Go tell your tocking dogs, Al!

Waarin …

‘A dog whot tocks?’ zei Art.

De collega’s stonden met hun armen over elkaar in de sorteerzaal, een groot glas Hoog in de hand, en ze schudden hun hoofden.

‘No,’ zei Art.

‘Oh no,’ zei Frank.

‘Come on now,’ zei Marcel.

Al had de smoor in. Hij had dit gezeur gisterenavond laat op de terugweg allemaal al eens in de Patrol Wagon moeten aanhoren.

‘The silliest excuse Oy ever heard for not socceeding in a plan,’ zei Art. Of ie de actie gisteren gatverdamme zelf niet had opgegeven!

‘And for a uniform looking loike it got lost in a coal moine,’ zei Marcel.

Hij klonk iets milder en dat gaf Al hoop.

‘Bot Marcel, you said dogs could be clever and poloite!’

‘Me? When?’

‘Yesterdie. And Frank, you told os dogs could read instroctions!’

Maar Frank draaide lachend naar de eigen hond onder de sorteertafel.

‘Dogs whot tocks and reads, jost figure, Jean-Jacques!’

De hond keek zo dom dat iedereen nog harder moest lachen. Behalve Marcel.

Het was goed toeven in de geur van zeep met een pietsie pies in het herentoilet in het postkantoor, maar nu waagde niemand het om er binnen te treden. Alleen Al had het niet door.

120.

 

Hij en Marcel knoopten hun gulp dicht naast elkaar in het pissoir en Marcel keek Al zonder inleiding diep in de ogen.

‘Disgosted,’ zei ie.

‘Whot?’

‘Oy’s disgosted.’ Marcel leed. Hij trilde. Z’n gezicht was tragisch rood.

‘Oh. Sorry, Marcel. About whot?’

‘About you. A disaster. You’s a disaster, boy. Oy’s desperate. Is that how you rewards our trost?’

‘Bot whot – ‘

‘Nothing bot grombles about you yesterdie. So sad. It brikes moy heart.No single letter delivered decently! Botched op oll of them! Oy had to do over the whole lot! One boy one! With moy sincerest apologies to every recipient! Letters full of branches. Bird shit. Onreadable. Lost. Jost imagine our costomers’ pine! And moine! This is not only aginest the Good Postman’s Code. This is a croime aginest humanity. Oy’s never known any postman focking op stoff so immorally.’

‘Really?’

‘Really!’

‘Sorry.’

Al boog het hoofd. Hij werd stiekem wit heet vanbinnen. Bing! Bing had die ronde gemaakt. Zodra Al thuis kwam, zou ie hem wurgen.

‘Sorry? Jost sorry? So motch shoite is a soign of something deeper. There’s something fondamentolly wrong with you, boy!’

‘Oy wish Oy knew whot.’

‘Aw bot you knows.’

‘Does Oy?’

121.

 

‘Yeah.’ Marcel legde z’n arm om Al en keek hem vaderlijk aan. ‘Tell me, Al!’

Er was vanzelfsprekend een en ander fout met Al. Al had het niks met die verknoeide brieven te maken maar met Gerrie. Met hoe onbegrijpelijk ze omgeslagen was. Waarom moesten anderen hem altijd weer herinneren aan z’n ongeluk? Hij neeg naar bleiten. Hij kon maar beter de gelegenheid te baat nemen. Hij boog het hoofd en bekende.

‘Oy’s in love.’

Marcel keek verbaasd. Die kant van het leven was ie lang vergeten.

‘Oh.’ Hij stapte heen en weer en stopte. ‘That explines a lot.’ Hij ging weer stappen en stopte weer. ‘Don’t worry. It passes. Oy knows. Cheer op, old boy!’

‘No. She’s given me the sack.’

‘Ah. Whoy?’

Dat wist Al niet maar het kwam hem voor dat wie al die brieven verknoeid had, ook Gerrie verknald had. Hij kookte. Het was nu 100 % zeker dat ie Bing ombracht, maar vooraf ging ie hem in stukken scheuren, al z’n vingers en tenen breken, hem thee laten drinken zo heet dat ie er z’n mond van verbrandde, hem levend z’n ballen aftrekken. Als het maar ontzettend pijn deed.

‘Whotever,’ zei Marcel. ‘Oll bits helps. Oy’s quoite willing to partike in your pine, Al, bot love pine can be no good reason for a postman not to do a good job, can it?’

‘No.’

‘Certainly not! Go on loike that, Al, and Oy can sopport you no longer. Go on and Mr Fred foires you! Nobody’s ever been foired here in three centuries’ toime. Bot when it must happen it must happen. We can’t have letters full of bird shit! Mr Fred wonts to see you now.’

Meneer Fred leek niets te merken van Als trepidatie.

‘Tocking dog?’ zei ie minnelijk.

‘One of Prince Bocko’s dogs, Mr Fred.’

122.

 

‘Prince Bocko?”Yes sir. Oy could introduce you to him.”Isn’t Prince Bocko a wacko himself?’

‘Oy could introduce you to Edgar himself.’

‘Edgar?’

‘The dog. Tock to him and jodge for yourself.’

Meneer Fred schudde zacht maar wilskrachtig met z’n joviale kop.

‘Al,’ zei ie, ‘wotch your mouth. Please. Oll them words. They’s doing you no good. Wotch them, or does you wonna lose oll your credit with the boys and,’ hij pauzeerde om kracht te vergaren, want het volgende leek hem nog veel meer leed te bezorgen, ‘me? Oy’s ollwhys stood boy you. The boys ollready wonders whether you’s fit for service. Next they wonders about me! For whoy did Oy tike you on, eh? Can’t have them lose their belief in me, can we?’

‘No sir.’

‘No.’

There you is!’

Meneer Fred keek even diep in Als ogen als Marcel net en rolde achteruit in z’n bureaustoel of ie wat moest overwegen bij zichzelf.

‘Yes,’ zei ie, ‘overworked. Nasty concossion, whotever. Tike three dies off, Al. Go. Quoitly. Don’t tell nobody. Tike the back door.’

Al ziedde. Zodra hij uit het gezicht van het postkantoor was, haalde hij ma’s roze haarborsteltelefoon uit z’n posttas en draaide Bings nummer.

Bezettoon! En het bleef maar bezet! Er verscheen meer en meer schuim op z’n lippen en passanten versnelden bezorgd hun pas, maar, begreep ie, het was logisch. Hij had z’n eigen nummer gedraaid. Of liever, dat van ma. Hij en Bing gebruikten allebei de telefoon van ma. Hij kalmeerde, maar de vraag bleef prangen: wat had Bing hem in hemelsnaam allemaal geflikt? Hij moest het weten. En dat Bing niet antwoordde, hoefde nog niet te betekenen dat ie niet thuis op z’n bed

123.

 

lag! Hij stak de telefoon weer weg en nam een vliegende start naar Droid Fruits Street.

Al gooide de deur van de slaapkamer open en wou zich op Bing werpen, maar de flauwe onnozelaar was er helemaal niet. Waar jandorie dan wel? Nu Al er bij stil stond, meneer lag vanmorgen ook al niet meer in z’n bed toen Al z’n uniform terugvond vol kak en graag uitleg kreeg. De kamer rook nu wel overdreven naar éen van z’n stomme flesjes reukwerk en in de hoop z’n woede voorlopig toch op de een of andere manier te kunnen koelen volgde hij de geur naar een la in Bings kast vol flacons, gestroomlijnde zonnebrillen, seksuele hulpmiddelen, deosticks en boekjes met titels als How To Do In Chooks In Half An Hour, Bings gebruikelijke Grote Middelen dus.

Hij lichtte op. Nou, die kon hij toch evengoed inzetten! Wie weet werkte dit of dat uit deze la wel op Gerrie! Hij stak z’n hand uit naar een flacon fluo-douchegel, maar halfweg hield ie halt: ach, was ie dan zo wanhopig dat ie blind werd? En nu al dacht dat douchegel het verschil ging maken?

Daar moest ie toch even over prakkizeren. Maar dan begon ie te glimlachen. Nee, hij ging haar helpen. Vrouwen hielden van verpakking. Vrouwen reageerden op reuk. Hij hield gewoon rekening met hun ware aard. Vooruit dus!

Hij stond opnieuw voor de Bongalow, onweerstaanbaar. Blits pak van Bing, zonnebril van Bing, z’n haar nog nat van de douche en lekker ruikend naar een flesje van Bing. Ja, hij ging een uitstekende indruk maken! Hij moest overigens ook wel.

‘Gerrie,’ ging ie zeggen, ‘Oy is so sorry!’

Maar waarvoor? Sito presto uitvissen. Handig spelen. Buitenmate aardig zijn. Haar weer van hem doen houden. Het moest lukken. Vrouwen waren in staat tot grote liefde. Ze waren er op gebouwd. Ze wilden eigenlijk niks anders. Konden niet anders dan teder zijn. Zorgzaam. Lief. Lelijke biby’s zoenen, lammetjes, puppies met gebroken pootjes. Als het maar klein en kwetsbaar was. Hij moest Gerrie alleen maar de gelegenheid bieden om zichzelf te zijn met hem.

Hij liep behoedzaam het klinkerpad op maar er kwam geen enkele gevaarlijke hond aanstormen, ging haastig de hal in en de trap op en stond voor Gerries deur. Hij zonk eerst even op en neer door z’n knieën en sloeg een paar vlinderslagen in de lucht bij wijze van ontspanningsoefening, want eerlijk, hij was gespannen. Er stond ook

124.

 

zoveel op het spel. Alles eigenlijk. Heel z’n leven! Gerrie moest van hem houden!

Hij ademde diep in en drukte op het belknopje.

Keekee blafte. Iemand kwam door de flat naar de deur lopen, maar de deur zwaaide niet open.

‘Al?’

Hij boog deemoedig naar de deur.

‘Yes. Gerrie? Is it you, Gerrie?’

Ja wie anders wel? Hij vroeg het alleen maar om haar verwikkeld te krijgen in intieme conversatie.

‘Can’t let you in, Al.’

Daar keek ie van op. Hij was ontzet. ‘Whoy not?’

Haar voetstappen verwijderden zich weer.

‘Gerrie! Gerrie! White! Don’t go awhy!’

De stappen stopten. ‘Go awhy, Al!’

‘OK, bot first we has to tock.’

‘No. Go awhy.’

OK, Oy’s gonna go awhy, bot first open the door.’

‘No. Go awhy.’

‘OK. Oy’s gonna tock through the door then.’

‘No, you’s not! Whot is you doing here agine? Hasn’t Oy told you it’s over? Doesn’t you ever onderstand?’

‘No. Oy doesn’t. Whot’s happened between me and you?’

‘You doesn’t remember?’

125.

 

‘No.’

‘You doesn’t wont to, eh? You or your sobconscious. You doesn’t accept it’s over, does you? Gone insine, has you? ‘

‘Insine? Yeah. Oy should be insine boy now. After oll Oy’s come across todie. Oy’s even heard a dog tock.’

Even was het stil.

‘A dog tock?’

‘Yups.’

Gerrie lachte.

‘You’s so foolish, Al!’

‘Thank you, Gerrie.’

‘And Oy doesn’t wonna see you ever agine.’

‘Bot – ‘

Hij realizeerde zich met een schok dat ie al aan het eind van z’n Latijn was. Het was écht uit. Tenzij z’n kwetsbaarheid haar tederheid nog kon oproepen. Hoe kwetsbaarder hoe beter. Wat jammer dat ie geen zieltogend lammetje was met vier gebroken pootjes! Maar hij kon toch z’n uiterste best doen. Hij zonk snel op z’n knieën op de mat en met z’n voorhoofd tegen de deur riep ie, ‘BoT Oy loves you, Gerrie!’

‘Oh, you does?’

‘Yes! Please, Gerrie!’

Probleem was dat ze niet zag hoe ver z’n liefde ging. Hoe vernederend hij voor haar op die mat wou zitten!

‘Well, go tell your tocking dogs, Al.’

‘Bot Gerrie, Oy loves you so motch!’

‘Aw jost give me Keekee any die, Al. It is over. Over!’

126.

 

‘Whoy?”You isn’t trostworthy.’En ze zweeg, wat ie ook riep. Of ie niet meer bestond.

Bing lag met z’n armen achter z’n hoofd op z’n bed zorgeloos naar het plafond te lachen. Hij was licht euforisch. De deur ging open en hij voelde hoe ma streng naar hem keek.

‘Has you been drinking, Bing?’

‘No, ma.’

De deur ging weer dicht.

Nee, hij had nog altijd een stijve, en daar had ie een hoop lol aan, echt, maar dat zei ie niet tegen ma. Hij had hem overigens de hele nacht al gehad. Daarom was ie vanmorgen ook al zo vroeg opgestaan. Om te gaan rondlopen. Om hem onderweg kwijt te raken. Affijn, ook om geen scene met Al te krijgen waarbij hij dat vuile pak moest uitleggen, maar dat was bijzaak. Hij had intussen bijna heel de dag rondgekuierd in Gerinium Pot, in de Smart Socker Mart en opnieuw in Magnolia Park, tussen de struiken daar, maar hij was hem nergens kwijtgeraakt. Wat wou ie ook? Het onmogelijke? Het had hem veel te hard opgewonden hoe Gerrie hem in Magnolia Park geslagen had en hoe hij daar door het stof had moeten kruipen voor haar. Hij genoot er nog van. De liefde had dus toch gezegevierd. Het was dus bewezen. Gerrie hield van hem. Daarom had ze hem zo goed als dood geslagen. Ze was een gepassioneerd vrouwmens en daar hield ie van. En van de jaloezie van de flikkers in de bosjes in Magnolia Park. En van die van Keekee.

‘Yups,’ zei ie en de liefde laaide weer in hem op, vooral dan in z’n Julio Lulio, maar daar had ie geen bezwaar tegen. Hij had toch maar alles mooi voor mekaar. Hij en Gerrie hadden een complexe maar boeiende jojo-verhouding. Dit ging nooit vervelen. Dit was een uitdaging. Dit was tenminste niet banaal. Dit was prachtig. Dat de vlammen zo uit Julio knalden vond ie ook helemaal niet erg, want ze waren een tastbare bewijsvoering van Gerries liefde, en hij was dus maar weer op z’n bed gaan liggen, om er verder genoegen van te hebben en omdat ie moe werd van het gewicht en zich zorgen begon te maken over incidenten waarbij ouwe vrouwtjes hem op zebrapaden met hun kruk gingen slaan.

127.

 

‘Mmmmmm,’ zei ie, ‘mmmmm,’ en toen viel Al binnen en hij moest snel van toon veranderen.

‘Al!’ riep ie joviaal. ‘How’s loife?’

‘Loife?’ Al greep Bing bij z’n revers. ‘You swoine, whoy did you mess it oll op?’

‘Mess op whot?’

‘Moy round.’

‘Whot round?’

Whot round. The bird shit letters round, Bing. The round no single letter got to them poor adressees.’

‘Oh. That. Oy was in a horry, Al. With the best of intentions.’

‘To droive Gerrie out of her moind, roight? She’s told me it’s over!

‘Over?’

Kon niet! Het was net goed aan tussen hem en Gerrie! Echt Al. Altijd piekeren. Alles zwart inzien. Alles fout interpreteren. Maar als ie Gerrie gerust liet omdat ie dacht dat het uit was, gaf dat Bing meer ruimte. Daar had Bing niets tegen.

‘Yes, over!’ riep Al. Z’n ogen zwommen in eigen nat. ‘Whot happened? Something onimaginably horrible must have torned her off. Whot on earth did you do to her?’

‘Nothing.’

‘Come on.’

‘Nothing serious.’

‘Well, that’s the problem. You’s never serious.’

‘Oh isn’t Oy? Well, your problem is you’s ollwhys serious, you naïve nullity.’

‘Oy is not naïve!’

‘A goy whot tocks to dogs?’

128.

 

Raak.

Al had nu z’n verstand moeten gebruiken, maar voor ie ’t wist gaf ie Bing van woede een stomp op z’n oog. Op zijn leeftijd. Hij had er al spijt van. Bing viel met een plof achteruit op z’n bed maar hij kwam zo weer recht. Of ie niks voelde.

‘Sorry! Sorry, Bing!’

‘Whoy?’

Bing straalde. Al sloeg Al hem blauw, hij ging hem in elk geval de indruk blijven geven dat ie zich lekkerder voelde dan Al. Gewoon om hem het hart uit te halen.

‘You’s got a black oye. Oh boy, this looks bad.’

‘Oy feels nothing.’

‘My be not, bot it’s gonna be a huge black oye tomorrow.’

‘Well. Thanks. Nothing loike a good bruise to attract chooks. So you wonts to keep Gerrie for yourself, Al?’

‘Eh, yes.’

‘Well, whoy not. My be she collects twits.’

Al werd opnieuw boos. ‘She surely doesn’t wont devious swoines.’

‘Devious swoines?’

‘Goys loike you, Bing. You’s never gonna get Gerrie to loike you.’

‘Isn’t Oy?’

‘No, for you’s a hondred percent onreloyable.’

Bing werd rood. Nu werd hij nijdig.

‘Oh really? Onreloyable? Me?’

‘Yup.’

129.

 

‘Oy’s the most loyal person Oy knows.”Oh? Is you? Ask Gerrie to sigh so then.’

Moeilijke opdracht. Bing werd nog roder. Zo rood dat Al bang werd, want Bing klom intussen van z’n bed, maar daar rende hij gelukkig de kamer al uit. De deur van de slaapkamer sloeg hard dicht.

‘Whot a racket,’ zei ma vanuit de keuken. ‘Was that on the regulitor or in the house?’

Maar Bing rende al de trap af en de hal in. Hij gooide de voordeur dicht en dan werd het wazig.

Bing prospecteerde een breed assortiment snackbars, theehuizen, kebapzaken, noightshops, zelfs een tuincentrum en een viswinkel die op dit late uur (hoe laat was het intussen, twee uur ’s nachts?) onbegrijpelijkerwijze nog open waren, en bracht er telkens vrij asociaal een hoop van andermans kostbare tijd zoek zonder tegenprestatie zijnerzijds, maar noch bij de er vertoevende vrouwspersonen, noch bij het idyllisch langzaam voorbij een roodgloeiend rooster draaiende kebapvlees, noch bij de tegen een promotieprijs beschikbare twee meter hoge amforen, noch bij de zo laat al wat ziekelijk kijkende schol vond hij een haalbaar alternatief voor de soepelheid van glooi van Gerrie. Belachelijk hoe een mens die z’n lot beheerste zoals hij aan haar moest blijven denken. Hij herinnerde zich later dat ie in het donker inwendig onderdrukt loeiend onder Gerries erker had gestaan, maar verder kwam ie niet. Het was aan tussen hem en Gerrie, dat stond vast als een paal boven water, maar hij durfde niet aanbellen, voor het geval dat Al toch gelijk had. Overigens, ook z’n vuurtoren leek te twijfelen. Hij brandde niet meer. Deed niet meer mee.

Haar raam straalde een zacht, cultureel hoogstaand licht uit, dat meer bij een uil als Al paste dan bij een handige no-nonsense vent als Bing. Dàt alleen was al bedenkelijk. Even dacht ie dat ie Gerries silhouet zag en in een reflex stak ie z’n hand op om naar haar te zwaaien, maar hij trok ze snel weer terug. Wat een emotionele afhankelijkheid! Hij leek wel Al! Na twintig minuten kijken deed z’n nek pijn en hij besliste haar niet te verrassen wegens op dat ogenblik onvoldoende communicatievaardig.

Een half uur later kwam hij tot zichzelf op het trotttoir bij z’n DS in Droid Fruits

130.

 

Street. Hij stond de bomper te strelen. Bij gebrek aan beters, waarschijnlijk.

‘Oh you sweet old car!’

Het was zo sentimenteel dat ie maakte dat ie wegkwam en na verloop van tijd zat ie onder de startbaan van Seveningham Airport in een café met geteerde balken en groen behang. Nog nooit van z’n leven geweest. Dikke vliegtuigen kwamen los van de grond twintig meter verder en donderden over je heen in een vette rook, maar ze hadden er drank. Hij dronk kalm glas na glas tot de kastelein hem vertrouwelijk meedeelde dat het kwart over drie ’s nachts was en tijd. Hij wankelde naar buiten en had nu een onbedwingbare neiging om krassen te trekken op al de sloicers langs de straat, maar toen hoorde hij fluisteren.

‘Al?’

Hij haalde altijd voordeel uit Al spelen. Dus hij zei: ‘Yes?’

‘Al?’

De vraag kwam uit de schaduw van een dichtgetimmerde kleinhandelszaak. Hij zag een elegante regenjas en vaag een lichaam in een houding die aanzette tot snelle transacties. Hij rook tabak en parfum. Link.

‘You knows me?’

‘Of course. What appened to your poor eye, Al?’

Rauwe stem. Hij stond stil, deed een stap, probeerde haar trekken te onderscheiden in het donker en zag warme ogen boven een opgerichte kraag, maar toen ze onverwacht een hand op z’n oog legde, liet ie ongewild een kreet van consternatie. De hand was – een poot! En het gezicht zo – dierlijk. Nee. Menselijk. Nee. Hij wist er geen weg mee. Weerzin en fascinatie vochten in hem. Finaal zei ie, ‘Who is you?’

Ze glimlachte.

‘Whot is you? A chook?’

Ze lachte. Ze had grote vochtige ogen en een grote vochtige neus.

‘Oy means, is you a woman? Or a dog?’

131.

 

Ze was groot voor een hond maar freel voor een mens. Was ie gewoon teut?

‘Yes, you are a beet drunk, Al.’

Ze had iets. Een accent. Brossels-South? Boys-the-Baloney? Fountain Blow? Het deed denken aan rode wijn, blauwe kaas en kapotjes met ribbeltjes. Mmm.

‘Why ave you been dreenking, Al?’

‘Oh. Whowhowhoite beer.’

‘Ees that ow you got that black eye? No. Don’t tell me! Let me tick care of it first.’

Ja, waarom niet? Zoveel aandacht deed hem goed. Hij liep met haar mee.

‘I am Meess Katia.’

‘Meess Katia?’

‘Yes, and no matter what pipple say, I am a -‘ Haar hand, ja die poot was eh, toch een hand, zo licht, fris en lief dat ie ze met genoegen op z’n wang voelde, ‘- woooman.’

‘Does eet urt?’

‘No. No.’

Het deed pijn, maar het was zoete pijn. Meess Katia wreef voorzichtig met een koud blik gemberbier recht uit de ijskast over z’n oog.

‘I ave no ice, but anything cold weell do. Ees geenger ale OK?’

‘Uh, yes.’

‘Or do you want iceberg lettuce? Very cold too.’

‘No.’

‘Oh my!’

‘Whot?’

‘Your black eye’s too beeg and my geenger ale’s too small.’

132.

 

Ze was weg. Een ijskast piepte open. Ze kwam terug met twee grote flessen champagne. ‘Thees ees better.’

Hij hield de ene grote weldadig koele fles tegen z’n oog en vroeg zich af waar de andere voor diende, toen hij ‘pop’ hoorde. Ze stond twee hoge glazen te vullen op het tafeltje naast de chaise longue. Ze gaf hem een glas. Ze dronken. En nu ze de eerste hulp had toegediend, trok ze haar regenjas open en woeps, ze had er niks onder aan.

‘What ees the matter?’ zei Meess Katia met een tintel in haar oog.

Bing wist het niet. Moest ie haar begeren? Of helemaal niet? Had ie niet al miljoenen honden zonder regenjas in hun blote gat zien lopen?

‘What ees wrong?’ zei ze vriendschappelijk verwijtend. ‘Don’t you like champagne?’

Ze nam de volle fles en wreef ze deskundig over z’n oog. ‘We should do thees for twenty-four hours.’

En ze lachte dubbel- maar fijnzinnig.

‘Yes.’

Hij dronk. Prachtig van Al om hem een blauw oog te slaan. Hoe was ie anders terecht gekomen in deze louche luxe van wijnrood behang, vergulde Louis-XVI meubeltjes en perkamenten lampenkappen? Bij dit vrouwmens. Vrouwmens? Monster? Misschien een monster, maar een aardig monster dan met smaak en geld. Na de eerste schok vond ie haar toch liever een aantrekkelijke vrouw dan een grote hond met een regenjas. Dadelijk, zodra hij weer helemaal de ouwe was, zou ie z’n kunsten met succes op haar toepassen.

‘You just lie down quiet, Al.’

Z’n oog hield op met trillen. Hij lag te soezen. Hij schrok wakker. Ze lag naast hem. Ze lag stilletjes met hem mee te luisteren naar de nacht. Buiten zoemden late sloicers voorbij. En dan was het weer stil en langzamerhand werd het opnieuw licht. Ze keek hem welwillend aan.

‘Do you feel better now, beeg boy?’

Hij fronste.

133.

 

‘No! Do not be afraid. I understand you so well, Al. You and your, eh, love troubles.’

‘Uh?’

‘Yes I do. I look at you and I know. Poor Al. You tock so well, yet Gerrie geeves you the boot, eh? No, Al, lie down, you must rest. Eet’s so triste. Eet should not appen. You must go back to Gerrie and ween er back! I could elp you. You need more than tock. You need,’ ze keek hem aan, ‘power.’

Ze vond het een vulgair woord, zag ie, maar toch wou ze er best wel mee te doen hebben.

‘Power?’

‘Oh, don’t you worry,’ brede glimlach, ‘I can get a beet of power. And elp you ave some to get Gerrie back! Ow about that?’

Wel. Bing was wat in de war. Had Meess Katia Al bezig gezien en daaruit besloten dat Al Gerrie kwijt was? Of Bing? Vond ze ook voor hem dat Gerrie hem de bons had gegeven? Ai, was het dan echt uit tussen Gerrie en hem? Had ze hem daarom zo’n klap gegeven? Mens, sprak die klap dan niet voor zichzelf? Z’n horizon verdonkerde plotseling, maar hij drukte de opkomende somberheid meedogenloos snel weg. Ach nee, hij wist het zeker (en hij voelde zich zo lekker in die wetenschap): geen vrouw kon hem weerstaan! Meess Katia had het alleen nog niet door.

‘Power,’ fluisterde ze, of ze hem een groot geheim vertelde, ‘micks men so sexy. Eet micks weemen pant, Al, eet micks them wet their panties. They’ll crawl for you.’

Mmm. Macht kon geen kwaad. Of het nu Gerrie dan wel een ander kippetje was die hartkloppingen van de zijne kreeg, even welkom. En als deze mevrouw daarvoor kon zorgen, graag. Hij had zin om in z’n handjes te wrijven.

‘But only,’ zei Meess Katia, ‘eef they really feel eet, see eet.’

‘See whot?’

‘Your power. Gerrie should see it, Al. And somebody should point eet out to er.’

‘Who?’

‘Keekee.’

134.

 

‘Keekee?’Die miniatuur klotehond?’Ee as so much talent.’

Bing wou dat even kritisch doornemen maar Meess Katia duwde haar snoet tegen z’n wang, blauw oog of geen blauw oog.

‘I fill a lot for you too, Al. Ave you got Eengleesh blood?’

‘English blood? The English has doid out.’

‘Eengleesh ancestors. You must ave. You love dogs so much.’

‘Does oy?’

‘You like me, don’t you?’

‘Uh. Yes.’

‘So you do ave Eengleesh blood. I like the Eengleesh. They ad more dogs than keeds. Come here, my beeg Eengleeshman!’

En ze zoende hem op z’n wang. Raar. Een hond die je omarmt en zoent. En toch roerend. En door de band moest ie zelf hard werken en met zoenen beginnen om een vrouwmens zo ver te krijgen. Maar erg teleurstellend duwde ze hem plotseling weer van zich af om hem speels aan te kijken.

‘Though they liked bicked beans too,’ zei ze, ‘and broke weend all the time. But let’s forgeeve them, eh?’

Ze zoende hem nu zo heftig op z’n lippen dat Bing toegaf dat ie Engels bloed had. En zij deelde mee dat vooral z’n schuchterheid haar trof, z’n naïviteit en eerlijkheid.

Hemel! Weer een trut die van Al hield en niet van hem! Hij wou er sikkeneurig van worden, maar op dat moment drong er dertig centimeter tong bij hem binnen, wendbaar en warm en normaal erg interessant, maar nu, in geval van een hondentong? Dat ging toch wat ver. Beuh!

‘No!’

Hij duwde haar weg. Ze haalde hem aan.

‘No!’

135.

 

Ze liet los. Was treurig. Ai. Had ie haar gekwetst? Hij kon best goeie maatjes blijven als ze zoveel voor hem en Gerrie kon doen.’Sorry, Katia.”Oh don’t be sorry, Al!’

‘My be Oy’s not yet ready.’

Het was aanpassen. Honden die praten, je op je mond zoenen en van perkamenten lampenkappen houden.

‘Oh but you are, beeg boy. You like nickid wimmens, don’t you?’

Hij wou verzoenend zijn. ‘Oy does. Roight.’

Net wat ze wou horen, klaarblijkelijk. Ze deed éen oog dicht, keek hem met het andere opgewekt aan, en trok haar regenjas langzaam weer open met een blik van ‘hee, kijk hier es!’

Hij nam het panorama in ogenschouw en wist niet onmiddellijk of het allemaal wel snor zat, maar hij begreep dat er wat van hem verwacht werd. En hij was een man van de wereld en wist van wanten.

‘Mmmm,’ zei ie. En ‘Ts!’ In de zin van ‘sapperloot!’ Iets waar je nog alle kanten mee op kon, maar het klonk zeker erg positief en ze glom, als vervuld van geluk. Wat een paar woorden konden doen! Vrouwen! De chaise longue begon te schokken. Zachtjes. Harder en harder. Bing zelf zat er vooralsnog kalmpjes bij en hij begreep niet vanwaar dat geschok kwam, maar dan zag ie haar staart energiek kwispelen.

‘My beeg bibby,’ zei ze.

Ze schoof dichterbij.

‘My beeg cuddlywuddly.’

Ze schoof dichterbij.

‘My beeg dazzler. My beeg weenkeedeenk.’Ze schoof dichterbij.

Hij schoof zo onopvollend mogelijk weg.

‘Let me show you there ees so much more passion under the sun than you ave ever

136.

 

felt before. Show you a completely deefferent world of bleess! Show you how close we can be. Let me show you my.’

Achter hem vielen de glazen stuk en champagne kiste over het tapijt. Hij kon niet verder achteruit.

‘Body.’

En eensklaps zat ze vierklauwens boven op hem en had ie het veel te druk.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

137.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s