You must be moy broide.

Waarin …

Alleen de kopjes nog. Mevrouw Romy stak altijd alles in de vaatwasser, maar na afloop droogde ze de kopjes graag nog eens met de hand. Ze verdiepte altijd graag haar persoonlijke relatie met haar huisraad. Maar net brak er een oorverdovend lawaai uit en een fijn moment was om zeep.

Het zuur vlamde tot in haar neus. Ze ziedde.

‘Oh no, Mrs Stroboscopick!’ riep ze.

Buurvrouw stond weer stronken te zagen met haar benzinekettingzaag! Mevrouw Romy keek door het raam in de hoop haar te zien en beter te kunnen haten, maar in de plaats van buurvrouw zag ze een angstaanjagende schaduw over het huis vallen en in een tornado van stof en bloemblaren daalde er een monster-VMH neer in haar voortuintje. Mevrouw Romy wankelde. Parallel daalde er een kleine VMH neer, als een loodsvisje bij een haai. De monster-VMH glom mat en kostbaar. Er zat er een kingsoize dubbele knalpot aan, een plaat met het nummer 1, je kon er staat op maken dat er superbaffles voor techno in zaten en hij zag er wreed dreigend uit maar voor bang worden had mevrouw Romy geen tijd.

‘Moy hortensias!’ riep ze. ‘No!’

De zuigkracht van de motoren ontdeed haar tuintje meedogenloos van alles wat ze er jaren lang met zoveel liefde in had opgekweekt. Ze wankelde opnieuw, van hartepijn, van woede nu, beende de trap af en rukte de voordeur open. In de reuze VMH ging een deurtje open en twee walgelijk buitenmaatse honden met ditto petten en in zwart uniform kwamen gebukt naar buiten. Ze kwamen weer overeind en stapten met paradestappen naar mevrouw Romy.

‘Scom!’ riep mevrouw Romy, ‘look at whot you’s done to moy poor flowers!’

De twee gaven geen kik. Er ging een deurtje open in het loodsvisje. Georges klom naar buiten en stak z’n pijp in z’n bek.

***

418.

 

Gerrie tintelde in al haar uitsteeksels. Ze had een hele pot creatieve thee op, haar kamer vol kristallen werkte weldadig op haar zenuwen en ze zat met het script op haar knieën, honderd procent scherp om te formuleren waar miljarden vrouwen op wachtten: hoe dat nu zat met die mysterieuze band tussen liefde en afvallen. Ze wist het zelf nog niet, als het haar niet zomaar inviel werd dat dus geforceerd nadenken en ze begon alvast wilskrachtig te fronsen. En toen werd er geklopt.

‘No!’ mompelde ze. Niemand ging haar nu storen! Ze wou het niet horen!

‘No!’

Maar het geklop hield aan. Dan stopte het en iemand riep ‘Knock knock!’

‘No!’ riep ze.

‘Sorry, Miss Gerrie, somebody’s knocking on your door!’

De stem klonk beschaafd en geduldig, maar ze zei evengoed ‘No!’

‘Miss Gerrie, my be this is serious! My be the house is on foire!’

Ze zuchtte, stond op, liep naar de deur, trok ze open, zag niemand en wou de deur geërgerd weer dichtduwen, maar toen hoorde ze ‘Ahum.’

Ze keek naar beneden. Georges.

‘Agine?’ zei ze streng.

Georges trok de pijp uit z’n bek en keek mild. Z’n milde blik deed het meestal, hij had er dan ook jaren op geoefend, maar helaas, nu niet.

‘No!’ zei Gerrie. ‘No flowers, no fancy dinner, and certainly no bed!’

‘Of course not, Miss Gerrie, bot you tell His Topness so yourself.’

Hij stapte opzij en daar stond ie.

Topdog.

TOPDOG.

Z’n bolle oogjes flikkerden zo woest in z’n dikke donkere kopje dat Gerrie achteruit

419.

 

schrok. Maar ze zag hem schrikken van haar schrik, beseffen dat z’n razernij niet hielp, ermee worstelen en ze overwinnen. Hij keek haar onderdanig aan.

‘Please Gerrie!’ Hij was hees.

‘Mr Topdog?’

Hij keek dreigend om, want hij had geen zin in getuigen van hoe hij hier klein en bloot stond, maar Georges was slim en al van het toneel verdwenen. Topdog draaide weer naar haar en worstelde nu met wat ie moest zeggen.

‘ Gerrie!’

‘No, Mr Topdog!’

‘Gerrie!’

‘It’s no! Have a good die!’

Ze riep het zo vriendelijk mogelijk om hem niet te grievend te beledigen en duwde de deur dicht maar hij stond al half binnen. Ze had hem in twee stukken geduwd, als ze de deur helemaal dichtgedrukt had met al de macht van haar gevoelens, maar hij bleef daar maar staan mummelen, kwetsbaar, zich niet bewust van de deur.

‘Oh Oy knows. Oy knows,’ hij keek op als iemand die bodemloos geleden had onder een grote maar onbeantwoorde liefde, ‘Oy’s gonna be a different Topdog. Sensitive and compassionate. Considerate. Helpful. Lenient. Loyal. Devoted. Easily get-at-able. Authentic. Credible. Sweet. And yet strong. And keen. With a foine sense of humour. Bot OK, that doesn’t concern you no more, sweet Gerrie. No.’ Hij schudde z’n kop als om de wanhoop af te gooien, en probeerde te glimlachen, of het allemaal maar een spel was, maar hemel, dat was het dus niét! ‘No, we was droiving about incognito in the nighbourhood and Oy thinks, whoy, Topdog, doesn’t you sigh hollo to her? Jost for a moment.’

Gerrie moest ermee lachen.

‘OK, no, Oy wasn’t passing boy incidentally. On the contrary. It’s a matter of loife or death, for Oy is jealous loike hell! Georges told me about this love scene. This thing with, uh,’ hij gruwelde, ‘three! Gerrie, whoy? Whoy twins? Is you looking for

420.

 

something special? Well, Oy’s a lot more special!’

Gerrie glimlachte. Alleen van de zenuwen, maar Topdog zag het, voelde zich aangepord en ging sito presto door de knie. Georges schudde vanachter de hoek meewarig z’n hoofd. Knielen. Wat een cliché!

‘Gerrie,’ zei Topdog, ‘Oy loves you!’

Gerrie hield haar adem in.

‘GERRIE!’

Stom, toch?

‘GERRIE?’

Keukenmeidenromanzult.

‘GERRIE, Oy loves you! PLEASE!’

Anderzijds, bedacht ze, ging er ontzettende kracht uit van die drie woordjes in die volgorde. Veel meer dan, pakweg, van ‘Loves Oy you’ of ‘Loves you Oy. Véel meer!

‘Gerrie, every piece of me longs for you.’

Nnng mmm. Al poëtischer.

‘Gerrie, Oy loves you with oll moy moight!’

Mmmm. Ze begon warm te lopen in haar geheime zone.

‘Gerrie,’ snikte Topdog, ‘OK, this is horrible old hat bot Oy is crizy about you. You’s got so mercifully motch Doc Pott in you! Oy can’t think about nothing bot you since Oy’s seen you in the Doc Pott Museum! You must be moy broide! Pleaease, love me! Oy’s gonna put the world at your feet!’

Gerrie deed haar ogen dicht.

‘You must, for Oy is Topdog!’

Oh wat voelde ze zich verscheurd!

421.

 

‘You must, for Oy is gonna sive the world!’

Enerzijds wou ze zich laten meeslepen in meeleven, want hoe zielig stond die hond daar, maar anderzijds rook ze kak. Juist, Topdog was interessant als researchonderwerp, en allicht was het meegenomen als er iemand mateloos veel van hem hield, maar als er van iemand gehouden mocht worden, iemand daar recht op had, daar tot tranen toe door gelukkig zou worden, uit de natuur der dingen recht op dat geluk had, als brandpunt van bewondering en liefde in zich genoeg vuur zou verzamelen om de wereld tot een grandioos juweel om te toveren, dan was zij dat! En niet die Topdog!

‘No,’ zei ze.

Er viel een onheilspellende stilte. Of Topdog er niks van begreep. Of ie wou dat zij hém bewonderde! En niet andersom. Wat een boer. Een boer van hier tot daar. Wist niet hoe het moest! Ze deed haar ogen weer open, keek in z’n gezicht en week weg van zoveel slechte adem. Hij stond nu voor haar op de buffetkast. Had haar minuut meditatie gebruikt om erop te wippen, zonder stil te staan bij de krassen van z’n pootwerk, maar daar zei ze liever niks van, want hij was al duidelijk genoeg ten prooi aan gevaarlijke gevoelens.

‘Please. Love me, Gerrie!’

‘No!’

‘No?’ Hij klonk verbaasd. Hoe kon er iemand niet willen wat hij wou?

‘No,’ zei Gerrie zacht en bemoedigend, ‘you must love me!’

‘Oy must love you?’

Stilte. Hij keek of ie dacht van ‘hee, daar had ik nog niet aan gedacht!’

‘Yes. Love me, and oll’s gonna be terrific.’

‘Oh. Bot is you gonna love me?’

‘No. Wrong question, Topdog.’

‘No, it isn’t!’

422.

 

‘It is!”No it’s not. Whot Oy wonts to know, is: is you gonna love me?’

‘Please! Come on, it doesn’t work loike that, Top. You must love me, disinterestedly, oll real love is disinterested. Oll real love gives. No real love asks. People whot really loves doesn’t ask questions. Love is bloind. Simply love me, and everything’s gonna be oll roight! Love me, and we’s gonna be happy forever!’

‘Bot you must love me!’

Gerrie zuchtte nog dieper. Ze worstelde zo intens met zichzelf dat ze er met haar ogen dicht van op de canapé viel, en toen ze ze weer open deed, stond die mops haar op de arm van de canapé aan te staren. Z’n muil trok nu eens zus en dan weer zo van spanning, heen en weer geslingerd als ie werd tussen hoop en angst. Hij was zo nabij en zo ver af. Ze besefte dat De Ander eeuwig een ander zou blijven – zeker als ie een hond was. (Diepe gedachte. Ze nam zich voor er straks snel een notitie van te maken.) Ze wist nu dat Topdog geen hond was die ze spontaan kon vastpakken, aanhalen, knuffelen en gekke woordjes toefluisteren. Daarvoor was ie niet onnozel genoeg. Hij was helaas geen stom lief beest. Waarom was ie niet van het gewone soort dat komt aanrennen, onvermoeibaar blijft opveren en je gezicht intussen in fazen met z’n tong doet? Het soort dat vanzelf zonder besef van je houdt omdat je zogezegd een grotere hond bent die nog meer weegt in de roedel. Nee, Topdog leek wel een mens. Mensen veren niet op om je gezicht af te likken. Meestal toch niet. Was dit, oh ironie, net het werk van pappie? Was Topdog au fond mens? Jammer, ook als mens was ie zo’n pijnlijke keutel dat ze er ongewild van jammerde. Waarom had ie geen diepe speelse ogen ? Geen witte tanden? Geen open kraag? Geen borsthaar dat er uitpiepte? Geen ontwapenende glimlach? Geen kuif met gel? Zelfs geen hoofdhaar tout court? Er schoot haar een beeld door de geest van vleselijke gemeenschap met Topdog zonder kuif. Neeee! Ze rilde. Ze retoucheerde het beeld met satijnen lakens en Mahler op de klokradio, maar het ging nog altijd niet. Waarom was ie niet groot en sexy? Zoals Omar? Oh nee, ze wist weer dat ze al jaren alleen van Omar hield! Wie was er sensitive? Compassionate? Considerate? Helpful? Lenient? Loyal? Devoted? Get-at-able? Authentic? Credible? Sweet? Strong? Keen? Met a foine sense of humour? Omar!

Mooi dat Topdog ook zoveel wou zijn. Wilsmens. Als alle kleine mannetjes. Hij had

423.

 

het ver gebracht met willen, maar daarom wàs ie nog niet wat ie wou. We zijn nu eenmaal geworpen in het bestaan. Jammer dat pappie zoveel mens in hem gewerkt gekregen had. Nu wrook het zich. Pappies honden hadden succes in het succes, maar niet in de liefde. Nee. Hoe ze ook wou, ze hield niet van hem.

Ai. Ze aarzelde. Ze was een bewuste en fijngevoelige vrouw, maar maakte ze zich nu niet schuldig aan afschuwelijk cultureel imperialisme? Hield ze niet van hem omdat ie anders was? Cultureel anders. Nee, neem geen blad voor de mond: raciaal anders! Er wordt vaak luid geroepen dat racisme onzin is omdat er maar éen menselijk ras is. Maar Topdog was alleszins van een ander ras. Ze kreeg een schok. Was ze een raciste? Ze stond op, ging weer zitten, wrong zich de handen, maar uiteindelijk haalde ze opgelucht adem. Als ze niet van hem hield, was dat niet omdat ie een hond was. Al was ie een blanke man van éen meter tachtig met even korte pootjes, bolle ogen en een bek waar kwijl uit lekte, ze moest hem niet.

Arme Toppie. Hoe wreed was het leven. Ze proefde een, twee, drie minuten van de bitterheid van de liefde, want zo ging het mocht ze geloven dus altijd: de een wil die ander, maar die ander wil die ene niet, en gaf zich over aan de emotie, want dat moet je doen, helemaal door de ervaring gaan. Ze zag haar leven voorbijflitsen als mevrouw Topdog, de hedendaagse Josephine de Beauharnais, applaus, luxe, gemak, elegantie, vergulde stoelen, lauwerkransen, alle dagen mani- en pedicure, en haar video een éclatant succes, en iedereen maar bedelen om nieuwe scripts van haar hand, maar née, liever niet, want, laten we wel wezen, het beest had allure noch verbeterbare inborst.

Wat erg. Natuurlijk was een Opperwezen dat persoonlijk belang stelde in haar carrière, liefdesleven en inspanningen om te vermageren een sociale constructie, maar op dit ogenblik was ze blij er gewoon de pijn mee te kunnen delen van de vaststelling dat de liefde weer niet mocht. En nu moest ze dat ook nog zeggen tegen die hond.

‘Toppie.’ Ze zocht naar woorden.

‘Gerrie.’

‘Toppie.’

‘Gerrie.’

424.

 

Hij begon te kwispelen. Ze moest zich haasten of de lul kreeg weer hoop.’Toppie, you’s been very koind, bot.”Bot?’

‘Don’t blime yourself for this. Nor blime me.’

‘Bot whot?’

‘Oy. ‘

‘You ?’

‘Oy can not answer your love.’

Topdog keek van haar weg.

‘Sorry, Tops.’

Hij liet z’n kop hangen.

‘Oy’s so sorry!’

De sufferd. Ze had met hem te doen, ze strekte haar arm om hem bij wijze van compensatie even achter z’n oor te krabben, maar ze bedacht bijtijds dat ze hem ook beter goed door z’n ervaring kon laten gaan. Z’n ademsappel ging op en neer. Dan draaide hij zich om op de arm van de canapé, sprong naar de vloer en tippelde zwijgend en in alle waardigheid naar de deur.

<!–[if gte vml 1]> <![endif]–>De deur ging langzaam dicht, en zodra ze in het slot viel, werd Topdog in de gang vermiljoen rood.

‘GrrroOw!’

Hij beet als een dolleman in diverse deurstijlen.

‘RrrraAH! RrrrwoOH!’

In de kokosmatten met het woord Welcome. In de fiets van de overbuurman.

‘HhhhhhANG!’

425.

 

En in Georges die om het hoekje kwam kijken.georges-kijkt-om-hoek-frame.jpg Hij beet Georges waar ie maar kon. Stukken hout, mat en Georges vlogen door de lucht. Georges had het nooit zo ver gebracht zonder zin voor verhoudingen. Hoe ie ook rond tuimelde, hij bleef scheefjes glimlachen.

‘Please go ahead, sir,’ zei ie tussen twee snappen, ‘bot whot’s happened?’

Dialoog werkt altijd beter dan geweld. ‘Ow. Ow. If it’s not too motch, sir, could you boite me a bit less hard?’

Zinloos verzoek, de twee hondenbruten in zwart uniform, Topdogs lijfwachten die onzichtbaar op de overloop hadden gestaan, kwamen aanrennen en probeerden Georges ook al de keel af te bijten.

‘Ow! Ow! Please gentlemens, let me tock to Mr Topdog! Whot happened, sir?’

Topdog probeerde Georges’ rechterbeen af te bijten.

‘Sir?’

Georges kon op zijn leeftijd wel raden wat er gebeurd was in Gerries flat, oh, het leed geleden voor de liefde, en hij begreep best wat er aan de hand was in de gang: hij kreeg nu de volle laag, gatverdamme, in plaats van die kuttrut van een Gerrie, maar zolang Topdog praatte, kon ie niet bijten.

Vijf minuten later was Topdog zo bekaf van het bijten in Georges been en z’n woede zo ver verbruikt dat ie omver viel. Daar lag ie verslagen met z’n hangwang op de mat met ‘Welcome’ voor Gerries deur. Hij staarde dof voor zich uit. De lijfwachten zagen er een signaal in, hielden op hun beurt op met Georges te bijten en slopen naar de overloop.

‘Whoy?’ zei Topdog moe.

‘Whoy whot, sir?’ Georges lag naast hem.

‘Whoy does a sweet chookie loike Gerrie foll in love with a POSTMAN!’

426.

 

‘Postman?”A miserable poile of shoite.”Shoite? Who?’

‘Al.’

‘Oh him.’

‘Yes him. Look at how Oy soffers. How you soffers, how you’s bleeding, poor chap! How we dogs soffers. How oll of os canoines must ondergo the postman’s arrogance and grovel. This must stop! Stop now! Let’s destroy them. Yeah, let me decoide now and forever: let’s woipe them out! Oll of them! Oll postmen! Crosh them! Squosh them! Beat them into polp! Annihilite them!’

‘Oll of them?’

‘Every one of them. They’s bad for the universe.’

‘That’s a lot of work, sir. Shouldn’t you have a last go at Mrs Gerrie first?’

Gerries deur stond trouwens weer op een kier. Vanzelf? Of had een liefde die zichzelf niet wou kennen hier de hand in? Ach, Topdog had er geen oog voor. Te intens bezig in gedachten met postbodes te verpletteren.

‘Shouldn’t you?’ zei Georges.

Topdog keek weg. Z’n kop was nog dikker dan gebruikelijk. Van de spanning. Vechtende emoties. Trots. Wanhoop. Haat. Liefde. Je kreeg van minder een dikke kop. Maar dan vermande hij zich, krabbelde overend en tippelde door de kier weer Gerries salon in.

‘Gerrie.’

‘Tops.’

Hij was wanhopig. Nederig. Zakte op z’n knieën met een krop in de keel.

‘Gerrie, sigh yes, or Oy’s gonna do moyself in.’

427.

 

Sterk! Heel sterk!

Gerries ogen werden groot. Deze scene was zo positief, zo toegankelijk en gezinsvriendelijk dat ze recht uit de pan het script in kon en, oh!, een zoete vlam schoot door haar heen. Ze kneep haar benen tegen elkaar maar voelde evengoed haar broekje nat worden en Theresa van Lisieux van die film die ook altijd kreunde kwam haar voor de geest.

Topdog zag haar verglaasde ogen. Eindelijk. Eindelijk voer er een golf van liefde voor hem door haar. Het roerde hem.

Gerrie kwam weer bij en keek hem aan. Hij haar.

Ze had nu tranen in haar ogen, zonk ook op haar knieën en drukte die kleine Topdog tegen zich aan. Kleine Topdog liet het met groot genoegen gebeuren. Hij was hoopvol. Ze zoende hem op z’n trillende natte neus.

‘Oy hopes this can comfort you, Toppie. One moment of friendship. Let’s cherish it. Hold on to it. Remember it as long as we lives, for we must now sigh goodboye.’

‘Goodboye?’

Pop. Topdogs ogen schoten uit z’n kop, bol van gekte, de gekte van iemand die nooit nee kan accepteren, de gekte van iemand die de wereld in brand kan zetten, maar Gerrie merkte er niets van.

‘Yes, darling.’

‘Your last word?’

‘Oy’s afride so.’

‘Oll roight, Oy’s got the message.’

Topdog kwam overeind. Hij stond even in zichzelf te grommen en toen keek ie onverbiddelijk.

‘We’s gonna do it moy why then.’

Hij liep naar de deur, stak z’n kop door de kier en blafte. Een bevel.

428.

 

Gerrie zat vastgesnoerd met een prop in haar mond naast Topdog. De prop was bijna zo groot als haar hoofd en ze deed bijgevolg vreselijk pijn, maar wat is pijn in je mond, vergeleken met pijn in je hart? De VMH gierde in een wolk van stof en petuniablaadjes de lucht in. Mevrouw Romy zat met een muilband aan op de achterbank. Gerrie had zich niet zonder slag of stoot in beslag laten nemen door Topdogs Special Forces en haar gegil had mevrouw Romy gealarmeerd. Mevrouw Romy was ook al gewoon altijd haar zin te krijgen, ze was de overloop opgelopen, wat ze zag was niet volgens haar zin en ze was zo krachtig beginnen meegillen dat de Forces haar volledigheidshalve voorzien hadden van muilband en touw en meegenomen.

Topdog piloteerde. Hij zag er in de achteruitkijkspiegel patent uit in z’n leren vliegerjas, zijden sjaal, vliegerbril en muts, dacht ie, tevreden dat er toch iemand van hem hield. En nu ging daar nog iemand extra bijkomen! Hij draaide in de richting van het gesmoorde gekrijs.

‘Moy loviedovie.’

Er kwam vuur uit haar ogen. En nog meer uit die van mevrouw Romy, maar die negeerde hij. Hij had genoeg aan het vuur van Gerrie. Hij keek haar teder aan.

‘Lovedovie. Oll your troubles is over.’

Zij was nu voor altijd van hem, maar hij ging daar niet ingewikkeld over doen. Het was een zaak van wennen en naar elkaar toe groeien tot ze z’n goedheid begreep en zich aan hem overgaf. Hij nam haar nu alvast bij wijze van wittebroodsweken mee op werkvakantie om haar te laten zien hoe meedogenloos hij het postleger in Bowl vernietigde.

Ze kronkelde en wrong.

‘Sweetie, don’t exert yourself. Everything’s oll roight!’

Ze rukte.

‘We’s gonna be so happy together!’

Ze bleef zitten wringen en huilen. Vervelend. Het verknalde de sfeer.

‘Our last die bot one,’ zei Al in de taxi. ‘bot we’s gonna mike it.’

429.

 

‘Yup.”We’s gonna change the course of history!’

‘Yup, jost let Betty do her stoff.’ Bing keek voldaan naar de TNT-doos naast hem op de bank. ‘Bot let’s go home first, tike a shower and put on some fresh fancy clothes.’

‘No! We’s going to Topdog stright awhy. Let’s sive the world first.’

‘Oy looks a lot better in moy blue shirt, Al!’

Al werd verschrikkelijk boos.

‘Your blue shirt?’

‘The one with them parrots.’

‘You selfish old dick! Whot comes first? Your blue shirt or the world?’

‘Oy really has to look noice, Al!’

‘Oh you has to? Who for?’

Ze staarden elkaar giftig aan en ze dachten allebei aan Gerrie. Voor wie anders wou Bing z’n blauwe hemdje aan? Wie anders wou Al redden? De taxi kwam nu in slakkevaart vooruit en op het trottoir marsjeerde de in Brossels City gebruikelijke bureaucratische menigte tuchtvol langs. Iedereen goed gewassen en keurig gekamd. Massa’s honden. Begeleid van wolken productondersteuning voor hondenbrokken, -sweaters en -speeltjes. Hoog in de lucht een gigantische kluif van het merk Champ CHOMPERS en gepokkepokpok van wakende Floying Dogs. De taxichauffeur was wel nog een mens. Een structurele pisser of hij had ruzie met moeder de vrouw. Of met iedereen. Begon zich dus gelijk te moeien: ‘Hey, whot’s that, mites?’

‘A box, sir.’

‘No box in this car!’

‘Oh we jost puts it between os on the seat.’

‘No. Out! Out it goes! They ollwhys goes wrong, boxes.’

430.

 

‘You means it costs extra.”Roight.’

Maar toen de chauffeur de bestemming hoorde, zweeg ie zo en hij zocht nu misnoegd kijkend z’n weg naar de Canoine Supreme Headquarters in de Brossels National Telecom Memorial toren.

En toen riep er opeens iemand: ‘Where is my tea?’

De chauffeur keek met een ruk om. ‘Whot’s that? Whot’s that fonny voice?’

‘Oh nothing.’

‘Where’s my tea?’ riep Hare Majesteit.

‘Nothing?’

De doos begon zo woest te schudden dat Bing ze dan maar in arren moede oplichtte en daar was ze. Betty.

‘Whot?’ riep de chauffeur woedend. ‘A monkey? No monkeys in moy car!’

‘Young man,’ zei Queen Betty en ze keek hem streng aan, ‘my tea!’

De chauffeur hield vlug z’n mond.

‘It’s coming, Your Hoighness,’ zei Bing geduldig, ‘bot you’s abroad now, and on an extremely important diplomatic mission!’

Dat leek indruk te maken. Ze verstarde. Of er binnenin een en ander crashte. Te veel te verwerken. Maar dan kreeg ze weer kleur. De mond ging weer in al z’n glorie open en Al moest denken aan een karp.

‘Where is my tea?’

‘Well, you sives the world and we gets it.’

‘Where. Is. My. Tea?’

‘Listen, Your Majesty. In a minute we sees Mr Topdog. Don’t worry, Oy does oll the

431.

 

tocking. Oll Oy’s gonna ask you is: ‘Your Hoighness, does you love dogs?’ And you sighs: ‘Yes!’

‘I say ‘Yes’?’

‘Of course! You does love them sweet little doggies, doesn’t you?’

‘No.’

‘Uh?’

‘No.’

‘No?’

‘No tea no yes.’

‘Bot Your Majesty!’

Oh no! Bing de lidy killer had de zaak zo te zien al verknoeid! Wel stom van aanpak voor iemand met zoveel ervaring met dames, bedacht Al. Drie uur Hoigh Speed Trine met Betty in de doos en nu pas ging meneer haar ompraten voor een opdracht waar de toekomst van de mensheid vanaf hing!

‘Your Majesty,’ zei ie nu zelf zacht, ‘please. Onless Mr Topdog gets proof there’s humans whot loves dogs, he’s gonna exterminite mankoind. We must show him someone whot loves dogs. Rolls loves dogs, and the best Roll, the most trostworthy and prestigious one, really really the one to convince Topdog, is you, Queen Betty. We hopes you’s willing to see him. Jost sigh you loikes him and you sives the world. That’s oll! Please. You’s our last hope. We’s gonna be griteful forever! Forever!’

‘Oh.’ Queen Betty keek hem onverwacht intelligent aan. ‘So I’d tell this Mr Topdog I like him?’

‘Yes, Your Hoighness.’

‘But do I?’

‘You could mike an effort.’

‘Could I?’

432.

 

‘Of course you could, Your Majesty!’

‘But I haven’t met the gentleman yet. I certainly don’t like oll dogs. Not the ones whot shit on my carpet. I like corgis. Is he a corgi?’

‘No, Your Majesty,’ zei Bing, ‘bot he’s, eh, quoite sweet and strokable, quoite loikable.’

‘You must loike him, Your Majesty, please! Please!’ riep Al.

Hij deed z’n mond weer dicht, want Queen Betty begon gevaarlijk te sidderen. Misschien mocht je nooit roepen tegen een Queen. Maar dan werd ze weer zichzelf en ze glimlachte protocolair.

‘Young man.’

‘Your Majesty?’

‘One can not force love! Love comes and goes. Love hits whom it wants to hit.’ Ze zuchtte diep, deed haar ogen dicht en helde dromerig over, of ze zich interessante scenes herinnerde uit haar eigen leven, enkele honderden jaren terug. Zo echt hadden ze haar nog niet gezien. Haar ogen gingen weer open en ze keek Al aan via een van haar spiegeltjes.

‘Does Mr Topdog love horses?’

Al aarzelde maar Bing zei: ‘Sure!’

‘Stamps?’

‘Sure!’

‘Kebab?’

‘Sure!’

‘I don’t. Well, I was just trying to find common ground. No, I can’t tell him I like him then. Sorry, boys.’

‘Bot you must! For the world’s sike.’

433.

 

‘I beg your pardon! Gentlemen, I am the queen of East-Murky! The queen of East-Murky can’t be unreliable! Just imagine! But you want me to sacrifice my integrity?’

‘Oh no, Your Majesty,’ riep Bing. ‘Jost tweak things a bit!’

‘Sacrificing somebody. Good idea. But not me! What’s your name, boy?’

Ze keek Al aan.

‘Al.’

‘You can only sacrifice yourself, Al. And only for whom you really love. I’ll only sacrifice myself for Tootoo.’

‘Tootoo?’

‘The corgi I really love.’

‘Bot you doesn’t get it, Your Majesty!’ zei Bing.

‘Oh I do. And only one person can tell Topdog she loves him, but you’re willfully blind, boys! Now where’s my tea? I want my tea. In a teapot.’

‘As soon as we’s seen Mr Topdog, Your Hoighness,’ zei Bing.

‘No. I want my tea, and I want it now! Real tea in a teapot! Tealeaves in a tea-egg and hot water from a kettle! Tea with a tearusk!’

‘Fock moy lock,’ zei Bing, ‘we can’t go to Topdog loike that! We’s in deep deepd shoite. A canyon of shoite. Who still mikes tea in a teapot?’

‘Not me!’ riep de chauffeur. Waarom kreeg hij altijd lastige klanten? Hij had die doos nooit in z’n taxi mogen laten zetten. Achter hem klonk massief getoeter.

‘To Loilac Line!’ zei Al. ‘To Gerrie! She’s a real tea specialist!’

‘Is she?’

‘Yeah! Teapots on every tible. Even on the chairs. In the bath room. Hasn’t you noticed? Let’s see her roight awhy!’

434.

 

Ze werden er allebei op slag vrolijk van. Hee, wat keken ze uit naar een gelukkig weerzien!De taxi stopte voor de Bongalow.’Where,’ riep Queen Betty, ‘is my tea?’

‘Jost a sec, Your Hoighness.’

Bing en Al tilden haar de trap op het halletje in en tot op de overloop bij Gerrie. Ze popelden. Maar hoe hard ze ook aanklopten, geen Gerrie. Was ze bij mevrouw Romy? Ze duwden de Queen tot bij mevrouw Romy, maar die deed evenmin open.

‘There’s still Mrs Vinnie.’

Ze duwden moeizaam Queen Betty tot op de derde verdieping, en hoera, mevrouw Vinnies deur ging wél open! Helemaal zelfs, en ze keek aardig. Wat was er numrs-vinnie-in-deur-met-nieuw-kapsel-frame.jpg wel aan de hand? Geen achterdocht? Had ze net een porto op? Ze was blijkbaar naar de kapper geweest. Riep haar nieuwe lampenkap van haarlak om publiek?

‘Oh, it’s you, boys! Who is this?’

‘Queen Betty from East-Murky, Mrs Vinnie.’

Queen Betty glimlachte als een paard. ‘Mrs Vinnie!’

‘Betty!’

‘Vinnie!’

Wat een hartelijk weerzien! Ze dachten dat ze elkaar al kenden. Wat kan geheugenverlies toch leuk zijn. Binnen de vijf minuten zaten ze met z’n allen lekker dampende thee te drinken uit een echte theepot. Met een echte zilveren theebal. Je kon hem horen kletteren. Suiker en room of citroen. Zandkoekjes. Mevrouw Vinnie hielp Queen Betty drinken.

‘Where does it go?’ fluisterde Bing. De thee ging er in als in een vergiet.

‘No, when does we go?’ zei Al.

435.

 

Precies. Het was zo gezellig dat ze bijna vergaten dat ze de wereld moesten redden, dat de taxi stond te wachten en dat de meter maar opliep.’Hey, what’s happening? Where are we going?’ riep Queen Betty.

Mevrouw Vinnie was in de keuken verse thee aan ’t maken en Bing duwde Betty weer de deur uit.

‘To Topdog, Your Majesty.’

‘I beg your pardon! You see Mr Topdog! You love him! I don’t! I am the queen of East-Murky and she’s having her tea!’

Nou, Bing had wat anders in gedachten. Hij greep de rubberen handvatten stevig vast en stuurde de queen kordaat naar de trap, maar ze ging nu zo erg gillen dat er een mist van duizenden spikkels thee en kwijl neerdaalde en de overloop gevaarlijk glad maakte. Ze trilde ook vreselijk. En ineens hield het gekrakeel en getril op en haar hoofd hing scheef. Of ze de pijp uit was.

‘Oh boy!’ zei Bing, ‘Your Majesty? Is you still there? Hullo? Hullo?’ Hij tikte op haar voorhoofd.

‘Don’t do that!’ siste Al, ‘you doesn’t wont her to brike into pieces, does you?’

‘No. Bot Whot else can we do?’

‘Tea! Tea!’ fluisterde Al in haar oor, ‘noice tea!’ Ook dat wekte haar niet tot leven.

‘No!’ riep ie, ‘oh no!’

Ze konden zich niet permitteren dat ze de geest gaf voor ze Topdog gezien hadden. Maar als alleen al vervoer tegen haar zin haar fataal werd, kregen ze haar nooit goed bij hem. En stel het lukte, dan had ze nooit effect als ze zo gilde! Al had zin om te huilen. Hij leunde van wanhoop tegen de muur. Was Armageddon dan onvermijdelijk? En zoveel weken liefdewerk vergeefs? Al die angst? Al die slapeloze nachten tussen gistende chipolata’s? Al die pijn?

‘So,’ zei ie, ‘is she roight then? Must we sacrifoice ourselves? Bot how can Oy tell Topdog Oy loves him? Oy doesn’t! Does you, Bing?’

‘Oh, Oy’s quoite willing to, if it sives the world, bot it isn’t gonna work. At the end of

436.

 

the die Oy only loves chookies. Sorry.’

‘A biby! My be we could still foind a biby in toime. A biby whot really loves cute little doggies loike Topdog. Bibies is a lot less trouble to transport.’

‘Bibies is so rare.’

Bing liep snel weer naar mevrouw Vinnie en leunde naar binnen. Mevrouw Vinnie zat gezellig in haar eentje de thee verder op te drinken.

‘Mrs Vinnie?’

‘Yes darling?’

‘Has you heard about any new biby in Whammle?

‘Bibies? No dear. They’s so horribly onpractical! Whot would you need a biby for? ‘

‘Oh nothing.’ Bing trok de deur vlug dicht.

‘My be Gerrie knows about one!’ zei Al.

‘Yeah. She’d better. She’s the only one left otherwoise to tell Topdog she loikes him.’

Al kreeg een schok. Gerrie dan maar overleveren aan Topdog? Nee, hij zag het totaal niet zitten, maar dat hield ie liever voor zich. Oeh, hoe hunkerde hij opnieuw naar haar! Hoe erg wou ie haar weer zien!

‘My be she’s at home now!’ zei ie. Niet om haar te vragen Topdog te vertellen dat ze van hem hield! Maar misschien konden ze bij haar troost vinden voor hun mislukking, voor het feit dat de wereld om zeep was ondanks hun ontzaglijke en bewonderenswaardige inspanningen. Ze lieten Queen Betty staan waar ze stond, liepen de trap af en en stonden weer voor Gerries deur. Al deed z’n ogen dicht en beeldde zich z’n geluk al in, hoe Gerrie hem en Bing gelijk teder omhelsde, maar het duurde en duurde voor ze die deur kwam openmaken. Hij deed z’n ogen dus maar weer open. Bing stond nog altijd op de deur te kloppen, harder en harder, en plotseling zwaaide de deur vanzelf open.

‘Eh?’

Te hard geklopt. Maar ze vonden geen Gerrie. De theelichtjes brandden nog altijd, of

437.

 

ze er wel hoorde te zijn. Kussens lagen in het rond. Stoelen stonden aangrijpend schots en scheef. De hun o zo bekende canapé lag omver.

‘Oh dear me!’ riep Bing. ‘Looks loike voilence has been apploied here!’

‘She’s been kidnapped!’ riep Al.

Ze renden naar de flat van mevrouw Romy en maar ook daar stond de deur op een kier en was de flat verlaten. Ook ontvoerd? Ze begrepen er niks van. Wie kidnapte er nu moeder en dochter samen? Ze renden weer naar mevrouw Vinnie.

‘Mrs Vinnie, Gerrie’s disappeared!’

Mevrouw Vinnie keek charmant op van haar kopje. ‘Oh, she often does.’

‘Her flat is a mess! Cushions oll over the floor!’

‘Oh, she’s so artistic!’

‘Mrs Romy’s gone too. This is serious, Mrs Vinnie!’

‘Well, she usually comes back too.’

‘Hasn’t you heard no noise, Mrs Vinnie?’

‘No. Has you, Betty?’

Queen Betty antwoordde niet. Had mevrouw Vinnie haar voor de gezelligheid weer binnengehaald en vol thee gegoten? Ze keek in elk geval als in extase voldaan op.

‘Has you, Your Majesty? Has you?’

Hare Majesteit zei geen barst.

‘It’s no use,’ zei Bing. ‘Goodboye, Your Hoighness! Have a noice die, Mrs Vinnie. Come on, Al.’

Ze liepen het klinkerpad af naar de straat. De taxichauffeur leunde katatonisch tegen z’n auto.

‘Gosh! Look at that!’ Al had het te druk met de wereld te redden om het te zien toen ze gearriveerd waren, maar nu zag ie het voortuintje wel, verwoest, geknakt en op

438.

 

sterven na dood. ‘Something froightful’s happened!’

‘Something froightful?’ De chauffeur kwam weer tot leven. Misschien werd het toch nog een leuke dag. Hij hield van vreselijke dingen.

‘Looking for something?’ zei iemand.

Ze keken om. Daar stond ie, prins Bocko, hondloos, en blijkens z’n pose in een welwillende, informele bui. Weinig om handen allicht vandaag, en dan heeft een mens zin in lullen, maar Al en Bing hadden helaas géen tijd.

‘You seen something abnormal here, prince?’

‘Well, yes. Outsoize Floying Dog. Grite sound system.’

‘Go on.’

‘Two big boxers got out, and a poggie.’

‘Topdog. He’s got Gerrie,’ zei Al.

‘And this Jack Rossell with a poipe in his snout.’

‘Georges. So he knows about this. Let’s go and get hold of him. Droiver!’

‘Has you goys had a look at the meter?’

‘No,’ zei Bing, ‘jost horry op, man!’

‘Roight.’ Onze chauffeur bleef rustig. Hij ging nu niet zeiken over wie dat allemaal ging betalen. ‘Whot koind of terrible things,’ zei ie en hij probeerde zo gedesinteresseerd mogelijk te klinken, ‘is we gonna see?’

‘Well, first of oll, we strangles you if you doesn’t get going,’ zei Bing.

De taxi schoot weg en prins Bocko keek teleurgesteld naar de wolk stof.

Al wist de weg nog en tien minuten later stonden ze voor Georges’ deur. De chauffeur wou aankloppen, maar Bing hield z’n hand op.

‘No?’ Wat? Ging het feest niet door? Gingen ze niks verschrikkelijks zien? De

439.

 

chauffeur kon z’n diepe ontgoocheling niet verbergen.

‘We can’t spoil toime with scenes loike the one with queen Betty agine,’ zei Bing. ‘Georges has to crack roight awhy and tell os oll he knows. So let him shike with froight. Give him the max!’

En daar knalde de deur met enorm gedruis uit haar hengsels en ze barstten naar binnen.

Ze schrokken terug. Sokken, regenjas, pantalon, das, onderbroek, tanga, bh, nylons en hoge hakken voerden naar Georges en kolonel Katia. Ze lagen op elkaar op het tapijt in hun blote gat.

‘Bwaaaah! Whot koind of deproivity is this?’ riep de chauffeur walgend maar tevreden.

‘Moind your own business,’ zei Georges. Hij deed iets intensiefs en ingewikkelds met betrekking tot éen van kolonel Katia’s liefdesingangen, al zagen de gasten niet duidelijk welke, maar het was niet de bovenste.

‘Of course. Please,’ zei Bing. ‘Go on.’

‘Sorry,’ zei kolonel Katia, met die mooie droevige glimlach, ‘eef eet look a beet hot, but Georges really really need comfort. Look! Look at eem!’

Georges zat onder de jodiumtinctuur.

‘Oh no,’ zei Al, ‘poor goy! Whot the fock’s oll that?’

‘Topdog’s betrayed eem.’ Kolonel Katia zoende Georges’ tinctuurzones hartstochtelijk éen voor éen. ‘The creep left eem behind, at this crucial time, when the fate of the world ees about to be decided in the battle of battles. You ate eem now, eh, Georgie?’

Georges deed z’n ding.

‘Topdog threw Georges out of his FMD when Georges tried to climb aboard on the sly. Ee couldn’t fly to the battlefield in ees own chopper, could ee? A small personal ceety-hopper? The egoist. The constipated leettle monster. The eroteec neetweet.’

Ze bedoelde Topdog.

440.

 

‘You seems to hite Topdog a lot too, Colonel,’ zei Bing.

Raak. Kolonel Katia leed gedisciplineerd, maar het was sterker dan haarzelf, want hup, ze zat al te janken. Georges was intussen klaar. Z’n apparatuur was voldoende afgekoeld om ze los te kunnen koppelen, en dat deed ie, voorzichtig. Hij trok z’n onderbroek weer aan, borg er alles goed in op, keek op en ontdekte kolonel Katia in tranen.

‘Kitie!’

Het deed hem wat. Edele gevoelens werden wakker in hem.

‘You wretched thing!’ Hij was moe maar mild. ‘Colonel Katia, please! Don’t! Don’t croy!’

Maar ze huilde en huilde. Hij trok haar tegen zich aan, haalde z’n pijp uit z’n bek, zoende haar teder op haar tieten, en herinnerde zich het publiek. Hij keek om. Vooral de chauffeur stelde belang in de voorstelling.

‘Poor girl,’ zei Georges. ‘She’s even worse off. Jost lost the battle for Topdog’s heart. The swoine’s found someone else. And not even a dog!’

Hij genoot even van z’n eigen verontwaardiging.

‘Fasciniting,’ zei de chauffeur.

Georges keek hem aan. ‘Who’s you?’

‘Jack. The cab droiver.’

‘Oh. And whot can we do for you?’

‘For me? Oh, uh, jost go on with them titties!’

‘Georges!’ zei Al haastig, want de vraag brandde nu al tien minuten op z’n lippen, ‘where’s Gerrie?’

Georges hoorde hem niet. Hij keek langs Al heen.

‘Bing!’ riep ie. ‘Bing, how is you?’

‘You knows me?’

441.

 

‘Of course, you and Al. Ollwhys loiked how you handled stoff! How you mide os laugh! You my not have noticed, bot we’s been facilititing things for you secretly oll the toime whoile you troid to foind somebody whot loved Topdog. Too bad it didn’t work out.’

‘Georges!’ riep Al, ‘where’s Gerrie?’

Georges keek verveeld.

‘Come on, tell os!’

‘Topdog’s floying her to Bowl.’

‘Bowl?’

‘Where he’s gonna woipe out the post office army.’

‘Can we still stop him?’

‘No. They’s hoigh in the skoy boy now.’

‘Oh bollocks!’

‘Yeah, bollocks. Oy loiked her immensely too, in secret. Too bad Topdog loiked her even more.’

‘The cad,’ mompelde kolonel Katia. ‘Ow could ee?’

‘So oll’s gonna happen in Bowl?’ zei Al. ‘Where is Bowl?’

‘Brossels South. Between Guitar City and Worse. Backward spot. Stones and sticks. Bad beer.’

‘Whoy on earth would Topdog wonna go there then?’

‘To mike sure oll glory is his, and oll them insolent postmen gets woiped out two hondred percent, whot else?’

‘The peeg,’ zei kolonel Katia. ‘Ow could ee drop me for that Gerrie?’

De heren bleven het antwoord schuldig en ze begon weer te snikken. Ze keek op.

442.

 

‘Beeng!”Mrs Katia?”’Beeng, you beautifool boy.’

‘Ma’m?’

‘You ate eem too, don’t you?’

‘Yes, very motch, ma’m.’

‘The swine. The stuck up unfaithfool liar. Let’s revenge ourselves together! Georges, move over a beet. Come on, Beeng!’

Bing bloosde.

‘Yeah, go ahead, Bing!’ zei Jack.

Bing stond met zichzelf te worstelen.

‘No!’ zei Al.

Bings gulp begon uit te stulpen.

‘No no no!’ riep Al.

‘Well, Oy really loikes Mrs Katia,’ zei Bing. ‘She deserves some koindness. She’s been most koind to me too.’

‘Forget it, Bing!’ riep Al.

‘Jost one minute, Al,’ zei Jack.

‘No, we’s got to sive Gerrie. Come on, mite, get going!’

‘Beeng!’ zei kolonel Katia. ‘Please! Wait, boys!’

Maar ze waren al weg.

443.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s