No in the nime of virtue.

Waarin …

‘Divoine!’

‘Yeah. Glorious.’

Na zoveel pijn en wanhoop was de rit naar East-Murky een verademing. Ontelbare alsmaar dichter op elkaar gedrongen hoigh roises flitsten door het landschap, maar hier geen rijen leukerds die ‘Om roin boim voin’ zongen en ulevellen in je ogen gooiden. Geen foltercafés. Geen Rita’s. Geen knuppels op weg naar je achterhoofd. Rust. De trein rook naar oud tapijt, maar suisde geluidloos tegen 450 per uur vooruit. Het toetsschermpje om de verwarming bij te stellen was al jaren dood.

‘Warm, eh?’

‘Yeah. Cosy. Noice.’

Ze soesden.

‘Uh?’

Ze schrokken wakker. De trein stond stil, deuren sisten open, geschreeuw en tocht drongen binnen en Al en Bing staarden een ondergronds station in. Onbemande camera’s. Wolken productondersteuning. Een perron vol Rolls in slaapzakken die al slapend hun hand ophielden naar passanten die zich een weg baanden naar de trein. Het werd donker in de coupé. Twee honden in kaki met automatische wapens wierpen een onderzoekende blik naar binnen. De trein stond in Brossels City Central, in het hol van de leeuw.

Al en Bing knepen hun billen samen en keken onschuldig voor zich uit, en de trein kwam zoetjes weer in beweging.

Vrij vlug na BC Central sneden ze door een strook windgeteisterde duinen, viel het land weg en breidde zich links en rechts van de trein de poëzie van de Brosselse Zee uit. De HST gleed in zo’n enorme bevallige bocht over het water dat Al en Bing z’n elegante steurneus konden zien. De neus was nu klein, en niettemin merkwaardig

399.

 

precies uitgevoerd. Net echt! Ze zagen zelfs de machinist. Ze gingen pijlsnel, en toch leek alles voor eeuwig stil te staan onder en boven het oneindige grijs. En dan was alles weer tintel in de zee van een fletse vanille zon. Meeuwen brachten de juiste toetsen natuur en twee-drie donkere vrachtschepen maakten de einder mysterieus. Een passage toeristisch zo perfect dat ze er honger van kregen. Eén wagon was er speciaal op gebouwd om passagiers te voorzien van verschrikkelijk dure driehoekige boterhammen. En dan dook de trein zo plotseling onder de zee dat Al zin had om te gillen. Niets aan de hand, de HSTging al honderden jaren door the Old Channel Tonnel, over wat ooit de hele breedte van de zee was. Na tien minuten duisternis kwam ie, hup, weer boven water en schaatste net boven het zeeoppervlak voort. In de verte werd een streepje land zichtbaar.

Héel snel waren ze in Slough. De geur van hot kerry verdrong die van oud tapijt. Het spoor liep hier op hoge betonnen poten in zulke kramakkelijke conditie dat de trein veiligheidshalve in een slakkevaart reed, en talloze passagiers die zonder neerbuigend te willen zijn schilderachtige armoede konden appreciëren namen de gelegenheid waar om het unieke schouwspel van een primitieve maar leuk knullige beschaving in zich op te nemen. Je kon in zovele keukens kijken. Typische East-Murkese heren-des-huizes zaten op traditionele afbladderende banken in door klimop overwoekerde tuintjes met een stickie of een glas Racky te niksen, terwijl hun mevrouwen in hun verhullende zwarte of blauwe tenten achter anti-vliegengordijnen van kurk shoarma roerden. Wat aardig. En bemoedigend. Dankzij de weldoende nabijheid van de golfstroom kon een woekerende miljoenenbevolking hier bestaan van niets. Goed ook, want er was niets om van te bestaan. Slough was niet echt éen agglomeratie, maar een hoop eilandjes voor de kust van het veel grotere Gran Murky Del Este. Eilandjes? Samenkoekingen liever van scheve flatgebouwen, obelisken en koepels vol duivenkak waarvan de bedoeling niet langer te ontcijferen viel, dichtgemetselde ingangen naar ‘de ondergrond’, groen uitgeslagen marmeren mannen met rare hoeden op sokkels en stukken tot niets meer dienende nutsvoorzieningen die langzaam in het water weg zonken à 30 cm per jaar. Over een halve eeuw zou er van Slough niets meer boven de waterspiegel uitsteken en dat vooruitzicht stemde heel wat oude dames in de trein enerzijds romantisch en mijmerig maar deed ze anderzijds haastig naar koffers en tassen grijpen om toch nog op tijd op verkenning te kunnen gaan. De trein passeerde zes-zeven eilandjes voor ie stilstond op Waterloo (lxviii).

De deuren van de trein schoven open en de hitte knalde Al en Bing in het gezicht.

400.

 

Hagedissen vluchtten weg van hun voeten. Het gekriep van krekels was zo luid dat iedereen de stem verhief. Golven sloegen over de trap. Het water, wist een medereiziger type betweter, overspoelde bij tij het stationsplein en van folkloristische vlaggen voorziene taxi-bootjes maakten er dan dankbaar gebruik van om vlak bij de trap aan te meren. De stappen van de gearriveerde waaghalzen op de trap deden stuurlui wakker schrikken, sommige zichtbaar met grote tegenzin, buitenboordmotoren sloegen aan en er brak druk concurrentieel geschreeuw uit, terwijl nog meer bootjes zich aan de overkant losmaakten uit de schaduw van de palmbomen en kwamen aanzetten. De meest ondernemende al aangemeerde bootslui spurtten de hal in tot bij de trein en begonnen reizigers aan hun mouwen te trekken. Er dobberde ook een vurig rood geschilderde grotere boot naderbij.

‘Poll Moll Canal double decker,’ zei Betweter, maar dan overstemde het gekrijs hem.

‘Barco, compañeros? Donde, señores?’

‘Aqui! Aqui! Somos mas chipo nosotros! Go to casino, yes?’

‘Rolex? Racky? Nicotina? Mollbro? Fost class hasheesh? Sex-bombas? Muchachas muy muy sexy para acer sixty noin?’

Hoe z’n gesprekspartner ook sixty noin riep, Al begreep het niet maar het hoefde ook niet. De beurtelings brutale en kruiperige vlegel met tulband die zo opdringerig aan z’n mouw trok dat Bing hem een klap voor z’n kop gaf, bleek gelukkig Kareem te zijn, de locale JLS vertegenwoordiger.

‘Señor Gerardo me sigh you white for Al and Bing or you dead.’

‘Oh. Kareem?’

‘Yes señor. Kareem.’

‘Not Ted?’

‘Me Ted too.’

‘Didn’t you work for NT?’

‘Of course. Works for everybody! (lxix) So you where you loggage?

401.

 

‘We no loggage.”Oh extreme pity.’

Kareem waarschuwde hen er evenzeer voor goed op te letten, want stelen van ongelovige buitenlanders was toegestaan. Prachtig. Op dat ogenblik botsten ze met z’n drieën op de treinreizigers voor hen die met een schok stil stonden. File. Ze moesten met z’n allen samen door een fuik bekroond met een enorm bord. Boven aan op het bord stond:

No!

EN el Nombre de la VIRTUD

de la LIMPIEZA

Y de la PIEdad!

En dan volgde er een enorme hoop onbegrijpelijke details (lxx).

‘Whot’s this?’ zei Al.

‘There’s your translition,’ zei Bing.

No

In the nime

OF VIRtue

CLEANLeanleeNESS

& POIETY!

En weer een boel vervelende details (lxxi). Het bord hing zo laag boven het poortje dat iedereen moest bukken. Al liep er toch tegenop.

‘Ow!’

402.

 

Onderaan las ie: ‘No dogs.”No dogs?”No! Of course no dogs,’ riep Kareem. ‘Dogs most very onpoious.’

‘Bot whot’s we doing here then? Isn’t East-Murky a fimous dog’s paradoise? Isn’t oll East-Murkese keen on dogs?’

‘Oh no!’ Afschuw vulde Kareems donkere oogjes. ‘Oh please no in the nime of virtue! Hondreds hondreds of years ago, yes. Good thing it done over. Perversion out now and we extremely happy.’

‘Bot we’s here to meet Queen Betty! We wonts her to witness her love of dogs! Isn’t she a fimous dog-lover?’

‘Si señor.’

‘Bot dogs is most very onpoious? Is we gonna manage to tike her to Brossels and witness then or isn’t we?’

Kareem kronkelde. Hij keek over z’n schouder of ie te beducht was om te antwoorden. Ze passeerden net een hok met man met een grote das waar iedereen een groen papier moest tekenen.

‘Toureest veesa,’ zei de das. ‘Jost soign you here. You Racky?’

‘Racky?’

‘Extreme good Racky for you.’

‘No.’

‘5000 rupees.’

‘No Racky.’

‘For toureest veesa.’

De das stak al een hand uit, maar Kareem zei iets (lxxii) in rad East-Murkees dat de das zwiep deed terugwijken, duwde Al en Bing de trappen af z’n bootje in, en toen ze goed

403.

 

en wel alleen op het water voeren, ver van alle pottenkijkers, zei ie: ‘My be.’

‘My be whot?’

‘My be Queen Betty yes.’

‘Yes whot?’

Maar Kareem had z’n handen vol met golven dwarsen. Golven genoeg. Zo ver als het oog reikte, reikte het water. Hij had de enge kanalen tussen de rottende bouwsels achter zich gelaten en Al raadde dat ie nu z’n weg zocht in el Estuario del Rio Tamisa. Bruine pelikanen doken, plop, in het water. De ijle bijna wolkenloze hemel, het alsmaar wentelende wemelende veranderende beeldhouwwerk van de golven, het gesis van het schuim, het gaf Al een diepe vrede. Zo wou ie uren varen. En geen consumenteninformatie! Misschien mocht die ook niet (hij zag er geen enkele vliegen!). Hoewel. Op flatgebouwen aan de van de warmte bevende einder las ie in letters zo groot als de gevels: NO JURE! NO RÍA! NO MIRE A MUCHACHAS! (lxxiii)

‘Yes whot?’ zei Bing opnieuw.

‘East-Murky no loike dogs. Them dirty. No taste good. Bot my be we still get Queen Betty for you indeed.’ Kareem produceerde een geruststellende glimlach zo breed als de boot.

‘So you isn’t sure?’

‘My be.’

‘Fock it!’ riep Bing, ‘has we gone to oll this trouble for nothing?’

‘Oh please you no swerring, señor Beeng! You no seen commandments?’

‘Yes! Oy’s focking seen them. So fock, is you or isn’t you focking gonna help os?’

‘Of course! NT extreme good. Best courrier of East-Murky. The only one. Bot no dogs in East-Murky.’

‘Fock! No dogs?’

‘Oh no! No dogs most indeed. No official dogs. Only onrepentant sinners still dogs!

404.

 

Queen Betty extreme pervert old bag so my be she still sinning and NT at your service.’

Ze vonden haar toch, enkele eilanden verder. Kareem wou hen wel eerst nog laten kennismaken met z’n broer kleermaker, maar toen Bing hem in z’n bezorgdheid over een onvoldoende gemeenschappelijke woordenschat met enkele gerichte trappen duidelijk maakte dat hij en Al haast hadden, stuurde Kareem z’n bootje boos toch met een grote bocht in een andere richting.

Ze gingen aan land op Hampstead, in een buurt die de tijd niet had gespaard. Cottages. De helft lag omver op het trottoir.

‘Beèèèeh! Bèèèèèèèh!’ klonk het.

Mens noch hond te zien, alleen bergen herkauwerschijt. Al begon zich bang af te vragen of Queen Betty en Las Mimosas wel bestonden.

‘Kareem, is you certain it’s here?’

‘Of course. Extreme certain. Lookie! There it ees!’

Ze stonden vóor Las Mimosas! Of toch voor de enorme ijzeren poort ervan. Er zaten scherpe pieken op, maar Al klom op Bings rug om eroverheen te kijken en zag de verdieping van wat ooit een luxueuze villa tussen wuivende palmetto’s was, en nu, ondanks een recent laagje zalmkleur, een omvangrijke massa puin. Voor hun neus stond op de poort in grote letters:

LAS MIMOSAS

Hogar Privado Exclusivo

No compramos en la puerta.Petición prohibida terminantemente.

No golpee ni suene porque nunca abrimos la puerta.

Salga tan! Ahora!

 

‘Grite, yes?’ zei Kareem.

405.

 

‘Yeah, grite. Whot does it mean?’

‘It mean please no knock or ring for gite never open anywhy. So you go awhy.’

‘Oh really?’

Bing drukte op de bel. Vijf minuten gebeurde er niets en hij schakelde naar op de poort bonzen. Nog vijf minuten en er gingen ramen open en een hoop koppen in diverse staat van afbouw kwam verontwaardigd buiten hangen. De poort bleef dicht. Dan maar met z’n drieën roffelen. En toen kwam er geluid uit de deurtelefoon.

‘Kriep piep prrrr. Cabrones, tontos, párelo!’

‘Whot?’

‘OK. Who are you and what do you want?’

‘We’s envoys from the Brossels empoire,’ zei Bing, ‘on behalf of the hoighest authorities to see Queen Betty about an extremely diplomatic matter so open that focking gite now.’

Er bewoog niks.

‘Come on, man,’ zei Al, ‘the whole world is at stike! Let os in!’

Te dramatisch. De poort bleef dicht en Kareem ging er volgens de gebruiken van het land met z’n rug tegenaan zitten, maar dan hoorden ze een raam open gaan. Op de verdieping zag Al een net hoofd als dat van Sidney Poitier naar buiten kijken. Wit hemd, zwarte zwaluwstaart. Sidney keek hooghartig op ze neer en trok het raam weer dicht, maar Kareem riep vlug: ‘Crispin?’

Crispin schrok.

‘Si?’

‘No le conozco del Peef Poff Poof?’

De vraag beviel Crispin geenszins. De weerzin stond op z’n gezicht maar het was goed dat je mensen als Crispin kon leren kennen in de Peef Poff Poof, want na enig dralen draaide de poort met veel gekreun open.

‘Whot’s the Peef Poff Poof?’ vroeg Al op de trap.

406.

 

Kareem grijnsde onder z’n voetbalsnorretje. ‘Peña.”Peña?”Cloob. Cloob for young men weeth special interests.’

‘Oh. Is you a member too?’

‘No! Not at oll! Please no. No no no, bot moy brother mike fancy suits for plenty goys there.’

En daar zaten ze dan toch respectvol in haar konijnenpijpvormige bedsitter tegenover Queen Betty tussen vijf af en toe in hun slaap geeuwende corgi’s. Alleen Kareem viel uit de toon met z’n zichtbare afkeer van de beestjes, maar hij was gelukkig gedienstig genoeg om in stilte te lijden. Een wekker ging van tik-tak tik-tak. Balatum en meubeltjes, behang en gordijn met klimroosjesmotief, alles zat onder de hondenharen. Al rook poep en vaseline. Corgi- en mensenpoep harmonisch verweven. Goed teken: hier woonde iemand die echt van dieren hield!

Queen Betty staarde door het raam. Al, Bing en Kareem keken met haar mee naar la Isla Moswell Heell verderop. Het eiland leek in de sidderende lucht op te stijgen uit het water. Een wrak bruggetje. Een bult vol huisjes. Waarom staarde Hare Majesteit er zo graag naar? Ze kon niet anders. Ze kon maar éen kant uitkijken. Ze kon blijkbaar dankzij jarenlange training nog altijd vanzelf superieur en beminnelijk glimlachen maar verder kon ze niet meer bewegen. Hare Majesteit bestond, zo bleek zodra Crispin haar het salonnetje inreed, dezer dagen uit niet meer dan een wankel van lippestift en antirimpelcrème voorzien hoofd op een Corintische zuil met wieltjes. Tussen de acanthusblaren op het kapiteel de letters ERII (lxxiv). Al en Bing konden hun verbazing niet verbergen.

‘I beg your pardon!’ riep Crispin. ‘Her Royal Highness a source of merriment?’

‘Oh no!’ zei Al. It’s jost, we’s seen a lot, bot never this, has we, Bing?’

‘No. Quoite a job keeping her in one piece,’ zei Bing. De vleier.

Maar Crispin bleef streng kijken.

‘WOOW’ zei Al.

407.

 

‘Yeah, woow! Technical miracle!’ zei Bing.

‘Extreme woow most indeed!’ zei Kareem, ‘East-Murkese scoience! We modern! We extreme vanguard of progress!’

‘And the head is so important,’ zei Bing, ‘as long as you’s got the head, you’s sife. Oll you needs. Decorative too.’

Precies. Links en rechts zaten er spiegeltjes en handvatten zoals bij brommers. In de zuil waarschijnlijk apparatuur voor stofwisseling en bloedsomloop. Queen Betty’s haar vormde een sierlijke betonharde permanent met een fijn kroontje van zilver en flikkerende steentjes. De permanent draaide links en rechts weg als een paravent, zodat je haar achterhoofd niet dadelijk vol zag steken met kabels en buizen. Al hoorde getik en gezoem, maar voorlopig zei Betty geen barst.

‘Noice weather, Your Majesty!’

Stilte. Ze zagen haar neus wel wat rimpelen, alsof ze iets rook.

‘Though your grass wouldn’t moind a bit of rine, eh?’

Beschaafde stilte. Al, Bing en Kareem keken ontevreden op naar Crispin. Kon hij Queen Betty niet even aanporren? Nou nee. Hij stond liever met z’n handjes op z’n rug plechtig in houding achter haar met zo’n hautaine blik.

‘Ja wat?’ leek ie te denken, zonder het te willen zeggen. ‘Mevrouw is meer dan tweehonderd jaar oud! En een beetje kierewiet! Hoe zou je zelf zijn op die leeftijd? Knots! Logisch toch?’ Misschien had ie geen trek in dit zinloze onderhoud. Had ie gedacht heel de dag lekker op de canapé te liggen. Uiltjes vangen. Moest ie weer doen of Betty hier de baas was nu. Maar hij liet niks merken van z’n maagzuur.

‘Your Majesty,’ probeerde Bing warm, ‘is the only one the Conqueror of the Brossels empoire would change the course of history for.’

Mmmm. Wie zou zo’n zin niet flatteren? Hij keek haar onderdanig aan, maar Betty bleef sip naar Moswell Heell staren.

‘Imagine Caesar hadn’t conquered Brossels because he was too busy with this beautiful noble woman whot loved him with oll her heart! How different the world

408.

 

would be!’

Queen Betty keek naar het wrakke bruggetje.

‘Imagine civiloisation had never reached Brossels! How we’d thank that remarkable woman!’

Bing zweeg. Hij had de indruk dat er wat fout was met wat ie had gezegd, maar wat precies? Hij wist het bij God niet maar hij moest verder.

‘Wouldn’t you wonna be that beautiful woman? The one whot mide the world change course?’

Uitstekend! Klonk prima en hij had er goede hoop in, keek Queen Betty recht in de ogen en glimlachte z’n meest hartveroverende glimlach, maar Betty tuitte aristocratisch haar mond en hulde zich in stilte. Pijnlijk. Al liet een diepe zucht. Nee, ze kregen Queen Betty nooit op tijd bij Topdog!theepot-photogenie-frame-75.jpg

‘The old box,’ zei Bing vanachter z’n hand, ‘speaks only West-Murkese.’

‘Gentlemen,’ zei Betty opeens met veel schwung, ‘let’s keep it short!’

Al en Bing glunderden, verrast in dit godvergeten gat hun eigen Brossels te horen, een archaïsch Brossels vol fouten, maar het ontroerde hen zeer.

‘Short indeed, Your Highness!’ zei Crispin kwiek.

‘What we want, Crispin,’ zei Betty, ‘is tea.’

Waarop de majordomus als de weerga het salon uitschoot en al terugkwam met dampende pot, kopjes en de gebruikelijke suiker-en- koekjesflauwekul.

‘Tea!’ zei Hare Majesteit. ‘Not sex!’ Ze keek Al en Bing strak aan.

‘No! Of course not, Your Majesty. Bot it would be the max if you could mike Topdog

409.

 

change his moind anyhow, whotever why, sex or no sex!’

‘Topdog?’ De Queen keek vreemd op. ‘Who’s Mr Topdog?’

‘The Conqueror of Brossels, as we explined, Your Hoighness.’

‘Oh. Did you?’

‘Yes Ma’m.’

‘Oh. Did you?’ Hare Majesteit klonk nu wat opgefokt. ‘Crispin, did they?’

‘With due respect, they did, Your Majesty.’

‘Really? Do we know Mr Topdog?

‘We don’t, your Majesty.’

‘No, we don’t. And we don’t want to.’

‘Bot he’s a dog!’ riep Bing.

‘A dog?’ Queen Betty knipperde met haar ogen.

‘Yes, Your Royal Hoighness. A dog. A doggie. So sweet. You’s certainly gonna loike him!’

Queen Betty was even haar kluts kwijt. Dan zei ze: ‘Would I, Crispin?’

‘A matter of debate, Your Majesty.’

‘Precisely.’

‘But no matter how sweet Mr Topdog is, Her Majesty isn’t going abroad to meet him.’

‘Precisely.’

Al en Bing stuurden Crispin dodende blikken, maar hij deed of z’n neus bloedde. De lul.

‘Crispin. This Mr Topdog,’ zei Hare Majesteit. ‘Is he a subject of ours?’

‘No, Your Highness.’

410.

 

‘There you are. Pray tell him to come himself and see us in due time.”In due time, Your Majesty.”Let him ask for an audience, not vice versa.’

‘Of course, Your Majesty. Not vice versa.’

‘Precisely, Crispin.’

‘As you said, Your Majesty.’

‘Precisely.’

‘We’s out of tea,’ zei Bing.

‘Precisely.’

‘Shouldn’t Crispin get some more, Your Majesty?’

‘Precisely.’

De plaat van mevrouw bleef hangen, en zodra Crispin achterdochtig omkijkend verdwenen was met de pot, vroeg Bing: ‘You’d come and tell Topdog he’s a dearie, wouldn’t you, Your Majesty?’

‘Precisely.’

Prachtig! Wat een moed! Ze wou de wereld te redden, Bing veerde recht, greep de handvatten van de zuil en duwde haar de bedsitter uit. Ze hobbelden de trap af.

‘Oh my head! Oh my head!’ kreunde Hare Majesteit.

‘Mire sus pasos, tontos!’ riep de concierge die de hal stond te zwabberen. Ze stuurden Betty om z’n emmer sop heen. Had Crispin al alarm geslagen? De concierge? De poort kriepte al dicht maar ze waren bijtijds buiten en daar raasden ze zigzag met Queen Betty tussen de gaten in het asfalt door naar de steiger. Een vuil kind van het ouderwetse stomme soort dat een geit stond te hoeden op het trottoir liet de geit los en rende mee om onderzoekend aan Queen Betty’s haar te rukken.

‘Oh dear!’ kreunde de Queen, ‘is this protocol?’

411.

 

Bing lichtte het kind een voetje zodat het huilend in de goot viel. Ze renden. Betty zat gelukkig steviger aan haar zuil vast dan gevreesd en ze konden haar heelhuids in het bootje tillen.

‘We’s done it!’ riep Bing. ‘We mide it!’

‘Yup!’ Ze dansten een rondje. Het bootje schommelde hevig. Voorbarig en gevaarlijk ook, want een handvol mannen die waarschijnlijk belangen hadden in Las Mimosas (of misschien achtten ze zich allemaal de vader van het kind met de geit) rende woedend en met geheven dikke stokken op hen af.

‘Stop!’ brulde de ene man met pet, ‘in the nime of virtue, stop!’

‘Queeck!’ riep Kareem angstig.

De motor sputtterde in gang. Schuim. Met Al en Bing links en rechts van Queen Betty om haar overeind te houden stoven ze tussen de eilanden door naar Waterloo. Duizenden druppels spatten om de boeg, glinsterden in het zonnelicht en sloegen fris in Al en Bings gezicht.

‘Heh heh,’ zei Bing, ‘narrow eskipe! Whot was that, Kareem? Relatives of the little girl?’

‘No. They Moral Police. Yes señor, we modern!’

Hij keek Al en Bing aan, zowel trots als vervuld van vrees. Gelukkig lag la Isla Hampstead al ver achter ze. Voor ze maakte een waas de einder geheimzinnig. Hier en daar stonden er zuilen van hitte boven de binnenzee. Jammer dat ze haast hadden, want Slough was echt leuk in al z’n weemoedige onnozelheid. En dat Betty bleef zeuren. En dat de Moral Police ze ging staan opwachten in Waterloo, maar er stond niemand!

Al was verbaasd. ‘No Moral Police whiting for os?’

‘No señor.’

‘Doesn’t they phone one another?’

‘Phones most very onpoious.’

412.

 

In het NT-kantoor, een hok van golfplaat tussen verwilderde oleanders, paste Kareem NT-dozen over Queen Betty tot er eentje goed zat.

‘Are you sure this is an official visit?’ zei Betty.

‘Yes, Your Majesty!’

Ze schoven de doos vanboven over haar en lieten ze vanonder open, zodat ze Betty nog altijd op wieltjes konden vooruit duwen. Kareem maakte met een aardappelmesje twee mooie gaten voor de handvatten en vanvoren pookte hij een rij kleine in het karton om de luchtcirculatie te bevorderen. Ja jongens, dat zag er goed uit.

‘Here we is!’ zei Al tevreden. Ze stonden in de hal van het station. ‘So goodboye, Kareem, and thanks for everything.’

‘Yes. You new Rolex?’

‘No.’

‘Queeck little bit of fon with chookie?’

‘No, thanks.’

‘Two young chookie?’

‘No. Very koind of you, bot no, thanks.’

‘Trine only leave in ten minutes. Plenty toime.’

‘No.’

‘You chookie, Beeng?’

Bing aarzelde. Hij keek op z’n horloge.

‘Two, Beeng? Very extreme fon! Half proice for you friend. How about it, Beeng?’

‘Ummm.’

Het beviel Al niet. Stuitend hoe Bing Gerrie zo makkelijk kon vergeten! Anderzijds,

413.

 

bij nader inzien, helemaal niet erg als ie haar vergat! Maar gelukkig of jammer genoeg reed de HST net al het station binnen.

‘Noice goy,’ zei Al zodra Kareem uit het gezicht was. Wat een onverwacht prettige samenwerking. Je kreeg er weer hoop van voor de mensheid. Zelfs geen factuur. Allicht toe te schrijven aan een gebrek aan beschaving. Ze duwden de doos voor zich uit, maar toen ze naar de trein wilden, verraste hen een onaangename situatie. Weer een sluis. Geen probleem met hun Go Everywhere pasjes, maar daarna moest je een lange gang in. Ze draaiden om de hoek, en daar stonden alle passagiers in de rij. Controle? Er was geen ontkomen aan. Links en rechts hoge beschotten, en na tien minuten schuifelen een vrouw met ongetwijfeld veel haar in haar oksels.

‘How motch money you? Really? Show me!’ Dat soort vragen. Gelukkig was ze net moe bij Al en Bing, en ze mochten naar een er erg degelijk uitziend screeningtoestel met ambtenaar. David Niven, maar goedkoper. Rook muf. Bah.

‘Qué?’ Hij wees op de doos.

‘That?’ zei Al.

Hij en Bing transpireerden heftig maar ze hielden zich kranig en keken met dhr Niven naar het scherm waarop zich in ijle kleuren de contouren aftekenden van Queen Betty en de zuil. Je zag Betty’s kaak heen en weer gaan terwijl ze waarschijnlijk ‘Oh my head oh my head!’ mompelde. Metalen onderdelen zoals het kroontje van de Queen, de vullingen van haar tanden en allerlei draaiende technische dingen in de zuil stonden duidelijk afgetekend. Niet onaardig. De techniek staat voor niets.

‘Loggage,’ zei Al.

De ambtenaar draaide naar Bing als van een kind naar de vader van het kind.

‘A marmot,’ zei Bing.

De ambtenaar fixeerde hem.

‘Very large marmot.’

‘No!’ riep Queen Betty onvoldaan, ‘this isn’t protocol!’

414.

 

‘A very smart marmot.’

‘Oll roight.’ De ambtenaar drukte op een knopje en de doos schoof aan de andere kant weer uit de doorlichttoestand. Ze waren door de screening!

‘Did you see he was a dog?’ zei Bing toen ze buiten het gehoorbereik waren.

‘No. Sure?’

‘Well, Oy doesn’t know no humans with a tile.’

Op de terugweg keken ze niet meer uit het raam. Ze hadden het te druk met popelen. De doos wiebelde bijna onmerkbaar en af en toe voelde Al er eens lekker aan. Het enige wat hem en Bing nog interesseerde was ze zo snel mogelijk bij Topdog te krijgen. Hij zag het al voor zich: ze staan voor de monumentale deur met metalen noppen van Topdogs kantoor, ze zwaait breed open, Al grijpt de handvatten goed vast en duwt de doos naar binnen en Topdog is verbaasd.

‘Whot’s this? Moy new desk-loight?’

‘Oh no, sir!’ Al licht triomfantelijk de doos op, en hopla, Queen Betty ziet Topdog en straalt.

‘Oh what an incredibly naice dog!’ zegt ze. ‘What a clever head! So you are Topdog? Oh, how I love dogs! I’ve met outstanding ones but you, my sweet little thing, you are a marvel. Come here, my little Woowoo, let me stroke you for a sec, moy little coddly Coocoo!’

Dat laatste lukt nooit, maar als er iets de mensheid zal redden is het improvisatie, dus Bing aait Topdog vlug over z’n koppie. Vlug? Nee, hij bedenkt zich net op tijd. Dit is te belangrijk, de wereld staat op het spel, de minste indruk van onachtzaamheid kan fataal zijn. Nee, hij aait langzaam en lief. Hij bukt zelfs en zoent Topdog teder achter z’n oor. Het oor beeft, alsof het op zich al vergaat van gevoel.

En er groeit een traan in Topdogs oog.

Topdog zucht. Hij ziet het leven weer zitten, vergeet z’n bitterheid en de wereld mag van hem toch nog een poosje blijven draaien. Mmm. Mooi.

Totdaar de verwachtingen. Plotsklaps kwam er geluid uit de doos. Bing keek Al aan.

415.

 

Klonk dit gewoon technisch, houtachtig, of zuilachtig, was dit de gebruikelijke gang van zaken en hoefde een mens er zich niks van aan te trekken? Of was dit gekreun? Blijkbaar was het gekreun, alarmerend gekreun, want de passagiers naast ze keken bezorgd naar de doos op wieltjes. Ook Al sloeg de angst om het hart. Goh, wat als Queen Betty het net als de DS begaf!

‘No. She’s jost hongry,’ zei Bing. ‘Oy wonders whot she eats.’

‘We should have asked Crispin.’

‘Yeah. We should have brought him along too.’

Bij gebrek aan een Crispin ging Bing met z’n rug naar de andere passagiers staan zodat ze niet konden zien wat ie deed, tilde de doos omhoog en daar riep Betty al boos en luid: ‘Tea! Get me my tea!’

‘No tea, Your Hoighness.’

No tea?’

‘No, Your Hoighness.’

‘Get me my tea!’

‘There is no tea now, Your Majesty. Yes, Oy knows it’s hard, for there’s nothing loike tea. Especially when there is no tea.’

‘Get me my tea! Get me my tea! Get me my tea!’

Erg vervelend. Er kwam een grote rusteloosheid over de inzittenden van de wagon. Bing stroopte z’n mouwen op en de rest van de passagiers had gelukkig geen slechte bedoelingen. Men keek naarstig door het raam of wierp zich op breiwerk dan wel humidor om zich maar niet te moeten moeien, maar er hoefde maar éen menslievende figuur in de hoop te zitten die zich niet kon bedwingen en het spel was op de wagen. Al en Bing moesten Hare Majesteit snel doen zwijgen. Ze werd langzamerhand rood. De zuil zelf begon nu mee te sidderen. Bing wou haar eerst eenvoudig de hand krachtig op de mond leggen, en hij zat een tijd met z’n hand in aanslag maar ten slotte trok ie ze toch terug. Hij durfde niet. Hij kon het zich geen ongelukken permitteren. Ze moest heelhuids tot bij Topdog.

416.

 

‘Tea! Tea! I want my tea! I want my tea!’

Hij bestudeerde de zuil. Vanachter ging ie open. Te ingewikkeld. Hij deed het deurtje weer dicht en voelde aan haar achterhoofd of er geen buisje makkelijk los kon.

‘Oh sorry.’

Hij had per abuis toch een oorlel losgetrokken. Queen Betty was na zoveel honderden jaren erg brokkelig, maar gelukkig had ze er zelf niks van gemerkt. En het was maar een klein stukje. Bing liet de doos snel weer over haar heen vallen.

Het geroep hield nog een tijd aan en ze moesten het uitzitten en hopen dat het niemand te bar werd, maar gelukkig had niemand trek in discussies. Ze neurieden tweestemmig aardige liedjes als ‘Wooden heart’ over het geschreeuw heen, en ze zongen zo fraai dat enkele medereizigers zelfs dankbaar knikten, en hee, ook Hare Majesteit zweeg. In slaap gevallen?

‘Everything OK!’ mompelde Bing en hij gooide de oorlel met een glimlach in het bakje voor afval bij het raam.

‘Oy hopes so,’ zei Al.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

417.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s