?’

Terwijl ze het zei kreeg ze een schok. Het besef dat het machtigste beest van de

274.

 

 

planeet wat met haar wou overviel haar nu pas echt. Ze werd onwel van het gewicht.

‘Ummm, yes.’ Keekee wachtte geduldig.

Gerrie greep naar haar mond. Zenuwen. Ze wou vreselijk gillen of krachtig aan haar oorlel te trekken (waarom? Stom, heh?) of, nog beter, wild zwiepen met haar haar. Maar ze deed het niet. Te wulps. Ze wist zich in bedwang te houden. Anderzijds was deze situatie uitermate interessant studiemateriaal voor de dieetvideo. Ze glimlachte.

Keekee ook. Ze glimlachte zo stralend dat de zaak wel een gelukkige ontknoping moest krijgen. Hij popelde.

‘So,’ zei ie, ‘whot does you sigh?’

‘Another tea?’

Hij dronk langzaam en zo onthecht mogelijk.

‘Pitience!’ zei ie tegen zichzelf, ‘pitience!’

‘Keekee,’ zei zij deemoedig, ‘it’s very sweet for Mr Topdog to loike me, bot Oy doesn’t know yet. Oy must think seriously about this.’

Ze keek hem aan. Hij haar.

‘He’s desperate, Gerrie.’

‘Is he?’

‘Hell he is! And most horrible accidents is gonna happen if this does not torn out roight, Oy’s afraid.’

Nou. Gerrie glimlachte. Ze was vereerd. Maar ook een beetje bang.

‘Well, Oy doesn’t sigh no yet oither, does Oy?’ zei ze vlug. Te vlug?

‘No. And hey, that’s still grite news for me to tell Topdog!’

Hij wipte van de sofa en rende naar de deur.

275.

 

Ze had er al spijt van. Hij ging dit op zijn manier interpreteren.

Al werd wakker. Van het gesnurk in het bed naast hem of van het aanhoudende getoeter van die auto buiten? Wat dan ook, hij herinnerde zich met een schok z’n diepe ongeluk. Gerrie was niet langer ontegensprekelijk van hem! Een hond wou haar. Een hond! Vroeger had je hem met een pedagogische trap onder z’n gat wijzer gemaakt, maar nu, nu was plotseling alles anders. Hij werd weer gek. Verneukt was ie door de loop der geschiedenis. De ommekeer der waarden. En met hem miljarden andere mensen. Niets was nog zeker. Nee, het was niet eerlijk.

Hij deed z’n ogen open, woedend om het gesnurk, want dat was het makkelijkste, en ja hoor, de snurker lag in X-vorm uitgespreid in z’n eigen bed naast Al maar net toen Al keek, hield ie op met snurken en glimlachte gelukzalig in z’n slaap.

Aah, die stomme glimlach bracht Al nog een schep lijden extra, maar dan herinnerde hij zich het fotootje. Hij reikte naar z’n hemd, tilde de foto uit het borstzakje, dook onder de lakens en keek Gerrie aan. Hun ogen vonden elkaar.

‘Oy loves you, ‘ zei ze.

‘Me too,’ zei hij, ‘me too!’

‘Granny,’ zei zij.

‘Whot?’ Bing zat rechtop met een slaapkop en keek reemd naar de vorm onder de dekens op het bed naast hem. ‘Whot?’

Al zoende de foto. En oh, Gerrie zoende hem zo lief, zo zoetjes terug op z’n lippen (lii). De techniek stond voor niks meer.

‘Whot’s that blinking honking?’ zei Bing wrevelig, ‘Oy can’t sleep.’

Al hoorde hem niet.

‘Shot op!’ riep Bing uit het raam. Het getoeter hield op maar ma’s telefoon begon nu dichtbij te zoemen.

Bing was nu wel hélemaal wakker.

‘Must be for me,’ zei ie opgewekt, ‘where’s the phone, Al?

276.

 

Z’n hand zocht al onder Als kussen en Al schrok ervan, hij bedacht dat Bing hem ging uitlachen omdat ie een foto lag te zoenen terwijl Bing altijd het vrouwvolk zelf zoende en om dat te voorkomen riep ie verontwaardigd: ‘Hey! Whot about moy proivacy, man?’

Maar Bing bleef maar rondtasten, dus Al gaf hem een stoot, Bing gaf hem er een terug en binnen vijf seconden lagen ze te worstelen op leven en dood.

‘Quoiet, Oy said quoiet!’ riep ma maar Al kon Bing z’n gang niet laten gaan. Wie weet was het Gerrie zelf die belde. Ze worstelden en worstelden onversaagd en uiteindelijk lukte het Al om, waarschijnlijk door de kracht der liefde, zonder Bing los te laten al kronkelend de telefoon uit z’n jas tillen. Hij drukte hem tegen z’n oor.

‘Yes?’

Georges. Vanuit z’n Saab voor de deur.

georges-in-saab-telefoneert-kleur-photogenie-frame-80.jpg

‘Now?’ riep Al. ‘Whot toime is it?’

De veters van z’n schoenen zaten nog niet vast, maar Al schoot de badkamer al uit in een proper hemd, de trap af en de deur uit. Knal. Voordeur dicht, Al weg op de geur van z’n aftershave na, maar Bing was nu op zijn beurt in de weer. Hij zocht als een gek in Als nachtkastje, in Als helft van de kleerkast, boven op de kleerkast, onder Als kussen –

277.

 

‘Ah!’Gerrie glimlachte hem aan.’Oy loves you -‘ zei ze met al haar talent.

‘You does?’ zei Bing tevreden.

‘Granny.”Fock granny.’

‘Oy loves you, granny.’

‘No, you loves me. Me! See?’

Bing zoende de foto. Belachelijk, maar niemand zag hem. Plop.

‘Whot was that, Bing?’ riep ma vanuit de verte.

‘Oh, nothing, ma.’

De North Plaza Tower werd langzaam monsterachtiger terwijl Georges de Saab door de kudde sloicers heen ernaartoe stuurde, toevallig deels volgens de route van Topdog tijdens z’n triomftocht, maar dan in omgekeerde richting. Hoe dichterbij, hoe meer de toren ze leek te gaan verpletteren. Een knots van een wolkenkrabber, de hoogste, de dikste, de logste van heel Brossels City. Begrijpelijk, want hij besloeg heel het grondvlak van de prehistorische North Plaza en die North Plaza zat nu zoals gebruikelijk bij wijze van eerbetoon aan een gelukkig lang voorbije tijd als coiffure bovenop de zeventienhonderdvijftig verdiepingen, en dat met àl de bouwsels uit die tijd als door de elementen geteisterde ornamenten erbij: het vroegere Ministerie voor Details in het Noorden, de glazen bak met die enorme verchroomde deur van de zogeheten Staatsveiligheid, verdwenen samen met de staat, het vroegere Noordstation met treinen erin die wel nergens nog naar toe konden en clusters bordelen eromheen, plus het vroegere telecomgebouw met z’n vlag hoogmoedig in de top en z’n passerelle voor hoge pieten.

Zoveel vertoon maar Georges had geen oog voor. Hij zuchtte en snoof. Z’n regenjas was net terug uit de wasserij en hij zag er zelf ook proper en patent uit maar toch

278.

 

werd ie van minuut tot minuut nerveuzer.

‘Al, where’s your toy?’

‘Toy?’

‘You can’t see Topdog without a toy! Tike moy spare one! The bow toy. In the glove compartment. And whot koind of fice is that? Loike somebody was dead. Loike you was dead yourself. Look positive! You can’t meet the ruler of the world and not look happy! Look snappier!’

‘Oy can’t.’

‘You can’t? Whoy not?’

‘Oy still hasn’t got over it.’

‘Over whot?’

‘Over how he troied to tike over Gerrie.’

‘Oh no, Al, don’t tock about that now! And please please please don’t tock about it in his fice! Troy to see him in a positive loight! He’s quoite noice, quoite a character, you knows,’ Georges giechelde, ‘if you knows him better. Did you know that, before he kime to power, he drove a cab in Murky, in Nuyorica, as an exoile?’

‘No.’

‘He did. Even dogs droives taxis there. He learnt oll his tricks there. It steeled him. Only the ruthless survoives in Nuyorica. Yep, Oy knows him quoite well. Did you know Oy studied psoychology?’

‘No.’

‘Well, as a psoychologist and friend Oy moight jost disclose Topdog’s big secret to you.’

‘His big secret?’

‘Yes sir! Oy knows whot mikes Topdog ron. He’s still a poor little poppy!’

279.

 

‘Poppy?”Mr Pott give him to Brenda at the toime. Brenda Pott. Gerrie’s aunt. Bot she dropped him into the bin! He wasn’t cute enough! Shime, she rejected him!’

‘Yeah, poor little Tops, whot a trauma, and look whot happens to the world when a vacuous cow sighs no to a doggie! He’s been troying to prove himself oll his loife – gathering power.’

‘Oh no.’

‘Oh yes. The Potts still lived in posh Extra Large then. Doc lost his fonding. Hogger-mogger behoind his back. Doc had an extremely hard head though and he went on with his work on superdogs anyhow, even if he had to sell his house and move to a cheap spot loike Whammle. Topdog moved with them and soffered extreme hardship. No first class dog food shops there. No more Gourmet Chews. No more Pet Treats. No more Pedigree Delicatessen. Jost nuggets and water from the tap. Bot he fought back. He’s still foighting. And yet he’d give the whole world awhy agine for an honest, eh – ‘

‘Fock?’

‘Kiss. Alas nobody is aware of this tragic condition humaine. ‘

‘Bot you.’

‘Yes. Bot Oy can’t really help him. Oy’s too insignificant.’

‘No, you isn’t, Georges.’

‘Well, he would never show me his, eh – deep wound.’

Ze reden een poos ingetogen voort. Nee, het leven was niet makkelijk voor belangrijke honden. De sloicers om ze heen op de boulevard hadden nu hun kruislichten aan of het nacht ging worden. Een gigantische gele plastic kip, zo’n grappig uitgerekte waar honden graag mee dollen in de tuin, maar dan enkele vierkante kilometers groot, dreef aanlokkelijk boven het land, nam het licht weg en

280.

 

hulde de stad in melancholie. Er volgde ook een massa klein-grut consumenteninformatie het verkeer. Hondencolliers, kluiven, luxueuze kooien en ontelbaar veel variaties op heerlijke hondenbrokken. Logisch. Er zaten nu veel meer honden dan mensen in de sloicers.

‘Topdog,’ zei Georges voor een rood licht, ‘is a tragic early-romantic. He’s been longing so hard for love oll his loife.’

‘Ah, love!’ Ja, wie had daar geen zin in?

‘Yeah, love. He’s been hort so terribly. He’s gonna let the world go op in flimes to woipe out the pine.’

Al zat met een schok rechtop.

‘In flimes?

Het licht sprong op groen. Georges gaf gas, knikte, en fluisterde vanachter z’n poot: ‘His mood gets so dark. So froightfully dark.’

‘Oh moy God!’

‘He listens to Wagner!’

‘Who?’

‘Symphonic music.’

‘Oh no!’

‘Oh yes!’

En Georges vertraagde voorzichtig om z’n fraaie glimmende Saab tegen niemand aan te rijden en wijdde zich dan helemaal aan Al ernstig aankijken. Alleen jammer van z’n pijp. Zat niet in z’n bek zodat ie er overheen kon kijken. Al keek op zijn beurt Georges ernstig aan. Symfonische muziek! Symptomatisch. Moeilijk te genezen. De stad zag er nu in z’n alomreikende uitgestrektheid nog donkerder en treuriger uit. Als je de consumenteninformatie voor hondenvoer kon wegdenken. Zo groots, zo trots, maar ze stond helaas voor de ondergang.

‘And yet,’ zei Georges, ‘Oy admoires him. So endearingly canoine! How Oy wishes

281.

 

he’d work for a better world, a better caninity. Not for a foinal reckoning. So Oy hopes with oll moy juices Gerrie sighs yes to him.’

Al proefde een bittere smaak in z’n mond.

‘It would be best, wouldn’t it.’

Al zei niks.

‘Wouldn’t it?’

Al zei niks.

‘Al, you must help me to mike this come true!’

Ze waren er. Ze stonden stil onder de voet van de toren met de Saab en keken omhoog. De toren was éen enorme donkere schaduw.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

282.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s