Lost and found.

Waarin …

Gerrie gilde in de cockpit. Ze sloeg haar handen voor haar ogen en gruwelde.

‘Please, Toppie, let them live!’

Topdog genoot. ‘Who, Gerrie? Al or Bing?’

Wat een wrede vraag. Ze wist het in geen honderd jaar. Ach, Topdog leunde naar voren en gaf Edgar joviaal het poot naar beneden teken, voor alle twee.

Edgar wou een fidele kerel zijn. ‘So don’t tike this personally, Al,’ zei ie vriendelijk voor ie hem doodbeet.

‘Al? Me? Oy isn’t Al, man.’

Edgar fronste. Hij draaide vriendelijk naar het andere lid van de tweeling. ‘Don’t tike this personally, Al.’

‘Twit! Since when is Oy Al?’ riep dat boos. Edgar was in de war. Hij vergat van ergernis die twee de keel over te bijten. Ze rammelden met z’n ballen. Hoogst ongepast. Hij hoorde bovendien een vreemd geluid, keek op, kreeg een slag in z’n nek van Al, en ging onderuit.

Al en Bings last stand, dus ze mochten de show even stelen. De elitehonden om ze heen lieten even betijen, te meer omdat het onbekende geluid ook hun aandacht trok. Het klonk als honderdduizend mixers. Ze spitsten de oren en rimpelden de neus. Honderden, duizenden honden keken wantrouwig naar de horizon. Al en Bing draaiden het hoofd. Het geluid was, ondanks het feit dat heel de vlakte ervan schudde, bijna bescheiden, als van een enorme machine die mayonaise draaide. Het geluid had iets milds en menslievends, en daar schoten ze in het gezicht: bonken van vliegtuigen, voor éen keer geruststellend klassiek met vleugels, staart en hier en daar een onschuldig aandoend raampje. Volume-vrachtvliegtuigen. Neo-floying boxcars, in de heldere kleuren van WFC, JLS, NTC en BOT. De lucht verduisterde, met zoveel waren ze, en terwijl de honden verbaasd pauzeerden, gooiden de nog overeind staande postbodes hun petten hoog in de lucht en juichten.

499.

 

‘The big boys!’ riep Bing, ‘coming to relieve os!’

‘Relieve os?’ Al betrouwde het niet. Misschien kwamen ze kogels leveren bij de heren honden. Zaken zijn zaken.

‘Oh you scared old wanker!’ zei Bing, ‘Schafskeule! Good old Schafskeule in Oll Off. He’s behoind this!’

‘Schafskeule?’

You sent him a letter, man!’

‘Jost to sigh goodboye.’

‘He’s shown it to the JLS top, JLS’s phoned WFC, they’s oll banded together, and here they is!’

‘Bot whoy? Whoy this immense effort? Oy can’t believe this. They isn’t koind to os, because we’s been koind to him, is they? Or is he a secret postman? Is they secret postmen, oll of them?’

‘My be, bot they certainly smells money!’ Ja, dàt was het! ‘This is an enormous business opportunity! So enormous one courrier isn’t big enough to fix it. And they never sighs no to an order, does they? And they’s gonna mike sure they gets pied, of course. No sotch thing as a free lonch. Oh no!’

Er begonnen honden te kermen. Terecht. Luiken draaiden langzaam open in zo vele vliegende vrachtschepen en kijk, de lucht hing vol bruine kubussen. Kleine, grote. Meer en Meer. En nog en nog. Ze bleven tuimelen. Woew. Wat een service. Maar je bent pakjesbedrijf of niet. De eerste pakken waren nu zo nabij dat Al en Bing zagen dat ze van goed golfkarton waren met mooi ronde gaten en het opschrift ‘Careful!’ En pats, daar knalden ze op het hondenleger. Gemiauw. Duizenden katten. De helft kromde bij het zien van zo’n hoop honden z’n rug en blies, de andere sprintte weg en er ging een huivering door de hondentroepen. Wat de leiding hoog in de DoW’s ook vond, beneden ontstond er jammerlijke tweedracht. Een deel van de honden werd gek en rende als de weerga achter de katten aan, de meesten vonden grauwen en tanden bloot leggen voor de goede zaak voldoende. Men keek zelfs met opzet suf, of men er niks van snapte, klassieke schijnbeweging tegenover katten. Au fond wou

500.

 

men vooralsnog de discipline in acht nemen die een leger past. Men was hier om de mensheid te vernietigen, niet het kattendom. Maar de katten waren al bij al duidelijk niét goed voor de concentratie. Er was niet het minste animo meer voor de slag met het postleger. En boem, daar kwam al een tweede golf dozen. Duizenden witte konijnen van het type geliefd bij amateurgoochelaars. Ze keken onnozel (lxxvii). Talloze van onze vrienden honden staarden er ook nu niet begrijpend naar, maar ze konden hun natuur niet blijven ontkennen. Dat konijnen nooit terugvechten maakte de situatie ook aantrekkelijker. Onze vrienden verbraken de slagorde en gingen er verwoed achteraan. En nog meer vliegtuigen vulden ondertussen het luchtruim en openden hun luik. Bam, bam, nog meer pakketten sloegen te pletter in het gewoel. Duizenden hamburgers (Big Whoopers) en even zo veel dozen met zes of twaalf chicken noggets rolden in het rond. Om je vingers van af te likken. Om van te watertanden. Ontelbaar waren dan ook de honden die kwijl begonnen af te scheiden, de bevelen vergaten, en aan het schrokken gingen. Feeding frenzy. De stommerds letten niet meer op en weer een nieuwe golf pakken knalde er bovenop. Deze keer geen effectjagerij, het ging nu gewoon om gewicht: er zaten motoren voor grasmaaiers in, bureaulampen, buffetkasten, speciale massieve fauteuils die uitstekend waren tegen rugklachten, zware baljurken met een boel ingenaaide namaakjuwelen, kunstbenen, manshoge copieermachines die alles konden, porseleinen serviezen (van alle types bord vierentwintig stuks), inox couverts voor trouwers, verbronste eerste schoentjes van biby’s, skimobielen, kettingzagen, opgezette bizons, van die houten rechtopstaande dingen om je pantalon in te steken en hem ’s nachts terwijl je slaapt mooi te persen, kortom alles wat een postorderbedrijf kon leveren en alles wat al dan niet per opbod op het internet te koop was op het net viel naar beneden, en die arme honden maar incasseren. Ze jankten. Zakten door hun poten. Vielen bewusteloos omver met een grote buil op hun voorhoofd.

Dat voor de grondtroepen. De ijzeren honden met leidinggevend personeel werden copieus gebombardeerd met vleugelpiano’s, betonnen prefabmuren, stalen balken, arduinen raamkozijnen, nog in te graven uit éen stuk gegoten azuurblauw geschilderde zwembaden, veldovens, graansilo’s, leren canapés in L-vorm, sectionaalpoorten, 500 cc motorfietsen, pittoreske tuinbanken in de vorm van cementen boomstronken en inbouwrolluiken.

Het werd echt te veel. De ijzeren honden wankelden. Kieperden om.

501.

 

Telkens wanneer er wat omviel brak krachtiger en krachtiger gejuich uit in het postleger. De massa postbodes had opnieuw moed gevat, tilde z’n scheppers opnieuw in de hoogte en stormde weer vooruit. De jongens renden zelfs Al met z’n vlag voorbij.

Wenteltrappen, autogarages van plaatijzer, ligkooien voor zeugen, tandartsenstoelen, airconditioninginstallaties, gietijzeren badkuipen, hifi-boxen met enorme baffles, smeedijzeren portiekjes, het bleef maar vallen en hier en daar rezen pyramides van kleine en grote gebruiksvoorwerpen ten hemel.

‘Where did they get oll them things?’ zei Bing.

‘Probably from our Lost and Found department,’ zei Al.

‘So motch?’

‘We loses a lot at the post office. Must be plenty in it after hondreds of years of continuous operition. Still. Can’t believe oll of this comes out of it.’

‘Them big courier goys has their own Lost and Found departments.’

‘Can’t be motch insoide.’

‘Well, they can’t beat the post office, bot worldwoide a trillion people has them bloddy courier goys deliver stoff. They loses some. It’s only human.’

‘Yeah.’

‘They shots op about it, bot they must have been losing stoff for years too. Jost imagine one percent of a trillion packages. Not motch, bot still ten billion boxes! Warehouses full of it! Many many km²s of warehouses! They sure must be happy to get rid of it now.’

‘Bot swimming pools, Bing! Nobody never loses a swimming pool. Plenty of new stoff folling. It never got lost.’

‘No. Must be things they had to deliver elsewhere, Oy reckons. They’s jost gonna send the post office an invoice for oll of it.’

‘Yup. Ts! Whot’s that?’

502.

 

Terwijl Al en Bing op hun vlaggenstok leunden en lulden, stroomde het postleger hen voorbij achter een nog veel grotere mooi wapperende rode vlag met blauwe vlek aan. Een moedige oorlogscorrespondent hield de vlag hoog in de wind.

‘Omar!’

Omar lachte z’n hele bek hagelwitte paardentanden bloot. Hij straalde zoals iedereen die onverdiend met de eer mag gaan lopen. Het grootste gevaar was geweken. Hij liep nog maar pas en voelde zich nog fris. En om hem heen, wat een prangend contrast, verpletterde honden en hamburgers, brokstukken van grote degelijke consumptiegoederen, helemaal kapot ondanks de garantie, plassen bloed, samenkoekende witte konijnen en hun keutels, en postbodes met vreselijke transpiratievlekken in de oksels van hun hemd. Zoveel authenticiteit, zoveel drama, zoveel ziel. Oh, hij genoot.

‘Oh ah oh pity me, he’s having oll the fon!’ zei Bing.

Nou, dat vond ie niet leuk, maar geen mens die het zich aantrok. De post galoppeerde achter Omar aan en voor zo ver nog qui-vive, vluchtten meer en meer honden weg, ontmoedigd door de nog altijd massaal op hun koppen vallende stoomdouches, tuinmeubelen en klassieke juke-boxen. En een ingeboren zwakheid keerde zich tegen hen: honden zijn slaafs. Ze houden van winnaars en nu ze mensen zagen winnen, viel een aantal idioten z’n eigen soort aan. Hun telecom was nu ook zo van de kook dat die arme honden niet meer wisten wat nu, waar improvisatie on the job een akkefietje was voor postbodes. Hadden ze hun hele leven gedaan. Honden waren ook te hevig. Al te moedig of al te bang. Moest je zien hoe ze nu weg spurtten! Het slagveld bewees alweer de kracht van het motto van de post: ‘Easy does it!’

Eén onbekende hondensergeant, een kees met pet op, probeerde niettemin het tij te keren en roem vergaren door met een plukje honden per sé Al en Bing te lijf te willen gaan.

‘Stop it, you fool!’ riep Bing, ‘doesn’t you see? They’s pulling your leg! It’s oll been set op. And not boy Toppie. If you asks me, we’s in the middle of a reality show.’

De onbekende sergeant keek hem onthutst aan.

‘Look!’ zei Bing, ‘see him? Mr Smoile Loike a Horse! Omar! The billionaire lidy killer!

503.

 

The most drooled over star in the Brossels empoire! Omar’s arranged oll this.’

Natuurlijk kenden de honden Omar. Ze waren beschaafd en keken elke dag regulitor. Ze aarzelden.

‘Bloimey!’ zei de kees. Waarom je leven geven als het alleen maar show was? Achter z’n gat liep z’n plukje weg. Hij wou voor z’n persoonlijke gratificatie nog even doorbijten in Bings been, maar toen ie z’n volk zag lopen, zei ie ‘oh please fock yourself!’ en liep zelf ook maar weg.

‘Grite trick, Bing,’ zei Al, ‘let’s tell more dogs.’

Maar Bing riep: ‘Oh moy oh moy!’

Topdog. Het moest Topdog zijn, in die zilveren DoW met de reuze deuk. Waar was ie geweest? Het regende zware gebruiksgoederen over hem, maar hij crawlde wilskrachtig naar Al en Bing, klaarblijkelijk uit op persoonlijk contact met ze. Praatjes gingen niet meer helpen. Een deel van de postbodes achter Al en Bing begon mompelend vluchtwegen te prospecteren. Men had zo te zien geen zin zich pijn te doen tijdens een gedachtenwisseling.

‘Oh thick thick thick shoite. He means it.’

‘No. No. Oh dear. No. He’s not in the roight mood.’

‘Goys, where’s the loo?’

Gelukkig viel er een plezierboot op Topdogs kop en hij wankelde. Een bronzen leeuw sloeg een gapende extra deuk, maar hij liep weer of niets hem kon deren. Hij maaide in het rond. Petten en hele postbodes vlogen weg, dichter en dichter bij Al, maar Al hield zich sterk. Z’n angsthazen van collega’s schoten weg, maar hij bleef machtig moedig. Hij haalde goed adem, stak z’n vlag vastberaden in de hoogte, maar liet ze van ergernis weer zakken.

‘Oh no! No, how silly! Bing! Bing!’

In plaats van verstandig te zijn, opzij te stappen en Al te laten doen, liep meneer met z’n vlag naar Topdog, stak ze tussen de achterpoten van de DoW en wrong. Hij wou hem doen omkieperen. De DoW was gelukkig duidelijk te zwaar. Te degelijk. Onmogelijk. Maar dan wankelde hij niettemin.

504.

 

‘Bing, wotch out!’

‘Whoy?’ Ja hoor, terwijl de ijzeren hond boven hem heen en weer zwaaide, speelde Bing de dappere die geen gevaar kent.

‘Gerrie! Isn’t Gerrie still in there?’

‘Yes, Oy is!’ gilde Gerrie. En ja, ze ging mee te pletter vallen. Al liet z’n eigen vlag los, rende tot bij Bing en rukte hem de vlag uit de handen. Vervelend voor Bing. Zo had hij zich deze scene niet voorgesteld. Hij rukte de vlag uit Als handen. Al rukte ze uit die van Bing. Ze keken elkaar woedend aan, maakten elkaar bij beurtrol de vlag afhandig en sloegen op elkaar in.

‘Stop it, fools!’ schreeuwde Gerrie, ‘stop it!’

Ze vergaten elkaar af te ranselen en keken omhoog.

‘Gerrie!’

Daar zat ze. Vastgebonden, machteloos en hoe mooi! Wat vlamde hun liefde weer op. al-en-bing-bang-en-verliefd-frame.jpgWat wilden ze haar weer hebben voor de ander haar had. Wat wilden ze graag doorgaan met elkaar bont en blauw te slaan, maar toen zagen ze Topdog zelf zich ook roeren in de cockpit, pietsje gestresseerd, misschien omdat mevrouw Romy op de achterbank maar niet op wou houden met sissen. Hij was in geen geval klaar voor een goed persoonlijk contact. Al en Bing keken elkaar aan. Wat nu?

‘Topdog,’ riep Al, ‘sorrender!’

‘No!’ riep Bing, ‘Topdog, give yourself op!’

Onzin, ze konden niet het minste afdwingen, maar het klonk goed. Topdog snoof en

505.

 

rukte aan het stuur. Z’n ijzeren hond van honderdduizend ton draaide langzaam om z’n as, als om hen met z’n gewicht te verpletteren. Bing wachtte niet en stak de vlag tussen de poten, maar Al vond zeker dat hij aan de beurt was, en weer stonden ze op elkaar in te meppen.

‘Hey,’ zei moeizaam een nu op z’n knieën gezeten postbode die net met een mooie boog door de lucht tegen de vlakte was gekwakt, maar het z’n plicht achtte z’n steentje bij te dragen, ‘look!’

Hij wees. De ijzeren hond met Topdog en Gerrie liep met grote stappen weg.

‘OK, Al, you clever dick, get him!’ zei Bing.

‘No, you get him!’

Ach, ze waren te ver uitgeput, te nijdig. De DoW verdween achter de heuvelrug. Uiterst ontgoochelend, dus ze gaven elkaar weer klappen.

It’s oll your doing!’

‘No, yours!’

‘Yours!’

Uren later. De slag voorbij, de avond gevallen, de vrachtvliegtuigen en hun gebrom weg en de lucht leeg op een langzaam rondcirkelend stuk productondersteuning na voor balsem tegen stijve leden, waarschijnlijk aangetrokken door de vele roerloze lichamen. Mist hing een halve meter hoog om alles heen in een zee van wit. In de verte begonnen lichtjes te pinkelen en een absurde windstille melancholie dekte de bergen van honderdduizenden gedropte dingen toe. Mannetjes met zwarte alpino’s beklommen ze op zoek naar bruikbaars. Sterke vrouwen duwden neuriënd overladen kruiwagens tussen de hoopjes gesneuvelde honden door. Uit de slijterijen in Bowl klonk vrolijke muziek. Ze zaten vol postbodes die bij een grote kroes slecht bier uitrustten en een nabespreking hadden. Sterke en zwakke punten. Opportuniteiten en bedreigingen. Voornaamste lesson learned: het was voorbij en ze leefden nog.

Anderen deden in groepsverband al aan soight seeing in de vlakte. Zodra ze over hun verontwaardiging heen waren over de dichte drommen ramptoeristen konden ze hun ogen niet geloven bij de bergen te pletter geslagen wit en bruin goed,

506.

 

zwartgeblakerde ijzeren lopende en vliegende honden, de afschuwelijke stukken geroosterde mens en hond te midden van gestold bloed en nog smeulend vuur. Maar dat kwam niet op de regulitor. Te schokkend.

Art liep ook weer in beeld.

‘Oy knew,’ zei ie tegen iedereen, ‘the post office ollwhys wins!’

‘Yeah, ollwhys!’ Daar waren alle postbodes het mee eens, zij toch die nog leefden. Ze zetten hun voeten voorzichtig neer, want overal lag er stront in diverse kleuren. Scheten honden ook van de schrik? Dan hebben ze veel schrik gehad. Of was dit mensenstront?

Al en Bing waren intussen niet klaar. Ze dwaalden wat hulpeloos rond. Ineens was de slag dus over. Als een huis dat is uitgebrand. Zonder systematiek. Zonder sturing. Al wist zich raar gestemd. Ongemakkelijk. Treurig. Leeg. Was dit nu schuld wat ie voelde? Het was niet logisch dat ze gewonnen hadden. De smaak van de overwinning was wrang. Ze was onverdiend. En wat had al die patserij nu opgebracht? Maar dat hield ie allemaal voor zich.

‘Shouldn’t we send Schafskeule a noice letter sighing thank you?’

‘White till you sees the invoice.’

En Bing liep weer de bagger in. Nurk. Meneer had zeker ook het zuur. Ze zochten voort. Waar hemel lag de ijzeren hond van Topdog? Nee, waar hemel nog an toe was Gerrie? Gerrie! Het ging om Gerrie! Oh Gerrie!

De DoW van Topdog moest finaal omvergegaan zijn. Zoals de rest. Maar gelijk was Al bang dat ie toch ontkomen was, opgegaan in de wijde wereld, nooit meer te vangen, voorgoed weg met Gerrie. Haar nooit nooit nooit meer in z’n armen kunnen sluiten, aah! Ooh! Oeoeh! Ze doorkruisten met hun vlag in de oksel twee uur hardnekkig het slagveld van oost naar west, van noord naar zuid, hun ogen en tenen deden zeer, het werd langzaam helemaal donker, en nog hadden ze niks gevonden. Wat een kloterij! En toen liepen ze tegen twee door de wol geverfde plaatselijke handarbeiders. Zelfgedraaide sigaret in de bek, in de schemering met ijzerzaag en laspost metaal recupererend. Karretje op fietswielen terzijde wachtend.

‘Hey, goys,’ zei Bing joviaal, ‘you seen follen oiron dog?’

507.

 

De oude man taxeerde hem. De jonge spoog met veel bravoure. Stomme vraag. De vlakte lag er vol van.

‘Moighty big silver oiron dog.’

‘No theen.’

‘Boss dog insoide. Smoll pog. Ogly pog,’ zei Al.

‘Pog?’

‘Yes.’

‘No.’

‘My be you seen him getting out.’

‘No.’

‘With chook. Big beautiful chook!’

‘Beeg chook? Beeg beeg bozzoms beeg beeg bottom?’

‘Yes beeg beeg.’

‘Oh no. No! No theen. We no look around. Man, we beezy. You look for yourthelves whoy not or fock you! No matter you here fock off!’

al-en-bing-bang-en-verliefd-goede-versie-kleiner-frame.jpgDe heren keken zo dreigend dat Al en Bing achteruit schrokken. Ze bogen zich weer over hun karwei maar het kind wees. Kind? Welk kind? Het pummeltje dat het karretje met brokken metaal moest trekken. De bevolking had hier af en toe nog kinderen! Al en Bing zagen hem nu pas goed staan, dankzij z’n te grote fluorescerende plastic Moike-loopschoenen. De hemel zij geloofd! Hij was nog te jong voor berekening en wees trots naar een ver wilgenbosje en ja, daarachter, op de oostelijke rand van de vlakte, vonden ze Topdogs ijzeren hond. Hij lag omver, op

508.

 

het uiteind van een lange lange schaduw. De zon stond op het punt onder te gaan. Ze naderden behoedzaam. Het was doodstil in cockpit. Ze stonden stil. Ze durfden niet verder.

‘No!’ zei Al. ‘It can’t be true!’

Zat Gerrie er nog in? In deze sarcofaag? Dood? Hadden miljoenen honden en mensen om haar gevochten om Bing en Al haar nu levenloos te laten vinden? Het deed pijn je dat voor te stellen. Nee, het was onvoorstelbaar. Oh, voor een tragisch mooi moment waarbij ze het ontzielde lichaam van de gehate Topdog terugvonden in de duisternis van het slagveld, waren Al en Bing best klaar. Heerlijk. Maar Gerrie dood? Onherroepelijk dood? Onvoorstelbaar. Ondraaglijk.

‘Oh Gerrie!’ dachten ze ieder voor zich, ‘oh Gerrie! Please!’

gerrie-dood-onvoorstelbaar-inkt-minder-blauw-meer-contrast-frame-80.jpg

Maar ze konden niet blijven uitstellen, en vooruit dan maar, ze bogen voorover en ze keken voorzichtig de cockpit in. Ze keken elkaar aan.

Niemand. Topdog niet. Gerrie niet. Waar waren ze? Ze liepen met hangende pootjes de weg terug naar het hoofdkwartier.

‘Oh, don’t look so glom, boys, we’s gonna foind Topdog! Jost a matter of good organoizition!’ zei Art met de trotse glimlach van een geslaagd assistent-strategist.

‘Let’s search the battlefield with oll of the postal army!’

509.

 

Uren trappelden de postbodes voorzien van zaklampen en lantaarns door de donkere vlakte, onderdrukt mopperend over het onderbreken van hun evaluatie in de slijterijen van Bowl, maar ook zoveel opofferingsgeest leverde niets op. Ze vonden Topdog niet terug. En Gerrie evenmin. Verslagenheid.

Sombere lucht, ditto land en terwijl Al en Bing en het postleger treurig gebogen met lege batterijen en grote dorst terug naar Bowl sjokten, passeerden ze een andere ijzeren hond die op z’n zij lag. Er stonden enkele kantoortypes met hun handen op hun rug bij te mompelen. Te oordelen naar de pakken belangrijke postpiefen. Ze stonden omringd door camera’s en hel licht en Al herkende Omar met microfoon, en, tot z’n verbijstering, nog een ander silhouet.

‘Mr Fred!’

Meneer Fred zwaaide om. ‘Yeah?’ Hij fronste. ‘Anything wrong?’

‘Bot you’s still aloive!’

‘Of course. Oy’s ollwhys been. Hasn’t you?’

‘Bot you’s been carbonoized!’

Maar nee, meneer Fred en z’n naaste collega’s waren helemaal niet gedood door die raket.

‘Bot your fountain pen!’

Ach, daarvan waren er talloze exemplaren in omloop. Iedereen die belangrijk was, had er zo éen of twee.

‘Bot you was insoide the pob!’

Ach wat, meneer Fred en z’n collega’s stonden net wegens te druk in de eigen zaak te waterizeren in de slijterij ernaast, en nu alle gevaar geweken was, liet ie zich weer graag zien. Hij draaide naar Omar.

‘Yes, Oy did the overoll strategy,’ zei ie bescheiden.

‘Hey!’ riep Al, ‘who’s that in there in that cockpit?’

510.

 

‘Gerrie!’ riep Bing. ‘Gerrie?’

Stilte. Iedereen keek toe hoe Al en Bing elk apart zo goed als een toeval kregen van commotie.

‘Gerrie, is that you?’

Ja! Gerrie zat in die omgevallen ijzeren hond! Al en Bing waren bij de verkeerde ijzeren hond geweest. Wat wil je, ze zagen er ook allemaal hetzelfde uit.

‘Gerrie!’ riep Al.

‘Gerrie!’ riep Bing.

‘Oh blimey, tike it easy, goys,’ zei meneer Fred, een tikje geprikkeld want alweer gestoord terwijl ie net loive via satelliet in heel het Brosselse rijk te zien was, ‘she’s being rescued according the rules!’

Dat klopte. Hij had het bevel gegeven en het werd nu van rang tot rang naar beneden doorgegeven maar men was niet aan het redden zelf toe, en het bleef maar duren, en eensklaps was het Al en Bing te veel. Ze keken elkaar aan en toen sloegen ze erop los met hun vlaggen. Ze sloegen buiten beeld krachtig op meneer Fred, op de voorzitter van de raad van bestuur van de post die er van wakker schoot, en op Frank. Waar had die trouwens al die tijd gezeten?

‘Ow! Ow!’ De heren begrepen het niet. Maar ze namen welwillend aan dat de stress van de slag nog nawerkte bij Al en Bing.

‘Whot a pigstoy,’ zei mevrouw Romy zodra bevrijd uit de cockpit en de kring van sjieke pakken, ‘you,’ zei ze tegen meneer Fred, ‘and you,’ (Frank), ‘and you,’ (de voorzitter) ‘clean op oll of this roight awhy!’

Intussen zag Gerrie Omar.

‘Omar!’

Zo dichtbij had ze hem nog nooit gezien, zo levend, zo overtuigend, zo liefdevol en zoveel liefde waard.

‘Oh!’

511.

 

omar-mond-onder-snor-maximaal-frame-70.jpgZe wou zo hard dat ie haar z’n microfoon toestak en wat vroeg, om het even wat, met die warme sonore stem, die oh so suggestief vaag glimlachende mond onder die snor, en dat ze na al dat leed dramatisch flauw mocht vallen in zijn sterke armen. Ze wankelde, maar Omars haar zat in de war van Al en Bings meppen. Hij moest op zoek naar z’n personal hair stoylist en de armen waar Gerrie naartoe viel, waren er niet meer. Ze viel in plaats daarvan in de bereidwillig toeschietende armen van Al en Bing, samen.

‘Whot about me?’ riep mevrouw Romy. Ze viel ook graag in armen, maar niemand had belangstelling. Behalve Angela.

‘Mrs Romy, your deepest feelings.’

‘Can’t Omar ask me?’

‘No. How pined you looks! How degriding loife in this dark dank hole must have been! Tell seventy million households how brive you were!’

Zeventig miljoen? Daar had mevrouw Romy wel zin in. Ze ademde diep in en deed haar mond open en intussen was het weerzien van Gerrie met Al en Bing ook uitermate liefhebbend. Er werd intens gezoend. Gerrie wist zelfs niet goed meer wie ze zoende. Al? Bing? Het was een ingewikkeld spel van armen en handen door elkaar. Vaak zaten ze elkaar in de weg, wat enerzijds leidde tot handgemeen tussen Al en Bing. Anderzijds tongzoenden ze in hun blindheid zelfs elkaar. Ach, het was ook al erg donker geworden. Maar zodra ze het merkten, rukten ze zich weer los van elkaar, want ze zoenden toch liever Gerrie. Te laat, helaas voor mevrouw Romy, want Angela liet haar in de steek met haar nog open mond en rapporteerde vertederd voor de kijkers thuis: ‘So motch love. It mikes me crive for it moyself agine.’

Ze zweeg, overmand door gevoelens, en keek weemoedig voor zich uit. Dat werkte altijd uitstekend op de spanningsregulator. Mevrouw Romy keek zelfs weemoedig mee.

‘Oh Angela,’ zei ze, ‘Oy hopes everything is foine agine between you and Omar.’

Ai. Teer punt. Angela barstte in tranen uit en begon te zingen over, blijkbaar, een gebroken hart:

512.

 

Loving youMikes me blue.

Een onzichtbaar orkest zette subtiel in met veel violen.

Too motch smart

For moy heart.

Het orkest gaf nu zo van katoen dat de posttop verveeld keek. De heren, en vooral meneer Fred, stonden te popelen om in beeld nog wat positiefs over zichzelf te mogen zeggen, maar de show had voorrang, en ook al hadden meneer Fred ook best wel willen zingen om in beeld te komen, het was evident dat Angela beter zong, want zij had een décolleté en meneer Fred en de heren, met hoe veel ze ook waren, hadden er geen een! Al, Bing en Gerrie hadden het buiten beeld intussen druk met allerlei intieme zones en niemand niemand niemand dacht nog aan Topdog.

De show zat erop. Al en Bing slenterden naar de slijterij. Zelfverzekerd, winnaars, maar ze wilden niet overdrijven. Voor hen liep Gerrie. Ze hadden haar los moeten laten, maar ze was niet ver. Oh oh, ze liep zo roerend sierlijk. Ze waren helemaal éen met haar zwaaiende achterpartijen. De lucht om ze lichtte op in duizenden gloeipuntjes. Zelfontbrandende testosterone.

Gerrie keek om. Ze schrokken, herstelden zich en glimlachten.

‘Sorry, boys, off for a sec. To freshen op. You doesn’t moind, does you?’

‘Oh no!’

Daar liep ze.

‘Ts!’ zei Al.

‘Psssjj!’ zei Bing.

Ze keken haar na tot ze weg was. Al was oh zo happy! Nee, toch niet, want – Bing! Nee, liefde smaakt niet echt als je broer net van dezelfde tong proeft. Bah. Al keek Bing aan en Bing Al en Al wist dat ie krek hetzelfde voelde.

 

 

513.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s