Woipe them out!

Waarin …

‘Woow!’ zei Art.

Zodra ze geklokt hadden liepen Al en Art de volgende morgen haastig maar waardig op hun glimmend gepoetste postbodeschoenen met crêpezolen van het postkantoor via Mossels and Chips Street naar Paul Henry Speck Square.

‘Boy oh boy!’

Art was nu al in de zevende hemel. Hij was een half uur vroeger al gaan poolshoogte nemen op het plein , zelfs al voor ie was komen klokken, en toen al stond het er volgens hem bomvol!

‘An onheard of goigantic soccess! We’s gonna be oll over the tension regulitor! Waw!’

En ja hoor, eén hoek van het Speckplein, dicht bij het terras van de trendy drankslijterij Momentous Moments, stond al bezet met gedisciplineerde postbodes in fris gestreken uniform. (Boh, akkoord, hetzelfde patroon als bij de actie in Millbeck, maar waarom het warm water opnieuw uitvinden als warm water uitstekend werkt?) Ze vormden een dicht, indrukwekkend donkerblauw blok van tien rijen van tien petten achter een rode vlag met een blauwe vlek. Ze bewogen snel en systematisch in allerlei fraaie bewegingen van het ene kwart van het plein naar het andere, geleid door Frank en z’n fluitje. Marcel was er ook wel, als observator, maar hij keek of ie zeik gedronken had.

‘No tension regulitor,’ zei ie vanachter z’n hand. Dat vond Art bij nader inzien ook sneu, maar de marsjerende postbodes hadden er nog alle hoop in, en nadat ze Postbodenlied hadden gezongen, schakelden ze, om de honden uit te dagen, om ze dol te maken, om ze tot de aanval te laten overgaan en ze in hun blindheid te vangen over naar gelegenheidswerk:

Poo paw pimple.

Oll dogs is simple.

155.

 

Meet moy mom.

Oll dogs is domb.

See a sore soight.

Oll dogs is shoite.

Al had een vrij goede smaak en vond dit liedje niet getuigen van klasse. Primitief. Nodeloos beledigend. En overdreven scatologisch. Hij was meer voor ‘Glory glory hile to the boys of the Royal Mile’, maar hij wou de jongens niet afremmen, nu ze voor éen keer enthousiast achter een wapperende rode vlag aanliepen.

‘Whot koind of flag is that?’ zei ie.

Art die ook sip stond te kijken leefde op. ‘Postmen’s flag of course!’

‘And that odd blue spot in the middle of it?’

‘You outsoized nitwit,’ zei Frank, ‘a postman’s bugle! A modern one, a desoign firm one. Beautiful, eh?’

‘Yes, beautiful.’

Maar zelfs die lofzang kon Marcel en Art niet oppeppen. Het gebrek aan belangstelling vanwege de honden was smadelijk. Hooguit een dozijn stond toe te kijken. Ongeïnteresseerd. En helaas allerminst agressief. Mateloos tegen bomen en lantaarnpalen piesen, maar waar bleven de happende muilen? Het gegrauw? De aanval op een broekspijp?

‘Extremely asocial,’ zei Art.

Hij kon helaas niet blijven wachten op animo. Z’n postbodes liepen daar ten slotte niet voor de lol te marsjeren. Dus hij gaf het teken en geknal brak los. Eenvoudig klein vuurwerk, maar slim en doeltreffend om de aanwezige honden af te leiden terwijl reusachtige al boven noightshops en bazaars opgestelde netten éen-twee-drie van overal over ze neerdaalden en het plein aan alle zijden muurdicht afsloten. Ze piepten verrast en verzetten zich hardnekkig, en ja, nu werd er wel verwoed in broekspijpen gebeten, maar onze postbodes dreven ze allemaal zonder pardon hoewel

156.

 

zo beleefd en zachtmoedig mogelijk de fuik in. Jammer dat het zo makkelijk ging met maar twaalf honden, want er valt dus weinig over te vertellen: de tien minuten later eindigde alles met een mooi tableau vivant van honderd postbodes die met hun schepnet in de linker hand en een glas wit bier in de rechter tevreden keken naar het handvol huilende honden in die magnifieke superkooi die er nog beter uitzag dan die van die stomme Millbeck Rangers.

Maar dan keken ze met z’n allen verbaasd. Verder in de stad klonk dreigend gehuil op vanwege véel méer dan ons dozijn gevangen honden. Zo te horen goed georchestreerd. En hoeveel huilende muilen kon je horen? Vijftig? Honderd? Tweehonderd? Tweeduizend? Waar kwam het overal vandaan?

Het gehuil galmde heen en weer tussen de wolkenkrabbers en een pak postbodes keek elkaar bezorgd, zelfs angstig aan. Terecht, want voor er iemand z’n glas helemaal kon uitdrinken en neerzetten op z’ tafeltje op het terras van Momentous Moments, voor er iemand een perceptiegewijs boeiende houding voor de groep kon bedenken, voor er iemand zelfs maar bevelen kon geven, spuwden de Mossels and Chips, Asparagus and Ham en Floight-in-the-Wind straten een vloed van honden over Speck Square. Allemaal goed en wel dat de straten afgesloten waren met netten, ze waren lichtvaardig slordig vastgemaakt. Nog altijd onderschatte de mens tot z’n schade de intelligentie van de hond. Honden konden geen knopen losmaken, eh? Wel, binnen de vijf minuten lagen de netten her en der op de keien, nutteloos, lachwekkend, en hapten er geen vijftig maar zeker vijfhonderd honden met blikkerende tanden naar postbodenbroeken.

Ondanks de autoriteit van Art en het fluitje van Frank stoven de postbodes uit elkaar. Helaas niet snel genoeg, want na afloop van het conflict tussen mens en hond lag het plein vol omvergelopen en serieus gebeten, bloedende, jammerende in eigen netten gevangen postbodes.

Art was er het hart van in. Hij had zich tijdig kunnen terugtrekken in het smaakvolle salon van Momentous Moments, maar leek nu zin te hebben om zich uit solidariteit met z’n verwonde strijdmakkers ook uit te strekken op de straatstenen van het plein en mee te mekkeren.

‘Marcel, how on earth could this happen?’ riep ie.

Marcel zat voor zich uit te kijken. Hij was nog in denoial en onaanspreekbaar maar

157.

 

zat toch ook al weer lekker veilig binnen.

‘Frank?’

Frank keek op uit z’n grote frisse moedgevende Hoog. Z’n ogen stonden dof.

‘Some was more than man-soize, Art,’ zei ie. ‘And they wocked on two legs!’

‘Wocked on two legs?’

Al en Art keken elkaar aan. Moesten ze dat geloven? En legde dat alles uit?

‘Whotever,’ zei Art. ‘How locky we is there was no tension regulitor around!’

‘Roight,’ zei meneer Fred, die zeer ongewenst achter Art en Al en Frank en Marcel bleek te staan met z’n handen in z’n jaszakken, ‘this was a débâcle, goys.’ Débâcle. Een fraai woord voor een gruwelijke werkelijkheid, en meneer Fred was tevreden dat hij het gebruikt had maar het kon hem niet troosten, want het imago van het postkantoor van Whammle en nog erger, het beeld van meneer Fred de geniale planner, was in groot gevaar.

‘Oh fock!’ mompelde hij, want ineens, terwijl hem dat inviel, was z’n koelbloedigheid weg.

‘Oh fock!’ mompelde het postkoor om hem heen.

‘Oh fock, if this becomes common knowledge, Art.’

‘Indeed, Mr Fred. Froightful it is.’

Hem gelijk geven was een zekere methode om meneer Fred te kalmeren, maar hoe kalm hij uiterlijk nu ook leek, hoe zachtjes en mensvriendelijk hij ook sprak, z’n gesprekspartners wisten dat ie nu, net als de zon, vanbinnen gloeide met een temperatuur van miljoenen graden. Nu, hij probeerde er zelf al wat aan te doen door z’n gevoelens goed te formuleren.

‘Boys,’ zei ie bijna onhoorbaar, ‘boys, Oy ’s gonna kill to keep this from getting out.’

‘Of course you is, Mr Fred.’

158.

 

‘And the first idiot Oy’s gonna kill then is you, Art.’

‘Of course, Mr Fred.’

‘Oy doesn’t think we can keep it from getting out.’

‘No, of course not.’

Dat zag er niet goed uit voor Art.

Bing voelde zich niet op z’n gemak. Niet omdat z’n eerste stap naar binnen hem zoveel schokkends had geopenbaard. Een bar met vijftig druk converserende honden? Ach, Meess Katia was ook al heel anders. Niet omdat ie drie screwbolls tot zich had moeten nemen en er van wiebelde. Niet omdat de clandestiene zaak zo uitdagend macho naar dierlijke oksels en uitgedoofd haardvuur rook. Niet omdat het tapijt aan de muur een met pijlen doorboorde copieus bloedende bleke blote man voorstelde die in een meute gevlekte honden zonk. Niet omdat er achter de tap mensenhoofden op schildjes van donker gebeitst hout hingen en hun glazen ogen hem volgden. Wel omdat ie niet kon rechtstaan. Het plafond van The Dog House zat op hondenhoogte, zodat Bing gedurig krom moest en bij elke beweging klanten aanstootte, die dan in z’n benen beten.

Ach, ook dat wou hij erbij nemen. Tenslotte waren hij en Meess Katia nooit zo lekker close geweest als hier. Op diverse punten met elkaar verstrengeld en op eén punt zelfs lekker in elkaar gewerkt leunden ze tegen de tapkast en keken in elkaars ogen.

‘Impressive,’ zei ie. ‘So intimate. So fonny. So classy.’

‘The bar?’

‘You.’

Meess glimlachte zoet en porde hem bijkomend in z’n intieme zone wat Bing zin gaf in nog meer. Hij deed z’n mond open om haar nog meer zoete broodjes te verkopen, maar buurman, die te veel op had om te zien waar Meess stond te porren, haalde de Panatella uit z’n bek en zei: ‘Man, you loikes it here, eh?’

‘Yeah.’

‘It’s oll over your fice, eh? Grite plice, eh?’

159.

 

‘Yeah.’

‘Swanky costomers, eh?’

‘Indeed.’

De aanwezige honden, hoe verschillend van gestalte ook, zaten éen voor éen in eerste klas kleermakerwerk. Rybans, oorringen, halskettingen van edel metaal en bewonderende blikken van geassorteerde teven met pikante maar smaakvolle uitsnijdingen vervolledigden het beeld van een blitse generatie beesten. Buur was een te veel gevoederde Newfoundland met schoenen van gevlochten leer die Bruno heette.

‘Since we’s tiken our evolution into our own hands,’ zei Bruno, ‘we’s become quoite a soccess, eh?’

‘Mmm.’

‘Oll them golden goys and chooks here. Only possible thanks to our soccessful experiments with non-canoine DNA.’

‘Really?’

‘Mmmm. Really? You fat ass is too busy with Meess Beetch to listen to me, eh?’

‘Meess Beetch?’

‘Meess Katia to you. Meess Beetch to me. Bot you’s too busy, eh?’

Bing knarsetandde. Hij wou van die Bruno af. Met z’n dure schoenen. Z’n grote muil. Z’n veel te insinuerende grijns naar Meess Beetch. Of ie zich nog uitstekend een hoop hete passages tussen hem en haar herinnerde. Kon niet. Hartstocht is zo vluchtig. Een verwaande onnozelaar naast je aan de bar haalt je uit je concentratie, en hups, passie weg. Nee, dat ging Bing onder geen enkele voorwaarde laten gebeuren. Hij ging zich voor tweehonderd procent steenhard concentreren op Beetch en meneer Bruno mocht de pot op!

‘Yes!’ riep ie zonder Beetch los te laten en hij probeerde intussen finaal te klinken, ‘Oy is busy! Bot Oy does admoire whot you dogs has realoized! Two dies ago Oy didn’t

160.

 

know dogs could tock, and look here’s a room full of well dressed middle class tocking dogs! Whot a feat! It took the human rice hondreds and hondreds of years to get so far. You dogs did it in whot? A week? Incredible! Wonderful! Magnificent! Congratulitions!’

georges-aan-tapkast-betere-frame.jpgStroop, Bing had verstand van stroop, ook van stroop voor lastposten, neutralisatiestroop, maar heel het lokaal had het gehoord, kende hem nog niet, nam hem dus ernstig en gonsde nu opgewekt en Bings andere buurman, een rattige Jack Rossell in een regenjas met een pijp in z’n bek, knikte voldaan. Bing hoopte dat meneer Bruno nu ook verzadigd was en hij wikkelde zich weer helemaal in een passionele omhelzing om Meess Beetch heen maar voor ie dieper op haar kon ingaan zei een stem achter hem: ‘Whot?’

Ze sidderde van verontwaardiging.

‘Is this,’ zei ze, ‘how you shows how motch you loikes Gerrie?’

Pijnlijke vraag waar Bing op dit ogenblik helemaal geen trek had, maar ze was nu een maal gesteld. Dus hij draaide zich moeizaam om want noch hij noch Meess Beetch wilden hun greep op elkaar lossen en hij stond verstomd.

‘Keekee!’

Keekee keek hem streng aan.

‘Keekee! You here?’

‘No,’ zei Keekee, ‘you here?’

Dus Keekee kon ook al praten. Maar misschien maakte vooral die bloody Mary hem zo expressief. Naast hem stond die grote zwarte monsterhond van prins Bocko in een indrukwekkend grijs leren uniform. Hij dronk whisky met een rietje. Hoe heette hij weer?

‘Edgar,’ zei Edgar, ‘noice surproise, Al.’

161.

 

Fijntjes ironisch bedoeld van Edgar en Keekee keek bewonderend naar hem op, maar een tok-tok-tokgeluid trok hun beider aandacht en belette dat het tot meer verstandhouding tussen ze kwam. De staart van Meess Beetch sloeg al wiebelend tegen de tapkast. Bing en Beetch waren alweer serieus aan de gang.

‘Al!’ riep Keekee, ‘you onfaithful focker!’

‘Onfaithful?’ Bing had het druk. ‘Me? Not at oll!’

‘Oh you isn’t?’

‘No. This is different.’

‘Different?’

‘Gerrie is human love. This is, umm, animal love.’

Animal love? Waaàt? Er ging een snauw van verontwaardiging door de bar. Liefde tussen mens en hond was dierenliefde? Pijnlijk! Dom! Keekee gromde het gevaarlijkste van allemaal. Diep diep beledigd scharrelden hij en heel het hondse gezelschap eensklaps weer ter plaatse op hun vier poten om aanloop te nemen, Bing naar de strot te springen en aan stukken te rijten, maar de hond met pijp en regenjas maakte discreet maar gezagvol een teken, en de vergadering was zo weer rustig. Ook Keekee hield zich in. Een hond van gewicht, die regenjas, ook al rookte hij van die walgelijk weeë saustabak. Hij nam de pijp nu langzaam uit z’n bek, keek Bing genegen maar superieur aan en zei, ‘Hoy!’

‘Hoy!’

‘Oy’s Georges. Georges with an S. Noice to meet you.’

Hij tuitte z’n bek en blies een mooi wolkje rook weg. Een levenskunstenaar.

Terwijl de tegen de wand in houding staande kiteringmedewerkers in het zwart zwijgend toekeken en zeker geen wind mochten laten, zelfs niet stiekem, beten meneer Fred, Frank en de sjieke pakken aan de lange tafel op de hoogste verdieping van het posthoofdkwartier met lange tanden in de broodjes heilbot en kaviaar. Werklunch. Frank was hier voor het eerst en meneer Fred had hem alleen

162.

 

meegebracht om zo nodig te functioneren als zondebok. Frank kauwde nog langzamer dan de rest want dit niveau van broodjes had ie nog nooit meegemaakt, en ondanks z’n fysieke kracht was ie benauwd. Niemand wou over loodgieterij praten, niemand zei hier wat ie dacht, niemand liet in z’n kaarten kijken. Ongezellig. Ze vielen nog liever dood en als Frank om zich een air te geven door het raam keek werd ie duizelig. Zo hoog zaten ze boven de rest van de stad. Hij strekte z’n hand uit en dronk beurtelings van z’n citroenjenever en z’n Hoog. Je mocht hier drinken wat je wou, dus hij had ze allebei besteld. Het gezelschap volgde met aandacht hoe hij dronk.

De vergadering was zo geheim dat ze geen naam had en zelfs niet ingeschreven stond in de agenda van mevrouw de secretaresse van meneer de voorzitter. Het hoofdkwartier vulde een wolkenkrabber in de wijk Coocleburgh. De Coocleburghers noemden hem minzaam Old Glass Dick en ooit verleende z’n vooruitstrevende architectuur hem het nodige prestige om een superorganisatie als de post te herbergen. Nu zag ie er verwaaid en verworden uit maar nog altijd stroomden hier in dichte drommen (xxviii) brieven samen uit heel het Brosselse rijk voor een beurt op de talloze sorteertafels op talloze verdiepingen, en van hieruit werden ze weer verspreid. Hier vergaderde ook de raad van bestuur. De toren (xxix) werd bekroond door antiek zink-en-metselwerk in de vorm van een omgekeerde terrine, beschermd bouwkundig erfgoed dat zoals andere historische resten in BC niet was afgebroken maar voor de bouw van de wolkenkrabber omhoog gekrikt als hoedje boven op het ooit nieuwe gebouw van 1250 verdiepingen. Met de terrine kon je in de praktijk niks aan, dus het eigenlijke hoofdkwartier bevond zich in de hoogste verdieping eronder, maar ook van daaruit had je een machtig gezicht op de duizenden andere omhoog piekende gebouwen rondom, met hier en daar ander nog iets hoger reikend historisch bouwwerk bovenop wolkenkrabbers: de Palace of Jostice met z’n grootse stenen borst, het voormalige Caprice of the Gods parlement met z’n reuze-doos voor roomkaas, en het oude Roll Palace, dat volgens kenners wel tochtig was maar verder op niets leek.

 

Het hoofdkwartier van de post was zo hoog en de wind zong er zo oorverdovend dat Frank er akelig van werd, maar de heren aan tafel deden of het hen niet deerde. Integendeel, zo hoog aan tafel mogen was een teken van macht, en daar waren ze

163.

 

een voor een dol op, al moest je er onderkoeld over doen. Dat dit een geweldige maatschappij was, zagen ze ook door de glazen vloer. Een verdieping lager zag je de sorteermachines brieven sorteren en het talrijke personeel erop toekijken of ze dat wel goed deden. En ook op die verdieping was de vloer van glas, en zo verder, verdieping na verdieping, zodat je na éen blik uit de zaal voor de raad van bestuur besefte dat dit hoofdkwartier een monument van ijver was.

Maar vandaag hadden de heren wel wat anders aan hun hoofd! Meneer Mulch, de voorzitter, schudde nu al een tijd met het zijne, waarbij het onduidelijk was of het schudden een uitdrukking van approbatie was dan wel een gevolg van leeftijd of vermoeidheid. De voorzitter was al 120 maar nog kranig. Als ie wakker was. Meneer Fred had hem juist met klamme handjes de hele Paul Henry Speck Square ramp gerapporteerd en iedereen hield nu z’n adem in. Langzaam werd de voorzitter rood maar de woorden ontbraken hem alsnog. Meneer Fred wendde alvast het gezicht af en probeerde de indruk te wekken dat hij er niet was.

‘Bad PR,’ mompelde meneer Socket. Hij was 90 en nog kwiek.

‘Precoisely! As Oy said: awfully bad PR!’ riep de voorzitter naar meneer Fred.

‘Indeed!’ riep heel de tafel naar meneer Fred.

‘Indeed!’ riep meneer Fred naar Frank alsof die maar beter wat anders had gedaan. Frank had het niet door.

‘Indeed!’ riep ie verontwaardigd.

De voorzitter nam een pilletje en werd weer normaal ziekelijk geel.

‘You knows, gentlemen,’ zei meneer Socket, ‘we is whot we looks loike. Let the facts about of Speck Square get out, and the secret gets out too.’

‘Secret?’

‘People’s gonna know we’s stupid.’

‘Worse. We’s gonna look ridiculous,’ zei meneer Bobbard.

‘Worst of oll,’ zei meneer Lampshide, ‘ontrostworthy. Who is still gonna trost os with

164.

 

his her their letters?’

Dat wist niemand.

‘Oh moy oh moy. Our poor old post office is gonna go belly op.’

De voorzitter keek mistroostig. Van angst greep de rest van het gezelschap naar een broodje, beet en kauwde. Niemand durfde de voorzitter tegenspreken. Het zou binnenkort uit zijn met broodjes heilbot en kaviaar. Met dienstauto’s. Met gratis brieven versturen. Met secretaresses die alles voor je deden.

‘We needs forceful pro-active action to pre-empt this noight mare,’ zei meneer Fred plotseling snel. Mmm. Dat klonk goed. Het gezelschap keek op.

‘As Oy said,’ zei de voorzitter.

‘Problem is the tension regulitor goys knows about Speck Square.’

‘Oh dear. They does?’

‘Yes sir, bot Oy immediately told moy tension regulitor friends: do not bring this out for it’s aginest your own interests! So they didn’t.’

‘Well done, Fred!’

‘Yes, well done, bot onfortunately these is speaking dogs. Clever dogs. Now everybody silly in Brossels ollready loikes dogs and even more people’s gonna loike tocking ones. So inevitably it’s gonna leak.’

‘Whot is?’

‘That we postmen has been outsmarted boy dogs!’

Het gezelschap weeklaagde.

‘We must keep this off screen!’ riep meneer Socket.

‘We can’t,’ zei meneer Fred, ‘it’s too entertining.’

Het gezelschap kreunde luider.

165.

 

‘Jost picture dogs on the tension regulitor miking fon of os!’ riep meneer Socket.

‘Oh no! Pleas phone your tension regulitor friends, Fred!’ riep meneer Bobbard.

‘They’s not gonna resist, mr Bobbard. They’s hooked on slander. Sensition. Cheap thrills. And most of oll fear. They feeds on fear. “Froighten your folks,” they ollwhys sighs, “for that’s whot they loves.” And whot sows more fear, whot’s more spectacular than goiants crashing hard? The larger and the dearer they is, the harder they folls. So our tension regulitor goys needs valued institutions. To topple them and trample on them. And is there anything more precious than the Post Office?’

‘No.’

‘Is there any plice in the Brossels empoire, in the whole world even, where friendship, service, koindness, quoiet, good food and drink and the spirit of tike-it-easy is more valued than the Post Office?’

‘No! No! NO!’

Mr Fred keek de tafel langzaam rond met een pregnante blik. Hij was in z’n nopjes. Ze waren allemaal vlot uit z’n mond gekomen, al die prachtige zinnen. En hij ging dit mooi afronden en al die ouwe knakkers hier in z’n zak stoppen. Behalve gekauw hoorde hij niets, dus hij ging verder:

‘We’s an oideal victim. So we’s bound to go onder.’

‘No! NO!’

‘Onless we acts. So Oy sighs: Let’s act fast and forcefully! Now!’

Meneer Fred wachtte hier even. Bedoeling was dat het gezelschap nu riep: ‘How, mr Fred, How is we gonna act? Tell os! Now!’

Hij zou nu uitpakken met een plan dat hem pijlsnel naar de top bracht. Maar de voorzitter zat met z’n kin op z’n borst, in slaap gevallen, de rest van de bestuursleden dacht nog na, en voor iemand anders wat zei, riep Frank:

‘Them dogs must get outa soight!’

166.

 

‘Roight!’ riep meneer Socket.

‘Do them in!’

‘Roight!’

‘Shoot them! Finish them off! Woipe them out!’

Frank was altijd al meedogenloos. En citroenjenever plus Hoog is niet bevorderlijk. Zo had meneer Fred het niet bedoeld. Hij had een geleidelijkere en genuanceerdere aanpak voor ogen, en meer van z’n eigen carrière dan van de honden, maar de voorzitter was wakker geschoten en onder de indruk van Franks geschreeuw. Iedereen knikte, dus meneer Fred riep dan ook maar:

‘So moy plan is,’ (dat wou ie al zeggen), ‘let’s do them in!’ (Dat was nieuw, maar hij kon nu niet minder bieden dan Frank.)

‘Oll of them!’ riep Frank.

‘Oll of them!’ riep meneer Fred.

‘OK, Fred.’ De voorzitter had haast. Hij wou naar huis. Hij wou gaan slapen. ‘Tike care of it. Have a grite toime.’

Iedereen stond recht.

‘Frank does a lot of plombing,’ legde meneer Fred nog uit, terwijl iedereen achter de voorzitter aan de zaal uit schuifelde. Maar de bestuursleden hadden het te druk met de overgeschoten broodjes heilbot en kaviaar in servetten gerold in hun jaszakken te stoppen en ze knikten verstrooid. Ze begrepen het wel. Goed idee, al die honden hup van kant en weg probleem.

 

 

 

 

 

 

167.

 

 


Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s