Oy loves you, Gerrie.

Waarin …

Topdog neuriede. Leren mutsje, zijden sjaaltje, vliegeniersbril, alles zat snor. Hij had de stuurknuppel stevig in de poot en de VMH zwaaide gewillig met de vleugels, leuk naar links en dan weer leuk weer naar rechts. Ragfijne slierten witte wolk schoten voorbij. Topdog keek weer naar de foto op het instrumentenbord en straalde. Attentie van Georges, ‘bedankje voor Topdogs onmetelijke vriendschap.’ Zoals toen ie Georges bijna stuk beet op de overloop voor de deur van Gerrie waarschijnlijk. Nee. In werkelijkheid was het een cadeautje van heel de CIA, een copie van de foto in de slaapkamer van Al en Bing waar een superieure geheime dienst als de CIA kind aan huis was. Een perfecte copie, maar nog beter, want CIA-technici hadden ‘granny’ weggehaald van ‘Oy loves you, granny’.

‘Oh Gerrie,’ mompelde Topdog, ‘how Oy loves you.’

De foto keek hem aan.

‘Whot?’ zei Topdog. ‘Whot?’

‘Oy loves you,’ zei de foto.

Oh, wat was ie gelukkig. Hij deed z’n ogen dicht. Niet te geloven.

‘She loves me!’ Z’n stem brak, zo aangedaan was ie. ‘She loves me!’

Gerrie zelf zat vastgebonden naast hem en mevrouw Romy achter hem, en ze waren allebei nog ontevreden want hij kon ze nog altijd horen mompelen. Hun mond zat gelukkig dichtgeplakt.

Topdog deed z’n ogen weer open en paf, z’n voldoeningsgraad schoot met een schok nog hoger, want voor hem lag nu het reisdoel. Ze naderden Bowl!

‘Look!’

Hij wees. Gerrie vergat te kronkelen en keek ook naar buiten. Ze zag hier en daar overlapt door de schaduwen van de wolken een duizenden vierkante kilometers grote zacht glooiende boomloze vlakte van pistache, krijt en roest. De kleuren

456.

 

verliepen langzaam in elkaar door de duizenden strepen getrokken door alweer verdwenen tractors. Wat mooi. En wreed. Ze zag het toekomstige slagveld. Ze kreeg er kippenvel van.

‘Woo! Oy jost can’t white!’ zei Topdog.

Ze negeerde hem. Ze zag keurige kampementen in de diepte met de kleuren van de post. Een reusachtig leger van over heel het Brosselse rijk had er zich vergaard in brigades en stond er nu klaar voor het ultieme gevecht, ondersteund door, te oordelen naar de corporate colours, andere firma’s (dog rangers?) in onderaanneming, en, zonder corporate colours, maar krioelend van dadendrang, duizenden individuele dapperen. Vrijwilligers van andere continenten? Ze zag zelfs de vlaggen vooraan bij de troepen wapperen. En overal reden rode vanettes rond. Hartveroverend. Ze glimlachte ondanks haar dichtgeplakte mond.

Topdog dacht dat ie haar begreep.

‘Yeah, how naïve,’ zei ie, ‘modern war’s completely beyond them! We’s gonna crosh them, cot them to pieces and mince them to the last man!’

Gerrie snoof misprijzend. Topdog wou het niet horen.

‘And yet,’ zei ie en hij zette z’n vliegeniersbril af om haar ernstig en menselijk te kunnen aankijken, ‘nobody needs to get minced. No need at oll for oll this. Oll that trouble. Oll them dead. Who needs them if it’s shown in toime that love is possible between man and dog?’

Gerrie staarde naar het slagveld.

‘Gerrie. Gerrie! Gerrie listen! You’s been grompy as long as we’s been in the air. Please. For the last toime. Show the world that humans, some humans, one human at least, loves dogs. Gerrie! Pleaeaease!’

Hij grijnsde. Of het maar een spelletje was, of de voorzitter van de Canoine World Council hier niet machteloos zat te smeken. De grijns verdween weer.

‘Gerrie, a teeny weeny little kissie, here, on moy cheek, and everything’s gonna be oll roight!’

Gerrie keek koppig naar de wolken.

457.

 

‘Oy’d tell the boys to wrap op, not to bash oll postmen to polp and ruin the world. Jost forget the fon.’

Stilte. De hele wereld draaide buiten voorbij.

‘How about it?’

Maar wat kon Gerrie zeggen met die plakker op haar mond?

‘Oh you poor chookie!’ Hij zette de VMH in automatiek en trok voorzichtig de pleister van haar beminnelijke mond. ‘How about it, Gerrie?’

‘Drop dead.’

Waarom zei ze dat? Topdog kon er niet bij. Hij werd vuurrood onder z’n mutsje. Buitenmaatse kegels van vuur schoten uit z’n oogjes. M.a.w. hij was uitzinnig. Helaas, hij had geen Georges bij de hand om in te bijten en moest toch een beetje op z’n stuurknuppel letten, want de landingsplek voorbijvliegen was lachwekkend.

‘OK!’ riep ie, ‘so you wonts your noice postal army done in forever?’

Alleen mevrouw Romy roerde zich.

‘Mrs Romy?’ Hij klom uit z’n stoel, zodat de VMH nu helemaal vanzelf z’n weg moest zoeken, erg riskant, en een blijk van hoe wanhopig hij was. Hij zeeg neer naast haar, rukte de plakband los, keek haar aan, want wat is er mooier dan de lippen van een vrouw? Dan een mens van goeie wil?

‘Would you, would you, eh, kiss me on the cheek?’

‘Never, you impertinent pog! Oy jost wonted to sigh: you’s a disgrice! You silly boy!’

‘Oh oh.’

raket-minder-blauw-meer-contast-weinig-inkt-frame.jpgDe JLS-koerier had zorgen. In de verte bulderde geschut, maar daar liet ie zich niet door afschrikken. Hij bleef zo snel rijden als reglementair mocht. Hij mocht wel niet slippen en lokale bevolking pletten. Voor de gepleisterde huisjes langs de weg zaten tot de grootte van

458.

 

een vuilnisemmer gekrompen ouwe mannetjes met alpino’s en voetbalsnorren op stoeltjes. Af en toe floten er projectielen langs en dan keken ze even omhoog in plaats van vooruit naar de bestelwagen in de wolk stof. Nee, cruciale vraag was: haalde hij het slagveld op tijd of ging er boete moeten betaald worden? Hij was twee uur onderweg en al vijf minuten achter op het schema. Maar dan zag ie de massa. Rij na rij, dicht op elkaar gepakt, marcheerden moedig kijkende kerels in donkerblauwe pakken en petten over de heuvelrug. Nu en dan dook er iets als een omgekeerde kerktoren met vinnen uit een wolk en sloeg een krater in de grond. Damp en brokken mens golfden dan begeleid van vreselijke kreten in een mooie cirkel de lucht in. Hier en daar lagen er mannen in hun volle lengte uitgestrekt in het gras. Ofwel waren ze tien minuten aan het uitrusten, ofwel waren ze de pijp uit. De chauffeur haalde opgelucht adem. Hij was ter bestemming.

doos-die-staat-minder-blauw-meer-contrast-ii-frame.jpgHij gaf een harde tik tegen de PDA naast het stuur, zodat die brrr brrr krrr begon te doen, zette z’n polshorloge zeven minuten terug, en hij was nu, eind goed alles goed, en er gaat niks boven vakkennis, toch net op tijd. Hij stopte, zette de motor uit, stapte snel uit, trok de zijdeur open,doos-die-loopt-ii-no-photogenie-frame-40.jpg ontplooide een ingenieus hijstoestel, schoof het onder het pak, tilde het op en deponeerde het naast de weg. Hij liep weer naar de stuurhut, trok het document uit de PDA, controleerde het, zag dat het onleesbaar was en dus in orde, noteerde de tijd van z’n horloge, sprong opzij voor een passerende obus, wuifde iemand naderbij, liet hem tekenen en reed als de wiedeweerga weer weg.

Het pak bleef een poos staan, maar dan begon het te bewegen zodat het dozijn postbodes dat nog niet aan de beurt was in de slag en in het gras z’n boterhammen met kippenwit zat op te eten ervan schrok. Maar dan klom Al uit het pak en de jongens bedaarden.

459.

 

‘Where’s the goys in command?’ vroeg ie.Ze beten in hun boterhammen, wezen in de verte en hij haastig die kant uit.

Eindelijk! Z’n benen vielen van hem af, maar Al had het hoofdkwartier van de post dan toch gevonden. Hij was langs heel het toekomstige slagveld heen moeten lopen, want hij had geen zin in voorbarige bommen in z’n gat, en stond nu voor een steile hoogte met een arendsnestachtig dorp erbovenop geplakt. Bowl. Je kon kaas evengoed spek heten. Vijfduizend tredes. Geen wonder dat het verlaten was, op een groep door inteelt wat langzame en bedenkelijk kijkende plaatselijke mannen na. Het hoofdkwartier was strategisch wel overdacht geïnstalleerd in een uitgestrekt café met veel deuren en zelfs een toilet. Handig. Als je in het toilet door het raampje naar buiten keek, keek je in een duizelingwekkend ravijn en op de heuvel kak die er in de loop der jaren uit het toilet in gevallen was. Aan het hoge plafond in de gelagzaal hing een batterij zwart uitgeslagen hammen. Een ditto kastelein sprintte rond met tapa’s en tortilla’s (lxxv), en diverse transpirerende slaven volgden hem met de armen vol zware kroezen. De naburige gebouwen, zag Al, waren ook al publieke huizen. Ze liepen voor het gemak zelfs in elkaar over. Dat zat wel snor dus. Er was hier voldoende voorhanden om de dorst te laven en de postbodes in situ voelden er zich zichtbaar al goed thuis. De Social Clob zou nooit bezwaar hebben tegen een hoofdkwartier hier.

‘Hey, Al!’

Al keek om. ‘Marcel!’

Het was een onverwacht maar hartelijk weerzien, zo ver van huis.

‘You! Incredible!’

‘Yeah,’ zei Marcel, ‘me and millions of postmen! Even more than the Social Clob has data about. So there must be hondreds of thousands of secret postmen here!’

‘Really?’

‘Yeah. Jost look. Some is in civvies. Some even looks loike housewoives.’

Marcel was éen en al geestdrift over zoveel steun. Hij zag er prima uit. Het opschorten van z’n postronde had hem goed gedaan. Z’n witte haar golfde

460.

 

triomfantelijk. Ze vielen in elkaars armen en het enige jammerlijke was z’n adem. Bah. Overhaaste dronkenschap? Tapa’s met knoflook?

‘So, Marcel,’ zei Al, ‘how did you get here?’

‘Friends in the roight plices,’ zei Art in Als oor.

‘Art!’

Niet te geloven, Art was er dus ook al in geslaagd hier te raken, uit te slapen en zich te scheren, en over z’n schouder zag Al nu meneer de voorzitter op zo’n typisch lokaal laag stoeltje een uiltje zitten vangen. Hij kon z’n ogen niet geloven.

‘Whot? Even Mr Mulch? Hadn’t he been arrested boy the dogs?’

‘They let him go,’ zei meneer Fred in Als andere oor, ‘he didn’t matter, haha.’

Nou. Meneer Freds medestanders lachten discreet en hartelijk met hem mee en hij draaide tevreden naar het biljart. Hij legde z’n handen gezagvol over elkaar op z’n rug, zodat je goed wist wie de grote baas was, maar onder ons, hij zag er duf uit. Of teut.

Er lag drie m³ kwaliteitstriplex op het biljart met een landkaart in reliëf en vlaggetjes gemaakt van tandenstokers. Knullig, hoor, die vlaggetjes.

‘Magnificent, eh?’ zei Art.

‘Yeah.’

‘Everything in plice. It’s a matter now of willpower, belief, and moving in the roight doirection. Victory is ours! And Oy should know!’ Art boog vertrouwelijk naar Al. ‘Oy is now Mr Fred’s assistent-strategist.’

‘Wow. Congratulitions!’

‘Thanks. Of course, Oy deserves it. The situition desperately needs somebody youthful, doynamic and optimistic, somebody whot goes for it, me, in other words!’ Art wiebelde even vergenoegd. ‘It’s gonna be an enormous logistic exercoise, bot who cares? That’s precoisely whot we postmen is good at! Jost look outsoide! Millions of postmen, oll over the plice. Bot not the least intimition of chaos. Not. The. Least!

461.

 

They’s come from oll over the world. At a moment’s notice. And yet they’s completely calm. Whoy? Because they’s got their thoughts in good order, for they’s been trined to know whot not to do. Marvellous!’

‘Yeah, marvellous.’

‘We’s even solved the Moral Problem!’ riep meneer Fred van bij het biljart.

‘Moral Problem?’

Art moest het nu wel uitleggen: ‘Postmen never uses phones. So can they use them during the battle to coordinite stoff? Or should oll messages go boy letter, brought boy postmen? Well, our answer is: oll messages boy letter, for you can’t beat personal contact with your postman!’ Hij keek Al streng aan. ‘Has you got a phone?’

‘No!’ Een leugentje om bestwil. ‘Has you?’

De wedervraag bracht Art uit z’n evenwicht.

‘Eh? Umm. No. Yes. Onofficially. Bot Oy’s not gonna use it here. No why. Oy’s got moy principles! And the moment Mr Fred or whoever thinks they must betry their principles and use their damn phones because they’s in doire strites, the Postmen’s Social Clob sighs NO!’

<!–[if gte vml 1]> <![endif]–><!–[if gte vml 1]> <![endif]–>Dat sprak van zelf. Art was in een vrome bui. Zoals iedereen. Alle medewerkers van de post in de drankslijterij zaten er ingetogen bij met een kroes van 0,5 l bier van een onbekend merk stevig in hun hand. Achterovergeleund op stoelen en banken tegen muren en pilaren vormden ze samen in het halfduister een vredig bucolisch schouwspel. Enkelen keken zelfs al zo goed als bewusteloos met de aanwezige inboorlingen naar Angela op de spanningsregulator. Ze demonstreerde net een fijn recept voor omelet met ham. Vanonder een trap kwamen er overgeefgeluiden. Collega’s die al te veel hun best gedaan hadden. Het leek wel of ze op schoolreis waren. Wat bracht ze tot een dergelijk hoog verbruik? Angst? Ontkenning van de ernst van de situatie? Nonchalance als demonstratie van moed? De gebruikelijke verkazing van de hersens bij postbodes na langdurige loopbaan? Wat dan ook, was dit de generale staf van het mensenleger? In dit lokaal moest het Brosselse rijk ontwrongen worden aan de klauwen van de hond en weer in handen van de mensheid gegeven worden? In dit lokaal moest de wereld gered worden? Auw auw

462.

 

auw. al-huilt-van-woede-iii-frame-70.jpgHet zag er dan wel bar slecht uit voor de wereld. Al begon te transpireren. Niemand bij de posttop leek bezig met de essentie: hoe deze veldslag winnen. Misschien wel, in principe, meneer Fred, maar die stond, ondanks z’n mooie pak, das en pose van hola kijk mij de veldheer hier eens, zo te zien klaar om verpletterd te worden door z’n opdracht. Hij had het niet in het snot, maar dit was wat anders dan manager spelen in z’n bureautje in Whammle! Wat anders dan met een dikke vulpen schrijven en gewone jongens manipuleren! Daar buiten stonden miljoenen te wachten om hem een hap uit z’n gat te bijten. Daar buiten rukte een superieure organisatie op om de mensheid de nekslag toe te dienen, en hij stond hier bij z’n biljart, onder invloed van dubieus bier van een onbekend merk en vol van z’n eigen glorie! Met dit hoofdkwartier en zo’n veldheer stond de nederlaag vast. Tranen van razernij sprongen Al in de ogen, en hij werd wanhopig, want hij alleen zag wat er ging gebeuren, en plotseling verlangde hij verschrikkelijk naar Bing. Hij was hulpeloos. Schuchter. Een kneus. Een schaap zo groot als een zeppelin.

schaap-zeppelin-frame.jpg

God, waarom was hij in geen Bing? Geen handige Harry? Een Bing kwam hier nu goed van pas met z’n grote bek. Hij zou orde brengen, alle neuzen in dezelfde richting praten, de stekker uit Art trekken, meneer Fred praktische wenken geven terwijl ie bleef denken dat ie het allemaal zelf uitvond, gratis topklasse advies dat normaal stukken van mensen kostte. Goed, Al zou het bedenken, het Bing onder vier ogen uitleggen, maar Bing zou het dan vlot aan meneer Fred verkopen.

Meteen Bing bellen! Hij tastte in z’n zakken maar helaas, geen telefoon. Hij keek rond. Art zat nu met een verse kroes in de hand aan een ruwhouten tafel.

463.

 

‘De voordelen van briefwisseling op het slagveld,’ zei ie net met vuur tegen Marcel, ‘zijn enorm!’

Marcel knikte dromerig. Al ging naast Art zitten, keek sympathiek en voelde voorzichtig in Arts jaszak. Jahoor, een telefoon. Terwijl Art geboeid naar zichzelf luisterde, tilde Al de telefoon zachtjes uit de jaszak, stond op en liep de trap af naar het toilet. Ai. Hij was niet alleen. Er stond al een postbode met overgave de wastafel vol te braken. Al deed of ie gewoon ging plassen, drukte de telefoon tegen z’n oor, maar nee, toch te weinig proivacy. Hij liet het pissijn zijn, glipte een hokje in, deur op slot, zat op de pot, en wou bellen. Bings nummer zat niet in de telefoon. Inlichtingen? Maar verraadde hij dan niet waar ie zat? Ach wat. Hij belde.

‘Eternal Phone Thervices. Can Oy help you?’

‘Has you got the nomber for – no! Can you connect me roight awhy with Droid Fruits Street 79.871 in Whammle?’

‘Thertainly.’ Tuut tuut tuut Het duurde jaren. Niemand die opnam. Hij belde, begreep ie, naar ma’s borsteltelefoon. Maar waar was die nu? Bij Bing? Was Bing hem kwijt?

‘Thorry no answer. Oy’s still got another nomber for Methmiker Street 79.871. Troy that?’

‘Yes please!’

Tuutt tuut tuut. Welke telefoon hadden ze thuis dan nog? Er nam iemand op.

‘Eh?’

Pa. Hadden ze telefoon in de keuken? Ja, de koelkast! Niemand die er ooit mee belde, maar het kon, en liefst met de Smart Socker Market. ‘Pa?’

‘No, not now, boy! The battle’s on the regulitor, there’s a bloddy lotta money to be won, and Oy must get moy bet roight! Tell me, clever dick, who’s gonna win? Them dogs?’

‘Pa, could you get me Bing?’

‘Them dogs, Oy thinks.’

464.

 

‘Pa, get me Bing!”Bing? Can’t bet on Bing. Moy money’s on the dogs. Thanks for the tip, Al. Boye.”Paaa!’

Klik. Nog eens bellen, maar pa nam niet meer op. Waar kon Al Bing wie weet nog vinden in Whammle? In het postkantoor? Maar bij de post nam niemand op.

Bij Gerrie in Loilac Line 356? Hij vroeg het uit wanhoop, maar bij Gerrie nam niemand op. Bij mevrouw Romy? Geen gehoor. Bij mevrouw Vinnie? Er werd opgenomen!

‘The Doctor Pott Museum,’ zei een bekende stem met veel kak.

‘Keekee!’

‘The Doctor Pott Museum curitor speaking. Who is this?’

‘It’s Al, Keekee. Oy’s looking for Bing.’

‘Bing?’

‘Moy twin brother. Looks jost loike me. Seen him boy any chance?’

‘Oh. You. Him.’ Keekee klonk nu minder officieel. ‘No. Bot Oy’s been so froightfully busy with Queen Betty of East-Murky. Official visit to the museum.’

‘She’s still having tea with Mrs Vinnie?’

‘Uh, yes.’

‘Could you get Mrs Vinnie for me?’

‘Oll roight oll roight.’

Al kon Keekee’s tegenzin horen. Geroffel, gerommel en toen:

‘Hullo young man.’

‘Mrs Vinnie?’

‘No, Queen Betty.’ Ze schreeuwde. ‘Al, is it? Al, how are you?’

465.

 

‘Foine, Your Majesty. Bot could you get me Mrs Vinnie now?’

Nou nee, ze had geen armen. Keekee hield de telefoon waarschijnlijk bij haar hoofd. En een koningin wat vragen mag niet, dus ze ging gewoon door op haar élan: ‘Have you sacrificed yourself meanwhile?’

‘Umm, not yet. Bot Oy’s, eh, going through the preliminary motions.’

‘Excellent. Nothing is nobler. Do your duty, Al, and the rest follows.’

‘Sure, Your Hoighness.’

‘Good. Have a naice day, Al.’ Klik.

Ja, maar daar stond Al opnieuw met lege handen!

‘Do your duty, the rest follows. Oy bets it does!’ riep ie boos.

‘Whot?’ zei de postbode bij de wasbak. Hij hield even op met kotsen, maar ging weer over tot de orde van de dag, terwijl Al z’n zelfbeheersing verloor.

‘Bing!’ kreunde hij. ‘How is Oy ever gonna foind you in toime?’

De postbode hield weer op met kotsen.

‘Come on now,’ zei ie vriendelijk, ‘do a People Search!’

‘A people search?’

‘Yeah. Most people doesn’t know whot a pack of wonderful whotsits they’s got in their phone! Worldwoide people search for instance. Bised on a person’s most recent electronic trices, it tracks him, no matter how flimsy they is, and links you to the last phone he was close to. Too modern, so the post office never never uses it. Officially. For we ollwhys does when we’s got a letter and the addressee is on the ron. Then it’s choosing lesser evil. A postman delivers oll letters, and boy oll means!’

‘Oh.’

‘Moind you, it’s quoite proicy.’

Ach, de rekening was voor Art. Al vond People Search, tikte Bings naam in, duwde

466.

 

‘go’, gezoem, gerinkel ergens in de wereld, en iemand nam op.

‘Colonel Katia.’ Snuf snuf.

Kolonel Katia! Bing was bij hàar blijven plakken! Al trok een bek. Nee, hij hoefde geen tekeningetje.

‘Al here.’

‘Oh Al!’

‘Whot’s op? You sounds so sad.’

‘I am. My eart urts. Beeng.’

‘Bing! Can you get him on the phone?’

‘No. Ee got away. Bleeding bastard. Do you know where ee ees?’

‘No. Does you?’

‘Tweet. Why do I ask you? Ow I weesh I knew.’ Ze huilde. ‘Ee’s so dodgy.’

‘Yeah.’

‘Dubious.’

‘Yeah.’

‘Double-dealing.’

‘Yeah.’ Het was Al allemaal bekend. Maar had ie niet net z’n hoop gesteld in diezelfde Bing om het slagveld hier wat te arrangeren? Om de loop van de geschiedenis mee te bepalen? Nee. Hij had hem veel te hard nodig. OK, Bing was waardeloos, maar niet nu!

‘The rat!’ snikte kolonel Katia. ‘The steenker!’

‘Hey!’

‘The smoocher!’

‘Come on, Colonel, he’s brilliant. Slick. Ollwhys has his why. Tocks a horse’s

467.

 

hoindlegs off!’

Maar ze huilde harder en harder en kijk, daar herinnerde hij zich z’n eigen droevige liefde. Ook hij miste z’n liefste, z’n zoetje. Hij wou meejanken. Hij sloot vlug af.

‘Oh Gerrie!’ mompelde hij voor zich uit.

‘Whot?’ zei de postbode bij de wasbak.

Al hoorde hem niet. Een opwindende gedachte overviel hem: holy fock, waarom belde hij Gerrie niet nù? Hij had een telefoon! En People Search! Maar hij aarzelde. Hij voorzag ontboezemingen. Tederheid. Intimiteit. Nee, hoe aimabel z’n collega bij de wasbak ook was, Al kon Gerrie niet delen met hem. Hij moest een plekje vinden waar ie niet gehoord werd. Hij sprong recht, deed de deur open en liep hup de trap op.

‘Gerrie,’ zei ie alvast bij wijze van oefening, ‘Gerrie!’

‘Whot?’ zei de postbode bij de wasbak.

‘Nothing, old man.’

‘That’s nothing?’ vroeg de postbode, en hij wees discreet.

Al besefte dat z’n plasser nog altijd rechtdoor uit z’n broek stak.

‘Oh. Sorry.’

Hij haalde hem al lopend fluks naar binnen, dichtte z’n gulp, zwaaide dankbaar, en de trap nemend à twee tredes gelijk tikte hij alvast Gerries naam in, drukte ‘go’, en werd alweer dof en neerslachtig. Heavenly shoite, waarom belde hij haar? Eerlijk, hij wist het niet. De mens is een raadsel. Om afscheid te nemen? Om toch nog enige troost te vinden? De beltoon ging.

Topdog was in z’n sas. Z’n nieuwe sobere maar imponerende pak van veldmaarschalk beviel hem. Vooral die dikke gouden duiven op de lapels. Symbolen van eeuwige vrede. Hij keek nu relaxed naar de opwarmoefeningen van z’n jongens. Om te tonen dat ie een van hen was en bij wijze van spreken mee in de eerste linie wou lopen, deed ie af en toe zelf een beetje mee met z’n bovenlichaam, en dan voelde hij zich nog lekkerder. Ach, àlles beviel hem. Z’n canapé in militaire stijl. De kaki

468.

 

overtrek. De recht-toe-recht-an poten. Het demonteerbare trapje. De kluif waar ie op kauwde. Maar bovenal: die lieve Gerrie naast hem.

Ze zaten warm en droog. Sjiek. Ho, even wat anders dan de drankslijterij met scheve muren waarin de top van het postleger hokte! Dit was dan ook het hoofdkwartier van Topdog die nu zo goed als heel de wereld had veroverd, in smaakvol beige en fondant, basiskleuren van de Canoine World. Zoveel pracht. Het pakte Gerrie, wist ie. Vrouwen denken altijd in termen van lampenkappen en gordijnen. Hij had heel die interieurtralala trouwens speciaal voor haar laten aanrukken en ze was nu even extatisch als hijzelf.

‘Darling.’

Hij legde z’n poot teder op haar hand want hij gunde ze d’r geluk, maar ze keek hem aan met ogen vol haat. Haat. Is er een waarachtiger gevoel? Wat was ze mooi. Wat wou ie haar graag wippen. Misschien, heel binnenkort, de avond na de overwinning?

‘Everything OK, love?’

Ogen als kolken.

‘You oll roight, moy little princess?’

Ogen als dolken.

‘Yes,’ mompelde hij dan maar zelf, in alle vriendelijkheid. Hij had de plakband van haar mond laten halen, maar ze zei geen barst. Ze lustte hem nog altijd niet, maar ach, liefde had tijd nodig. Misschien ook voor mevrouw Romy, maar voor haar had Topdog minder hoop. Zij bleef maar kronkelen en zat dus ingebonden met een plakker op haar toeter. Een vorm van service aan Gerrie, want ze hadden mevrouw Romy evengoed zondermeer kunnen weggooien. Gerrie zat slechts met haar voetjes vast aan de canapé, zodat ze haar handen vrij had en Topdog kon vastpakken als ze onverwacht toch nog voor hem viel. Voor haar ogen stoomde zich een bataljon atletische honden in gevechtskledij mentaal klaar voor de aanval. En wie stond ze op te peppen op z’n eigen trapje? Weer lekker dicht bij de zon? Edgar. Fluitje in z’n muil, zwart luxe-uniform om het fraaie lijf. Tong uitsteken, ogen rollen, trappelen, borstkas beroffelen – het bataljon volgde massaal mooi in de maat, in een fractie van

469.

 

een seconde.

‘Let’s howl!’ schreeuwde Edgar.

De honden huilden. Gerrie kreeg kippenvel.

‘Smash ‘em?’ brulde Edgar.

‘Op!’ brulde de massa.

‘Tear ‘em? ‘

‘Down!’

‘Kill ‘em?’

‘Dead!’

‘Kill’ em whot?’

‘DEAd! DEAd! DEAd! DEAd! DEAd!’

Donderend geroep. De tent trilde. Nekhaar stond overeind, ogen flikkerden rood, hoektanden kwamen bloot.

‘KILL ‘EM WHOT?’

‘DEAD!’ riep Topdog en ook zijn haar kwam recht. ‘DEAD! DEAD! DEAD!’

Onzichtbaar, maar goed hoorbaar, als een echo die sterker en sterker werd, sterker dan het origineel, klonk buiten de tent hetzelfde uit de bek van duizenden andere bloeddorstige beesten. De aarde schudde.

‘Yes,’ mompelde Topdog voldaan. ‘Frenzy. Blood. They wonts blood.’

Mevrouw Romy was nu behoorlijk bang. Compleet stilgevallen, en dat beviel Topdog. Zo hoorde het bij schoonmoeders. Hij keek tevreden naar Gerrie. Wat zou haar bijval mooi zijn bij zoveel aanvalslust van de boys. Hij verlegde stiekem z’n poot naar haar knie. Volmaakt was ze. Etherisch bleek en hard vlees. Het ontroerde hem hoe weldadig vol die half transparante witte nijlon er van zat en het mysterie van haar substantie deed de zijne steigeren. Hij slikte. Hoe begeerde hij haar. Maar

470.

 

hij moest z’n zinnen nu bij de besognes van de dag houden. Hij moest eerst die veldslag winnen.

‘Kill ‘em! Kill ‘em! Kill ‘em! Kill ‘em! Kill ‘em!’

‘Grite, eh?’ zei ie. ‘Our postmen’s got the message now.’

Gerrie glimlachte, onbedoeld, maar het trof hem. Hij haalde diep adem, beefde, groeide nog extra in z’n broek. Hield ze van deze ambiance? Hij hoopte het hartstochtelijk.

‘So let’s do them in fast, eh?’ zei ie vlug en hij snoof uitnodigend.

Gerrie keek weer gewoon sip.

Hoe? Lustte ze het toch niet? Topdog verbeet zich.

‘Kill ‘em?’ snauwde Edgar.

‘Dead! Dead! Dead! Dead! Dead!’ riep de massa.

Hup hup. Hop. Assistenten gooiden kussens in de meute en ze stortte er zich op als een bende gekken om ze te verhapsnappen, te schudden of het dode kippen waren en in honderdduizend stukken te scheuren. Gegrauw. Geblaf. Gehuil. Het sneeuwde kapok. Was het z’n teleurstelling? Topdog kon in elk geval evenmin weerstaan aan het beest in hem. Hij rukte z’n veldmaarschalkenjakje en broekje van z’n lijf, dook onder groot gejuich in z’n blote flikker in de massa en viel het grootste kussen van allemaal aan. Arm ding. Ingewanden vlogen rond. De overtrek zieltoogde voor Gerries voeten en ze walgde met veel genoegen van het schouwspel. Daardoor hoorde ze de telefoon niet. Die in Topdogs broekje. Maar hij bleef maar tuut tuut gaan, zodat ze hem wel moest horen. En hij bleef maar aandringen. Misschien, bedacht ze, was ie wel voor haar, haar laatste hoop, haar laatste link met de wereld, haar redding. Ze stak haar hand voorzichtig uit. Ze vond hem.

‘Grrr grrr.’ Topdog had het druk met z’n kussen. Gerrie draaide om geen argwaan te wekken langzaam van hem weg en luisterde. ‘Hollo?’

‘Gerrie?’

‘Al?’

471.

 

‘Gerrie! Hij klonk geweldig opgelucht. ‘Where is you?’

‘Oy’s sitting besoide Topdog now. In a posh tent. Near where he’ds gonna crosh the postal army.’

‘Hey, You’s close to os, then.’

‘He’s presented me to his generals as Mrs Topdog.’

‘Oh.’ Lange stilte. ‘And is you?’

‘Is Oy whot?’

‘Is you Mrs Topdog now? Has you got married to him?’

‘No!’

Uitgelaten gelach. Maar het hield snel op en Gerrie raadde Als diepe treurigheid.

‘Al, whot is it?Whot’s wrong?’

‘It’s hopeless.’

Hopeless? Whot is?’

‘The postmen’s headquarters. Full of fools. Massive fools. Oy’s had a good look at them, Gerrie, and this is the last you’s gonna hear from me.’

‘The last? No!’topdog-aangenaam-verrast-frame.jpg

‘Yes. The dogs’s gonna woipe os out. So let’s sigh goodboye. This is moy last chance, so let me sigh: Oy loves you, Gerrie.’

Ze was ervan aangedaan. Ze wist niet of ze het helemaal meende, maar het klonk goed in de omstandigheden, en daar hoorde ze het zichzelf zeggen: ‘Oy loves you too.’

Topdog liet z’n kussen los en keek aangenaam verrast om. ‘You loves me?’

‘No, no! No, Oy doesn’t. Oy didn’t mean you, Oy was tocking to Al.’

472.

 

En dat zei ze, stel je voor, terwijl een hele tent macho hondenmannetjes het kon horen. Noteerde Topdog hoongelach op de achterste rijen? Kon ie gemeesmuil aflezen van zovele ogenschijnlijk onverstoorbare hondenbekken?

Hij stond te kakken.

Hij zakte door de vloer.

Hij sidderde van woede.

Damp schoot uit z’n neus en oren. Maar dan had ie zichzelf weer in de hand, en met éen mep van z’n poot sloeg ie de telefoon uit Gerries hand. De onderdelen spatten in het rond.

‘Start the battle!’ brulde hij. ‘Sorproise them postal nitwits! Destroy their headquarters now and everybody insoide! And don’t forget that Al!’

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

473.

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s