Oy loves her too motch.

Waarin …

Georges schoot door de stad.

‘To Droid Fruits Street, Al?’

‘No.’

‘No?’ Georges keek Al verbaasd opzij aan over z’n pijp. En er steeg een ringetje karameltabakdamp uit op. Hij vergat op het verkeer te letten. Sloicers toeterden.

‘No. Oy isn’t going home. Oy’s gonna vanish.’

‘Vanish?’

‘Into the orban jongle. For a whoile. Ontil Topdog’s forgotten that froightful scene.’

‘Oh no! Please Al, don’t troy to vanish! It isn’t gonna work. And Topdog never forgets. He’s gonna foind you and deal with you. Or me. You better horry and tock to Gerrie and Mr Fred as he asked you so koindly.’

Al versteef. Gerrie ompraten? Om van iemand anders te houden? Om z’n eigen ongeluk te organizeren? Nooit. Nooit. Nooit kreeg Topdog haar! Maar de gevolgen dan? Kon ie zich permitteren dat de wereld onder ging in vlammen? Nee, want Gerrie zat er ook op. En hijzelf. En alle vrienden van de post. Hij gruwelde, zich voorstellend hoe ze allemaal samen kronkelend en knapperend boven likkende vuurtjes omgetoverd werden tot grote zwartgeblakerde hammen, en dan wist ie het: ja! Ja, hij moest meneer Fred aanspreken! Maar niet om hem nader tot Topdog te brengen! Nee, meneer Fred zat zus of zo al in het verzet en Al wou er ook bij! Want de maat was vol! De grens overschreden. Als Gerrie lief moest zijn voor Topdog of heel de mensheid ging er aan, als leven onder de honden neerkwam op met z’n allen de pijp uit gaan, was de keuze eenvoudig. Weg die honden! Gedaan met dat verhaal en Al bij het verzet! Meteen!

‘Something wrong, Al?’

Kolonel Georges zat hem bedachtzaam aan te kijken.

297.

 

Al schrok op uit z’n opstandige gedachten. Misschien had ie zelfs al fout zitten kijken! Hij glimlachte gul en hondlievend om die indruk weg te wissen.

‘No,’ zei ie mild. ‘No. Where would Mr Fred have gone?’

‘To the Far South of course. To Bowl, probably.’

‘Bawl?’

‘Bowl.’

‘Boll?’

‘Bowl. Somewhere between Guitar City and Worse (lvi).’

‘So far awhy? Whoy there? Seems they hasn’t yet got asphalt roads there. Whoy Bowl?’

‘It’s the only patch of resistance left outsoide Brossels City. We found the address in the dita for the postal package good old Mr Fred eskiped in. And he’s been soighted there in a popular poblic house. So. Oy didn’t wonna tell you before. Bot now, since you’s gonna work on it – ‘

Kolonel Georges keek Al slim aan en z’n oog twinkelde.

Al zag geen mens meer op straat onderweg naar Droid Fruits Street. Wel bergen treurige bric-à-brac uit verwoeste flats, pinschers met schietgeweren en onopvallende straathonden in burger die toch duidelijk stonden uit te kijken naar mogelijke menselijke opstandelingen om ze in hun gat te bijten. En keutels, stromen keutels. Op trottoir, rijweg en zelfs vensterbank deden ze dampend kond: ‘Deze stad hoort toe aan van de Hond.’ Af en toe waren er controles en Al zette dan z’n kraag overeind en piepte of ie een extra grote hond was, maar misschien was dat alweer lachwekkend naïef van hem, en mocht ie telkens toch alleen maar door omdat ie naast Georges zat.

‘Is that you, Bing?’ riep ma van ver.

‘No, ma.’

Was ze dan potdoof nu? Al kon Bing al vanop de trap horen snurken. Hij lag weer met z’n mond open op z’n bed. De mond ging dicht en vormde het soort gelukzalige

298.

 

 

glimlach dat, vermoedde Al, het gevolg was van interactie met vrouwen. Al kon zich geen activiteit voorstellen in het postkantoor die tot dit soort glimlach leidde. Bing kwam dus niet van het postkantoor. Hij had z’n werk niét gedaan. En had hij niet gesmeekt om de andere dag postbode te mogen spelen in plaats van Al? Maar hij was niét geweest.

‘You miserable mott!’ mompelde Al.

‘Uh?’ Bing deed z’n ogen open en keek broerlief voldaan aan. ‘Al!’

‘You lizy profiteer!’

‘Sorry. Oy’s exhausted. Oy kime across something very noice.’

Al kreeg een smerige smaak in z’n mond.

‘Something very noice?’

‘Mmm.’

‘Gerrie?’

Bing zweeg maar dan wel zo uitdagend tevreden dat Al er van begon te zieden. Hij zag ook nog wat omhoogsteken onder Bings dekens, bukte en vond Gerries foto. Hij ziedde nu nog vreselijker, maar Bing glom of het allemaal niet aan hem besteed was en wou weer in slaap vallen.

‘Oll roight, mite,’ gilde Al. ‘This is it!’

Bing deed z’n ogen weer open. Hij begreep het niet helemaal. ‘This is whot?’

‘This is goodboye!’

Schokeffect. Bing zat recht. ‘Goodboye?’

‘Yeah. Goodboye, man! Oy’s leaving. Oy’s off to join the resistance in Bowl.’

‘Bawl?’

‘Bowl.’

‘Boll?’

299.

 

‘Bowl. In the Far South. Between Guitar City and Worse.”Off to join the resistance? So there is a resistance now?’

Al knikte.

‘Oh.’ Bing kalmeerde wat. Meesmuilde zelfs. ‘Who is it?’

Ja, daar had Al niet goed over nagedacht. ‘The boys?’

‘The boys?’

‘The postmen!’

‘Postmen? Poor thing!’ Bing snoof vrolijk. ‘You’s gonna get nowhere.’

‘Nowhere? Whoy not?’

‘Born bonglers! Jost give me dogs then. At least they’s efficient!’

Al slikte. Waren z’n vrienden postbodes knoeipotten? Ja, maar wel positieve! En hij nam het evengoed op z’n krachten. Iémand moest ze verdedigen. Hij probeerde cynisch te kijken.

‘Yeah,’ zei ie smalend, ‘they is. Bot Oy’d rather be an born bongler than a born tritor.’

Het werkte. Bing sprong uit z’n vel.

‘Tritor?’ Hij rukte het fotootje uit Als hand. ‘Oy’s betried nobody!’

‘No, jost keen on socking op to dogs.’

‘Look, boster, Oy ollwhys tells folks whot they loves to hear, bot no dog is ever gonna mike me think whot he wonts me to think!’

‘So whot? Whot you does, Bing, is whot matters, and you soides with Topdog. And if he has his why, oll os humans is gonna have to pop off.’

Bing haalde z’n schouders op.

‘How about her then?’ Al tikte op de foto.

300.

 

 

‘Gerrie?’

‘He’s after her.’

Brrr. Dat was wel een klap. Daar kreeg handige Harry wel een hersenbloeding van, leek het. Daar had ie voor éenmaal ook geen woorden voor.

‘He wonts me to tock her into being noice to him,’ zei Al.

Bing staarde de foto aan.

‘Oy loves you, granny,’ zei Gerrie.

‘As long as dogs has the last word,’ zei Al, ‘Topdog’s gonna wont her. So we must get rid of them, fast. Onless it’s oll roight for you she’s noice to him! In any kise, it isn’t for me! Oy loves her too motch.’

‘Aw, come on, mite. Oy loves her too motch.’

‘No, Oy loves her even more!’

‘Shot op, Al.’

‘Oy loves her with more foire than the moighty son blasts awhy in a die!’

‘So whot? With me it’s more foire than the son blasts awhy in a month!’

‘Me in a year!’

‘No, moy love for her flimes loike oll stars in the milky why together!’

Al was woedend, want wat kon er getuigen van nog grotere liefde? En Bing was nog lang niet klaar:

‘No!’ riep ie, ‘it’s loike a black hole devoring billions of galaxies.’

Al wankelde.

‘And,’ zei Bing, ‘the stoff pops out at the backsoide of moy black hole in the shipe of a doimond ring. A ring as big as the whole universe.’

Hij keek Al tevreden aan, maar Al had zich al hersteld. Hij kon alleen maar met z’n

301.

 

hoofd schudden. Overdreven. Wat een slechte smaak. Maar niks aan te doen, Bing was altijd al Mr Vlot. Met z’n grote mond dan.

‘OK,’ zei ie, ‘let’s stop this, Bing. Please. Oy sighs let Gerrie pick the winner. Bot first we’s gonna foind them dogs and kick their asses!’

‘Good oidea. You go ahead. Oy’s too toired. Oy needs a good nap now.’

Hij deed z’n ogen dicht en sliep.

Al keek naar de figuur die daar lag te pitten met z’n neus in de lucht. Hij kon er zelfs twee witte plukjes haar zien in zitten. Hij wou zich ontzettend ergeren, want wat was dàt weer voor een houding? Altijd anderen de kastanjes uit het vuur laten halen. Jongens! Maar hij had haast. Bowl was duizenden kilometers ver, en als ie op tijd wou komen, moest ie voortmaken. En, viel hem tot z’n genoegen in, dat Bing thuis bleef kwam per slot van rekening goed uit. Al zou alleen de held zijn in Bowl. En vrouwen hielden van helden. Niet van slaapkoppen. Toch volgens zijn informatie.

Zodra hij de deurknop vast had, overviel hem evenwel een andere zorg. Minutenlang stond ie verwikkeld in innerlijke strijd, en finaal draaide hij toch weer om.

‘Bing?’

‘Yeah?’ Bing bleef lekker doorslapen. Meneer praatte ook vlot of ie nu sliep of niet. Hij was zelfs coulant op automatische piloot.

‘Would you look after Gerrie whoile Oy’s gone? As long as Oy’s foighting for her?’

‘Gladly.’

‘Promised?’

‘Roight awhy!’

‘Thanks.’

‘Oh, the pleasure is oll moine.’

302.

 

Al wou weer weg, maar er flikkerde nog wat in Bings hand. Gerries foto. Die ging anders toch weldadig werken op het slagveld. Al wou ze vlug afpakken, maar hoe krachtig ie ook sliep, Bing trok telkens net op tijd z’n hand weg. Hoe Al ook worstelde, wrong, rukte en sloeg, Bing sliep rustig door maar liet zich de foto niet afpakken. Al liep driftig de gang in zonder.

‘Is that you, Bing?’

‘No, ma.’

Ma zat in het salon in haar fauteuil al breiend enthoesiast Angela’s benen te studeren. Angela daalde geheel in parels gepaneerd met Zizi-Jeanmairebenen op de maat van de muziek triomfantelijk een eindeloze trap af in een woud van nog meer benen en veren. Angela straalde naar Al, maar ze kon wat Al betreft de pot op.

‘Ma.’

‘Yes?’

‘Oy’s going to the war.’

‘So?’

‘Oy would loike to sigh goodboye.’

‘Foine, boy. Close the door.’

Al stak z’n kop de keuken in en kuchte, maar pa sprong net juichend naar de ijskast (Al wist niet dat pa zelf nog kon lopen), omhelste ze en riep: ‘The dogs has won! Wow! Omar! Omar!’

‘Yes,’ zei Omar, ‘whot’s op, pa?’

‘Oy gets ten millions bolls!’

‘Sorry. Too fast, pa.’

‘Fast?’

‘The battle isn’t over yet.’

303.

 

En woesj, Omar en the Lite Bet flitsten weg en Angela daalde ook in de keuken in parels de trap af met de honderd andere showbenen. Pa bonsde op de spanningsregulator, maar fysiek geweld kon niet verhelpen dat de oorlog met de honden al te banaal geworden was om nog genoeg publiek te trekken. Angela bleef de trap afkomen.

‘Pa!’

Pa draaide en keek verstoord naar Al in de deur.

‘Oy’s leaving,’

‘Please do.’

‘Oy’s gonna be gone for a long toime.’

‘Grite. Beat it. Oy must tock to Omar now. Angela, where is he?’

Al liep al het gangetje door.

Voor ie zich in het laatste gevecht gooide had Al recht op z’n allerlaatste troost, bedacht ie bij het hekje. Hij dorstte naar troost. En met laatste troost bedoelde hij een tastbare blijk van liefde. Ja, dàt had ie nu zo vreselijk nodig: liefde! En de Citroën, maar die zag ie nergens, dus hij moest te voet naar Gerrie. Vooruit dan maar.

Wist Gerrie wat er met de wereld te gebeuren stond? Dat dit hun laatste kans was? De gekrompen dames met zakken vol baguettes die voorbijsukkelden, zo te zien niet. Boven de straat hing het licht van een vreemde kalme dag. Iedereen ging z’n gewone gang. Kerels in overolls in putten in het trottoir maakten deskundig verbindingen stuk. Een tuinman hield z’n kop scheef en luisterde of het gras nog groeide. Oudjes werden aangereden. Allemaal of er geen honden aan macht waren in BC. Wel, Al zou Gerrie zelf de waarheid vertellen.

Hij had een pakkend afscheid voor ogen, waarbij Gerrie de ernst van de situatie goed doorkreeg en erg innig met hem was. Misschien zou ie haar nooit meer zien, dus ze kon hem beter goed omhelzen en exceptioneel happy doen voelen.

Hij stond in Loilac Line. Bek af, maar dat mocht. Het was voor het goede doel. De

304.

 

 

buitendeur was weer niet op slot en hij liep de Bongalow in, de trap op, klopte op de Deur, zo veel persoonlijker dan aanbellen, en wachtte al verblijd op lichte meisjesachtige stappen, op het openzwaaien van de deur, op Gerrie die hem ziet, onmiddellijk fijn meevoelt, ‘Al!’ roept en haar boezem teder tegen z’n gezicht drukt, maar hij hoorde geen meisjesachtige stappen. Alleen vaag gemompel. Nu, hij moest snel ten strijde of de wereld ging ten onder. Ook Gerries flat was nooit echt op slot, dus hij duwde en de deur schoot open.

Hij viel mee naar binnen, en oh, wat een pijnlijke ontdekking!

‘Gerrie!’

Ze zat op de canapé te huilen. Aanvaardbaar, zelfs bevorderlijk voor z’n intenties, maar onverteerbaar, tot kosmische razernij aanzettend was dat ze in Bings armen lag.

‘Oh Al! Oh Al!’ Snik snik. ‘Oh Al!

‘Gerrie!’

‘Al, Oy -‘

Dat opportunistische valse beest van een Bing zat al afscheid te nemen of hij Al was!

‘My be we’s never ever gonna see one another agine,’ zei ie, ‘so – ‘

‘Yes.’

‘So – ‘

Yes Al!’

En daar zoende ze hem innig, en hij maar meezoenen. Tongzoenen, mensen toch. En wat deed z’n hand? En de hare? Dit was te bar. Normaal, volgens de afspraken die al jaren tussen Al en Bing golden, had Al zich nu snel hebben moeten terugtrekken om de zogezegd lucratieve illusie van ‘we spelen allebei Al’ in stand te houden. Maar hij kon zich niet meer inhouden. Stel je voor: nu Gerrie voor een keer aan het zoenen was, zoende ze de verkeerde! En hadden hij en Bing niet afgesproken haar te laten kiezen? Bing speelde niet eerlijk!

305.

 

Al liep kordaat de kamer door, om het salontafeltje heen, ging in het hoekje van de canapé zitten dat nog vrij was, en grijnsde Gerrie aan over Bings schouder.

Even had ze het nog te druk met Bings tong te proeven, maar dan kreeg ze hem in het oog, verstarde, trok zich (zzzup) los van Bing en staarde nu beurtelings naar Al en naar Bing. Heen en weer. In de war. Ontdaan.

‘Who is this, Al?’

‘Oh, him?’ zei Bing op een bedarende joviale toon, ‘that’s – ‘

Mr Vlot wou weer zo wat uit z’n duim zuigen, maar vond niet snel genoeg de gebruikelijke geloofwaardige onzin, dus hij hield het maar op een onduidelijke glimlach, ‘eh – ‘

‘Gerrie, Oy is Al,’ zei Al.

‘You – ?’

Hij knikte. Het werkte heel therapeutisch. Haar blik werd star. Haar mooie hoofdje ging heen en weer van links naar rechts en van rechts naar links, of ze het te druk had met verwerken om op de bewegingen ervan te letten. Dan hield het zwaaien weer op.

‘Bot. Bot. Bot who is you then?’ Gerrie keek Bing aan. Ze lag nog altijd in z’n armen.

‘Moy oh moy, this is tricky. The easiest thing, Gerrie,’ zei Bing, ‘is let’s forget this. Al, go awhy! You’s never been here!’

‘So he is Al? He’s Al!’

‘Oy’s Al,’ zei Bing.

‘No. Oy’s Al!’ zei Al.

‘OK, he’s Al,’ zei Bing, ‘bot Oy’s ollso Al. Oy’s even better as Al.’

‘Oy’s the original Al,’ zei Al, ‘the genuine Al.’

‘Yeah, loike me. We’s perfectly the sime. Bot who’s the most attentive Al?’ zei Bing.

306.

 

‘Who was here to console you, Gerrie? Ah! So Al, go awhy, and close the door! Gerrie, forget him.’

‘No,’ Gerrie ontdeed zich van Bings armen. ‘So there’s two Als?’

Al en Bing zwegen.

‘Brothers?’

Stilte.

‘Twins?’

Stilte.

‘So you’s been miking a fool of me, both of you, has you?’

Ze stond met een ruk op, keek Al en Bing scherp aan, van streek als ze was, en liep het keukentje in.

‘Gerrie! Gerrie!’ Al liep haar na.

Ze stond voor het fornuis met haar armen gekruist en staarde voor zich uit.

‘Gerrie?’

Ze greep de sauspan op het fornuis bij de steel. Ze begon te snikken met die nuchtere, gevoelloze ijzeren sauspan in haar hand. Ja, als zo’n situatie je hart niet brak, wat dan wel?

‘Gerrie,’ zei ie geroerd en hij wou z’n handen op haar schoudersgerrie-slaat-al-met-de-pan-pijn-kleur-photogenie-frame.jpg leggen om haar te troosten, maar ze draaide zich al om en keek hem aan met vlammende ogen.

‘Loiar!’ Ze sloeg de sauspan tegen z’n hoofd.

‘Bot – ‘

‘Loiar!’ Nog een klap.

‘Bot Oy didn’t loie, Gerrie!’

307.

 

Ze rende het salon in, riep ‘Loiar!’ en sloeg met de pan naar Bing. Logisch, Bing was de leugenaar.’Loiar! Oy doesn’t wonna see you agine!’

Bing was handiger, week uit en ze miste. Hij nam de boodschap ook serieus, want hij was al recht, vond de deur van de flat en was ervandoor. Al bleef over. Hij voelde zich diep geroerd. Uitverkoren. Enig voorwerp van haar woede. Ze sloeg hem links en ze sloeg hem rechts, links, rechts, maar hij liet haar nu graag slaan, haar van wie hij zoveel hield, haar met wie hij nu helemaal alleen was, eigenlijk erg intiem en pakkend dus, en hij kon nu ook uitleggen wie de foute Al was en wie de goeie. Prima allemaal. Ze sloeg tot ze er moe van werd en er maar mee op hield. Of, dacht Al hoopvol, ze voelde zoveel medelijden met hem dat ze spijt kreeg. Ze rende het keukentje in, zette de pan op het fornuis, kwam terug, liet zich in de canapé tegen hem vallen en ging weer een potje zitten janken. Ze keek hem aan.

‘Does it hort?’

gerrie-slaat-al-met-de-pan-glimach-kleur-photogenie-frame.jpgZ’n hoofd zat vol builen. Z’n weinige haar vol saus. Hij glimlachte. ‘No.’

‘Don’t loie to me, bastard!’

‘OK, it horts.’

Ze huilden allebei. Ach, liefde!

Ach Gerrie! In haar badkamer mogen toeven! Haar heerlijke vingers! Schuim spatte royaal over ze heen en even zagen ze elkaar niet meer, en voelden ze elkaar alleen maar. Maar ze schrobde nog altijd z’n kop, zo dichtbij dat ie haar zoete adem op z’n wimpers voelde. Oh het geluk door haar ontsausd te worden!

Maar dan was het helaas voorbij, wreef ze hem vol Dettol en plakte een krans pleisters om hem heen. Hij gaf geen kik. Hij liet graag gebeuren. Ze kamde hem, keek hem ernstig aan en zei: ‘Is you Al?’

‘Oy is.’

308.

 

 

‘How can Oy be sure?’

‘Would Oy let you beat me to mosh if Oy wasn’t?’

‘No. Who’s the other one?’

‘Bing. Twin brother. Not bad. Jost a wee wee bit nasty. Jost loikes to tike advantage of good girls, jost enjoys himself when it oll ends in tears and tantroms – bot Oy,’ hij aarzelde, en nog voor ie zei wat hem binnenviel had ie al een krop in z’n keel, ‘Oy really loves you, Gerrie. Even without french kisses. Bot more with some.’

Dat kwam goed aan, zag Al tot z’n voldoening. Ze keek hem vertederd aan, en hij was weer verbaasd over z’n eigen welsprekendheid. Een kwestie van situaties misschien waarin je vanzelf jezelf werd. Dan zei je zulke dingen ook vanzelf. Bij wastafels bijvoorbeeld. Hij ging zich toeleggen op zulke situaties.

Ze keek hem langoureus aan. ‘So Oy was beating the good Al?’

Ze wou het goed maken. Ze legde haar armen om z’n heupen, goed teken, dacht ie en hij deed z’n ogen dicht en leunde alvast naar voren.

‘So that’s how oll them shifts in moods and attitudes could happen?’

Hij knikte.

‘One jolly bot not quoite trostworthy clever Al and another clomsy honest idiot one.’

Hij knikte. Op dat moment ging de deur van de badkamer open en het hoofd van de vrolijke maar niet helemaal te betrouwen slimme tweelingbroer verscheen.

‘Hoi,’ zei ie.

‘Bing!’ riep Gerrie. Ze klonk toch alweer niet gecharmeerd? Al deed z’n ogen maar weer open en zuchtte vertwijfeld.

‘No. No Bing. It’s Al,’ zei Bing welgezind, ‘for Oy’s given this thing a good think and – ‘

‘Bing!’ riep Al.

‘Al!’ riep Bing.

309.

 

‘Not agine!’ riep Al. ‘Oy is Al!”Well, me too, once in a whoile.’

Jaren was het zo gegaan, maar nu was Als geduld op. Gerrie keek naar hèm. En dit was een situatie waarin ie zichzelf kon zijn, dus hij gooide zich op Bing. Hij mocht toch wel éven schuimbekken? Gerrie schreeuwde ‘No!’ maar ze rolden evenzeer al te midden van crashende meubels de badkamer uit, door het salon, de keuken in, de keuken uit, door het salon, het halletje door waar Carlos weer omsloeg en kapot viel, het trappenhuis in, de trap af, de trap op, nog hoger de trap op, terwijl Gerrie ‘No!’ gillend achter ze aan bleef lopen, en toen mevrouw Romy boven op de overloop de deur opentrok om te kijken wat al dat onfatsoenlijke geroffel betekende, rolden ze haar salon in, waar mevrouw Romy ze met behulp van een deegrol tot stilstand bracht. Daar lagen ze, half bewusteloos, maar nog altijd verenigd in een krachtige wederzijdse wurggreep. Zo goed als een Siamese tweeling.

‘Fools!’ riep Gerrie.

‘Fools?’ Al en Bing lieten elkaars strot verontwaardigd los.

‘Yeah, fools,’ zei mevrouw Romy met tranen in de ogen. ‘Look at moy ficus!’

‘Fools!’ zei Gerrie, ‘worse than dogs. Sive your energy for a better cause.’

‘Indeed’ snikte mevrouw Romy vanachter haar zakdoek. ‘Them dogs!’

‘Yeah, foight them dogs!’ zei Gerrie.

‘Foight them dogs? Oh really?’ zei Bing, ‘Whot’s wrong with them? Didn’t your dear Doc Pott torn them into whot they is now?’

Hij deed z’n mond snel weer dicht want mevrouw Romy hief de deegrol. De vraag deed pijn. Was dokter Pott niet mevrouw Romy’s ouwe heer? En Gerries opa? Waarom zei Bing zo iets stoms? Meneer Communicatie! Te weinig zuurstof van het gewurg? Al keek hem afkeurend aan en Gerrie nam mevrouw Romy troostend in haar armen. Mevrouw Romy had, zag je, al vaak en lang geworsteld met deze moeilijke vraag.

‘Of course,’ zei ze, ‘Dad loiked dogs.’

310.

 

‘He did,’ zei Gerrie, ‘bot Oy isn’t gonna mike love to a pog. A pog with worts! A thing no hoighter than and as thick as the poof in moy drawing-room! No, goys, Oy’s gonna choose moy boy moyself!’

Al en Bing knikten. Mompelden unisono. Ja, daar waren het volmonds mee eens.

‘So,’ zei Bing, ‘who’s your boy then, Gerrie?’

Gerrie was even uit balans. ‘Whoy does you ask?’

‘Well, you could choose him roight now. Is it Al or is it me?’

‘Come on, Bing,’ zei Al, ‘you can’t ask that.’

‘Of course Oy can. How about it, Gerrie?’

Gerrie keek weg. Aarzeling? Twijfel? Vond ze de vraag totaal ongepast? Had ze zin in geén van deze labbekakken en wou ze ze niet gelijk voor schut zetten?

‘How about some tea?’ zei mevrouw Romy humaan.

‘Thanks, ma’m,’ zei Bing, ‘bot let’s stick to the sobject!’

Ts! Moeilijk moment. Gelukkig leidde op dat ogenblik een stoppelbaard de aandacht af door uitgeput de kamer in te tuimelen.

‘Wotch out!’ riep Gerrie.

‘No!’ riep mevrouw Romy.

‘Hey, you can’t come in loike that!’ riep Gerrie, maar desondanks en niettegenstaande de deegrol van mevrouw Romy viel ie met alle gemak pardoes in zwijm voor de voeten van het gezelschap. De deur naar de overloop stond nog open, ja wat wil je dan dat er gebeurt?

Daar lag ie, op het Perzische tapijt. Er was al zoveel kapot dat de man gelukkig niets bijkomends verpletterd had in z’n val, maar mevrouw Romy keek evengoed onbehaaglijk in de richting van het lichaam. Ze hield van aandacht, ze werd graag benaderd, van opzij, van voren en van achteren, kortom van alle kanten, maar deze man had in tijden geen deodorant gebruikt. Hij stonk uit diverse gaten.

311.

 

‘Who’s this? Still another Al?’art-met-stoppelbaard-kleur-photogenie-frame.jpg‘Oh no, Ma’m!”A tramp, then?’

Nee natuurlijk niet, waar was z’n kartonnen doos? Al zeeg neer, draaide de kerel om en schrok.

‘Art!’

Art deed z’n ogen open en glimlachte, maar de glimlach bestierf hem op de lippen zodra hij Al én Bing zag. De arme drommel was onvoldoende uitgeput om niet in hoge mate verward te zijn.

‘Two Als? Two Als?’ riep ie.

‘Yes!’ riep Bing.

‘No!’ riep Al.

Enzovoort. Ze riepen door elkaar, maar Art klom langzaam recht, viel op het bankstel en riep: ‘OK boys!’

Ze zwegen.

‘Now Oy onderstands. Oll them fonny changes at the post office in Whammle. Twins, eh? Sorry boys, bot Oy’s got no room left for shoite now. We needs solidarity. Every hand avilable. There’s so few postmen left. Real ones. Go-getters. So whoever is the real Al, Oy begs you, please, in the nime of the few loyal post office goys left over, come and help os block Topdog’s last move to get hold of whole world.’

‘His last move?’

‘Yes. The count-down to the foinal battle is on at this very moment.’

‘Where?’

‘The Far South. The Plines of Bowl. Never seen a picture post card of it? No asphalt roads. Niture oll over the plice. Quoite beautiful.’

312.

 

Ach. Oud nieuws, maar Al wou het effect niet bederven, want had Art zich geen dagen lang niet gewassen om het hen snel te kunnen vertellen? Wat een idealist! Dus hij knikte of ie uitermate geïnteresseerd was.

‘So you’s Al?’ zei Art.

Al knikte. ‘And that’s Bing.’

‘No, Oy’s Al.’

‘No, you’s Bing.’

‘Oy’s not.’

‘OK,’ riep Art, ‘shot OP!’

Ze zwegen. Art keek Al in de ogen.

‘Al, is you coming?’

Nou, en of. Al wou zo al naar Bowl, hij zat hier toch om afscheid te nemen van Gerrie, of niet soms? Maar nu plechtig ja zeggen kon mooi zijn, tenminste als Gerrie hem goed kon horen. Hij nam z’n aanloop en deed z’n mond goed open, maar Art keek jammer genoeg al naar Bing.

‘How about you, Bing?’

Bing hield zijn mond zorgvuldig dicht.

‘We needs everybody,’ zei Art.

Bings oogjes gingen heen en weer.

‘They needs heroes,’ zei Al.

Bing beet niet. Ach, hij wou gewoon thuis blijven. Met Al ver van huis, ging Gerrie zich zo alleen voelen, en iémand moest haar troosten. Ja toch?

‘My be Oy is mad to hope and to insist,’ zei Art, ‘bot somebody has to do it! Somebody has to stop Topdog!’

313.

 

‘Roight!’ riep Al. ‘Or does we wont Gerrie to have to mike love to Topdog, Bing?’

Hij wachtte het antwoord niet af, stond recht en liep kordaat naar de deur. Hij wist zeker dat ie nu een goeie beurt maakte. Hij keek dus nog even om in de deur naar Gerrie om van het effect te genieten, maar wat moest ie haar nu zeggen?

Ze keek hem vragend aan. ‘Al?’

‘Eh. Wotch out for Topdog!’

‘Sure.’

‘Can’t trost him.’

‘No.’

‘He jost wonts sex. Animal sex.’

‘Oy knows.’

Ze klonk wat sec. Blasé? Begrijpelijk. Hoeveel moves van Topdog had ze al niet meegemaakt? ‘Oy loikes you more, Al,’ zei ze snel.

‘Really?’

‘Yeah.’

En eensklaps veerde ze op en het volgende ogenblik lag ze op de overloop in z’n armen, klaar voor een grondige zoen. Ooooh! Aaaah. Oeh. Zo diep had ie nog nooit gezoend. Mevrouw Romy en Art keken discreet de andere kant uit. Al bleef ze heel fijngevoelig wurmen. Het was dus mogelijk om beschaving en passie te verzoenen. Ontroerend afscheid. Goed toch dat zij als vrouw weer beter had aangevoeld dan Al hoe het moest, waar het op aankwam, wat ze moest zeggen:’Oy loikes you more, Al,’ want Al zelf, meneer Harkmans in persoon was weer helemaal de foute kant uitgegaan met die ‘animal sex’. Animal sex! Ja wat! Dat zeg je toch niet. Zeker niet in een net salon. Zo nam je toch geen afscheid!

Een kuch. Bing stond ook al op de overloop. Of het zijn beurt was. En blijkbaar was Gerrie in een uitermate gulle inclusieve bui, want ze greep ook hem nu vast en zoende hem op zijn beurt op z’n mond.

314.

 

‘Boye Gerrie,’ zei Al bijna onhoorbaar achter ze terwijl Bing niet het minste verzet bood. Integendeel. Al was z’n evenwicht kwijt en z’n vermogen tot onderscheid tussen echt en onecht, en hij zag Bing nu onheilspellend vast aan Gerrie zitten, en maar krachtig kussen, maar hij kon het niet helpen dat ie zich toch erg tevreden voelde.

‘How about a last cop of tea, Al?’ riep Mevrouw Romy nog. Misschien zag ze een geschikte schoonzoon in hem, maar Al liep al het trapje af. Dat Bing ook nog mocht kon hem niet meer schelen. Poe. Big deal. Hij wist dat Gerrie alleen van hem hield. Hij snoof van geluk in der haast nog de vaste trapgeur op, die delicate mix van creosoot en boenwas en hij was er even weemoedig van, want misschien rook ie hem voor het laatst. En toen was ie weg.

‘Whot?’ zei kolonel Katia.

Zij en Georges zaten gezellig in de Saab. Ze had vandaag vrij en Al gedurig volgen was niet haar ding, maar het bleef interessant en romantisch, zeker indien Georges haar intussen al surveillerend om het half uur een goeie beurt gaf. Ze hielden de Bongalow in het oog, en net kwam Art buiten, en toen Al. En toen nog éens Al!

Two Als?’

Ze zat verbijsterd. Niet om Art. Art mocht vrij bewegen zolang de CIA maar wist waar ie bewoog. Kon ie de laatste haarden van verzet aanwijzen. Evenmin om Al. Ontsnapt uit Georges’ Saab en Georges had hem graag laten lopen en doen volgen. Maar twée Als?

‘A second Al? Oy didn’t see him go in!’

Georges muilde. Nee. Toen had ze het druk met hem.

‘Where did he come from? Who is he?’

‘Twin brother.’

‘Twin brother? You knew? Whoy didn’t you tell me?’

Ze werd draaiering van wantrouwen. Met welke Al had ze toen geslapen? Had ze zich dan zelf voor de gek laten houden?

315.

 

‘How could you!’Georges vergat te grijnzen. ‘Oy thought Oy’d better keep it quoiet, Kitie.”Out!’

‘Out?’

‘Get that dick out of me!’

Hij trok hem er met tegenzin uit. Ze was woedend. En hij leed. Het waren zo al zulke donkere tijden voor een begaafd dier: liefde, carrière, hondendom, je werd gek als je er durfde over nadenken. En aan wie kon ie wat kwijt? Alleen aan haar. Hij mocht haar niet tegen zich innemen.

‘Sorry, Kitie. So sorry, girl.’

‘Sorry yourself, idiot!’

‘Oy needs you, Kity. Please hit me! Please!’

Ze gaf hem een klap op z’n ballen waar ie een halve minuut van jankte, en toen waren ze weer vrienden.

‘Thanks, Kitie.’

‘Whoy on earth didn’t you tell me?’

‘Oy couldn’t. Couldn’t tell anybody, could Oy? How could Oy tell the hotshots at the top? Oy didn’t see moyself there was two Als at first. And liter Oy couldn’t tell the top Oy hadn’t been awike enough, could Oy? We has to foight the old prejudice that dogs are domb, hasn’t we?’

‘So nobody knows this bot os?’

‘No. Nobody does. We’s gonna sit on it and at the roight moment we’s gonna pop op with it and shoine gloriously.’

‘That’s a dangerous gime, Georges.’

Als de CIA-top ontdekte dat er twee Als waren en dat zij het al wisten maar het niet

316.

 

 

gemeld hadden, gingen ze tegen de muur.

‘Yeah,’ zei Georges, ‘bot Oy can ollwhys sigh Oy couldn’t know there was two of them because Oy never saw them together. And that Oy hadn’t any reason to think there was two of them. There’s only one of most individuals! That’s whot the word means after oll! It’s as simple as that!’

Hij glimlachte. Hij was slim, ja toch? – Maar kolonel Katia had geen tijd voor haar gebruikelijke bewonderende blik. Las ie schrik in haar ogen?

‘Kity, whot’s wrong?’

‘You better be on Topdog’s good soide very fast!Very!’ Ze klonk uiterst bezorgd.

‘Sure.’

Hij glimlachte. Als iemand met een gerust gemoed. Maar het angstzweet brak hem uit want ze had verschrikkelijk gelijk. Hij ging geëxecuteerd worden helemaal niet leuk vinden. Helemaal niet! Z’n poten begonnen vanzelf te roffelen. Zo hard wou ie naar Topdog rennen. Vlucht vooruit. Slijmen tot Topdog er van omverviel. Compleet in z’n gat kruipen. Hem zo plezieren dat ie niet meer boos kon worden. Zich positief opstellen. Alles had ie ervoor over, want hij kon goeie machtige vrienden gebruiken nu. Tegelijk beviel hem Katia’s bezorgdheid. Misschien hield ze toch echt van hem!

Intussen waren Art en de Als wel uit het gezicht verdwenen.

 

 

 

 

 

 

 

317.


Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s