Peace at last.

Waarin …

‘Oh how Oy’s gonna doine,’

zong Omar.

‘On ossobuco and woine,

With you, with you, moy sweet.

Lots of pasta Oy’s gonna eat.

Tiramisu’s gonna be moy treat.

With you, with you, moy sweet.’

Ze waren zo ver van huis, maar het was een o zo zoete, vertrouwde stem, en Omar zong ontroerend mooi. Al neuriede mee en hij dacht aan Gerrie. Heerlijk. Maar toen hoorde hij de gil. Een zinderende trommelvliesscheurende gil. Een gil als van een stoker die in het vuur valt in een gietijzeren pakketboot. De gil schokte hem uit z’n geluk en hij zette geschrokken de radio uit.

‘Whot was that?’

‘Car.’

‘Car?’

‘Means nothing.’

Bing zette de radio nukkig weer aan. Hij zat net ook heerlijk keihard aan Gerrie te denken. En Omar zong opnieuw glorieus.

‘Look how thousand stars peeps,

How thousand voilins weeps

For you, for you, moy sweet.’

369.

 

‘Nothing?’ zei Al, ‘It sounded loike somebody being done in!’Bing concentreerde zich liever op de song.

‘And it’s so effing hot in here!’ zei Al. ‘Look at os! Sitting in our onderpants! Being cooked! It must be something.’

En toen gilde de auto zo hartverscheurend dat Bing zelf de haren ten berge rezen. Hij zette de radio uit, hield z’n kop scheef zoals het hoorde en luisterde. Er kwam nu gedempt gekreun uit de neus van de DS. Bij wijze van slotwoord zei ie:

‘It jost wonts to foll apart.’

‘Oh. How locky we is then.’

Al keek naar buiten. De buurt had gelukkig weer een naam. Oll Off. Hij zag tekens van beschaving in het donker. Borden. ‘Do not enter’, ‘Danger! Keep off the grass!’, ‘Holding on to banisters at your own risk’. Dikke propere wolkenkrabbers, vuilnisbakken en automaten. Parkeer-, alcohol-, sjaslik- en karaoke-automaten. In de verte begon een wijsje waarop vrolijk menselijk gezang inviel met de tekst. Ah, wat goed zoveel mensen samen te horen. En overal de opmonterende geur van javel. Hier mochten ze hulp verwachten. En met al die automaten, degelijke techniek.

‘They should have car mechanics here,’ zei ie. ‘And toilets.’

‘And toilet tissue.’

WC-papier! Hun voorraad was lang op en hun billen plakten pijnlijk. Maar meer tijd voor persoonlijke beslommeringen werd hen niet gegund want de DS begon nu te schokken zonder dat er een prins Woof inzat met grote honger, de snelheid zakte in éen zucht naar vijf km per uur, hoe ver Bing het gaspedaal ook in de vloer trapte, en zo ging het een kwartier aan een stuk tot Al er horendul van werd.

‘Bing, let’s wock!’

‘No.’

‘Let’s wock, Oy sighs!’

‘No. Where would you wock to?’

370.

 

‘Please. Wocking is faster than this! Let’s leave the car behoind.’

‘No! Shot the door!’

‘We’s never gonna reach Topdog on toime loike this! We’s got only four dies left. We’s never gonna sive the world loike this.’

‘Fock the world!’

‘Yeah, bot whot about Gerrie?’

Gerrie. Zucht. Weemoed. Aandrang. Ze keken naar de donkere achterkanten van Gerries foto en Proserpina’s buste op het dashboard-altaar. Bing had ze al lang omgedraaid. Hun klank- en lichtspel deed hem te hard van de weg wegkijken maar zelfs afgewend voelde de buitenmate fijnzinnige boezem hun blik vol verlangen want hij lichtte alweer warm en welwillend oranje en groen op, zo warm dat Bing zich niet kon houden en alles weer naar zich toe draaide. Gerrie glimlachte zo zoet.

‘Oy loves you, granny.’

Bings blik werd wazig.

‘Foine!’ riep Al, ‘you loves her too. Bot can the car go faster?’

‘Who cares? We can’t show Woof to Topdog. Oll Oy cares for now is moy Gerrie.’

Moy Gerrie.’

‘MOY Gerrie.’

‘Oll roight, our Gerrie, and we wonts to sive her, so we’s got to show Topdog a human whot loves him. No Woof, so we must show somebody else. Soon!’

De DS schuurde nu langzaam langs de trottoirband. Of ie daar tot rust wou komen. Maar Al en Bing hadden het te druk met wie ze aan Topdog moesten voorleggen. Dan zei Al:

‘Brenda.’

‘Brenda?’

371.

 

Brenda stond tweede op hun lijstje, maar was zij geen trut? Zij had Topdog toch getraumatizeerd, niet? Een kreng met schimmel op? Ging dat werken? En waar zat die ouwe doos? Als ze nog ergens zat.

‘Queen Betty. Sounds better to me.’

‘Too far. We’s never gonna reach East-Murky in toime. Brenda moight be nearer.’

‘And how is you gonna foind her?’

En toen zei de DS ‘fup!’ en hij stond helemaal stil.

‘How? With a good dita-bise.’

Bing morrelde verwoed onder het dashboard, schopte deskundig op diverse gevoelige plekken tegen carrosserie en instrumentenbord en startte opnieuw en opnieuw, maar de DS wou er niet van weten.

‘A dita-bise. And where does we foind one?’

‘On the net, of course!’

Bing trok het handschoenvakje open, haalde ma’s borsteltelefoon te voorschijn en zette hem aan. Er klonk een muziekje en een mevrouw zei opgewekt: ‘Free coll for the roight answer. Whot’s the best bone in the world?’

‘How would Oy know?’ zei Bing. ‘Oy isn’t a dog, is Oy?’

‘Wrong answer!’ zei de stem lief, en de telefoon viel uit.

Bing probeerde nog eens en nog eens, maar hij knabbelde nooit op kluiven, z’n antwoord bleef fout en de telefoon wou niet meer werken. Zo kwam ie dus nooit op het internet!

‘Ma’m, go fock yourself!’ riep ie, maar ze was helaas al weg. Hij klom kwaad uit de DS, trok het portier vanachter open, vond z’n broek, schoenen, sokken en hemdje en daar stond ie al aangekleed te trappelen. Al klom haastig in z’n eigen kleren.

‘Where’s you going, Bing?’

‘We must foind an internet café.’

372.

 

‘An internet café?’

‘If they still exists. You drinks a coffee and you looks at a screen. Let’s go troy to foind one and look op Brenda there.’

al-en-bing-de-hort-op-frame-75.jpgZe hevelden voorzichtig alle kleinodiën over naar hun broek. Theelicht, kristal, Gerries foto en vooral de buste, die Al nu ook best wel in zijn broek wou voelen, maar die na opgooien van een munt door Bing Bing toekwam. Wat een geluk dat ze wandelbroeken aan hadden met veel zakken! Klaar, ze konden de hort op, maar Bing viel alweer stil. Het brak z’n hart, zo’n kostbare, aardige, unieke, liefdevol duizend keer gesimonizeerde neo-auto te moeten achterlaten, moederziel alleen in wildvreemd gebied.

‘Sorry, old boy,’ zei ie, ‘bot no worry. We’s gonna be back!’

Hij sloot de wagen af, streelde de schokbreker, keek nog eens om, en toen liepen ze het duister in.

Ze liepen geen vijftig meter of een stoet vrolijkerds kwam de hoek omlallen. Heren verkleed als gelaarsde kat. Dames met snorren. Besjes met buikspreekpoppen. Kromme knarren met namaakbaarden en pinnemutsen. Ze kronkelden met hun handen op de schouders van hun voorgangers in een lange rij over het trottoir, op de maat van muziek (Boem! Boem! Boem!) door hun knieën knikkend en zingend van ‘Om roin boim voin’ en (allicht voor wie de tekst niet kende) ‘tataraa’. Ze zagen Al en Bing graag komen voor een maximaal effect van hun toeters, oprolfluitjes, zakken confetti en snoep. Al en Bing deinsden achteruit, vergeefs. Ze hingen al vol snelstollende foprubber. Wolken snippers en karamellen troffen hen vol in het gezicht, maar daar moest men alleen maar aanmatigender om lachen, spuiten en gooien. En toen werd het gezelschap boos omdat Al en Bing boos waren.

‘Spoil-sports!’ riepen de dames met getekende snorren. ‘Doesn’t you loike a bit of fon?’

373.

 

‘Of course,’ zei Bing, altijd meegaand met dames, maar als hij en Al het niet op een lopen gezet hadden, was het tot een handgemeen gekomen met de gelaarsde katten. Die gaven overigens niet op. Gelukkig zwaaide na éen kilometer koppige wedren een andere groep zingend van ‘Oins! Tswoi! Zoffin!’ om een andere hoek. Al en Bing konden hem nog ontwijken, maar het contact tussen achtervolgers en verse feestvierders was van zo’n heftige aard dat tientallen humoristen nu voor dood op het trottoir gespreid lagen. Lolloos. Een conglomeraat van alle voorhanden niet bewusteloze mankracht wou nog achter Al en Bing aan, maar ze waren intussen al zoveel keer links en rechts afgeslagen dat ze niet meer op te sporen waren. Ze gingen weer stapvoets en plukten rubber en snippers van zich af.

‘Heheh. Peace at last!’

‘Yeah. Nobody wonting a bit of fon here?’

Nee. Het was hier stil. En duister. Als in het bos van Roodkapje en de wolf. Hun stappen galmden tussen hoge muren. Ze hoorden andere voeten, maar zagen niemand. Ze roken rijkelijk pies, waar Oll Off net nog zo proper was. Eensklaps liep er iemand in het donker tegen ze aan.

‘Moind your pockets!’ riep Bing. ‘Ow! And your bolls!’

De schim was alweer weg en ze controleerden ballen en zakken. Alles intact, maar Als oorlel bloedde. En het hing hem nu de keel uit, al dat geloop te voet. Het aardedonker. De sociaal-economische klasse E-F die je in je pudenda knalde. Het drentelen zonder strategie. Pff. Zinloos.

Vraag: Was ie misschien bang? Antwoord: Kerel, dat punt was helemaal niet aan de orde! Al hield er gewoon mee op!

‘Please. Come on, Al!’

‘No, Bing. No no no!’

Maar ze moesten wel verder. Zelfs de weg terug moest te voet en in het donker. En toen hield de steeg ook nog zonder boe of balustrade op. Water. Diep, eindeloos. Het raasde voorbij, klaar om hen mee te sleuren. En nergens straatverlichting. Je lag er zo in. Onverantwoord. De andere kant uit dan maar weer, maar na een poos stonden ze opniéuw bij het water. Ze zaten gevangen in de elleboog van een stroom. Ze

374.

 

probeerden nog een andere kant uit te lopen en na een uur op de tast zagen ze gelukkig toch weer licht, en in dat licht de DS. Spiegels en antenne waren wel weg.

‘Oh you poor car! Bastards!’

Bing keek woedend rond, en zag een gangetje. Een verzameling deuren, éen voor éen dichtgemetseld, op de laatste, lage deur na onder een grote langzaam wapperende zwart-rode vlag. Een vlag met een oog erop. Het oog huilde bloed.

Hoe lang stonden ze te staren? Lang genoeg om de deur open te doen gaan. Een bot gezicht boven een fors bloot lijf keek hen aan. De patser ging opzij en Al en Bing stapten naar binnen, want wat moet je anders als iemand opzij gaat? Twee tredes naar beneden. Ze roken een scherpe geur, hoorden gesnuif als van een groot roofdier en hielden geschrokken halt.

‘Uh. A most enjoyable evening, sir,’ zei Al. ‘Is this an internet café?’

De man keurde hen op z’n gemak en lachte dan luid en smalend. ‘No. Zis is Rita’s Martyrium.’

‘Oh. Sorry.’ Al wou weer naar buiten maar liep bam! tegen de man met borstkas. Hij had een blik van staal en die beval Al en Bing dieper het gangetje in. Ze liepen dan maar naar het gat in de muur verderop.

‘Aaah, no need to be sorry,’ zei de man tegen hun achterhoofd, ‘ve olllwhys troys to please. Oy’s Rita.’

‘Rita?’

‘Lovely Rita. Gentlemens, vhot vould you vont to foind in your internet café?’

‘A dita-bise,’ zei Bing. ‘On the web.’

‘Sure.’ Rita plaatste z’n linkerhand op Al, z’n rechter op Bing, duwde en ze donderden een pijp in, en daar lagen ze op de vloer van een lange tubevormige gelagkamer.

Boven hen een rij achterwerken van bouwvaktypes die in schaars licht aan de tapkast bij liters bier handtastelijk zaten te zijn. Ribfluweel, cowboyleer met strategische gaten, huidnauw satijn met kwasten, maar een boel billen genoot van onbeperkte vrijheid. Dat zag je weinig in Whammle.

375.

 

‘Hey hey hey!’ riep iemand met een neusring. ‘Vould you moind not to stare? Or is you part of ze show?’

Meer vakgenoten keken nu dreigend om.

‘Show?’ zei Bing.

Dan zagen hij en Al aan het eind van de krocht een podiumpje met een rafelig rood gordijn en een ijzeren rek voorzien van riemen, messen, zagen, knuppels en moeilijkere apparatuur in diverse grootte.marteltuig-met-photogenie-frame-75.jpg

<!–[if gte vml 1]> <![endif]–>Ze hadden er weinig zin in en kropen weer richting uitgang maar botsten op een kooi. Er roerde zich iets in, het gromde dreigend en een vetjas van een beer klauwde tussen de tralies door naar ze. Ze krabbelden weg als de bliksem, maar moesten weer langs hun vrienden tooghangers die hen graag aanmoedigden bij middel van een regen van schoppen met hun bouwvakschoenen.

‘Ow! Ow! Ow! Ow!’

‘You loikes it?’ zei Rita grijnzend.

‘You bets zey does!’ zei een jonge versie van hem maar dan met veel lang haar. Hij droeg leren pijpen zonder broek met ertussenin een biezonder klein hitteschild. ‘Velcome, gentlemens!’

‘A drink?’ zei Rita, ‘The direction offers you a drink. Rolf!’

Rolf naar de tapkast.

‘Thanks, bot we’d jost loike to search the internet,’ zei Bing.’Roight. Your internet.

376.

 

Here it is!’

Rita duwde Al en Bing zonder pardon voorbij een aantal duistere deurgaten tot bij een rij boxen, de meeste licht- en lusteloos, stuk, maar op een paar vormden verleidelijk knipperende lampjes nog het woord ‘SEX!’ Nou, duidelijk. Al hoorde gekreun, keek opzij en zag een meneer, vastgeketend aan de muur. Hij bloedde uit een boel gaten. Al keek bezorgd om naar Rita.

‘Oh,’ zei Rita, ‘Jimmie’s for liter. Look. Your internet.’

Ze zagen er niet echt goed uit, dat schermpje en die tien toetsen, glimmend van jaren gebruik, maar Rita demonstreerde, tip-tap-top, hoe het moest.

‘How does we get to Bigbot?’ zei Al.

Tip-tap-top, Bigbot.

‘Vhot is you looking for?’ Rolf zette hun kroezen neer.

‘Oh, you wouldn’t onderstand.’

‘Tell os!’

‘Eh. Brenda.’

Rolf kalmeerde. Draaide en glimlachte. ‘Is one of you Brenda, boys?’

Spottend gelach in het donker. Nee, Al en Bing zouden Brenda toch zelf uit de box moeten halen, en zodra Rolf en Rita weer veilig achter de tap stonden, tikte Bing Brenda in. Tip-tap-top. Het scherm toonde een groot aantal armen, benen en geslachtsdelen. Welke zoekmachine ze ook probeerden, wat ook de zoekterm was, op welke site ze ook terechtkwamen, en hoe onschuldig die ook heette, ze kregen alleen maar geile plaatjes en telefoonnummers.

‘Fock!’ riep Bing, en de heren aan de tapkast keken geïnteresseerd op.

‘Sorry,’ zei Rita, ‘Oy should have told you. Zis is not really ze internet. Ze dog Air Force voiped it out vhen zey dropped zose electric bombs.’

‘Really?’

‘No. Ve got cot off years ago for creditcard fraud. Bot don’t vorry!’ Rita grinnikte met heel z’n bebber en Al zag zilveren letters op z’n tanden (lxiii), ‘Ve had ollready copied ze

377.

 

best bits. Ve’s got zis goigantic set of hard disks in our bedroom. Incredibly good. Every dude here believes he”s sorfing ze real net.’

‘Yeah, as long as he sees cowboys.’

‘Oh, ve’s ollso got,’ Rita kon z’n dégout niet verbergen, ‘chooks.’

‘So we’s gonna foind Brenda on this box?’

‘Sure.’ Rita tikte Brenda in, tip-tap-top, en zoef, een niet te overziene lijst Brenda’s met nummer en maten tolde voorbij.

‘Seven million Brendas,’ zei ie trots.

Wat veel, dus op verzoek tikte hij ‘Brenda Cold-Cathode’ in. Daarvan vonden ze er zesenderig, en zeven met een nicht die Gerrie heette. Al en Bing keken elkaar tevreden aan. De juiste Brenda moest bij die zeven zitten.

‘Can we phone here too?’

‘Sure.’ Je kon niet meer in het echte net, maar de zaak had wel nog zo’n niet te geloven ouwe analoge lijn met geluid! De Brenda van je keuze aanwijzen, toets drukken en hup, verbinding.

Helaas. Bij alle zeven was de telefoon afgesloten.
‘Zey doesn’t sell zeir wares no more,’ zei Rita met meeleven.

‘They must be dead,’ zei Al.

‘You vonts dead ones?’

‘No!’

‘Oy knows lots of interesting chooks. Doing intricate zings. If ozer nimes is OK.’

‘Brenda’s probably dead,’ zei Bing. ‘No. She moight still be aloive bot she moight have no phone. How could we foind out?’

‘Whoy doesn’t we phone Mrs Vinnie? Gerrie’s Granny! Brenda’s sister!’

Makkelijk, ze hadden oma’s adres. Enkele grepen van Rita, en kijk, verbinding!

378.

 

‘Hollo? Hollo? Hollo?”Mrs Pott?”Oh, is it you? The young man in the noice dark cardigan?’

‘Yes ma’m.’

‘The silly big nose?’

‘Yes, ma’m.’

‘You sounds pretty far awhy. Where is you?’

‘In Oll Off, ma’m. We needs to get in totch orgently with your sister, Mrs Brenda Cold-Cathode. Where can we foind her?’

‘Oh, here. Sitting roight here on the window sill.’

‘Grite! Could you hand her the phone? ‘

‘Oy could troy, bot she’s been in this jar for foive years now.’

‘Oh. Sorry.’

Klik. Al en Bing keken elkaar aan. Brenda was de pijp uit. Stof en as. Jammer.

‘Queen Betty!’ zei Al.

‘Ah, plenty of queens here.’ Rita keek al de gelagzaal in.

‘No, thanks. Could you foind Queen Betty in East-Murky on your hard droive, Mr Rita?’

Ja hoor. In kamer 8, Residencia para la tercera Edad Las Mimosas, Finchley Road, la Isla Hampstead, Slough archipel. Slough, hoofdstad van East-Murky. Telefoon: 000442089/683654222319975342196885674538777612-B-254.

‘Wooow!’ riep Bing. ‘At last good news! She’s gonna be most convincing, she’s got, you knows, English blood! Dogs loikes everything English. The old English was nearly dogs themselves. Poodles.’Precies. Al voelde zich nu ook flink warm worden

379.

 

voor het idee. Hoewel.’Bot she doesn’t know us.”Oh, let’s ring her roight awhy and get to know her!’

Ach, East-Murky was geen deel van het Brosselse rijk en achterlijk. Ze hoorden een hoop krak piep krrrrr, maar dan zei er aan de andere kant toch iemand plechtig: ‘Helley?’

‘Queen Betty?’

‘Oh no. Oh no. Her Majesty never ticks up the phane. Can we help you, sir?’

‘No. Bot she can. Jost get her on the phone!’

‘No.’

‘Bot this is an emergency!’

‘No.’

‘A matter of loife or death! For millions!’

‘No. But I could tray to mick an appointment, sir. Have you got royal or noble blood?’

‘No, bot – ‘

‘Commoners’ list then. She’ll have an audience with you, let’s see, in five months’ tame.’

‘In foive months’ toime? Bot we needs her to sive the world in three dies’ toime!’

‘Those are the rules, sir.’

‘Bot you can’t -‘

‘Have a nace day, sir!’ Klak.

‘Fock!’ riep Bing en de gasten aan de tapkast keken weer gretig op.

‘At least we knows she’s aloive,’ zei Al.’We has no choice,’ zei Bing, ‘we must troy our

380.

 

lock. Force it. Go get her.’

‘In East-Murky?’ zei Rita. ‘Brrrr! A no-go zone vizout oidentity cards? Vizout regular money? Vhere zey can’t wroite nor speak zeir own language? Vhere zey hoides zeir vimmens in personal tents, droives on ze wrong soide of ze road, and eats only beans? Vhere oll deodorants smells loike asphalt? Zavages!’

Ja, ja, ja. Al en Bing wisten het wel. East-Murky was heet, wetteloos en feodaal. Malaria en melaatsheid heersten er en alleen gekken of wanhopig verliefden wilden er naartoe. Volgens de borden op de dijk die de grens uitmaakte, was East-Murky deel van heel-Murky, van West- Murky (lxiv) dus, dat dacht de zee te beheersen en op alles erop tol te mogen heffen. Op elk schip en elk vliegtuig uit Brossels. West-Murky zelf was nog een stuk erger. Éindeloos gangland constant in staat van oorlog. Miljarden mannen met kippekontbaardjes en bandanna’s. Brandlucht. Nijpend gebrek aan WC’s. Geen éen proper trottoir op een heel continent. Een python in elke struik. Radio-actieve bomen. Radio-actief gras. Radio-actieve vrouwen met grote radio-actieve dozen. In elk restaurant radio-actieve taco’s die zo al niet lekker waren. Logisch, want elk persoonlijk dispuut leidde er tot gooien met zak-atoombommetjes. Een geluk dat Murky al enkele honderden jaren in grote stukken gevallen was en niet meer dan vergane glorie en dat East-Murky in de praktijk z’n eigen boontjes moest doppen. Een geluk ook dat East-Murky maar twintig km ver in zee lag, en er tussen beide Murky’s een oceaan zat. Alleen dacht iedereen in East-Murky uit misplaatste trouw aan een denkbeeldig bestuur in West-Murky moeilijk te moeten doen jegens elke bezoeker uit Brossels. Nou, Al en Bing gingen zich niet van hun plicht laten afbrengen!

‘Hey, vhere is you going?’ zei Rita.

‘To East-Murky, of course,’ zei Al terwijl hij buiten het bereik van de schoenen van de heren aan de tapkast probeerde te blijven.

‘OK,’ zei Rita, ‘bot meanvhoile?

‘Meanwhoile?’

‘Vhot’s your nime?’

‘Al.’

381.

 

‘Meanvhoile, Al, you’s still got to pie here. You can’t go avhy loike zat, can you? You got vhot you vonted. Now ve gets vhot ve vonts. Fair enough, eh? Has you had a look in here?’

‘Where? Here?’

‘Yes, come along. You got so motch from os ollready, bot ve is so generous. You’s gonna get even more.The oltimate pleasure. Here.’

Hij leidde Al een donker deurgat in. Het stonk er weer naar pies, maar Al zag niks.

‘Whot’s so special here?’

‘Zis.’

Rita trok een ijzeren hek dicht. Klang. In de gelagkamer steeg gejuich op en gebrul van de beer. Het dichtklappen van een hek was een vast en gesmaakt ritueel. Mannen werden hier regelmatig in de val gelokt, zo bleek uit vier-vijf andere grotendeels uitgeklede dof kijkende op hun hurken neergezonken misschien wel gedrogeerde manspersonen die Al door de tralies in aparte kooien zag zitten, vol blauwe plekken, snedes en open wonden.

‘No!’ gilde hij. Hij zat in de val! En het theater dat hier opgevoerd werd, was hem in een flits duidelijk. Hij keek Rita ontzet aan. Rita glimlachte.

‘Yes, Al. How vould you loike to be killed?’

Al rukte aan het hek.’Bing! Bing! BING! Wotch out, Bing! Help me! Bing!’

Bing was helaas verwikkeld in een interessant gesprek met Rolf, en Rolf leidde hem rustig naar een ander deurgat, allicht omdat ook daar wat te beleven viel. Ze verdwenen uit het gezicht. Al hoorde gestommel, en – klang! Had zelfs de handigste uit het huishouden zich als een kind laten opsluiten?

‘Bing!’ riep ie, ‘Bing! You massive idiot!’

Hij rammelde als een gek met het hek. En als in een kettingreactie, werd er nu in alle andere kooien gegild en gerammeld. Doodsangst? Ging de voorstelling beginnen? Bij de tapkast klonk gretig geroep en Al zag hoe schraal zoeklicht het ijzeren rek op het podiumpje in de aandacht bracht. Hij hoorde gekletter, doffe dreunen als van vuistslagen en ‘Ow!’-geroep. Werd er in afwachting van de show al

382.

 

van opwinding gevochten? Plotseling stond Bing voor Als hek.

‘Bing!’

‘Got the keys,’ fluisterde hij. Hij probeerde de bundel uit in het slot. ‘From Rolf. He troied to put me in a kige bot Oy could push him insoide instead.’

Achter Bing schoten magere schimmen voorbij. Er werd hevig gevochten. Bing had zo te zien al het hek van heel wat andere logés losgemaakt.

‘Can’t believe this,’ mompelde Al. ‘Oy didn’t know you was a bruiser.’

‘No. Oy jost used moy charm. Said he looked grite in that outfit and he loiked it. Pulled down his heat shield and he loiked that even more. Oy jost had to give him a little push then.’ een achter Bing. Hij leek vreselijk ontevreden met de situatie en zwaaide met waarschijnlijk de grootste knuppel uit de verzameling van bij het rek op het podium.

‘Bing!’bing-bedreigd-met-grootste-knuppel-photogenie-frame-70.jpg

‘Oll roight, oll roight. Pitience, please.’

‘BING! WOTCH OUT!’

Bing sprong opzij en de knuppel knalde in het hek. Rita had enige moeite om hem weer los te trekken, maar terwijl Bing sleutels bleef proberen, zwaaide hij alweer.

‘Bing!’

Het was een mooi moment om het kristal van éen kilogram in te zetten, maar je moest eraan denken en weten hoe je er wonderen mee kon doen, en voor het zo ver was trof de knuppel Bing in alle ernst op z’n slaap. Al hoorde iets kraken, en Bing was al te groggy om nog te denken of weten. Hij ging door z’n knieën en de sleutelbos viel tussen Rita’s voeten. Al zonk zelf naar de vloer maar kon er niet bij en Rita haalde opnieuw en triomfantelijk uit naar Bing die nu suf tegen de muur zat of ie even moest uitrusten.

‘Bing! Bing!’

383.

 

 

Bing deed niet meer mee. Achter Rita verscheen gelukkig een vooralsnog onbekende figuur (lxv) die net nog opgesloten zat maar nu bing-suf-photogenie-sat-frame-75.jpgmet groot genoegen een iets kleinere knuppel hanteerde. Hij sloeg Rita krachtig in de nek en Rita had het nu te druk om triomfantelijk te kijken. Hij wankelde, keek boos om naar de aanvaller of die wat ontzettends ongeoorloofds had gedaan en er nu nooit nog vriendschap mogelijk was tussen beide partijen en er volgde een rondje heen en weer meppen dat gelukkig de Al en Bing ongemoeid liet.

‘Bing Bing Bing!’ Al schudde hem heftig heen en weer.

‘Eh?’

Maar dan begreep Bing weer wat er aan de hand was, hij duwde de sleutels onder het hek door de kooi in en ging weer zitten suffen. Al vond de juiste sleutel, maakte het hek open, vatte Bing onder de oksels en stuurde hem voor zich uit weer de gelagkamer in. Dat viel niet mee. Nog meer ex-opgeslotenen hadden het idee opgevat met knuppels te werken en heel de pijp ging op in een heftige strijd. Rita en z’n aanvaller verdwenen schermutselend in de menigte die te veel aan haar hoofd had om nog naar Al en Bing te willen trappen. De broers probeerden door de massa naar buiten te waden. Een stakker vol bloed wou niet weg van de kooi met de beer, hoe die ook brulde. Hij wees weemoedig naar iets in de kooi.

‘Meat from moy leg.’

‘Well, enjoy yourself.’

Al duwde verdere omstaanders groetend Bing het trapje op, het deurtje door, en daar renden ze de steeg met de dichtgemetselde deuren uit. Vele andere ontsnapten maakten zich in lompen of in hun blote flikker uit de voeten. Achtervolgers krijsten.

De DS stond er gelukkig nog. Bing was te suf om nog te zeuren over verdwenen spiegels en antennes, Al duwde hem op de achterbank, dook achter het stuur en daar schoten ze door de schemering, weg van deze nachtmerrie, tegen vijftien km per

384.

 

uur. De auto reed! Hoe kon dat? Marsjeerde hij weer als ie maar tijd genoeg kreeg om af te koelen? Na honderd meter begon ie wel weer te gillen, maar daar kon Al niet om treuren. Hij en Bing waren vrij! Vrij! De straten werden breder, de morgen gloorde, je zag de dikke wolkenkrabbers weer en op het trottoir dansten oudjes massaal in met gouddraad volgestikte zotskappen vol meterslange fazantenveren op muziek van accordeon en mandoline, alsof heel Oll Off zich opgelucht voelde met Al.

‘EUUH,’ zei de DS. ‘EUH!’

‘Oh shot op, you!’ zei Al.

‘Pff,’ zei Bing.

Al keek om. Bing lag achteruit als een martelaar met een enorme buil en een hoofd dat langzaam geel en blauw kleurde. Oh, dit deed ontzettend pijn! En wat goed dat Bing en niet Al pijn had! Oh wat een lieverd! Een gevoel van geweldig diepe vriendschap beving Al. Bing had zich opgeofferd voor hem!

‘Pom pom pom,’ zei Bing. Vrij onbegrijpelijk. Had ie een slag van de molen gehad?

‘Pom pe dom pe doo.’

Bing was zo gelukkig. Rita had hem met die klap bevrijd van alle zorgen. Al grijnsde. Bing grijnsde terug, al leek ie niet te weten waarom.

‘Thanks, man!’ zei Al, ter verduidelijking.

‘Thanks? Whot for?’

‘You sived moy loife, Bing!’

‘Wasn’t it the other why around?’

‘No.’

‘Sure?’

‘Sure! You handled that marvelously. Putting Rolf awhy first. Then getting me out. Man, whot would Oy have done without you?’

Bing keek tevreden voor zich uit. ‘So you owes me one, eh?’

385.

 

‘Yups.”A big one, eh?’

‘Yeah. Anything, Bing! Ask and you gets it!’

‘Promised?’

‘Promised!’

‘OK. Oy doesn’t wont motch. Let’s organoize loife loike this from now on: the world is yours and Gerrie is moine.’

‘Gerrie? Gerrie?’

‘Yups.’

‘No! No, Bing! Gerrie is MOINE!’

‘Al! Wotch out! Wotch out where you’s droiving! Al, Oy could have anything.’

‘Bot not anybody! Not Gerrie! Bing, you’s joking, eh?’

‘Oy’s serious, old man. Oy loves Gerrie. More than you does.’

‘No you doesn’t! Oy loves her most!’

‘Oh come on! Oy ’s ollwhys been her nomber one, so she belongs to me.’

‘Bing! You’s pulling moy leg.’

‘No!’

‘Of course you is!’

‘No no no!’

Iedereen heeft z’n grenzen, psychologisch, en de ene partner moet er begrip voor kunnen opbrengen dat de andere niet meer redelijk handelt wanneer de maat vol is. Al wist bovendien dat het goed was voor z’n welzijn zich te uiten, dus hij liet het stuur los en dook naar de achterbank om Bing de keel dicht te knijpen en al die negaties van wat goed en schoon was te doen ophouden. Ze worstelden. Knots. Beng.

386.

 

Tok. Ze sloegen elkaars hoofd tegen het dak. Al kreeg Bings keel niet helemaal dicht.

‘Al, wotch out!’

De DS had eigen inzichten. Al haalde éen hand van Bings strot en gaf het stuurwiel een stevige ruk, maar de DS bleef naar rechts zwenken. Alleen was er rechts geen straat. Enkel een winkelraam vol porseleinen hummeltjes. Een vrouwmens stond het te zemen. Burgers met bonte mutsen op en instrumenten aan de bek sprongen haastig opzij, een knal, een school leeggegeten kartonnetjes voor kerrieworst zeilde door de lucht, bierblikken kletterden rond en de DS stond stil. Hij had een vuilnisbak geramd en de feestvierders spraken schande over de rommel op de stoep want orde moet er zijn. Daarna gingen ze door met hun opgewekte lied. Mevrouw zeemde. Inspectie leerde Bing dat er een deuk in de vuilnisbak zat en een nog veel pathetischere in de DS.

‘Oh poor little thing!’ riep ie. Overdreven. Een deuk is maar een deuk. En er waren nog geen ordediensten te zien. Maar de klap had hem geen goed gedaan. Dit was zo’n moment waarop beheersing van pas kwam, en jammer genoeg leek hem dat niet meer te willen lukken.

‘Please, Bing! Let’s go! Now!’

Al duwde Bing weer op de achterbank, zonk achter het stuur en startte, maar de auto bewoog geen barst.

‘Fock me. We’s never gonna mike it to East-Murky in this car.’

‘Oh bot we is.’

‘Let’s get out and troy something else.’

‘Go ahead. Bot Oy sties here. Oy’s never gonna give you op, eh, sweet car of moine?’

Bing liefkoosde de achterbank. Problematisch in al z’n liefdesverhoudingen. Een dikke dikke lastpost.

‘On second thoughts, Oy can’t wock to East-Murky, can Oy?’ zei Al.

‘Whotever.’ Bing zoende de hoedenplank. ‘You and oy is ollwhys gonna be together,

387.

 

eh, woild thing?’

Al sprong uit de wagen en begon verwoed tegen neus, portieren en koffer te trappen in de hoop op verandering in de toestand. Aanmoedigend gejuich. Hij keek om. Een naïef-anthropomorf papier-maché reuzevoertuig passeerde en grapjassen in flamboyante, de ogen pijn doende uniformen van goud en strass bekogelden hem met drop en doosjes lucifers. Lieden die met grote discipline enorm lawaai maakten. Misschien keek Al te agressief, want éen opzittende met oprolfluitje riep verbouwereerd: ‘Hey, vhot’s wrong, man?’

‘Nothing.’

‘Oh come off it. Kicking your car. Looking so glom!’

‘Yeah. Vhot’s op? Vhot is zis?’ riepen ordelievende pretmakers-te-voet op het trottoir. Het was benauwend. De DS was nu aan alle zijden omringd door feestvierders die er niks van begrepen. Waarom keek die Al zo sip? En ze staarden naar Bing. Hij had het druk met het voorspel.

‘Moy brother,’ zei Al, ‘is a bit overwhelmed. We’s in a terrible horry to get to East-Murky. Car’s broken down. How on earth is we gonna get there?’

‘East-Murky?’ zei een stem. ‘Isn’t Oll Off fon enough?’

‘Oh sure. Still.’

‘Tike ze Hoigh Speed Trine, stupid!’ riep de mevrouw die stond te zemen zonder om te kijken.

‘A trine? Where?’

‘In ze stition of course!’

‘Stition?’

De menigte wees. Altijd rechtdoor. Al trok Bing van de achterbank en sloot de portieren af, maar de wagen achterlaten werd weer een scene waar diverse toeschouwers terecht aanstoot aan namen. Bing kon maar geen afscheid nemen. Hoe Al ook trok, hij bleef zich vastklampen aan het stompje van de achteruitkijkspiegel.

388.

 

‘No, Al, Oy sties.’Al keek streng.’Whot’s it gonna be, Bing? Gerrie or the DS?’

Dat werkte. Jammer. Al had Gerrie best alleen willen redden. Even checken. Gerries buste, theelichtje, telefoon, kristal, het stak allemaal in hun zakken. Ze liepen in de aangewezen richting.

Drie kwartier later zagen ze in de verte een reuze-serre op stelten. Het treinstation.

Ze liepen naar binnen. Vaal licht. Galm. Een paleis van verdofd aluminium. Geplens. Stofjassen schrobten ijverig de vloer. Het dak boog van ouderdom. De hal liep wanstaltig op poten over een rij wijken heen zodat Al en Bing, zagen ze, nu boven de stroom stonden die breed voortkolkte naar de nabije zee. Buiten twee onpraktische spitse torens vol duiven en duivenkak. Oud spul dat brokkelde. En een wirwar van straatjes, nu rustig, maar wel de buurt die hen pas bijna aan stukken had gesneden.

Op een bank drie cardigans met valiezen. Minder reizigers dan schoonmakers. Ja, wie reisde er nog per HST? De HST was een restant van een ver verleden, maar gelukkig stond ie daar wel.

‘Is this a replica?’ vroeg Bing. Die drie kwartier lopen hadden hem goed gedaan. Hij deed weer redelijk normaal.

‘It isn’t a car.’

‘No.’

De HST zag er uit als een aerodynamisch verantwoord uitgerokken steur. Hij boog door de serre, vulde ze, kon er zelfs niet in. Een oeroude onbetrouwbare machine, maar hij zou Al en Bing tegen vierhonderd km per uur in drie uur tijd zoef tot in Slough brengen, tot bij Queen Betty en zij zou Topdog tot andere gedachten brengen! Ze staarden naar de HST.

‘East-Murky zree minutes,’ zei een officiële stem.

‘Oh fock me gently! We’s got no tickets,’ zei Bing.

Probleem was dat je niet zo kon instappen. Je kon je niet verschuilen in de massa,

389.

 

want er was geen massa (lxvi). En tussen Al, Bing en de trein zat een glazen sluis en in de sluis een volslanke lesbobonk met een krachtige kaak.

‘Well, the world is full of benefactors.’ Bing keek rond. Glimlachte. Helemaal de ouwe. Een mevrouw van in de negentig met saucijsbenen in steunkousen sukkelde met koffer en manlief de hal in. Ze keek verdwaasd rond. Voor Al hem kon tegenhouden stond Bing z’n tanden bloot te lachen.

‘East-Murky, Ma’m?’

Mevrouw zei niks. Hijg hijg hijg.

‘There’s your trine, ma’m. Could Oy check your tickets?’

‘Sure, young man.’ Mevrouw Saucijsbeen trok haar sacoche open, rommelde erin en twee indrukwekkende kartons met magneetstrip kwamen te voorschijn. Go Everywhere Passes. ‘So practical,’ zei ze tevreden. ‘Is you the ticket-collector?’

‘No.’ Bing nam de tickets beleefd in ontvangst. ‘Jost a well-willing fellow-human. Let me tike that suit-kise.’

‘Oh, grite. Is you a porter? They stil has porters here?’

‘No, ma’m. Frankly, Oy’s koind to you, so you’d be koind to me. Could Oy borrow your passes, jost for a sec, jost for me and moy brother to sigh goodboye to somebody dear on the trine?’

Mevrouw keek Bing in de ogen en Al hield z’n adem in. Bing was een brutale rekel. Maar ook zo jongensachtig leuk en onschuldig met die wapperende kuif van dun wordend haar, zo beleefd, en er kwam een vlaag van vertedering over mevrouw.

‘Of course, love.’

‘Thank you, ma’m.’

Onvoorstelbaar! Echt ouwe mensjes laten leven had toch voordelen. Ze geloofden àlles! Bing zette haar valies neer en liep met de tickets naar de sluis met lesbo.

‘Bot whot about me and Noigel?’ riep mevrouw.

‘Last coll. Oll passengers for East-Murky boards ze trine now.’

390.

 

Bing wenkte Al, maar op datzelfde ogenblik werd het Al te veel. Hij kon het niet over z’n hart krijgen mevrouw Saucijsbeen en haar slappe man hier verloren achter te laten zonder ticket. Hij rende naar Bing, greep de kartons en rukte, maar Bing bleef er halsstarrig aan hangen.

‘Bing! Let go, git! Gimme them tickets!’

‘No!’

‘Yes, you does!’

‘No! You wonts to go to East-Murky or not?’

Academische vraag, want achter hen klonk gekis. De deuren van de HST gingen dicht en langzaam zoemde hij weg. Hij was kilometers lang en het wegrijden duurde dus wel tien minuten. Wat een beproeving. Hoe hij onherroepelijk bleef wegschuiven en wegschuiven en wegschuiven. Maar dan was ie helemaal weg. Het spoor was leeg.

‘Fool!’ siste Bing, ‘We’s missed the trine!’

‘Oy doesn’t care.’ Al gaf mevrouw de tickets terug. ‘Sorry, ma’m. Please excuse moy brother. The silly swoing mide you miss your trine.’

‘Oh it’s oll roight! Oy’s so happy!’

Al en Bing staarden haar aan.

‘Happy?’

‘Yeah.’ Ze had tranen in haar ogen. ‘So totched. The world is so bad nowadies it’s awfully refreshing to meet an honest young man.’

‘Bot your trine’s gone!’

‘Oh no problem. Me and moy Noigel is professional testers.’

‘Professional testers?’

‘Yes. So satisfactory a job. We believes in a better world, doesn’t we, Noigel? Yes, we

391.

 

works seriously at it and whot better why to do so is there than miking notes about oll that’s still wrong with it whoile we gets pide for it? So Oy has to check the HST here. Toime discrepancies. Costomer friendliness. Shit and swindler density. Anti-shit-and-swindler measures. ‘

Ze haalde een PDA uit haar tas, tikte toetsen in, het ding bromde en er schoof een formulier uit met doorslagjes in kleuren. Ze gaf Al en Bing elk een doorslag en glom vertrouwelijk. ‘There’s ollwhys ticket-swindlers in trine stitions. Onspeakable nuisance, eh?’

Zeker. Al en Bing knikten. Ze liepen achter mevrouw en meneer aan die weer het station uitwankelden. Bing trok braafjes de koffer. Mevrouw stond stil.

‘They should be given electric shocks! Shouldn’t they?’

Al knikte. Bing maakte zich klein.

‘So the Oll Off stition has some work to do. Clean bot no notion of swindlers. Heads is gonna roll and.’

Mevrouw stokte, overvallen door het licht. Ze stonden buiten. Een stroom sloicers schoot voorbij. Ze rukte de koffer uit Bings hand.

‘Thanks, goys. And now me and Noigel’s gonna test, ah, there it is, the local JLS service point!’

Ze zagen een gebouwtje in het bekende fluo oranje-rood.

‘And where’s our Dream Cream Poff House?’

Al en Bing keken gedienstig rond.

‘There!’

Bing wees, maar bescheiden. Hij wou niet meer opvallen. De diep roze patisserie, onderdeel van de beroemde keten, lag voor ze aan het plein tussen een handtassenzaak en nog een winkel in porseleinen kindjes. Waarschijnlijk hier gevestigd toen er nog drommen hongerigen het station uit stroomden. Op het dak tintelde een roomsoes van tien meter doorsnee. In de patisserie een menigte dames

392.

 

van meer dan gemiddelde omvang. De zaak had het station niet meer nodig.

‘Noigel,’ zei mevrouw, ‘let’s go! Dream Cream Poff House first. No better world without first class cream poffs. They better be good, or someone’s gonna get electric shocks. Goodboye, young men!’

Ze zoende Bing en Al en strompelde met meneer het plein op. Bing en Al wreven ijverig om de lippenstift weg te krijgen.

‘JLS?’ zei Bing toen mevrouw voldoende ver was. Hij keek Al indringend aan en Al voelde een even pakkende opstoot van package service solidariteit. Die jongens van JLS waren bijna postbodes. Goed, ze moesten harder rennen en hun bestelwagens doen blinken, maar hij wist in hun diepte vergelijkbare warme cameraderie en stiekeme luilakkerij. En daar ging nu een mevrouw binnenkomen die de wereld wou verbeteren met electro-shocks en koppen die rolden!

‘Poor goys!’

‘We must warn them.’

‘Yeah. Now!’

Zodra mevrouw en Noigel het Dream Cream Poff House binnen waren gestoten, renden de broers naar het gebouwtje van JLS.

Het JLS-dienstpunt was wel oranje en rood maar van dichtbij zag het er slordig uit. Bangelijk. Ze gingen al een boel punten verliezen voor presentatie en uitzicht. En geen mens achter de balie. Alweer punten kwijt. Al en Bing moesten vijf keer op de bel kloppen voor er een vreselijk jong meisje met grote neusgaten van achter een wand kwam en misprijzend fronste.

‘Yes?’

Nogmaals slechte punten. Ze hoorde hun verhaal wantrouwig aan, gum kauwend met zichzelf worstelend, en trok dan maar het toetsenbord op de balie naar zich toe. ‘Vhot koind of package?’

‘Tragic,’ zei Bing. Hij werd langzaam rood.

‘Tragic package.’ Het meisje leek bang van Bing en tikte vlug een en ander in.

393.

 

‘No!’ riep Al, ‘this woman is on her why to inspect your shoddy shop. Get your act together! Onless you loikes electric shocks.’

‘Lou?’ riep het meisje.

Vanachter de wand kwam een man in een oranje uniform en naar achteren gekamd vet haar. Hij luisterde naar van Al en Bing, keek of ie er moe van was geworden, kauwde even op z’n tong en riep: ‘Schafskeule?’

Shoite!’ Bing sloeg met z’n vuist op de balie.

‘Vhot?’

‘Chappies, we’s lost enough toime! We should be in a trine to East-Murky to sive the world now bot we thought we had to warn you because we post office goys loikes your koind. Oll roight. Al, let’s hit the road. Your heads’s gonna roll, mites, not ours.’

Hij liep pissig naar de uitgang, maar vanachter de wand zei iemand: Post office? POST OFFICE?’

‘Yes,’ zei Al.

‘Vhere?’

‘In Whammle, evidently.’

‘Vhammle?’ Er verscheen een veel te groot kaal hoofd. ‘Is Marcel still in Vhammle?’

‘Yup.’

‘Ah! Marcel! Ve used to do rounds togezzer. Vhot a lot ve drank! Vhot a gentleman! Even vhen vomiting. So vhot’s op, boys?’

Al haalde diep adem, deed nogmaals het verhaal, en zodra hij zweeg werden Schafskeules ogen hard zoals het een leider past.

‘Oh moy oh moy! Zank you so motch, mites! Shows how motch ve package and parcel peoples belongs togezzer. Pitiful Post Office goys coming over to tell os about a pack of shoite on the vhy, beautiful! Vhot’s your nimes, goys?’

‘Al.’

‘Bing.’

394.

 

‘Al and Bing, ve’s ollvhys gonna be brozers! Now, don’t stand zere! Come on, get cracking! Plan a plan! Ze bitch can arroive any moment. Melissa, go work op yourself! Lou, do somezing about oll zat dirt! Vhere is everybody? Does zey oll wont electric shocks?’

Maar behalve dat Al en Bing goedbedoeld nadachten over een plan gebeurde er noppes en eensklaps was de maat vol voor Schafskeule en liep ie woest tegen meubels te trappen en in z’n telefoon te razen, en kijk, daar stond het lokaal vol fluo oranje types die als gekken plafonds ragebolden en muren en vloer deden met Swiffer. Al en Bing keken even hun ogen uit! Dat was even wat anders dan de post in Whammle! Vanwaar al die binken? Uit bijhuizen in de buurt? Met bestelwagens aangevoerd? Binnen langs de achterdeur? Al en Bing hadden wel hels piepende remmen en slaande deuren gehoord, maar ze besloten dat het vooral een kwestie was van hard roepen en goede organisatie. Te onthouden. En net toen Schafskeule ook nog de uniformen geïnspecteerd had, kwam mevrouw Saucijsbeen binnensukkelen met haar te versturen pakket, haar meneer en hun valies. Viel dat tegen! Alles glom en rook naar jasmijn: vloer, muren, balie en Melissa. Wat teleurstellend hoe charmant Melissa haar opving. Hoe het pak zelf, zodra het op de band stond, binnen de seconde weg was, want achter het muurtje stonden twintig jonge, frisse JLS-vrachtbehandelaars klaar om het uit de voeten te helpen. Hoe ze zodra mevrouw betaald had, goed gekamd in broeken met scherpe vouwen uitbarstten in applaus. Hoe toen het ophield de mooiste jongen z’n blonde haren uit z’n oplichtende ogen zwiepte, haar welkom heette als tienduizendste klant en ontroerend voordroeg:

God only knows vhot our foinal destinition is,

Bot JLS, ma’m, never lets a package go amiss.

Your parcel floys strighte to its address,

Gonna get zere in a flash no less.

Oh no, ze whole vorld’s gonna boy ze farm

Before your sweet pack gets into harm!

Prachtig, eh? Hoe er (pop, pop) flesse champagne verschenen, en hoe dankzij hun weldoende werking iedereen uit volle borst zong van:

395.

 

For she’s a jolly good fellow,

For she’s a jolly good fellow,

lalalalalalalalalala,

lalalalalalalalalala.

Enzoverder. Hoe JLS-medewerkers een onstuimige, zeer gesmaakte kozakkendans uitvoerden. Hoe ze met de handen op elkaar schouders door het lokaal begonnen te hossen, niemand kon weerstaan aan de kracht van de lokale traditie en al in een rij luid lalalalalala-end, heen en weer zwaaiend en lichtjes door de knieën knikkend door het lokaal liep. Bedoeling was dat ook mevrouw en meneer zich overgaven aan de bij de mensheid aangeboren drang om in groepsverband blind de onnozelaar uit te hangen, dat ze heen en weer zwaaiend lichtjes door de knieën knikkend mee zouden hossen, maar mevrouw had het moeilijk met het gegeven.

Het deed haar pijn, al die vriendelijkheid en properheid, de feestelijke sfeer, de foutloze service en de gratis verzending, en terwijl achter haar de hiep hiep hoerakreten voor haar maar niet wilden ophouden, wankelde ze gebroken, verslagen, bijna huilend, want hier viel de wereld helaas niet te verbeteren, weer weg met man en valies. Het hossen en lallen ging nog uren door zodat ook Al en Bing het er op den duur van om de heupen kregen.

‘Oy wish we was back at the Martyrium,’ zei Bing.

Daar voelde Al toch niet voor. Dus ze bleven mee door de bewegingen gaan tot iedereen uitgeput maar voldaan en licht of serieus dronken in het rond lag. Al keek op z’n horloge.

‘Yeah. Let’s beat it,’ zei Bing.

Ze probeerden stilletjes weg te komen, maar Schafskeule kwam overeind en riep plechtig en vaderlijk:

‘Dear colleagues!’

Hij riep het zo luid dat alle feestvierders overeind zaten.

‘Sorry, Schafskeule,’ zei Al met de hand op de deurklink, ‘bot we’s in a terrible horry.

396.

 

We still got to get to East-Murky!’

‘Precoisely, and before you goes, ve must express our deepest feelings. Ve has narrowly esciped from grite danger, zanks to your incredible plan. Al, and Bing, you is true geniuses. Even better, true friends. So as a token of our eternal friendship, here’s,’ hier toverde Schafskeule een enveloppe uit z’n zak, ‘two free JLS Go Everyvhere-passes for oll of Brossels, and even, boy special arrangement, for East-Murky!’

‘Wow!’

‘Yeah, vow, and ask Ted for help in Slough.’

‘Ted?’

‘Ted of NT (lxvii). Yes indeed, NT is competition, bot ve’s good friends. And you deserves oll help you can get. So, dear friends, zanks and goodboye!’

‘Goodboye!’ riepen ze alle twintig uit volle borst, geroerd, en wuivend, de JLS-feestvierders, terwijl een oranje-rode bestelwagen weg schoot met Al en Bing naar het treinstation. Links en rechts moesten dames en heren met fopneuzen haastig opzij springen. Oll Off had het nog altijd druk met z’n eeuwenoude tradities maar Bing had er geen oog voor.

‘Stop!’ riep ie. ‘Stop! Stop stop! Please stop, young man.’

‘Vhot is it, Bing?’

‘The DS!’

Ja, daar stond ie, ondanks al het gedruis om hem heen eenzaam en meelijwekkend, bij een trottoirband.

‘Torn back!’

‘Bot we must get the trine, Bing!’

‘No! Torn back!’

Het bestelwagentje reed zwiep achteruit (en de dames en heren met fopneuzen

397.

 

moesten weer snel weg) tot bij de DS en Bing staarde ernaar. Hij draaide z’n raampje open en legde z’n hand op de flank van het voertuig dat zoveel lief en leed met hem gedeeld had.

‘Poor DS.’ Hij draaide naar de chauffeur. ‘You couldn’t put it awhy for a whoile at the JLS-stition, could you? Please! Could you?’

De jongeman moest lachen. ‘Sure ve can!

‘Promise me you’s gonna look well after it!’

‘Sure ve is!’

Nou, dan mocht ie doorrijden.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

398.


Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s