Mr Topdog, it’s yes!

Waarin …

Gerrie zat voldaan te kauwen tussen de theelichtjes aan haar sécrétaire. Er waren wat haar betreft drie sterke krachten die je leven vorm konden geven. Kwamen in haar video:

1. Magische kristallen.
2. Theelichtjes, en
3. Sponskoek.

 

Toevallig of niet ook de sterkste middelen tegen verdriet, en ze werkten op dit moment optimaal. De kristallen metafysisch, de theelichtjes als sfeerschepper waarvan je vaag optimistisch werd, maar vooral de koek deed goed. Dat ondervond ze pas nu, in dit uur van grote nood. Een nieuwe ervaring. Ze kauwde langzaam, maar toen er werd geklopt en daar ging haar concentratie. Ze zuchtte. Ze had een uur lang ongestoord kunnen werken, een uur lang geen Al, Bing of hond met complimenten en haar script was al drie bladzijden langer. Ze was hun bedrog een uur vergeten, en de pijn die ze niet had kunnen uitvegen hoe hard ze de broers ook met de sauspan had geslagen. Hoewel. Had ze ze niet gezoend? Hield ze dus toch niet meer van ze dan dat ze ze haatte? En hield ze niet mateloos veel van allebei gelijk? Kijk, ze worstelde weer met zichzelf. Dat kwam ervan als je door een en ander weer begon na te denken. Ze voelde zich weer zo weerloos. Wat moest ze nu denken van Al en Bing? Ze wist het bij God niet. Het was zo ingewikkeld. Gelukkig had ze sponskoek. Ze nam een grote hap en pang, Al en Bing waren weer weg. Sponskoek kon ze overigens met extra kleine portietjes perfect inpassen in het dieetschema. Dat werd dus een hele mooie passage in de video – maar weer werd er, en nu met veel ongeduld, op de deur van de hal gebonst.

‘Oll roight oll roight!’

Ze legde de koek neer, stapte in haar muiltjes, liep naar de deur, trok ze open en keek neer op Georges, deze keer met twéé reuze bouquetten!

339.

 

‘Oh moy goodness no!’ riep ze en haar hart liep over van zoveel heerlijk geurende rozen, maar tegelijk had ze een gevoel van er stinkt hier iets tegen de klippen op. Georges glimlachte te sip. Hij liep op hete kolen. Toen begreep ze.

‘Georges!’ Ze liep geroerd met de rozen in haar armen en Georges achter haar gat naar het keukentje, ‘you isn’t troying to fix a dite with me for Topdog agine, is you?’

Ze keek uit het raam maar nergens een limousine of kamperende hovelingen in de straat. Alleen een bestelwagen van een wasserij.

‘Oh no, Miss Gerrie! No!’

‘Good. If you troys, Oy kicks you out before you can sigh his nime.’

‘No. Oy jost worries.’

Betekenisvolle stilte.

‘About whot?’

‘You. Oy’s so worried you moight be lonesome.’

‘Lonesome? Me?’ Ze stak hoofd en handen in het kastje onder het aanrecht. Gerommel. Ze kwamen weer uit het gat met twee uitermate artistieke vazen. ‘How could Oy be? Oy’s one with the universe!’ Nou, als dat niet goed klonk!

Georges fronste. ‘With the universe?’

‘Yep. Thanks to moy magic crystals.’ Ze lichtte op als zestig watt. ‘Keep them close, think about whot you has to think about and they helps you. Use the roight one for each situition.’

‘So you’s got one for Al and Bing too?’

Die vraag deed pijn, maar ze liet het niet merken.

‘Sure. Oy’s got a whole room full of stones.’

‘So oll’s tiptop since they’s gone?’

‘Oh, Oy’s foine.’

340.

 

‘Really? How long is it now?’

Waarom bleef die stomme hond maar doorvragen? Er kwamen tranen in haar ogen. De gevoelens waar ze geen weg mee wist overweldigden haar weer. Straks moest ze nog meer theelichtjes aansteken. En ze had zo’n trek in koek, maar ze kon er nu niet onmiddellijk aan.

‘When is you gonna see them agine?’

Wist ze dat maar.

Ze staarde naar de straal water uit de kraan.

‘Of course, Gerrie girl, everything’s gonna torn out oll roight thanks to them crystals. Grite. Bot whot about a little divertimento meanwhoile? Bit of fon. Good for the mood. No strings attached. Neat noice little eat and meet. How about it?’

‘With you?’

‘Candle loight. Intimacy. Noice music. Whoite woine from far awhy. Exotic smells wofting around. Peoples whot loikes you whispering sweet words.’

‘You?’

‘Mr Topdog. Bot no obligitions at oll! Oh no! Wouldn’t you loike that?’

Ze schoof een ruiker in een vaas.

‘Yes, Oy would.’ Wat?

Wat had ze gezegd? Voor ze het wist, had ze het gezegd. Ze begreep zichzelf niet. Ze had helaas de sauspan niet bij de hand maar het was smerig van Georges om haar dingen te doen zeggen in zo’n staat van emotionele labiliteit. Waarom zei ze dat? Omdat ze wou ontsnappen aan haar diepe treurigheid? Zich wou wreken op Al en Bing? De smeerlappen waren tenslotte niet meer opgedaagd. Of omdat ze een vrouw van nu was? Een vrouw die haar leven goed onder de knie had en dus spelletjes mocht spelen? Spelletjes om te vergeten? Wrede spelletjes? Ja, een hapje bij kaarslicht zou leuk zijn. Zou. Ze ging Topdog laten zoeken naar een plekje in z’n agenda, maar zij ging niet vrij zijn! Ze moest er nu al om lachen, maar Georges

341.

 

grinnikte ook, en met al z’n tanden. Hij greep de telefoon in z’n zak en drukte een voorgeprogrammeerd nummer in.

‘Mr Topdog? It’s yes!’

Hij sloot af en zag er al een stuk beter uit.

‘Aaaaaaaah!’ riep ie uit volle borst. Wat een pak van z’n hart! Hij had niet meer kunnen slapen van de angst, maar als Topdog nu z’n zin kreeg, was ie gered, ging ie niet tegen de muur! En het was aan het lukken! Hij huppelde een rondje en keek naar de deur.

‘Bot who sighs Oy’s got toime roight now?’ zei Gerrie.

‘Yeah, who?’

‘Oy’s busy, Georges!’

‘Yeah, busy!’ riep Georges enthoesiast, maar hij hoorde geen barst van wat ze zei, op straat schoof de schuifdeur open van de bestelwagen van de wasserij en een rij koks en lakeien in zwart livrei en witte handschoenen stapte naar buiten met zilveren schotels vol gerechten, een tafeltje met tafellaken, twee stoelen, een wijnkoeler, een kandelaar en alle andere parafernalia die de etiquette voorschreef om sjiek te doen.

‘Georges!’ riep Gerrie wrevelig, ‘answer me!’

Maar er werd alweer op de deur gebonst en voor ze die kon openmaken, zwaaide ze al vanzelf breed open en de rij koksmaats en kelners marsjeerde naar binnen, zette het tafeltje op, streek het hagelwitte tafellaken glad, legde het glimmende bestek perfect uit, schikte de borden, de schitterende glazen, schoof de stoelen bij, de wijnkoeler, schotelwarmers, servetten en, en daar, te midden van de glans van al dat zilver stond – Topdog! Topdog himself! Met z’n voorpootjes op z’n rug.

Een gebieder. Hij kon het niet verbergen. Maar een gekweld gebieder die op dit ogenblik met z’n geboden allerminst terecht kon. Een gebieder die zich ootmoedig moest onderwerpen aan de grillen van het lot dat net nu de vorm had aangenomen van een ampel vrouwmens met paardenstaart. Het lot keek gevaarlijk vies. Het keek als een oorwurm. Hij slikte moeizaam, glimlachte dus krampachtig naar haar op, en wachtte bang af.

342.

 

Ze stonden oog in oog en een poos bleef het stil. Wist meneertje niet wat te zeggen? Wel, het initiatief mocht na zoveel onbeschoftheid ook eens van ’s mans kant komen. Gerrie keek streng. Wat dacht die lelijke mops wel?

Intussen vouwden de lakeien behoedzaam achter haar rug iets open. Rode pluche. Ze zag wat vanuit haar ooghoek, keek met een ruk om en begon luid en hysterisch te lachen. Of gillen? Was dit een grap? Een onbeschaamde ondelicate grap?

‘A bed?’

Topdog lachte schaapachtig mee. Achter hem slopen Georges en de koks weg.

Gerrie boog met haar handen in haar zij over hem heen.

‘You silly thing! It’s a joke, isn’t it?’

‘Haha,’ zei Topdog, wat onvast, want hij wist niet of ie aan het lachen was met haar dan wel met zichzelf.

‘You little idiot!’

‘Hahaha.’

‘An extremely bad joke, eh?’

Ze voelde zich sterker. Hoe kleiner de hond, hoe makkelijker ze hem baas kon. Ze kon Toppie beter baas dan Georges. Ze werd weer vrolijker.

Topdog had nu door dat het bed fout viel.

‘Of course!’

Hij zwaaide en zes kelners maakten geruisloos dat ze weg waren met het alweer opgevouwen bed. Gerrie zag ze in de gang Georges in z’n te grote gabardine passeren. Ze deed snel de deur dicht om zich niet ook aan hem te ergeren, draaide en vond Topdog al gezeten op haar eigen sofa. Enerzijds dacht ie dus dat ie hier al thuis was. Anderzijds keek ie braaf. Gedwee. Hij wist wiens wil hier wet was. Hij hoopte. Hij zat een beetje verloren tussen al die kussens, met z’n voorpootjes over elkaar. Zo klein. Schattig zelfs. In al z’n wrattige wansmakelijkheid. Dat charmeerde haar. Gelukkig had ze haar lippen die morgen glossy donkerrood gestift en haar glimlach was zo rijk, zo betekenisvol, zo Vogue, dat ie er paf van achterover viel. Dat beviel

343.

 

haar nog meer. Vanuit de kussens kreeg ze een haperige glimlach terug. Hij was als betoverd. Ze had hem al in haar macht. De machtigste man ter wereld! Toch een beetje. Ze streek neer, vouwde haar linkerbeen beschaafd over haar rechter, keek hem aan en zei geamuseerd: ‘So?’

Een gastvrouw die haar wereld kende. Benieuwd naar het Gerrie-effect. Interessant voor het script. De so werkte: Topdog begon nerveus aan z’n eigen neus te likken.

‘So Mr Topdog, wasn’t that bed a bit fast?’

Topdog keek onzeker.

‘Wouldn’t you rather have a noice tock?’

Maar Topdog was helemaal niet onzeker. Fout ingeschat. A noice tock? Hij voelde z’n ogen zwemmen. Hij wou de maan aanhuilen. Dit vrouwmens de keel afbijten. Het bloed voelen spatten. Haar horen reutelen. Nee, Topdog werd niét belerend toegesproken! Nooit! Waarom had ie de revolutie anders geleid dan om honden hun rechten terug te geven? Hun recht op hun basale hond-zijn? Grote God, als hij wou kakken, piesen, liefhebben, dan ogenblikkelijk!’

Prrrupf.

Hij hoorde zichzelf een wind laten. Moest kunnen, wereldwijd hondenrecht, maar hij bloosde evengoed. Een geluk dat het wind was en geen meter kak. De gedachte alleen deed hem kronkelen. Oh nee oh nee!

‘Eh, sorry, Miss Gerrie. ‘

Gerrie deed of ze niks geroken had en dat vertederde hem. Zielenadel. Goh, zat ie niet naast de dochter van Doc Pott zelf? Wie dat besefte, verloochende graag z’n hoge hondse principes. Wie principes hoger stelde dan liefde was een lul, wist ie opeens met grote stelligheid. Hij keek haar aan en glimlachte moeilijk.

‘Yes, too fast, the bed. How about some port, Miss Gerrie? Red port is verrry good for noice tocks.’

Hij las inschikkelijkheid in haar ogen.

‘Port!’ riep ie en er kwam al iemand aanrennen.

344.

 

Ze leunden achteruit in de sofa en nipten. Dure fles en Gerrie voelde grote tederheid. Denk niet dat zij de innerlijke strijd in Topdog niet had gemerkt! Een vrouw ziet zo iets.

‘Topdog,’ fluisterde ze.

Topdog draaide verrukt naar haar. Dat ze z’n voornaam zo schroomvrij gebruikte trof hem diep. Hoe nabij was ze. En als zij dat mocht, hij ook!

‘Gerrie,’ zei hij hees.

‘Topdog, whoy -‘

‘Gerrie. Gerrie.’

‘Toppie -‘

‘Gerrie Gerrie Gerrie Gerrie.’

‘Toppie! Whoy doesn’t we tock your feelings through first?’

Hij kreeg een schok.

‘Moy feelings?’

‘Yes.’

‘No!’

‘Toppie, it’s so good for you!’

Ze nam hem in haar armen. Alleen maar om hem te overtuigen, hoor.

‘No!’

‘Bot it is.’

Ze kietelde hem boven z’n oor.

‘For a balanced personality!’

‘No,’ zei ie, maar hij klonk al minder beslist.

‘Come on, Toppie.’

‘Eh. No.’

‘Come on, little doggie.’

345.

 

 

Hij zweeg. Hij was z’n kluts kwijt. Hij lag er verscheurd bij. Hij vond ongelooflijke rust in haar armen met die vinger net daar achter z’ntopdog-in-gerries-armen-zonder-hoofd-frame.jpg oor waar ie met z’n eigen poot van z’n leven nooit zelf had kunnen wrijven. Oh, hij mocht eeuwen blijven strelen, en aah z’n pik werd er een vijfde poot van, floep, maar wat ie in geén geval nam was zoveel betutteling. Hoe zoveel volume trut over hem neer boog en hem pijnlijk klein en hulpeloos maakte. Of ie een biby was. Een dringend te ontkakken biby. Hij ging grrrrauwen. Hompen vlees uit mensen scheuren.

Toppie!’

Bweuh!

Little doggie!’

Baaah!

Maar hij bedwong zich en keek haar wilskrachtig aan. Verstond deze vrouw wel goed wie er allemachtig naast haar op de sofa zat? Ja wie? Begreep dit mens wie ze achter z’n oor kriebelde? Bevatte ze dat hij de macht had om deze planeet met éen gebaar te veranderen in een poel bloed? Dat hier een buitengewone persoonlijkheid zat? Een genie onder de honden? Een exceptionele organisator? De bevrijder van miljarden van zijn soort? Het eindpunt van de geschiedenis? De wilskracht zelve, samengebald in acht kilogram jong hondenvlees?

Auw. Auw auw auw.

Jong vlees. Had ie niet mogen denken. Of ie nog niet genoeg leed. Hij was zich schrijnend bewust van het ontmoedigende leeftijdsverschil tussen hem en haar. Hij was wijs en rijp voor z’n jaren, maar was ie al zes? Hij mocht er echt niet aan denken, hij zou het nooit van z’n leven toegeven, maar hij wist best: jà, hij was nog een jonkie. Konden hij en Gerrie zo’n kloof ooit wel overbruggen? Kon hun liefde standhouden? Hij twijfelde zo ontzettend dat ie ervan sidderde. Ging er niet massaal met hem gelachen worden achter z’n rug?

‘No!’ riep ie zo luid dat Gerrie hem van schrik losliet.

‘No?’

‘Uh, no, we can’t discoss moy feelings.’

346.

 

‘Whoy not?”It’s, ummm, incompatible with moy fonction.’

‘Whot fonction?’

‘Eh. President of the Canoine World Council.’

Gerrie glimlachte zo hemels dat ie weer helemaal van idee wou veranderen. Hij boog het hoofd. Hij wou eerlijk zijn.

‘No. Not really. It’s jost too dangerous.’

‘Dangerous?

‘If oy opens the door to moy feelings, a torrent moight slip out. It moight start whirling, whirling so hard. It moight sweep os awhy, Gerrie. How would it end?’

‘Yeah, how?’

‘Deeds.’

‘Deeds?’

‘We’d end op doing this. Or that. No. Jost this.’

‘This?’

‘Well,’ hij zuchtte diep, vanuit de diepte van z’n kleine longetjes, ‘Oy’d soddenly be on top of you, focking you loike hell!’

Hij stopte, getroffen door de scene die hem als van zelf te binnen schoot. Mmm. Heerlijk. Misschien moesten ze het toch over z’n gevoelens hebben! Het beeld werkte ook overtuigend voor Gerrie want ze ging als de weerga dertig centimeter van hem weg zitten.

‘No,’ zei ze.

‘No?’

‘Let’s jost tock about feelings!’

‘OK. Jost tock.’

Maar ze zei niks.

347.

 

‘Feelings,’ zei ie dan maar zelf. Beter dan niets, en een begin.

‘And put that thing awhy!’

Hij stak het weg. En het is altijd fijn wanneer mannen gehoorzamen. Gerrie ademde tevreden in en deed haar mond open, want ze voelde het nu komen. Het kwam geweldig opzetten! Oeoeh!

‘Feelings,’ zei ze en achter haar trilden haar honderden theelichtjes mee met haar stem, ‘excoitement, emotional fullfillment, they is so good for your self-esteem. They mikes your loife special. And feeling special is nearly the sime as feeling happy. Feelings mikes os foind one another. They …’

Enzoverder. Ze rapsodieerde voort door haar mooie neus. Ze wist er alles van en het was allemaal waar, maar Topdog luisterde alleen naar de klank van haar stem. Oooh, wat intiem. Hij voelde zich weer lekker. Hij zwijmelde en zonder dat ie het wist bracht de natuur hem weer heel dichtbij Gerrie.

‘Uh?’ zei Gerrie.

Ze rook iets. Ze deed haar ogen open en vond Topdog als bewusteloos tegen haar aan liggen met een gelukzalige uitdrukking op z’n wezen en z’n bek panoramisch open. Ze keek in de diepte en walm sloeg in haar gezicht. Uit het lillende roze kwam de zelfs nooit met Sif weg te wissen geur van bederf, braaksel en dode dieren waar schimmel op stond, enfin, gewone hondenadem, en ze gruwelde, en was het daar maar mee gebleven was, maar instinctief keek ze weg van z’n bek en zag – euh! – z’n pieleman (lviii).

‘Oh,’ mompelde ze, ‘sorry.’

Hoe ontiegelijk ze ook wou, ze kon er met haar ogen niet van weg. Ze had als volwassen vrouw al veel gezien, maar nooit dit. Zo groot als de rest. Misschien had ze al ooit een even groot stuk gezien, in absolute termen. Maar nog nooit relatief. De verhoudingen klopten niet. Had ze al ooit een man zien lopen met apparatuur zo groot als hemzelf? Nee. Eerst (alles ging zo vlug) was ze helemaal niet bang. In tegendeel, ze vond die knul gezellig. Hoe hij daar harig en rustig in het hoekje tussen Topdogs achterpoten zat als een ouwe trouwe gast op de bank in z’n stamcafé. Ze had het gevoel dat ze de situatie onder controle had, dat dit zelfs iets bevattelijks en

348.

 

vrolijks was waarover ze het later schertsend aan de keukentafel met haar moeder over kon hebben, maar dan voelde ze wat op haar been. Wat kils. Ze keek en bèèèèk! Hij lekte! Op haar knie. Op het fluweel van de canapé, getverderrie, op de satijnen kussens, op het tapijt, hier en daar, en nog en nog, – hoe moest je dat schoon krijgen? Viel dit onder hardnekkige vlekken? Onder eiwitten? Ze gaf hem verontwaardigd een klap om hem de andere kant uit te sturen, maar daardoor kwam meneer nog verder recht en hij begon te sputteren. Sprr. Srpt. Ttt. Tttt. Een wolk fijne kleverige mist sloeg haar in het gezicht en of ze nu wilde of niet, ze rook en proefde een zuur-zoute geur of smaak. Diep in haar mond! Ze wapperde met haar handen om hem weg te krijgen. Fout! Helemaal fout want nu spreidde de wolk zich door de kamer. Door heel de kamer!

‘Oh heavens forbids!’ kreunde ze, want ze zag het behang! Het plafond! De gordijnen! De wandkast! De luster! Haar sécrétaire! De kamer wemelde als een licht groene luipaard van de fluorescerende vlekken. Tegenstrijdige emoties grepen haar aan. Ze wou rechtveren van verontwaardiging, want hemel, hoe ging ze haar flat ooit nog proper krijgen? Maar terwijl ze naproefde dacht ze ook ‘Mmmm, erwtensoep? Op m’n knie was het ijskoud!’ En toen overviel de wetenschap vanwaar de soep kwam haar weer en ze werd gek.

‘No! Go awhy!’ riep ze en ze gaf die dinges weer een slag van hier tot daar. ‘Eh?’ zei de pik.

Of zei Topdog het in z’n slaap der gelukkigen? Nee, de pik, ze was er honderd percent zeker van, ze had er nu direct non-verbaal paranormaal contact mee. Hij was zo kordaat. Verrassend charismatisch. Verleidelijk en routineus. Een persoonlijkheid. Ze schrok er zo van dat ze hem in een reflex met alle macht finaal wegduwde. Het gebeurde in éen-twee-drie, en ze had er al vreselijk spijt van, want niet alleen pikkemans, maar de hele Topdog schoof weg over de sofa, en hij viel er, pats, zo, vanaf. Dertig centimeter naar beneden. De weerbots bracht hem helemaal bij z’n positieven. Hij pogoode door de kamer in een ondraaglijke mix van extase en pijn. Kai kai kai. Heerlijk! Tjoeng tjoeng tjoeng. Mmmmmm. Kai kai kai. Lekker! Tjoeng tjoeng. Kai. Hij viel om. Lag stil met z’n kop tussen twee poten van het koffietafeltje, loom van treurnis en desalniettemin voldaan. ‘Heheh,’ dacht ie (ze zag het hem denken) en een enorme komma vocht, wel drie emmers in volume, schatte Gerrie, rukte op vanuit z’n walvis over tapijt en parket.

349.

 

 

Ze voelde zich bij dit alles verloren in een vreemde melancholieke stemming, zoals haar vijfhonderd theelichtjes. Ze beefden nog na van al het geweld. Een aantal kiste. Rook steeg op waar Topdogs lichaamsvocht er tegen omhoog klom.

Oh de ravage! Oh de vloek om als proper vlekbang poetsdwangmatig mens dit te moeten aanschouwen! Alles stond nog keurig op z’n vertrouwde plekje maar de flat zag er nu met dat miljoen spikkels sperma op elk oppervlak en de wel twintig liter kwak in haar tapijt evengoed hopeloos uit. Ze kon haar meubels toch niet gedurig veilig in grote dozen Topperware steken? Ze kon Topdog zelf toch niet in Topperware stoppen? Oh, de woede, de furie! Ze had verschrikkelijk zin om zich te buiten te gaan, om die verschrikkelijke flop van een hond die haar dit allemaal aangedaan had iets onvoorstelbaar beledigends toe te roepen – maar daarvan zou er geen vierkante decimeter in haar flatje proper worden. Ze had zin om te janken. Ze kon hier weken in de weer zijn met Mr Proper (appelfris) en nog kreeg ze dit nooit meer net! In haar hulpeloosheid zag ze maar éen uitweg om dit te overleven: zich overgeven.

‘Pffff,’ zei ze. Ach wat kon haar een net huis nog maken? ‘Boh.’ Er kon haar niks meer schelen! Niks! Heel de scene net in wat ooit zo’n fijn nestje was: onzin! En het stilleven, hoe meneer de belangrijke hond daar lag met z’n tong uit z’n bek en z’n dikke kop tussen de tafelpoten, uitgeteld, het grote verstand dat haar ging verleiden bij kaarslicht, de nieuwe Napoleon die de wereld op zak had, het was zo knullig dat ze het niet kon helpen hoe superieur wraakzuchtig ze zich plotseling voelde. Hoe prettig van absurditeit. Niet hij maar zij was nog helder van geest. Niet hij maar zij had dit zaakje hier in de hand! Ze barstte uit in opgewekt vijandig gelach.

Topdog keek woest op, maar hield er weer mee op. Hij ging zich niet meer laten kennen.

‘Sorry, Toppie. Does it hort?’

Topdog krabbelde waardig recht. Hij verwaardigde zich niet te antwoorden. Maar hij ziedde vanbinnen. Alleen vanbinnen? Nee, hij gromde ook luid, en oh jee, plotsklaps was het hek toch weer van de dam en het beest in hem stond zo onbedaarlijk, zo tomeloos overend dat ie met z’n haren in pieken als een gek in het ijle happend door het salon rondjes liep. Schuim spatte op links. Rechts. Hij slipte in de pap maar ging door. Hij hapte naar het gordijn. Beet in het tafellaken en rukte. De wijnkoeler viel om en de fles erin aan diggelen. Eén van de kelners die zich zo

350.

 

mag begrepen worden nog altijd discreet op een hoopje ophielden in het halletje in de veronderstelling dat ze dadelijk nog diverse gangen eetwaar met veel chiquée zouden moeten opdienen, boog, gealarmeerd door het geluid van brekend glas, stiekem het salon in, en trok zich in een flits weer terug om de gramschap van de heerser der planeet te ontlopen, maar te laat, het bloed gutste uit hem, z’n wang was weg en z’n nieuwsgierige neus van daarnet lag (dat kwam ervan!) nu hulpeloos op het tapijt. En alweer hopen moeilijk weg te krijgen vlekken!

‘Bot Toppie!’ riep Gerrie.

Toppie had het te druk. Hij beet nu om z’n onmetelijke teleurstelling en vernedering weg te werken wraakzuchtig in de ene tafelpoot na de andere.

‘Toppie! Topdog! Come on! Calm down and sigh something!’

Topdog raasde de deur uit. Zonder nota bene nog naar haar om te kijken.

‘Bot Toppie, whot about the tible?’

De tafel stond er nu wat stom bij, met al die mooie brandende kaarsen en dat intiem glimmende zilveren bestek. Hier had zich eigenlijk een hele fijne avond moeten afspelen. Jammer. Ze kreeg geen antwoord. Hij was weg. Hij was al bij de trap. Gelukkig had de eerste viool onder de kelners in het halletje voldoende qui-vive.

‘Mr Topdog,’ zei ie vanachter z’n gehandschoende hand, ‘oll courses on oice till you gives os a soign?’

‘RwwwoOW!’

Topdog beet ook een mondvol uit de eerste viool en liep de trap af.

In de flat zat Gerrie beduusd op de canapé voor zich uit te kijken. Ze voelde zich zo leeg. Zo gedisoriënteerd. Zo teleurgesteld. Ze vond het een beetje een slap einde voor een scene met toch enkele merkwaardige passages. URST (lix), wist ze, was goed voor een script, maar voor haar?

 

 

 

351.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s