We doesn’t really need lock.

Waarin …

Ze staarden uitgeput naar Gerrie. Zij bleef ijverig zitten kribbelen.

‘Disgosting,’ zei Bing. ‘Tiking notes. Whoile we foights for her.’

Toegegeven, het was ontluisterend. Hun inspanningen leken niets op te leveren voor henzelf. Alleen voor Gerrie. Ze had koud moeten worden van angst terwijl ze vochten. Versteven van verlangen om te weten wie er ging winnen. Bing zuchtte diep.

‘No. She doesn’t.’

‘Doesn’t whot?

‘Love me.’

Oei. Dit werd een intiem gesprek. Al zocht zich een houding.

‘A chook,’ zei Bing, ‘whot tikes notes about you whoile you foights for her, doesn’t love you, Al.’

Hij keek Al ernstig aan.

Al keek ernstig terug.

‘Could you,’ zei Bing, ‘love a chook whot tikes notes?’

Nou, Al wel. En als Bing dat niet kon kwam dat Al prima uit. Hij wou best van Gerrie blijven houden. Maar hij zweeg.

Gerrie voelde hun blik. Ze stopte snel haar bloc-note weg en glimlachte schuldig.

‘Is you oll roight, boys?’

Argeloos willen klinken. Vrouwen! ‘Is you oll roight?‘! Terwijl zij uit liefde voor haar bont en blauw op de linoleum lagen te lijden! Ze antwoordden zelfs niet en keken solidair ontevreden in haar richting.

538.

 

‘More tea?’Ze snoven, maar Gerrie zei opgewekt ‘Let me get some,’ en daar liep ze.

Ze klommen overeind en leunden tegen de buffetkast, bekaf. Bing voelde aan z’n oog. Hij leek ten prooi aan zwaar denkwerk, en dan zei ie ‘No.’

‘No?’

‘No, Oy does not deserve her. So.’

Hij stak z’n handen omstandig in z’n jaszakken. Al wou hetzelfde doen, maar het kon niet want nog altijd in z’n onderbroek.

‘So?’ zei ie niettemin waardig.

‘Oy tikes the world. You tikes Gerrie.’

‘Eh?’

Hoorde Al goed? Meende Bing dit? Kon niet. Net nog hadden ze elkaar naar het leven gestaan. Dan had ie nooit echt van haar gehouden. Dan was ie alleen maar gedreven geweest door lust. Hormonale vloed. Maar het kon Al geen lor schelen. Hij nam Bing graag op z’n woord. Hij wou een gat in de lucht te springen maar kon zich op tijd bedwingen.

‘No!’ zei ie rustig, ‘Bing, you can’t do that!’

‘Of course Oy can! Oy’s felt massive gratitude in the streets! Oy’s heard thousands and thousands of old fools croying out their adorition for me! It them whot really loves me, man! No chook can ever love me as motch as that, whotever she does to me. Gerrie is yours.’

‘Moine?’

Een oceaan van dankbaarheid vulde Al en hij wou bewusteloos vallen van zaligheid maar nee, hij mocht zich nu niet zwak tonen.

‘No!’ riep ie, ‘you deserves her jost as motch!’

‘Oy doesn’t.’

539.

 

‘You does!”Oy doesn’t.”You does!”Damn it, Al, Oy doesn’t, and this is foinal, so stop it, she’s yours and you keeps her!’

‘Oll roight.’

Al keek zo wrokkig mogelijk. Hij wou geen argwaan wekken. ‘If you sighs so. Oll roight, bot only because Oy has to!’

Ze stonden een poos roerloos. Bing bleef Al aankijken.

‘Whot is it, Bing?’

‘You looks very happy.’

‘No, not at oll.’

‘You is.’

‘Kiss moy bolls, Oy isn’t!’

‘You is, and whoy shouldn’t you? Oy wishes Oy could be so happy.’

Nou, Als Bing het hem gunde, waren ze uitgepraat. Al zweeg, maar Bing bleef hem weemoedig aankijken en z’n ogen werden langzaam vochtig. Hee, hij kromp in elkaar van treurigheid, meneer Bing, hij, de sterke figuur! Wat kregen we nu?

‘Bing! Whot’s wrong?’

Had ie zich al bedacht? Hield ie toch van Gerrie? Ai. Al kreeg bijna kanker van schrik dat ie haar toch weer mocht afgeven.

‘Whot is it, Bing?’

‘Moy poor old DS!’

‘Whot about it?’

540.

 

‘Aw fock, so Oy’s a hero loved boy millions, bot that does not bring moy DS back, does it? You’s got Gerrie to love you, and yes indeed, Oy’s got the world, bot where on earth is moy good old car? Oy’d give everything for it. How Oy loved it. More than any chookie. Moy sweet old car. Oh moy, Oy bets it’s still sitting fithefully, soilently alongsoide that pivement in Oll Off, flat toires, broken into, folling apart, the poor thing.’

Bing zweeg, overmand door schuldgevoelens.

Al legde z’n hand op z’n schouder en kneep stevig om Bing weer wat opgewekter te maken. Dat werkte altijd. Al had het dikwijls gezien op de spanningsregulator.

‘Oh look at that! Miking op!’ riep Gerrie.

Ze liep het salon in met de theepot in haar ene en de dampende waterketel in de andere. ‘Brotherly love, how sweet! Even more so after so onseemly a foight. Whot was that about that car?’

Dat Bing er meer van hield dan van welk vrouwmens ook.

‘Nothing,’ zei Al vlug.

‘Nothing? Oh, bot Oy did hear Bing sigh something.’

‘No, Oy jost told Al he could have you.’

Bing!

Waarom zei ie dat? Hij, handige Harry? Onbegrijpelijk. Had Al hem te lang gewurgd en had ie nu te weinig zuurstof over voor z’n verstand? Maar het kwaad was geschied. Gerrie stond stil en haar gezicht vulde zich met rode puntjes.

‘Al can have me?’

‘No! Oy meant, it’s op to him to love you, if you loikes him!’

‘Is it?’

Ze sloeg Bing tegen z’n hersens met de theepot. ‘That’s how you tocks about wimmens?’

541.

 

Ze sloeg hem tegen z’n slaap. ‘Loving your car more than me?’Ze sloeg hem tegen z’n achterhoofd. ‘Don’t denoy it. Oy heard it oll.”Please Gerrie! He didn’t mean it loike that!’ riep Al.’He didn’t?’

Ze sloeg Al met de hete waterketel. Bazig kind. Logisch. Dochter van.

Terwijl al dat hete water over hem heen spritste viel Al ‘ow ow ow!’ roepend omver tegen de muur. Hij hief z’n arm om de volgende slag te pareren, maar Gerrie stond stil met de waterketel in de hoogte en keek hem glimlachend aan.

‘Aw, it’s you, Al.’

‘Yes.’

‘Sorry. Wrong brother.’

Ze boog naar hem toe en hij wou van haar weg om meer onheil te voorkomen, maar ze riep ‘No! You’s a good boy!’ en gaf hem een zoen op z’n oor vol blaren.

‘Whot? So now he’s the good one?’ riep Bing. ‘That’s rich!’

‘Yes, he is! He’s ollwhys been. Oh, Al!’ Ze kwam nu heel dichtbij met die hete waterketel en fluisterde, ‘Oy read it.’

‘Read whot?’

‘Your letter.’

Oh. Al was hem al vergeten. Ze ademde nu zo heftig in en uit dat Als kabeljauw weer wakker werd. En hij had geen broek aan.

Hij schoof om fatsoensredenen verder achter de buffetkast.

‘How moving,’ zei ze. ‘Worrying whether you loves me enough. Doubt. So human. We most tock this through, Al. You needs lots of love. Bot you, Bing, you doesn’t.’

‘Bot.’

542.

 

‘No.You doesn’t doubt. Or worry. Or onderstand feelings. No, you is nothing bot a B in moy heart.’

Ai. Zo iets zeg je niet met nog een vent binnen hoorafstand. Je vernedert mannen niet in het publiek! Maar Als meesterlijke brief had haar al te zeer aangegrepen. En ze was een vrouw. En Bing nam het op het eerste gezicht niet slecht.

‘Bah,’ zei ie. ‘Boh. Poe.’

Hij haalde z’n handen uit z’n jaszakken, wreef ze over elkaar, deed z’n kneukels kraken, stak z’n handen weer in z’n jas, en weg was ie. Hij hoefde geen thee meer.

Daarmee, bedacht Al, was de kust klaar.

Nu of nooit! Hier in het salon boven op de buffetkast. Binnen tien seconden. Als Gerrie dan nog niet gepiept had, kon ie beter pardon zeggen, haar de badjas van het lijf rukken en waarmaken waarnaar zij altijd had gesmacht: met enig doorzettingsvermogen éen vlees worden. Oh de verrukking!

Hij trok warmwaterketel en theepot uit haar handen, liep het keukentje in en zette ze op het aanrecht, rende weer het salon in en liep met z’n armen vol bric à brac van de buffetkast naar het salontafeltje om plaats te maken op de buffetkast voor éen vlees, maar toen ie dan klaar stond en naar beneden keek, wou Mr Kabeljauw niet meer.

‘No,’ zei Al.

‘Whot?’ zei Gerrie.

‘Nothing,’ zei Al.

De kabeljauw zei niets. Meneer gaf niet thuis. Hij was met vakantie. Wat een flauwerik. Wat een klein mannetje!

Maar Al begreep hem. Je kunt niet opnieuw en opniéuw klaar staan zonder ooit een echt perspectief. Al had maar niet zo veel moeten genieten van hoe Gerrie Bing met z’n neus door z’n onvermogen tot ware menselijke gevoelens wreef. Hij had maar meer aandacht moeten hebben voor Kabeljauw!

Hij probeerde nog snel staalhard te focussen. Met voldoende wilskracht zet je toch

543.

 

heel de werkelijkheid op enige termijn naar je zin.

‘Oy wonts you to be strong!’ zei ie, ‘strong! Strong! STRONG!’

Niet dus. Nou, dan kon ie beter de eer aan zichzelf houden.

‘Al, whot is you doing?’

Hij trok z’n postbodenhemd weer aan.

‘Al, whot is it?’

‘Gerrie, Oy wonts to respect you.’

‘Respect me?’

Maar daar had ze geen zin in! Hij zag het zo op haar gezicht. Te laat, dat kwam ervan! Heel de avond halsstarrig je badjas aan houden! Nee, hij had geen trek meer. Hij was geen jojo!

‘Bot Oy can give you moy feminine sensuality and still respect moyself,’ zei ze handenwringend, ‘and so can you!’

‘That’s very noice, Gerrie,’ zei ie, ‘bot Oy’s got to do moy letters now. Have a good die!’

Hij wou zich uit de voeten maken, maar constateerde dat ie nog altijd in z’n onderbroek stond. En Gerries gezicht vertrok inderwijl. De klieren werkten waarschijnlijk al in overdroive om vocht klaar te hebben. Het ging met beken over haar lieve wangen stromen.

Toch niet. Ze stopte met snuffen en keek nuchter over Als schouder – of daar nog iemand stond. Al draaide zich om.

Bing.

‘Oll roight,’ zei Bing, ‘Oy’s gonna have that tea after oll.’

De schurk.

Hij was nooit verder weg geweest dan de overloop. Had daar rustig op z’n eigen

544.

 

 

voorwaarden z’n vernedering staan verwerken en nu was meneer weer de ongenaakbare.

Erger nog, hij had daar met z’n oor tegen de deur heel de scene tussen Gerrie en Al gevolgd en precies op het pijnlijkste moment was ie weer van de partij. Al durfde wedden dat zijn kabeljauw dadelijk wel wou meepraten.

‘Roight, tea!’ zei Al om zich een houding te geven, en hij spurtte naar het keukentje.

Hij schonk drie bekertjes vol. Groene thee met citroen, mmmm, goed voor de creativiteit!

Maar al zaten ze een eeuwigheid te nippen en al lonkte Gerrie (om Al te spijten?) haar hoofd af naar Bing, Bing werd er haha gelukkig niet creatief van. Misschien met opzet. Met haar voeten spelen, ja. Net was ie niet goed genoeg voor haar? Wel, nu was het dan andersom! Al vond z’n broer onverwacht sympathiek. Wat zouden mannen zijn zonder solidariteit?

Gerrie bleef smekend van theedrinkende Al naar theedrinkende Bing kijken, maar geen van beide piepte. Ze wou in tranen uitbarsten maar ze wist blijkbaar niet goed of dat met twee mannen gelijk wel werkte. Goed dat er op dat ogenblik een telefoon ging, de mixer, die van Al.

‘Hollo?’ zei ie. Hij draaide opgewonden naar Bing. ‘De DS! JLS has sent it home in a package!’

Bing veerde recht. Hij straalde. Hij had z’n auto terug. Wat kon je als man nog meer wensen?

Ze renden naar buiten. In het halletje wankelde Carlos (nou, Gerrie had hem toch nog altijd!) van hun vaart en hij viel met z’n moeizaam weer aan elkaar geplakte volle glorie opnieuw in duizend stukken.

De DS stond voor de ouderlijke bongalow in Droid Fruits Street. Met opzij het adres erop en een sticker die fragoile zei. Hij glom, of de jongens in Oll Off hem nog speciaal gesimonizeerd hadden, en hij was héel! Alles wat er afgebroken was, zat er weer aan. Alles! Ze hadden hem dus zelfs helemaal gerestaureerd!

‘Look at them mirrors!’ riep Bing.

545.

 

Ze zaten er opnieuw op! Net de originele. Net even dof.’Perfect!’ zei Bing. ‘Whot a service, JLS!’

Z’n oogjes werden er vochtig van. Al tekende het ontvangstbewijs, de man van JLS gaf de sleutel van de DS aan Bing en Bing gaf hem aan Al.

‘Whoy’s that?’ zei Al.

‘Oh, we both works at the post office, doesn’t we? Todie’s your working die, and the DS is half yours, isn’t it?’

Wel, dat vond Al jofel! Hij omarmde z’n broer geroerd, stapte in en reed weg.

Gerrie stond op de hoek van de straat. Met haar schattige witte nieuwe hondje aan de leiband, éen zwart oor, krul in z’n staart. Hij trok en trok. Ze had het moeilijk. Ze kwam terugwankelen van de Smart Socker met twee grote plastic zakken. Zongedroogde tomaat, chicken korma, artisjokken, koeskoes, houten slanksandalen waar je heilzaam pijn van kreeg aan je voeten, gestoomde ecoworteltjes met multicultispecerijen die de vlammen uit je gat deden slaan, nieuwe theelichtjes en badoliën voor een jaar, suikervrij fris met 2% bestanddelen goedgekeurd door de bouddha van Extra Large, kwarteleitjes, citroenkruid, shiitakes, alcoholvrije biowijn van een coöperatie in South-Freaky, rechtstreeks van producent naar gebruiker via de Smart Socker, en het hondje, met zak Chappie en gebruiksaanwijzing. Je kon tegenwoordig alles krijgen in de Smart Socker. Martini had ze niet meer gekocht. Ach. Uitvoerig boodschappen doen was altijd goed tegen groot verdriet. En ze was dan nog speciaal naar de duurdere Smart Socker gegaan op de hoek van Droid Fruits Street, een heel eind van Loilac Line, in de onuitgesproken hoop dat er toch nog wat belangrijks in haar leven zou gebeuren

En nu was het zo ver: de DS kwam eraan! Ze herkende hem met een schok. Hij straalde. Hij was meer dan levensecht. Hij was zo groot. Zo onaards mooi. En Al als een lichtgevende engel aan het stuur! Zo dichtbij en zo ver af. Het leek wel productenvoorlichting en aaaaah, ze duizelde ervan.

Maar Al keek recht voor zich uit en hij reed voorbij zonder haar zelfs te zien.

Hij reed gewoon verder. Ze keek hem na, vervuld van verlangen. Oh wat erg, de liefde van je leven je zo ontzegd zien. Ze begreep nog altijd niet hoe het zo ver

546.

 

was kunnen komen. Ze proefde met genoegen van haar bitterheid. Maar misschien was de ervaring toch wel bruikbaar. Toen ze genoeg geproefd had, wankelde ze voort. Het nieuwe hondje likte haar hand. De lieverd. Goeie koop. Het ging moeilijk met die twee plastic zakken, maar ze aaide hem op haar beurt liefdevol.

Toen ze in Loilac Line voor de voordeur stond met haar zakken, ging die vanzelf open. Mevrouw Romy liet net Keekee uit.

‘Whot?’ zei ze, ‘New doggie?’ Ze leek de scene met het gebak vergeten te zijn.

‘Yes, mom. From the Smart Socker in Droid Fruits Street.They’s got noice ones.’

Ze wou opgewekt kijken, maar het ging haar niet goed af. Ze had te veel zin om te huilen. Intussen staken Keekee en de nieuwe hun neus in elkaars achterste en snoven diep.

‘Yeah,’ zei mevrouw Romy. ‘Heard so too. Good doggies. And there’s nothing in loife loike a noice doggie, eh? So sweet, isn’t they?’

‘Yeah, mom.’

Gerrie wou snel naar binnen om daar lekker te kunnen zitten treuren, maar Keekee en het nieuwe hondje waren nog niet klaar en zetten zich schrap. Maar dan mocht Gerrie de hal in en mevrouw Romy verder, hoewel niet zo ver, want Keekee stond opnieuw stil om in de verte te kijken.

Een zo te zien eeuwenoud houten vrouwtje schuifelde op het trottoir tussen de bolussen door dichterbij met zo’n duwwagentje om je mee recht te houden en boodschappen te doen. Ook zij liet met al de genegenheid van haar leeftijd een hondje uit. Het was Georges, zonder pijp of hoed, maar in een keurig nieuw regenjasje.

Zodra ze op gelijke hoogte waren keek Keekee Georges dom aan. Georges keek dom terug.

Was dit opzet? Zonder pijp in z’n bek zag ie er al vanzelf veel dommer uit. Hij en Keekee hielden halt, roken aan elkaars gat, en daarna liepen Keekee en mevrouw Romy verder. Georges bleef staan met z’n oud houten vrouwtje. Hij nam de tijd om vorsend rond te kijken, rook deskundig aan een brandkraan, een muurtje en een hulstboompje maar bleef onbevredigd fronsen, tot ie wat boeiends zag. Hij rukte z’n

547.

 

vrouwtje aan de leiband tot bij de stijl van een hek, snuffelde, lichtte een poot en gaf zich over aan z’n genoegen. De pies spoot tegen de stijl. Het trottoir liep onder.

‘Good!’ zei het vrouwtje. ‘Good little doggie!’

Al gaf goed gas. De DS snorde gezond. Het was nog vroeg, de sloicers reden nog niet dik, de laan voor hem lag nog breed open en de vrijheid lokte.

‘Somewhere soon, Eric,’ zei ie, ‘oll them skoyscipers is gonna stop and our new loife is gonna start.’

Hij draaide het raampje links van hem open, stak z’n kop naar buiten in de sissende smog en snoof diep. ‘Aaaah.’

‘Soon!’

Bings blauwe Hawai-hemdje met palmetto’s en papegaaien sidderde teder om hem heen in de wind. Hij trok z’n kop weer naar binnen, draaide het raampje dicht en glimlachte hoopvol. Alles was weer normaal.

Er dreef vanmorgen een damesbeen in een aanlokkelijke grijze steunkous tegen spataders boven de horizon. Het leek op dat van Angela. Het was tientallen kubieke kilometers groot en hulde de helft van de metropolis in diepe duisternis maar om Al heen viel er warm licht op het beton en op deze eindeloze wereld vol ballen. De gelukbrengende negen Brosselse bollen die zich herhaalden op de top van duizenden wolkenkrabbers. Hij kon zich nu al voorstellen hoe het landschap zich verderop uitspreidde, hoe de zon glorieus begeleid door symfonische muziek kamerbreed omhoog ging boven wuivend gras en hoe in plaats van de gebruikelijke vervelende vlucht kleine productsteun wolken krassende verwilderde groene parkietjes hem begeleidden.

Op een trottoir bij het gat van de ouwe North Plaza Brossels Telecom Tower stond intussen een vrouwmens op plexi hakken een sigaret zonder filter te roken. Niet voor de lol. Het was werken geblazen. Telkens wanneer er een oud mannetje voorbijschuifelde duwde ze een lang en vreselijk bloot damesbeen uit haar regenjas, keek hem ondanks de grote zonnebril brutaal aan en deed geil met d’r lippen.

‘Beetch!’

Dat zou wie haar vroeger gekend had aangenaam verrast roepen, maar wie had

548.

 

haar hier ooit gekend? Wanneer Al hier voorbij zoemde in de DS, zou ze een schokje van herkenning krijgen en glimlachend schudden met haar hoofd. Meewarig? Weemoedig? Wijzer? Wie ging het zeggen? Al niet, want zij stond bij het gat van de Telecom Tower en hij reed door Ockle richting Sonic Bush BC uit.

Het land was nu zichtbaar. De zon gaf van katoen. De einder wenkte en Eric leunde tegen Al aan. Al had hem net gekocht. Eric? Misschien klonk Phil beter.

‘Phil.’

Eric geeuwde.

‘Tony.’

‘Bill.’

‘Freddy?’

‘Eddy?’

‘Jean-Paul?’

Of Al nu een dure dan wel een populaire naam probeerde, Eric bleef door het stoffige windscherm voor hem naar de weg zitten turen. Hij was een beetje kaal. Een mis­lukte mix tussen mops en bull ter­rier, maar erg trouw vol­gens de win­keljuf­frouw. Hoewel. Dat zei ze vast te­gen elke klant. Hondjes wa­ren momenteel spotgoed­koop. Er was een groot aanbod. Misschien wel overaan­bod.

Al neuriede, liet de versnellingspook los en aaide Eric-Philip-Tony liefdevol. Hij draaide naar Al en keek dom.

Maar liep Al nu op dit ogenblik normaal niet door Whammle met z’n postzak?

549.

 

Jazeker, en het was erg voor de oudjes die nu vergeefs met hun pot thee op een houtje zaten te bijten, maar Al kon het ook niet helpen: net toen ie in uniform de deur uit wou, greep Bing hem bij de schouder.

‘White! Al, white!’

Al wrong tegen, want hij had net geweldig zin om brieven in bussen te steken, dus daar rolden ze door de gang verwikkeld in zo’n luidruchtige klassieke worsteling dat ma vanuit het salon ‘Stop it, boys!’ schreeuwde. ‘Oy can’t hear Omar and Angela!’

Ze stopten.

‘Hey, whot’s this?’ zei Al.

Z’n hand lag op Bings ene knie maar het leek of ie er vier had. En op die hoogte en met zulke spreiding van elementen kon het moeilijke allemaal Bings kabeljauw zijn. Ze staarden met z’n tweeën naar de afzichtelijke bulten.

Bing had een binnenpretje. Hij droeg nog altijd z’n wandelbroek die hem trouw gevolgd was op al hun tochten. Tot en met de Battle of Bowl. Hij ritste de ritsen open en daar kwamen ze te voorschijn: het theelichtje, het kristal van éen kilogram en zowel het fotootje van Gerrie als de maxi combo-buste à la Proserpina. Bing zette ze mooi naast elkaar op de loper. Oude vertrouwde vrienden. Het theelichtje twinkelde. De buste hulde de gang in zacht citroengroen. Dan weer in oranje.

‘Oh!’ zei Al. ‘Oy thought Oy had that teawarmer and Gerries photo of this in moy trousers.’

‘You did. Bot Oy put oll of it into moine. If this stoff brings lock, Oy’d better have oll of it, eh? Bot Oy doesn’t need it no more. And it’s lots of bother, after oll. Too heavy. So Oy jost wonted to give your things back.’

‘Oh. Thanks.’

De smeerlap. Als van oudsher. Maar Al kon niet langer boos worden op Bing. Hij keek aardig. ‘So,’ zei ie, ‘was you locky with them?’

‘My be. Who knows. Here Oy is. Still around. Bot so is you, isn’t you? Without your teawarmer. You didn’t do worse, did you?’

550.

 

‘No.’

Ze lagen een poos rustig naar het getwinkel te kijken. In het salon klaterde applaus op en uit de keuken kwam onderdrukt gevloek van pa. De ochtendshow zat erop en hij had weer verloren bij het wedden.

‘Shouldn’t you have whipped your crystal out and actually used it in the Battle of Bowl?’ zei Al.

‘My be. Oy forgot.’

‘Whotever. My be the lot’s still usefull.’

‘Yeah. Who knows. Oy could stack oll of it back in the rack in our room. Yup, that’s whot Oy’s gonna do. Ollthough,’ Bing keek Al brutaal aan of ie iets heel gevaarlijks ging zeggen, ‘Oy’s locky enough now as it is. How about you?’

‘Me too.’

‘Yeah.’

‘Yeah.’

Stilte.

‘How’s the neck?’

‘OK.’

‘Your knee?’

‘Mmm. Oll roight.’

‘And your lombigo?’

‘Grite!’

‘Moine too.’

Stilte.

‘You knows whot Oy thinks?’

551.

 

‘No.”Oy thinks we doesn’t really need lock.”Doesn’t we?”No. We’s got one another.’

‘Yeah.’

‘Yeah.’

En plotseling: het besef. De ontdekking. Daar lagen ze in elkaars armen op de uitgesleten rode loper elkaar aan te kijken, stil en geroerd, en na zoveel duizenden kilometers, zoveel leed, zoveel levensgevaar, zoveel valstrikken, door heel het Brosselse rijk heen en zelfs erbuiten, wisten ze met enige gêne de waarheid. Wat ze altijd al hadden horen te weten. Hoe erg ze ook handgemeen waren geweest, hoe vaak ze elkaar ook gewurgd hadden, hoe ze elkaar ook gehaat hadden, eigenlijk hielden ze toch veel van elkaar! Meer dan van wie ook! Zoveel zelfs dat ze allebei dachten aan elkaar lang en hevig zoenen, en ja, zelfs onfatsoenlijk vastpakken. Het maakte veel goed. Ze hadden de wereld niet nodig! Ze hadden niemand nodig! Zij hadden elkaar! (lxxxi)

Ze lagen daar vijf, tien minuten, tot de neigingen over waren, stonden gelouterd recht en brachten hun kleren weer in orde.

‘Al.’

‘Yes Bing?’

‘Let me do the post office todie.’

‘Bot it’s moy die!’

‘Yeah. Bot who’s gonna notice? You tike the DS todie. Go and have fon, man!’

Bing keek Al smekend aan.

‘Bot whoy?’ zei Al. ‘Whoy?’

‘Oy wonts to better moy loife.’

552.

 

Al fronste. Niet te geloven. Maar als Bing naïef genoeg was om echt aan het werk te willen, wou Al voor éen keer wel wat anders doen. Rondrijden, rondkijken, naar de meiden wuiven. Zo’n glimmende DS met hydraulische vering was een sterk argument voor vrouwen om zich aan hem te geven. Misschien herinnerden ze zich zelfs z’n gezicht. Was ie tijdens de slag van Bowl niet af en toe goed herkenbaar achter Omar in beeld geweest? Was hij eigenlijk geen held? Ze gingen zich met drommen voor de wagen gooien, maar hij wou zich niet echt meer laten vangen. Nee, hij ging z’n hart niet meer laten breken. Hij was nu oud en verstandig. Hij zou telkens op de achterbank mooi door de bewegingen gaan met ze, maar op het allerlaatste moment z’n apparatuur weer opplooien en naar binnen halen, z’n rits dichttrekken en hen zonder toonverheffing bekennen dat ie helaas niet meer in vrouwen deed en meer van Eric-Philip-Tony haha hield. Ze zouden dan huilen. En misschien zou ie ze dan toch pakken en troosten. Misschien. Ooit. Als ie al niet vlug doorreed in de DS. Hij was nog jong.

Bing trok rustig broek, hemd en jas van het postuniform aan dat Al op het bed had achtergelaten, knoopte alle knopen dicht, stapte in de postbodenschoenen met crêpezolen, omgorde de postbodentas, bekeek zichzelf in de spiegel en liep met een goed gevoel de trap af. Hij ging keurig de postronde doen, intussen langzaam en systematisch de trottoirs van Whammle scannend

Niet te geloven dat Al hem de ronde had gegund. Maar goed, als ie zo naïef was om de DS voor hem te laten werken, wou Bing er wel misbruik van maken. Hij had geen DS nodig! Hij had zo wel aantrek! Rondstappen, rondkijken en naar de doelgroep glimlachen volstond. Al dacht niet na! Vroeger was zo’n unieke DS het toppunt van magnetisme, maar sinds de post in Bowl de mensheid had gered was de aantrekkingskracht van een postbode verveelvoudigd en die van een DS lang gepasseerd. Nu was een goed herkenbare vestimentair reglementaire postbode met pet op vele malen een DS waard! Nee, er ging nu niks boven een met een scherpe vouw gestreken postbodenuniform om vrouwen respect voor je te doen hebben. En ze herinnerden zich z’n gezicht van de regulitor. Hij was tijdens de slag van Bowl heel de tijd goed herkenbaar vooraan in beeld geweest! Hij was een held! En een mooie jongen. De meiden gingen een geschikte combinatie van lidies’ man en postbode als Bing met z’n allen sito presto de weg vragen, en dan zou hij hem wel wijzen.

Hij keek op z’n horloge.

553.

 

Oei. Hij ging te laat komen!

Ach, niemand zou hem dat in de geest van kameraadschap van de post kwalijk nemen en vroeger zou ie express nog langzamer naar het postkantoor gewandeld zijn om van die luxe te genieten, maar nu was hij een held en modelpostbode.

Hij rende de trap af, de hal uit, het klinkerpad af en wou van het trottoir in de DS stappen om snel z’n achterstand op de klok goed te maken, maar de DS stond er niet meer.

Al was ermee weg.

Hij werd nerveus. Of ie in Als uniform ook Al werd. Zo ging ie nooit op tijd komen. Hij keek rond. Verderop stond een taxi. Bing zwaaide, maar de taxi bleef gewoon staan. Bing rende er dan maar zelf naar toe.

De chauffeur at met z’n rug naar Bing toe een boterham. Hij bleef maar zitten kauwen, hoe Bing ook smeekte, maar ten slotte schroefde hij zonder wat te zeggen of zelfs maar om te kijken grommend z’n thermos dicht en zette z’n pet op. Bing zag er een goed teken in, dook naar binnen en daar gingen ze. Moeizaam. De ouwe bak rook muf. Naar schimmel. Naar in geen vijfhonderd jaar gestofzuigd. Naar zerpe, recente hondenpoep. Naar een hachelijk bestaan kortom, en Bing voelde zich schuldig. Hij had de pauze van dit mannetje onderbroken en om het goed te maken zei menslievend ‘Noice weather, eh?’

De chauffeur zweeg.

‘No rine,’ zei Bing.

De chauffeur zweeg.

‘And a bit of son shoine. Perfect, eh?’ zei Bing.

De chauffeur blies gemelijk. Z’n vuile hete asem wervelde door de taxi en Bing week vlug weer achteruit. Z’n chauffeur had geen zin in zonneschijn. En z’n leven was

554.

 

moeilijk genoeg zonder vriendelijkheid.

De chauffeur boog vooruit. In het duister bij z’n knie zat onzichtbaar voor z’n passagier een foto. Vol vetvlekken en barsten maar ze werkte nog altijd. Zodra hij ernaar keek, zei ze zoet, zo goed als onhoorbaar ‘Oy loves you’.

Het klonk als hemelse dauw. Zo lang Gerrie van hem hield was alles mogelijk en de chauffeur keek getroost met vochtige ogen weer naar de wereld die hem tegemoet raasde.

Bing zag en hoorde niks. Hij was zeker al een kwartier te laat en dat was het enige waaraan ie nu kon denken.

Topdog grijnsde en gaf gas.

 

Einde.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

555.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s